Jona Lendering

632 Artikelen
15 Waanlinks
322 Reacties
Studeerde geschiedenis en vertelt er graag over. Scepticus, recensent, fietser, webmaster (LiviusOrg), Don Quichot, blogger (Mainzer Beobachter) en beheerder van GrondslagenNet. Reist regelmatig in het Midden-Oosten, schreef een paar boeken, gruwt van de zelfmoord van de geesteswetenschappen en droomt van een eigen huis in Downtown Beiroet.
Foto: Moyan Brenn (cc)

Geschiedenis van Nederland

Veertien jaar geleden publiceerde ik een – al zeg ik het zelf – erg leuk klein boekje over het Nederlandse consensusmodel, Hollands glorie. Onze hele ontstaanslegende zat erin verwerkt: polders, de waterschappen, Floris V, de hertogen van Bourgondië, Calvijn, de Tachtigjarige Oorlog, de Gouden Eeuw, Rembrandt van Rijn, de regenten, de Patriottenbeweging, Vincent van Gogh en uiteindelijk hoe de overlegcultuur vorm heeft gegeven aan overlegeconomie. Ironisch detail: het eindigde met de constatering dat het streven naar consensus betekende dat soms onderwerpen onbesproken bleven. De discussie over de islam, zo schreef ik, leek zich te beperken tot een debat over hoofddoekjes en vermeed echte problemen.

Toen die discussie er toch kwam, leek het verstandig het boekje opnieuw uit te geven. Iets minder lichtvoetig en met een iets duidelijkere politieke boodschap. De belangstelling viel echter toch tegen, misschien omdat het boekje, dat vrij herkenbaar was, een nieuwe titel had gekregen, Polderdenken.

Waarschijnlijk speelde ook een rol dat ik met de eigenlijk analyse geen vrienden maakte. Ik wees erop dat in de late twintigste eeuw een bestuursklasse is ontstaan die Angelsaksische modellen gebruikt en zodoende breekt met de Hollandse overlegcultuur. Dat de internationaal-georiënteerde bestuurders de burgers in de steek hebben gelaten is natuurlijk gewoon de analyse van Christopher Lasch (The Revolt of the Elites and the Betrayal of Democracy, 1994).

Foto: Martin Abegglen (cc)

Koningslied

OPINIE - Ik ben Romeo uit het zicht verloren. Het was een aardige kerel die me steeds weer wist te verbazen met de intensiteit van zijn liefde voor de monarchie. Waar de Oranjes ook verschenen, Romeo stond vooraan om te applaudisseren. Bij hem thuis hingen niet alleen allerlei foto’s van leden van de koninklijke familie aan de muur, maar hij had bij de voordeur ook een prachtige bronzen buste staan van – als ik me goed herinner – koningin Juliana. Niemand kende het Oranje-nieuws zo goed als hij.

De mediamachine zijnde de mediamachine werd Romeo op een gegeven moment zelf nieuws. Een opinieblad interviewde hem en nog enkele andere Oranje-fans, en hij vertelde dat Margriet en Pieter hem herkenden en speciaal naar hém zwaaiden. Ik heb zo’n vermoeden dat deze omkering van de verhoudingen een van de hoogtepunten uit Romeo’s leven is geweest.

Romeo twittert niet. Hij heeft geen pagina op Facebook. Hij heeft zijn mening gisteren niet gegeven over het Koningslied, althans niet op een wijze die u en ik in staat stellen er online kennis van te nemen. Hem inschattend vindt hij het prachtig.

En dan is er Charlene. Zij gebruikt de sociale media wel en was gisteren, toen heel het land zich vrolijk maakte over het Koningslied, opvallend stil. Toen ik haar vroeg waarom, antwoordde ze dat het vaak zo’n gedoe is als je online een impopulair standpunt inneemt. Ze weet waarover ze het heeft, want ze is wel eens persoonlijk aangevallen en was daar nog lang van overstuur.

Foto: David Axe (cc)

Die andere burgeroorlog herdacht

ACHTERGROND - Jona Lendering tekent een persoonlijk verhaal op over de burgeroorlog in Libanon.

Gisteren was het achtendertig jaar geleden dat het eerste bloed vloeide in de Libanese burgeroorlogen: Pierre Gemayel, de sterk anti-Syrische leider van de christelijke falange-partij, werd bij het verlaten van een kerk door onbekende schutters onder vuur genomen. Hijzelf overleefde de aanslag, maar er waren twee doden gevallen en tijdens de daarop volgende ronde van wraak en weerwraak verloren nog eens zesentwintig mensen het leven.

Het begin van de burgeroorlogen wordt natuurlijk herdacht. Vrijdag was er op de Place des Martyrs in Beiroet eendemonstratie. Vertegenwoordigers van de diverse groeperingen – er zijn in dit land drieëndertig erkende confessies – deelden witte rozen uit en eisten dat er meer duidelijkheid zou komen over de verdwijningen uit die tijd. Er zijn nog altijd duizenden mensen vermist, waarvan wordt aangenomen dat ze zijn gedeporteerd naar Syrië.

Ik sprak een mevrouw die aan het begin van de jaren tachtig woonde in een dorpje langs de grote weg van Beiroet naar Damascus. In 1982 betrokken Israëlische troepen het gebied ten zuiden van haar huis, terwijl de Syriërs hun stellingen hadden in het noorden. De mevrouw had op dat moment een peuter tot haar zorg en was zwanger van haar tweede kind, maar kon toch de humor van de situatie inzien: de Israëli’s waren zó goed georganiseerd dat ze elke dag de beschietingen stipt om zes uur begonnen en er ’s avonds om precies zes uur mee ophielden.

Ich bin ein Berliner

(klik = groot)

Een systeemkaart waarvan er dertien in een dozijn gaan, en waar met rode inkt iets op staat gekrabbeld: ik heb er honderden staan in een bakje op m’n bureau. De kaart op de foto hierboven zou er niet in opvallen. Trivialer kan het niet.

Maar het is wel degelijk het spiekbriefje dat president Kennedy in 1963 – over een paar weken een halve eeuw geleden – gebruikte tijdens zijn beroemde toespraak in Berlijn. Ik fotografeerde het in het Kennedymuseum dat ligt bij de Amerikaanse ambassade en hét symbool van Koude Oorlog: de Brandenburger Tor.

Een kleine twee jaar voor Kennedy’s bezoek aan Duitsland hadden de Sovjets Berlijn door de bouw van de Muur in tweeën gesplitst. De Koude Oorlog was op z’n koudst toen Kennedy duidelijk maakte dat er over Berlijn niet viel te onderhandelen. Gegeven het belang van de toespraak, is ze eigenlijk opvallend kort: 674 woorden. Er staan schitterende zinnen in:

Freedom has many difficulties and democracy is not perfect, but we have never had to put a wall up to keep our people in, to prevent them from leaving us.

Zelfs als Kennedy een ander, namelijk burgemeester Willy Brandt, citeert, klinkt het prachtig:

While the wall is the most obvious and vivid demonstration of the failures of the Communist system, for all the world to see, we take no satisfaction in it, for it is, as your Mayor has said, an offense not only against history but an offense against humanity, separating families, dividing husbands and wives and brothers and sisters, and dividing a people who wish to be joined together.

Foto: erinhickey (cc)

Identiteit en verleden

OPINIE - Kun je de identiteit van een natie vaststellen op basis van zijn geschiedenis?

De mens is de maat der dingen, en dat is best onhandig. Natuurlijk, wanneer we het hebben over de kruin van een boom of de voet van een berg, heeft iedereen in de gaten dat dit beeldspraken zijn. Ook denken archeologen niet werkelijk dat amforen een voet, buik en schouders hebben. Het wordt echter al moeilijker als we naar dieren kijken. Hoe makkelijk projecteren we geen menselijke eigenschappen als “tevredenheid” en “vrolijkheid” op een spinnende kat of een blaffende hond? Het wordt nog moeilijker onszelf niet als maat der dingen te nemen als we het hebben over het verleden.

Wie u als individu bent, wordt voor een deel door uw historie bepaald, zozeer zelfs dat niemand ervan opkijkt als we iemands identiteit zouden definiëren als de som van zijn ervaringen. U bent als kind door een hond gebeten en bent daarom nog steeds bang voor honden; u had een oom die u vaak meenam naar het museum en daarom houdt u nu van mooie schilderijen. Wanneer u komt te overlijden, draagt uw grafsteen uw historische coördinaten: geboren in 1964, overleden in 2039. Uw identiteit wordt voor een stevig deel beschreven aan de hand van uw geschiedenis en daar is niets mis mee.

Foto: copyright ok. Gecheckt 03-03-2022

U verdiende een beter volk

COLUMN - Het kwam niet als een verrassing dat de koningin aftrad. Evenmin verrassend waren de reacties. Mark Rutte die zijn bewondering uitsprak. Politieke partijen die dankbaar zeiden te zijn voor haar hare majesteits inzet. Bekend Nederland dat Beatrix roemde. Allemaal heel gepast.

En vandaag? De hoofdredacties van de kranten zullen er een commentaar aan wijden. Beatrix als een moderne vorstin en zo. Vermoedelijk een opmerking dat de lach waarmee ze iedereen aanvankelijk inpakte, in de loop van drieëndertig jaar bevroor en vervolgens verdween. Er zullen wat opiniestukken komen over de verdere modernisering van de monarchie. Er zullen wat opiniestukken komen tegen de verdere modernisering van de monarchie.

Een B-artiest – ik vermoed Johan Vlemmix – zal een liedje schrijven waarin hij Beatrix opzichtig bedankt, waarna iemand van het cabaret de stem van Beatrix zal imiteren en de Johan Vlemmix van dienst zal bedanken. Die parodie zal vermoedelijk de flair missen van het liedje waarmee André van Duin in 1980 Willy Alberti op de hak nam, en er zal een columnist zijn die moppert dat de aard van de humor in drieëndertig jaar is veranderd. Of zoiets.

Je wordt er zó moe van.

Majesteit: u was de soeverein van een wonderlijk volk. Als er iets gebeurt, is er geen enkele bestuurder die iets oorspronkelijks weet te zeggen. De media blinken ook al niet uit door originaliteit. Overal zanikt bagger. Ik heb bewondering dat u het zo lang hebt uitgehouden. U verdiende een leuker volk.

Foto: Ben Houdijk (cc)

De christelijke liefdadigheid van Theodor Holman

ACHTERGROND - Is het nodig om met veel kabaal geld in te zamelen? Theodor Holman betoogt van niet. Jona Lendering dient hem van repliek. Holman is eigenlijk heel christelijk bezig en dat is jammer. We kunnen beter kijken hoe de Romeinen liefdadigheid bedreven.

‘Ik zal nooit in het openbaar geld inzamelen voor een goed doel en ik zal ook nooit hardlopen tegen kanker of op Radio 538 een liedje kopen om zielige moeders te redden. Zo ik al goed doe, doe ik dat in het geheim, want zo ben ik opgevoed. Wantrouw iedereen die zich op zijn Goede Werken laat voorstaan.’

Dat schrijft de door mij gewaardeerde columnist Theodor Holman gisteravond in Het Parool. Ik kon een glimlach niet onderdrukken. Niet alleen omdat ik de weerzin tegen ‘hardlopen tegen kanker’ en ‘een liedje kopen om zielige moeders te redden’ herken, maar ook omdat de auteur, die christenen pleegt te vergelijken met honden, hier een door-en-door christelijk standpunt inneemt. De beroemdste verwoording is te vinden in het Evangelie van Matteüs:

‘Beoefent uw gerechtigheid niet voor het oog van de mensen om de aandacht te trekken … als je een aalmoes geeft, laat je linkerhand dan niet weten wat de rechter doet (Mt 6.1, 3).’

Foto: Anne G (cc)

Wetenschap is van de burger

OPINIE - Wetenschap wordt van belastinggeld betaald, dus waarom moeten burgers betalen om toegang te krijgen tot digitale wetenschappelijke archieven als JSTOR?

In een van de toneelstukken van Harold Pinter, ik meen The Birthday Party, maakt iemand de bril van een ander kapot. De vandaal repareert het voorwerp en verwacht vervolgens dat het slachtoffer dankbaar is. Als u diens frustratie begrijpt, begrijpt u wat het betekent dat JSTOR zijn diensten in beperkte mate gratis wil gaan aanbieden.

JSTOR is een enorm digitaal archief van wetenschappelijke artikelen, klaar om online te raadplegen. Het is de grootste schatkamer ter wereld: een bron van de meest gedegen informatie waarover de mensheid beschikt. Die schatkamer zit echter op slot, want om er gebruik van te maken, moet je een torenhoog abonnementsgeld betalen. Wie één artikel nodig heeft, is al snel dertig euro kwijt.

Is dit legaal? In Nederland vermoedelijk niet. De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek bepaalt in artikel 1.3.1 dat de universiteiten hun kennis ten behoeve van de maatschappij moeten overdragen.Overdragen. Er staat niet: verkopen. Er staat evenmin: overdragen aan een website die de informatie verkoopt. JSTOR laat u betalen voor artikelen die al van u zijn.

Ongeacht de juridische kant van de zaak is de schade immens. Informatie wordt tegenwoordig vooral online uitgewisseld en doordat bona fide wetenschappers en wetenschapsjournalisten niet kunnen linken naar hun informatiebronnen, terwijl activisten dat vaak wel kunnen, krijg je in discussies de situatie waarin de mensen die de wetenschap een goed hart toedragen, moeten vechten met de armen gebonden. Ze ogen daardoor minder betrouwbaar, verliezen de discussie en kunnen niet verhinderen dat onjuiste of verouderde inzichten worden gereproduceerd. Bad information drives out good. Mijn vakterrein, de oudheidkunde, is eraan kapot gegaan: terwijl de dames en heren academici staarden naar de lengte van hun publicatielijst, stonden ze toe dat desinformatie zich sneller verspreidde dan ooit.

Foto: indigotimbre (cc)

Modelspoorbaan

COLUMN - De generatie die genoot van het bouwen van een miniatuurspoorbaan, sterft uit. Maar hobby’s verdwijnen niet, ze veranderen hooguit van vorm.

In de buurt waar ik leef, de Amsterdamse wijk Oud-West, zijn verschillende winkels bezig met hun opheffingsuitverkoop. In een korte wandeling telde ik er al zes. De foto hiernaast toont een winkel in de Bilderdijkstraat die voor het laatst speelgoedtreinen aan het verkopen is.

De sluiting was vermoedelijk onvermijdelijk, aangezien het product snel aan populariteit verliest. Niet alleen winkels ervaren daarvan de gevolgen. ’s Werelds grootste producent van miniatuurtreinen, de Duitse firma Märklin, is de afgelopen jaren twee keer door het oog van de naald gekropen.

De diepste oorzaak, zo is me eens verteld, is demografisch. De generatie die genoot van het bouwen van een miniatuurspoorbaan, vergrijst, en latere generaties blijken er geen belangstelling voor te hebben. Ik heb zelf een andere theorie: de trein hoort voor veel mensen niet langer tot het dagelijkse leven. Dat was ooit anders, maar inmiddels is de trein vooral het vervoermiddel voor mensen die geen auto kunnen betalen. De internationale treinen hadden ooit een zekere glamour, maar tegenwoordig zijn vliegtuigen hét transportmiddel voor buitenlandse reizen. Als de trein al in het nieuws komt, is het negatief. Ik vermoed dat het onrendabelenvervoer daardoor geen onderwerp meer is voor een hobby.

Was het Meldpunt Vuurwerkoverlast een hoax?

COLUMN - GroenLinks heeft een Meldpunt Vuurwerkoverlast ingericht en het regent klachten. Of is het hele meldpunt een hoax?

Onze buurvrouw was bang voor vuurwerk. Daar had ze alle reden toe, want als kind had ze meegemaakt hoe de geallieerden Nijmegen per ongeluk hadden gebombardeerd. Als het Oud en Nieuw was, was zij een van de weinigen die niet de straat op gingen om de buurtgenoten het beste toe te wensen voor het nieuwe jaar. Ze bleef binnen, in mijn herinnering met een hond die de jaarwisseling ook om te janken vond.

Dat ook ik niet houd van vuurwerk, heeft een veel minder ernstige reden. Ik vind het verspilling, meer niet, en ik zal daarover niet klagen zolang ik nog elke week een bos bloemen op mijn bureau zet. Ik zal dus geen Meldpunt Vuurwerkoverlast oprichten.

Inmiddels zouden er dertigduizend, vijftigduizend klachten zijn – op het moment dat ik dit schrijf 57.295. Ik begrijp waarover mensen klagen, maar kan deze aantallen niet geloven. Toen de PVV een meldpunt oprichtte voor klachten over Oost-Europeanen, betrof het iets waarover je inderdaad wel eens mensen hoorde mopperen, maar van vuurwerkoverlast had ik nog nooit eerder vernomen.

Het is natuurlijk een beruchte redenatiefout, speciaal voor columnisten en bloggers, om de eigen ervaring als maatstaf te nemen, maar sta het me even toe. For argument’s sake. Waarom horen we alleen het spectaculaire aantal klachten? Waarom staat daar niet vermeld hoeveel klagers er zijn? Dat scheelt namelijk nogal wat, zoals de mensen je kunnen uitleggen van het meldpunt dat de onvrede registreert over geluidsoverlast van Schiphol. De klachten blijken namelijk voor een heel groot deel afkomstig van een kleine groep fanatieke bellers.

Vluchtelingen

OPINIE - Libanon wordt overspoeld door vluchtelingen uit Syrië. Maar in het Westen hoor je er niks weinig over.

De regen valt zo hard, dat de riolen het niet meer aankunnen.

Ik heb hier in Libanon geen toegang tot internet, en vertel misschien iets dat u allang hebt vernomen op het Nederlandse nieuws. Ik vermoed echter van niet, want in december zijn de media vooral bezig met jaaroverzichten en wat dies meer zij. Het mediacircus draait in de laatste weken van het jaar een versnelling lager.

Langs de weg van Baalbek naar Zahlé zagen we een groot tentenkamp. Het was geen al te moeilijke gok dat het was ingericht om Syrische vluchtelingen te herbergen, en inderdaad: de mensen bleken afkomstig uit Damascus naar Libanon gekomen. Maar we vernamen ook dat het geen Syriërs waren: het waren Palestijnen, die tot enkele dagen geleden leefden in een vluchtelingenkamp in Syrië.

Zoals we het nieuws de eerste keer hoorden, zijn ze gedurende drie dagen de grens over gekomen: op de eerste en tweede dag 2000 mensen, de dag erna 2800. Waarom ze op drift waren geraakt, werd ons niet verteld.

De tweede keer hoorden we dat bij Damascus een vluchtelingenkamp was overgenomen door de Syrische oppositie en dat president Assad had gezegd dat hij niet kon instaan voor de veiligheid van wie niet binnen zes uur zou zijn vertrokken. Hij zou, zo werd ons verteld, het kamp inmiddels hebben laten bombarderen. De bewoners zijn dus naar Libanon gekomen, deels lopend. De Saoediërs hebben het tentenkamp voor hen ingericht.

Verbod op straatmuzikanten

OPINIE - Eén positieve ervaring met een pianist op de Meir in Antwerpen is niet genoeg de auteur te genezen van zijn hekel aan straatmuzikanten. 

Een tijdje geleden ben ik overvallen en beroofd van mijn portefeuille. (Voor mijn lieve moeder, die deze blog leest: de schade was gering.) Het geval wilde echter dat ik die avond moest spreken in Antwerpen, een plaats die ook zonder de komende verhoging van de treinprijs niet zo makkelijk is te bereiken als je niet beschikt over contant geld en niet kunt pinnen. Een aardige taxichauffeur vervoerde me desondanks, terwijl de organisatie die me had uitgenodigd de rekening voldeed en me het geld leende om mijn hotel te betalen.

Hadden de criminelen mijn vertrouwen in de mensheid nogal beschadigd, de chauffeur en de vriendelijke penningmeester deden veel om het te herstellen. Desondanks voelde ik me rottig toen ik de volgende ochtend de trein naar Nederland moest gaan nemen. Het is een saaie reis en ik wist dat ik zou gaan piekeren.

En toen klonk de muziek.

Aan de Meir zat een man achter een piano, en hij speelde alleszins behoorlijk. Ik heb, zoals u in een moment zult begrijpen, in feite een hekel aan straatmuzikanten, maar ik moet bekennen: deze man slaagde erin mijn humeur sterk te verbeteren. Ik heb wat geld achtergelaten, maar het was in feite te weinig voor de weldaad die hij me had bewezen: het verdrijven van een donkere wolk uit mijn geest. Opgewekt wandelde ik verder naar het station.

Vorige Volgende