Ongewenst
OPINIE - Met stijgende verbazing heb ik de ondervraging van imam Suhayb Salam bekeken. Wat een enorme aanfluiting. Ja, de arrogantie van Salam was stuitend. Maar de Kamerleden die de mini enquête over buitenlandse financiering van orthodox-islamitische moskeeën begeleiden, waren niet alleen zwaar bevooroordeeld, maar ook nog eens zeer slecht voorbereid. Niet gehinderd door enige kennis, werden er vragen gesteld die de imam – wel goed voorbereid – gemakkelijk kon pareren. Dat verbaast me niets.
Het hele gedoe is ontstaan na publicaties van Nieuwsuur en NRC, waaruit bleek dat zeker dertig islamitische organisaties in Nederland financiering hebben aangevraagd of ontvangen uit de Golfstaten.
Het is natuurlijk niet zo vreemd dat er zorgen zijn over ongewenste beïnvloeding door die landen op onze moskeeën. Het NCTV constateert dat er een flinke toename is van het salafisme in Nederland. Maar in datzelfde artikel wordt al duidelijk dat de overheid worstelt met deze kennis. Begin 2019 liet minister Koolmees weten dat er nogal wat haken en ogen zitten aan een onderzoek naar de kwestie. Hij gaf aan dat de term “onvrije landen” niet zomaar is om te zetten in een concrete lijst, omdat dit het diplomatieke verkeer in de weg kan zitten, en wilde meer onderzoek.