Klimaatverandering

21 Artikelen
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Klimaatverandering is een blog waar Sargasso af en toe stukken van overneemt.
Schrijvers aldaar: Dr Bart Verheggen, Jos Hagelaars, Hans Custers en Bob Brand
Foto: Eric Heupel (cc)

De vergroening van de aarde – over de bomen, het bos en andere zaken

ACHTERGROND - door Hans Custers
Klimaatverandering vergroening fig. NVDI-indez Bron Matthias Forkel

De aarde vergroent. Daar zijn zo ongeveer alle deskundigen het wel over eens. En het is weinig aannemelijk dat de natuur uit zichzelf besloten heeft om maar eens een tandje bij te schakelen. Het ligt er dus dik bovenop dat die vergroening het – deels bedoelde en deels onbedoelde – gevolg is van menselijke activiteiten.

Tot zover het eenvoudige deel van het verhaal. Want wie er wat dieper induikt ziet al snel dat het knap ingewikkeld is om op wat meer detailniveau te begrijpen wat er precies gebeurt. Bijvoorbeeld omdat er zoveel factoren meespelen, die elkaar ook nog eens kunnen beïnvloeden. Maar ook omdat het nog niet zo makkelijk is om die vergroening te meten, of zelfs maar te definiëren. Een artikel dat in november verscheen in Nature Ecology & Evolution illustreert dat: Enhanced peak growth of global vegetation and its key mechanisms van Huang et al..

De complexiteit van het onderwerp en de verschillen tussen onderzoeksmethodes verklaren waarschijnlijk waarom de resultaten van verschillende studies nogal uiteenlopen, of dat op het eerste gezicht lijken te doen.

In 2016 constateerden Zhu et al., weliswaar met een forse onzekerheidsmarge, dat CO2-fertilisatie de belangrijkste oorzaak van de vergroening was. Huang et al. komen tot een ander resultaat. Volgens hen zijn drie factoren, elk in min of meer gelijke mate, samen verantwoordelijk voor ongeveer 60% van de vergroening. Behalve CO2-fertilisatie spelen ook de depositie van stikstof en landbouw een rol van betekenis. Ook veranderingen van temperatuur, hoeveelheid neerslag en de hoeveelheid invallend zonlicht kunnen van invloed zijn.

Ongekende smelt van de Groenlandse ijskap

ONDERZOEK - Op onze aardbol zijn twee hele grote ijskappen te vinden, op Antarctica en Groenland. Het plaatje hierboven van de Groenlandse ijskap is afkomstig uit een video over een 3D analyse van NASA. De ijskap van Groenland is in het midden zo’n 3 km dik en bevat totaal ca. 3 miljoen km³ ijs (ca. 2,7 miljoen gigaton), wat genoeg is om het zeeniveau met 7,4 m te laten stijgen. Gelukkig is dat niet iets dat in de komende eeuw zal gebeuren, het smelten van zo’n ijskap is een traag proces. In een wereld die warmer en warmer wordt, zal logischerwijs de hoeveelheid ijs verminderen. Dat zien we ook terug bij de ijskap van Groenland, het massaverlies van Groenland (gemeten met de GRACE-satellieten) bedroeg tussen april 2002 en juni 2017 circa 260-270 gigaton per jaar (een gigaton is 1000 miljard kilogram). Dit heeft uiteraard bijgedragen aan de zeespiegelstijging, wetenschappers schatten de bijdrage van Groenland aan de zeespiegelstijging in de afgelopen jaren op ongeveer 25%.

Er spelen diverse processen een rol bij het groeien en smelten van een ijskap. Heel in het kort: Op de hoogste gebieden van de ijskap valt er meer sneeuw dan er smelt, dit heet het accumulatiegebied. Het gebied waar er meer sneeuw wegsmelt (of sublimeert) dan er valt, heet het ablatiegebied. Het ijs in de ijskap beweegt onder invloed van de zwaartekracht naar de rand van de ijskap. Indien de ijskap eindigt in zee, zullen er uiteindelijk stukken ijs afbreken en ijsbergen vormen en via dit proces verliest de ijskap dus ook massa. De som van alle processen is de massabalans en een ijskap groeit als deze massabalans positief is en krimpt als deze negatief is. Het image hierboven geeft een overzicht van deze processen voor de Groenlandse ijskap.

Onderstaande grafiek geeft een overzicht van de componenten van de massabalans van de ijskap op Groenland over de periode 1958 t/m 2015 (afkomstig uit Van den Broeke et al. 2016). De processen die bijdragen aan de massabalans van alleen het oppervlak is de oppervlakte massabalans, in het Engels aangeduid met SMB, de oranje lijn in de grafiek. Het afkalven van ijsbergen wordt in de grafiek aangeduid met de D van Discharge, de blauwe lijn. Een positieve waarde betekent hier meer afkalving, dus meer massaverlies. De totale massabalans (MB = SMB – D) is de rode lijn, vanaf 1998 tot en met 2015 is de MB niet meer positief geweest. Van den Broeke et al. geven aan dat 60% van het massaverlies vanaf 1991 veroorzaakt is door veranderingen in de SMB. Deze veranderingen zitten hem voornamelijk in een toename van de oppervlaktesmelt en het daaropvolgende wegstromen van het smeltwater.

Stropop, cherry-pick, ad ignorantiam: een retorisch standaardrecept

ANALYSE - In de argumentatie van pseudosceptici komen nogal wat drogredenen voorbij. En er is een vast patroon van drie drogredenen dat heel regelmatig terugkomt. Het kan handig zijn om dat patroon te herkennen. Het patroon gaat als volgt: eerst een stropop, dan een cherry-pick en tenslotte een ad ignorantiam.

De verhalen bij de grafiekjes van Baudet volgen steeds weer dat patroon. Dat is goed te zien in de toelichting op die grafieken van de hand van Marcel Crok, die inmiddels op de site van het FvD is verschenen. Een weerlegging van onze kritiek op die grafieken is het allerminst. Het is eerder een herhaling van de onwetenschappelijke retoriek waar we op wezen. Retoriek die steeds weer als volgt is opgezet.

Stropop: Dit is een verzonnen “alarmistische” claim, die zonder bronvermelding, meer of minder expliciet wordt gepresenteerd. De suggestie is dat die claim een algemeen geaccepteerd en belangrijk onderdeel is van de wetenschappelijke kennis over de menselijke invloed op het klimaat. In werkelijkheid is het in het beste geval een van alle nuances ontdane karikatuur van wat de wetenschap zegt en in het slechtste geval een bewering die maar bar weinig met de echte wetenschap te maken heeft. Veel voorkomend voorbeeld: de verwachting van iets dat in de loop van deze eeuw zou kunnen gebeuren wordt gepresenteerd als een voorspelling die nu al waarneembaar zou moeten zijn.

7 tot 12 meter

FACTCHECK - Trouw had deze week een interview met de nieuwe fractievoorzitter van D66 Rob Jetten en met de Europese klimaatspecialist van die partij Gerben Jan Gerbrandy. Gerbrandy maakt in dat interview een enorme misser:

Zelfs als we de beloftes van Parijs netjes uitvoeren, stijgt de zeespiegel deze eeuw zeven tot twaalf meter. Dat is de eeuw die mijn zoon zal meemaken. Hij is tegen het eind van deze eeuw een bejaarde man. Dat is de urgentie.

Er is geen enkele serieuze projectie die ook maar in de buurt komt van 7 tot 12 meter zeespiegelstijging deze eeuw, ook niet in een worst-case scenario, zelfs als er helemaal niets zou worden gedaan om broeikasgasemissies te beperken. Een recent advies aan de Deltacommissaris geeft 3 meter zeespiegelstijging als bovengrens in een scenario met extreme opwarming. Pas een eeuw later zou, in het ergste geval, de stijging in de buurt kunnen komen van de cijfers die Gerbrandy geeft. Bij het halen van de doelstellingen van Parijs is het worst-case scenario 2 meter in 2100.

En wat deed Gerbrandy toen hij op deze enorme fout werd gewezen? Zich verschuilen achter een wetenschapper en “IPCC-lid”.

Wie ons kent weet wat wij in zo’n geval gaan doen: de bron zoeken. Waarschijnlijk hebben we die ook gevonden: een presentatie van Hans Otto Pörtner (die overigens geen zeespiegel-deskundige is, maar onderzoek doet naar mariene ecosystemen) die een zeespiegelstijging laat zien die overeenkomt met wat Gerbrandy zegt. Alleen is dat de zeespiegelstijging op zeer lange termijn, van eeuwen tot millennia. En dus geen verwachting voor de komende eeuw. Pörtner baseert zich op Knutti et al., 2015.

Foto: Eric Heupel (cc)

De grafiekjes van Baudet

ANALYSE - Thierry Baudet toont in debatten in de Tweede Kamer regelmatig wat grafiekjes [*] die zouden laten zien dat het best meevalt met de verandering van het klimaat. Grafiekjes over droogte, neerslag en orkanen. We hebben eens uitgezocht waar die grafieken precies vandaan komen en wat ze zeggen.

Wat in elk geval opvalt: wanneer het gaat om gegevens die niet in zijn straatje passen benadrukt (of beter: overdrijft) Baudet alle onzekerheden en onnauwkeurigheden en de enorme complexiteit van de materie. Dan vindt hij dat de data met de nodige terughoudendheid moeten worden bekeken. Daar is totaal geen sprake meer van bij de data die hem wel bevallen. Die presenteert hij alsof ze de absolute waarheid zijn. Terwijl daar wel wat op aan te merken is.

Sommige claims van Baudet spreken elkaar ook tegen. Hij ontkent niet dat het klimaat warmer is geworden, maar beweert vervolgens dat zowel neerslag (boven land) als droogte niet zijn toegenomen. Als het warmer wordt, verdampt er meer water. En als die extra verdamping niet wordt aangevuld door extra neerslag, dan wordt het droger. Dat is simpele, onontkoombare natuurwetenschap.

Wat Baudet heeft gedaan, of door zijn klimaatadviseurs heeft laten doen, is bijzonder selectief winkelen in de wetenschap. Er verschijnen jaarlijks duizenden wetenschappelijke artikelen over het klimaat, die allemaal een heel klein stukje van het totaal behandelen. Al die artikelen leveren wat informatie, maar ze hebben ook hun beperkingen en onzekerheden. De werkelijke stand van de wetenschap is het totaalbeeld dat al die onderzoeken opleveren. Die stand van de wetenschap wordt bijvoorbeeld regelmatig door het IPCC samengevat. Baudet kijkt niet naar dat totaalbeeld, maar pikt uit al die duizenden onderzoeken de drie artikelen die hij in zijn verhaal kan gebruiken. En negeert de beperkingen die zo’n enkel onderzoek altijd heeft, zelfs als die beperkingen in het artikel zelf worden genoemd.

Foto: Eric Heupel (cc)

Klimaatbeleid is haalbaar, betaalbaar en zinvol

ANALYSE, LONGREAD - Elsevier heeft het klimaat volledig omarmd als onderwerp om zich op te profileren. En met Marcel Crok heeft de redactie een ‘waardig’ opvolger gevonden van Simon Roozendaal, die onlangs met pensioen is gegaan. Nu het klimaatbeleid in binnen- en buitenland steeds meer vorm begint aan te nemen zien we dat ‘klimaatsceptici’ en de politieke partijen die klimaatverandering als onzin afdoen, steeds meer de aanval openen op het klimaatbeleid en de vermeende torenhoge kosten die daarmee gemoeid zouden zijn. Of zoals deze week op de knalgele cover van Elsevier Weekblad in dikke zwarte en rode letters werd verkondigd:

Het artikel kwam uiteraard uit de koker van Marcel Crok, die dit soort uitspraken ook al deed in een recente hoorzitting in de tweede kamer over de kosten en baten van een eventuele klimaatwet. De hoorzitting was aangevraagd door Thierry Baudet van het Forum voor Democratie, die al jaren gretig gebruik maakt van zijn ‘klimaatkennis’. Je kunt rustig stellen dat Crok inmiddels zijn voornaamste adviseur is op dit dossier.

Overigens vind ik het een duidelijke vooruitgang dat ‘klimaatsceptici’ zich meer lijken te gaan richten op klimaatbeleid en de kosten daarvan. Een discussie daarover hoort veel meer thuis in het politieke debat dan een discussie over de klimaatwetenschap. Als het gaat over kosten is het immers belangrijk dat we die zo laag mogelijk proberen te houden en dat de rekening op een eerlijke wijze wordt verdeeld over de verschillende groepen in de samenleving. En die verdeling is (deels) een politieke keuze.

Foto: Foto van de eerste sessie van het IPCC op 9 november 1988

Saaie feiten en wilde fabels over het IPCC

ACHTERGROND, ANALYSE - Wie weigert breed geaccepteerde wetenschap te accepteren ontkomt niet aan een beetje complotdenken. Zonder complottheorie is het immers niet te verklaren waarom een grote meerderheid van de deskundigen vast zou houden aan wetenschappelijke opvattingen die vooral door buitenstaanders worden bestreden.

Hoewel degenen die zich verzetten tegen wetenschap het vaak ontkennen, is het onmiskenbaar voor wie hun verhalen leest of hoort: er zit altijd een flinke dosis complotdenken in verweven. De hoofdrolspeler in complottheorieën over klimaatwetenschap is steevast het klimaatpanel van de Verenigde Naties, het IPCC. De volgende punten maken duidelijk waarom die complottheorieën zo onzinnig zijn:

  • Het IPCC voert geen klimaatonderzoek uit.
  • Het IPCC heeft geen enkele klimaatonderzoeker in dienst.
  • Het IPCC bouwt geen klimaatmodellen.
  • Het IPCC betaalt geen klimaatonderzoek.
  • Het IPCC bepaalt geen beleid.
  • Het IPCC kan de conclusies van klimaatonderzoek op geen enkele manier beïnvloeden.

Het IPCC heeft als taak om de actuele stand van zaken in het klimaatonderzoek samen te vatten. Dat klimaatonderzoek wordt uitgevoerd door wetenschappers die werken aan honderden wetenschappelijke instituten over de hele wereld. Elk instituut werkt op zijn eigen manier. Sommige zijn publiek, sommige zijn privaat, sommige worden sterk aangestuurd door de politiek van hun land, sommige helemaal niet, kortom: het gaat zoals het in de wetenschappelijk wereld overal gaat. Niets of niemand kan al die instituten en de wetenschappers die er werken allemaal dezelfde kant op sturen. Behalve dan de wetenschap zelf: de theoretische kennis over de werking van het klimaat en de waarnemingen die daarmee in overeenstemming zijn. Als een grote meerderheid van de wetenschappers het ergens over eens is – en er mogelijk zelfs gesproken wordt van consensus – dat komt dat omdat ze het wetenschappelijk bewijs overtuigend vinden.

Foto: © Tweede Kamer Thorbeckezaal vergaderzaal vaste kamercommissies

Ontkenning 2.0: De overslaande klimaatplaat van De Lange en Crok

LONGREAD - Op 31 oktober vond er een rondetafelgesprek plaats bij de Vaste Commissie van Economische Zaken en Klimaat. Daarbij waren enkele mensen – Kees de Lange, Marcel Crok en Fred Udo – aanwezig die de wetenschappelijke inzichten over klimaatverandering geheel of ten dele in twijfel trekken. Hierover hebben een aantal wetenschappers via een brief aan de leden van de Commissie hun zorgen geuit. Deze brief is integraal opgenomen in een vorig blogstuk:
Oproep van klimaatwetenschappers tbv hoorzitting VC-EZK “kosten en baten van de voorgenomen klimaatwet”: baseer beleidsdiscussie op wetenschappelijke inzichten

Voor het rondetafelgesprek zijn diverse zogenaamde position papers ingediend. De meeste gaan over klimaatbeleid, maar Kees de Lange gebruikt zijn inbreng echter om veel tenenkrommende onzin over klimaatwetenschap en haar bevindingen te bezigen. In dit soort politieke hoorzittingen dient beleid besproken te worden, het zijn geen fora waar dolle, niet-onderbouwde meningen over de wetenschap thuishoren. De stand van zaken in de klimaatwetenschap wordt keurig samengevat door het IPCC door vele wetenschappers en is gebaseerd op duizenden wetenschappelijke artikelen. Dat biedt een prima en onderbouwde ondergrond voor een discussie over klimaatbeleid.
Hieronder gaan we in detail in op de inhoud van het stuk van Kees de Lange en eindig ik met enkele opmerkingen over de inbreng van Marcel Crok.
Waarschuwing vooraf: Het is al met al een lang verhaal geworden en voor onze trouwe lezers zal veel ervan bekend voorkomen.

Foto: Eric Heupel (cc)

Thoenes en Berkhout preken voor eigen parochie in Elsevier

ANALYSE - Vanaf nu zullen we af en toe de uitstekende stukken van het Klimaatveranderingsblog van Bart Verheggen, Jos Hagelaars, Hans Custers en Bob Brand overnemen alhier. Deze stukken verdienen meer aandacht. Met stevige wetenschappelijke onderbouwing scheiden ze zin en onzin in het klimaatdebat. De eerste bijdrage die we overnemen is van Hans Custers.

De Global Warming Index: verloop van de mondiale temperatuur (in zwart en rood) en van menselijke (geel) en natuurlijke (blauw) factoren die het klimaat beïnvloeden


Ooit, jaren geleden, las ik vrijwel elke dag wel een verhaal van iemand die de menselijke invloed op het klimaat, of de wetenschap daar achter, bestreed. Dat was best leerzaam. Niet omdat er zo veel bruikbare informatie in die verhalen stond, maar omdat ik allerlei beweringen uit dat stuk ging controleren op waarheidsgehalte, logica, consistentie en wetenschappelijke onderbouwing. Natuurlijk bleef er van al die beweringen dan maar bar weinig overeind. En al factcheckend kwam ik beetje bij beetje meer te weten over het klimaat en begon ik ook wat te begrijpen van de wetenschap op dit onderwerp.

Na een tijdje begon die leermethode steeds minder goed te werken. Er bleven steeds minder dingen over om te checken, omdat ik ze allemaal al een keertje had gezien. Wel begon ik nu te leren hoe de mensen die zichzelf “sceptisch” noemen zich gedragen in discussies over het klimaat. Ze blijven simpelweg steeds nagenoeg hetzelfde repertoire aan beweringen en claims herhalen, zonder ooit serieus in te gaan op tegenargumenten. Waar ze vaak zeggen dat ze discussie willen, zijn ze in de praktijk juist steeds weer bezig met het ontwijken daarvan. Wat lijkt op een discussie is in werkelijkheid niet meer dan een eindeloze herhaling van (min of meer) dezelfde claims en weerleggingen. Een schijndebat. Van echte scepsis – niet alles wat er wordt gezegd klakkeloos voor waar aannemen – is ook geen sprake. Dit is pseudoscepsis: alles wat in strijd is met de vooraf bepaalde mening wordt niet alleen afgewezen, men neemt zelfs niet de moeite om er serieus naar te kijken. En wat wel overeenkomt met de eigen mening wordt kritiekloos omarmd.

Vorige