Homohuwelijk en oude geschiedenis
ANALYSE - Ik ben zó ontzettend voor het homohuwelijk dat ik het niet eens aanduid als homohuwelijk. Er is maar één soort huwelijk en die verbintenis wordt in steeds meer landen opengesteld voor mensen van gelijk geslacht. Een discriminerende bepaling is weggenomen, zoals in de loop der jaren het kiesrecht is opengesteld voor vrouwen en de hogere ambtelijke posities ook toegankelijk zijn gemaakt voor katholieken. Daar ben ik helemaal vóór.
Alleen, niet elk argument voor het homohuwelijk vind ik even sterk. Als ik historicus stoor ik me zelfs – nou ja, een klein beetje dan – aan één argument, dat wel wordt gebruikt om christelijke oppositie tegen de openstelling van het huwelijk te ontkrachten: “Als God liefde is, kan Hij er toch niet tegen zijn dat mensen van elkaar houden?”
De aanname is dat liefde een seksuele component heeft, en dat is natuurlijk ook zo. Alleen: het is niet wat er in de Bijbel mee wordt bedoeld. Het woord “liefde” wordt, als we de zogeheten deuterocanonieke boeken meetellen, 264 keer gebruikt in 245 verzen. Bijna al die passages hebben betrekking op het Verbond.
Het Verbond is dat wat joden tot joden maakt. Ze zijn het uitverkoren volk – niet doordat ze zo verdienstelijk waren, maar doordat God sympathie voor de joden had opgevat. Door deze gunst maakte elke jood, zoals men het destijds verwoordde, ‘deel uit van de wereld die nog zou komen.’ Om deze toezegging te bekrachtigen, had God de joden de Tora geschonken: een Hebreeuws woord dat vaak wordt vertaald als “wet” maar in feite zoiets betekent als “onderricht in de goede levenswijze”. Van de uitverkoren joden werd verwacht dat ze op deze genade reageerden door die levenswijze zo goed mogelijk te volgen.
