Jona Lendering

632 Artikelen
15 Waanlinks
322 Reacties
Studeerde geschiedenis en vertelt er graag over. Scepticus, recensent, fietser, webmaster (LiviusOrg), Don Quichot, blogger (Mainzer Beobachter) en beheerder van GrondslagenNet. Reist regelmatig in het Midden-Oosten, schreef een paar boeken, gruwt van de zelfmoord van de geesteswetenschappen en droomt van een eigen huis in Downtown Beiroet.
Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Wetenschap en journalistiek

COLUMN - Twee weken geleden schreef ik op Sargasso over een curieus interview in Trouw met dominee Edward van der Kaaij, die in De ongemakkelijke waarheid van het christendom. De echte Jezus onthuld betoogt dat Jezus niet heeft bestaan. Ik wees erop dat het boek vol feitelijke onjuistheden stond en methodisch zwak was. Verder schreef ik dat de universitaire voorlichting over de Oudheid niet met haar tijd was meegegaan en dat dit als verzachtende omstandigheid mocht gelden. (Historicus Jan Dirk Snel was scherper, anderen zegden hun abonnement op.)

So far, so good. Een bevriende wetenschapsjournalist suggereerde me het stukje naar Trouw te sturen met het aanbod een artikel te schrijven waarin ik de feitelijke en methodische onjuistheden van Van der Kaaij uitlegde. Zo gezegd, zo gedaan, al voelde ik me er wat ongemakkelijk bij: ik heb namelijk onlangs een boek gepubliceerd over het antieke jodendom en het kon lijken alsof ik naar publiciteit aan het hengelen was. Gelukkig kreeg ik bijval van Bert van der Spek, de onlangs met emeritaat gegane hoogleraar oude geschiedenis van de Vrije Universiteit, die Trouw eveneens schreef.

Dat was dinsdag 3 februari. Ik kreeg geen antwoord, wat me niet verontrustte omdat ik aannam dat de krant, om mijn belangenverstrengeling te omzeilen, zich richtte tot Van der Spek. Ik werd uit de droom geholpen toen Trouw op vrijdag 6 februari een hoofdredactioneel commentaar wijdde aan de kwestie, waarin ‘leden van de hoofdredactie en senior redacteuren’ als mening van de krant gaven dat de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) Van der Kaaij binnenboord moest houden. Hij was immers integer en bovendien zou ‘de wetenschappelijke discussie over de vraag of Jezus al dan niet ooit werkelijk heeft rondgelopen in het oude Israël’ in de negentiende eeuw onbeslist zijn geëindigd.

Foto: schermpeter42 (cc)

Bij ons in het dorp

COLUMN - Toen een Iraanse vriendin een paar jaar geleden in Amsterdam kwam wonen, keek ze haar ogen uit naar de dingen die ze van thuis niet kende. Het meeste vond ze leuk en over niets heeft ze ooit haar afschuw uitgesproken, op één ding na: de fietsers. Hun onvoorspelbare snelheid en hun lak aan de regels verbijsterden haar. Ze moest erg lachen om het stukje, onlangs op De Speld, dat Amsterdammers boos waren om de invoering van verkeersregels. Ze heeft soms wat moeite met De Speld, maar dit herkende ze in één keer.

Laten we er niet omheen draaien: Amsterdamse fietsers zijn inderdaad vreselijk. Ik geloof geen bal van de conclusie van een onlangs verschenen onderzoek, waarin staat dat we hier keurig rijden en dat het beeld van roekeloosheid is gebaseerd op maar 6% van de fietsers. Niet dat ik redenen heb om dat percentage te betwijfelen, maar ik vind het niet zo laag dat we de conclusie eraan mogen verbinden dat Amsterdammers heren in het verkeer zijn. Kom nou zeg.

De vraag is hoe het komt dat 6% van de Amsterdamse fietsers zich niet aan de regels houdt. Zoiets word je duidelijk als je hier een paar dagen rondrijdt. Wie in de Raadhuisstraat, stoppend voor een geel verkeerslicht, werd geraakt door een van achteren komende auto, trekt vanaf dan zijn eigen plan, verkeerslicht of niet.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Hulspas’ islam

COLUMN - Wetenschapsjournalist Marcel Hulspas – full disclosure: ik ken hem persoonlijk – heeft de laatste jaren gewerkt aan een boek over de profeet Mohammed en de door hem gestichte religie. Nu het bijna af is, mengt hij zich vaak in de almaar niet ten einde komende discussie over de hedendaagse islam. Zo ook in dit stuk op ThePostOnline, waarin hij erop wijst dat veel moderne moslims zeggen dat hun islam anders is dan het geloof van degenen die uit naam van datzelfde geloof gruweldaden plegen.

Maar daar komen moslims niet mee weg. Blijkbaar is de islam een verzameling opvattingen waaruit iedereen ‘zijn’ islaampje mag kneden. En de een moordt uit naam van ‘zijn’ islam, en de ander babbelt vanwege ‘zijn’ islam over vrede en verdraagzaamheid. … En als dat zo is, hebben niet-moslims het volste recht om te vragen: waar staat ‘de’ islam dan voor? Staat zij überhaupt ergens voor? Heeft zij principes?

De vraag is legitiem, maar lijkt me verkeerd gesteld. Het antwoord kan wel eens zijn dat de islam, net als elke andere religie, voor zijn aanhangers overal voor kan staan. Je kunt dat herformuleren: wanneer het geloof elke betekenis kan hebben, heeft het geen betekenis. Of, zoals Hulspas het verwoordt: dan is het ‘een religieuze supermarkt waar iedereen kan vinden wat hij wil vinden’.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Mythische Jezus

COLUMN - Misschien had ik een ander vak moeten kiezen. Ik leg beroepshalve mensen dingen uit over de oude wereld. Mijn frustratie: als er in de media iets vreemds staat over de Grieken, Romeinen, Babyloniërs en wat dies meer zij, moet ik er steeds weer vragen over beantwoorden. Vanmorgen was het weer raak: zes mailtjes over het interview in de papieren Trouw met dominee Edward van der Kaaij, die denkt dat Jezus niet heeft bestaan.

Toevallig ben ik zijn boek De ongemakkelijke waarheid van het christendom. De echte Jezus onthuld aan het lezen. Noch daarvan, noch van het interview word je vrolijk. Het wemelt van de feitelijke onjuistheden. Volgens Van der Kaaij ontstaat religie uit een archetype over de op- en ondergaande zon: een idee dat honderd jaar over de uiterste houdbaarheidsdatum is. Dat Jezus een mythische figuur is die vervolgens niet meer zo werd herkend en daarom als historisch persoon werd beschouwd, blijkt volgens de dominee uit de geringe aandacht die Paulus besteedt aan Jezus’ aardse bestaan, waarbij hij eraan voorbijgaat dat Paulus schrijft aan mensen die de biografie van Jezus (voor zover überhaupt relevant voor een gelovige) al mondeling hadden vernomen.

Ook lezen we dat Jezus niet wordt genoemd in niet-christelijke bronnen. ‘Dat is vreemd,’ zegt Van der Kaaij, ‘want er wordt altijd gezegd dat hij zo’n enorme indruk heeft gemaakt’. Ofwel: de dominee herkent niet dat evangelisten nogal overdreven. Hij herkent ook niet dat zijn impliciete historische principe ‘iets is onhistorisch als het in maar één bron wordt genoemd’ betekent dat we ook afscheid moeten nemen van veel door hem zelf als historisch aangenomen feiten. Zijn scepsis over Jezus strekt zich niet uit naar de rest van zijn informatie.

Foto: risastla (cc)

Michiel de Rover

OPINIE - En hup, daar draait de historische mallemolen weer: dit keer dankzij de actiegroep “Michiel de Rover”, die protesteert tegen de speelfilm over Michiel de Ruyter, waarin een “koloniale zeeschurk” zou worden verheerlijkt. Het probleem is natuurlijk dat de admiraal bij vriend én vijand – voor één keer is het cliché terecht – bekendstond als een nette kerel. “The good enemy”, zoals de Engelsen hem noemden. En zij konden het weten. Een zeeschurk was hij niet.

Koloniaal dan? De Ruyter heeft niet uitzonderlijk veel met slavenhandel van doen gehad. Eigenlijk vooral indirect, zoals iedereen in het zeventiende-eeuwse Holland. De actiegroep vindt echter dat daaraan aandacht had moeten worden besteed. “Onze geschiedenis wordt daar niet in verteld, over slavernij wordt niet gepraat,” zo klaagt een van de actievoerders.

Dat klopt. De geschiedenis van de slavernij wordt niet verteld. De film is namelijk een voorbeeld van grotemannengeschiedenis en geen sociale geschiedenis. Dat is een ander onderwerp. Het is een beetje als hockey en tennis: allebei sport, maar heel anders. Je verwijt Federer ook niet dat hij geen strafcorners neemt.

Je kunt ook een film maken over Alexander de Grote, zonder de slavernij te tonen die zijn imperium draaiende hield. Of een film over de Kruistochten zonder aandacht voor horigheid en lijfeigenheid. Of een verfilming van Oorlog en vrede zonder in te gaan op het lot van de Russische boerenstand. En die films zijn dan ook gemaakt.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Brief van Khamenei

COLUMN - Een paar dagen geleden publiceerde de hoogste leider van de islamitische republiek Iran, ayatollah Khamenei, een open brief aan ‘de jongeren van Europa en Noord-Amerika’. Hij prijst de eerlijkheid waarmee westerse historici de negatieve kanten van de slavernij, het kolonialisme en de onderdrukking van minderheden onder ogen hebben gezien en daagt de jongeren uit te bedenken waarom zulk revisionisme wél heeft plaatsgevonden als het gaat om het verleden maar niet als het gaat om de hedendaagse islam.

Khamenei vraagt de jongeren te zoeken naar de redenen waarom zijn religie in de westerse media steeds verkeerd wordt voorgesteld en adviseert hen om over de islam kennis op te doen uit de eerste hand, door gesprekken met gelovigen, door de Koran te lezen en door te leren over Mohammed. De ayatollah stelt expliciet dat hij de westerse jeugd niet vraagt om zijn interpretaties van het geloof over te nemen; hij probeert, zo schrijft hij, slechts de dynamiek te doorbreken waarmee terroristen worden gepresenteerd als representatief voor de islam.

Hij wijst verder op de paradox dat, uitgerekend in een tijd waarin de geografische grenzen door allerlei moderne media wegvallen, veel westerlingen de islam alleen kennen via de massamedia en niet door contacten met moslims. Tot slot spreekt hij de hoop uit dat jonge mensen ‘een brug van bespiegeling en eerlijkheid’ slaan en nieuwe vragen zullen stellen, opdat toekomstige generaties over de relatie tussen de islam en het westen zullen schrijven zonder ressentimenten.

Foto: Jon Iraundegi (cc)

Johnny Ramone

RECENSIE - Ik schreef er een tijdje geleden al over, over de Amerikaanse band The Ramones, die in de jaren zeventig de rockmuziek terugvoerde naar haar wortels: geen eindeloze gitaarsolo’s, geen invloeden vanuit de blues, muzikale eenvoud, een rechttoe-rechtaan-presentatie en een volume waarmee je je ouders op de kast kon jagen. Rock ’n’ roll is in laatste instantie gewoon een vorm van alles-of-niets-heid, die in andere tijden Sturm und Drang zou zijn genoemd.

Dat kan beangstigend overkomen. De broer van Joey Ramone, Mickey Leigh, haalt in zijn boek I slept with Joey Ramone herinneringen op aan het leven van de zanger en vertelt hoe in de buurt waar ze opgroeiden, Forest Hills, in de jaren zestig verschillende bands speelden die grote indruk maakten. Eén daarvan heette The Tangerine Puppets en was waanzinnig populair, maar de kinderen werden gewaarschuwd voor een van de leden, Johnny Cummings. Ofwel Johnny Ramone, die in zijn autobiografie Commando zijn eigen visie geeft op – onder andere – die reputatie.

Hij windt er geen doekjes om. “For all the success, I carried around fury and intensity. I had an image, and that image was anger.” En dat was, volgens hemzelf, niet slechts imago. Weliswaar deed hij alsof hij kwaad was als hij wist dat zijn foto werd genomen, maar hij was werkelijk agressief en ontkent niet mensen te hebben geslagen: Malcolm McLaren bijvoorbeeld, die te lang naar Johnny’s vriendin staarde, en Joey Ramone, die eens te laat kwam voor een afspraak.

Foto: copyright ok. Gecheckt 23-11-2022

Iran en ironie

Hieronder is de tekst van een van de beroemdste gedichten uit het Nederlands, het “Graf te Blauwhuis” van Gerard Reve. Het is te vinden in Nader tot U (1969) en is opgedragen aan Sieuwke Hofmeijer-Rijpma, Reves buurvrouw in het Friese Greonsterp.

De “hij” waarmee het gedicht begint is haar zoon Gerrit Rijpma, die in 1945 door de Duitsers werd gedood. Als u er meer over wil lezen, kunt u terecht in dit stukje van Frits Abrahams.

Hij rende weg, maar ontkwam niet,
en werd getroffen, en stierf, achttien jaar oud.
Een strijdbaar opschrift roept van alles,
maar uit een bruin geëmailleerd portret
kijkt een bedrukt en stil gezicht.
Een kind nog. Dag lieve jongen.

Gij, die koning zijt, dit en dat, wat niet al,
ja ja, kom er eens om,

Gij weet waarom het is, ik niet.
Dat Koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?


Bij twee gelegenheden heb ik geprobeerd dit uit te leggen aan mensen die afkomstig zijn uit Iran en al een tijdje wonen in Nederland. Hoewel ze onze taal alleszins redelijk beheersten, bleek het onmogelijk om ze te tonen hoe dit gedicht “werkt”. Ze hadden moeite te herkennen dat de twee sentimentele regels aan het begin nooit serieus bedoeld kunnen zijn, zagen niet dat “strijdbaar opschrift” op het cynische af sarcastisch is, en begrepen niet dat het hilarisch ogende einde in feite bloedserieus is.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Distantiëren

COLUMN - Eigenlijk had ik een stukje willen schrijven over de herhaalde eis dat moslims zich, hoewel de Parijse aanslag tientallen malen is veroordeeld, moeten distantiëren van het uit hun naam gepleegde terrorisme. Ik zou hebben geveinsd dat ik het daarmee eens was en zou meer voorbeelden hebben gegeven. Joden zouden zich moeten distantiëren van het Israëlische nederzettingenbeleid, protestanten moesten ‘nee’ zeggen tegen de SGP en katholieken moesten afstand nemen van de pauselijke standpunten inzake seksualiteit. VVD-ers moesten zich distantiëren van Jos van Rey en René Leegte, Limburgers van de Bende van Venlo, voetballers van Willem II en Volendammers van misdrijven tegen de muzikaliteit.

Zo’n leutig stukje heet een reductio ad absurdum: je maakt je van een standpunt af door het tot in het extreme door te trekken. Door het belachelijk te maken, vermijd je de discussie over het eigenlijke onderwerp. In dit geval: is er in de islam misschien een norm aanwezig waarop je elke gelovige mag aanspreken?

Je kunt zeggen – en het is ook gezegd – dat alleen individuen bestaan, dat alleen individuen kunnen denken, dat alleen individuen iets kunnen doen en dat alleen individuen aansprakelijk kunnen zijn. Er is niets bovenindividueels. Alleen een terrorist kan verantwoordelijk zijn voor zijn daad, anderen niet.

Foto: Abhi Sharma (cc)

Hardloper Huizenga

RECENSIE - Toen ik nog maar net geschiedenis studeerde, adviseerde een docent me om niet teveel te kijken naar de grote lijnen maar me ook te verdiepen in de details. Als voorbeeld noemde hij de herkomst van de koperen spijkers die werden gebruikt bij de bouw van VOC-schepen. Dertig jaar later weet ik nog steeds niet of het een verstandige raad was – of beter: ik heb ontdekt dat er veel te weinig syntheses zijn en veel te veel detailstudies. Je wordt echt niet vrolijk van een studie over akkerbouw in Romeins Portugal of een artikel over het bioscoopbezoek in Alkmaar (1912-1939).

Hardloper Huizenga

Dat neemt niet weg dat ik kan genieten van boeken over betrekkelijk “kleine” onderwerpen, zoals Job van Schaiks biografie van de Groningse hardloper Louwe Huizenga. Eigenlijk moet ik zeggen dat het een Drentse slager was, want ’s mans atletische successen duurden maar kort – van de zomer van 1915 tot het najaar van 1918 – en het grootste deel van zijn leven werkte hij in Ruinerwold, bij Meppel, waar hij een slagerswinkel had.

Het lijkt geen toeval dat Huizenga naar Drenthe verhuisde, want zijn carrière in Groningen was in feite mislukt. Niet door gebrek aan succes. Hij liep de sterren van de hemel en gaf bij elke gelegenheid de bekendste atleten van zijn tijd het nakijken. Niet zelden vernederde hij ze door bijvoorbeeld tijdens de wedstrijd te pauzeren om zijn schoenen te strikken, zich te laten inhalen, de achtervolging in te zetten en als eerste te eindigen. Regelmatig nodigde hij de muzikanten in het stadion uit een liedje te spelen, waarop hij op de maat van de muziek een deel van de race liep – en won. Een showman.

Foto: Abhi Sharma (cc)

Ottomanen en Europeanen

RECENSIE - De kloosterbibliotheken van middeleeuws Europa telden hooguit enkele honderden boeken. De overgrote meerderheid kwam niet boven de duizend. Tegelijkertijd lagen er in de bibliotheken van Cordoba, Cairo, Bagdad en Nishapur tienduizenden boeken.

Lewis

Het is een bekende vergelijking, al is ze niet helemaal eerlijk, want hoe machtig sommige abdijen ook waren, geen ervan had de middelen van een compleet kalifaat. Ik zou ook niet goed weten hoe Rome en Constantinopel, waar vele kleine en middelgrote bibliotheken samen één grote verzameling bezaten, passen in de vergelijking. De conclusie is echter wel eerlijk: zo rond het jaar 1000 lagen de grootste intellectuele centra van de mensheid in de islamitische wereld.

Niemand stelt de intellectuele voorsprong van de toenmalige moslims ter discussie. Ze hadden toegang tot oude Indische, Perzische, oosters-christelijke, Grieks-Romeinse en Arabische tradities; ze haalden er het beste uit naar voren; ze combineerden het; ze breidden het uit. De bloei was niet alleen cultureel, maar ook politiek. Zeker, westerse barbaren waren aan het einde van de elfde eeuw de keizer in Constantinopel te hulp geschoten en hadden in de Levant eigen staatjes gesticht, maar deze kruisvaarders waren binnen een eeuw uit Jeruzalem verdreven. De Mongoolse invallen waren schadelijker geweest, maar ook deze barbaren waren uiteindelijk geassimileerd. In de Late Middeleeuwen breidden de legers van de islam het gebied weer uit: de Ottomanen maakten van de Zwarte Zee een islamitische binnenzee en rukten op tot Wenen.

Het eerste millennium van de islam was een bloeiperiode, maar onmiddellijk daarna werd duidelijk dat de zaken niet goed zouden blijven gaan. De Ottomaanse troepen konden in 1683 Wenen niet nemen. Drie jaar later viel Boedapest. Een confederatie van christelijke mogendheden zette de tegenaanval in. In 1696 nam Peter de Grote Azov en in de winter van 1698/1699 tekenden de Ottomanen in Karlowitz een vredesverdrag met de westerse mogendheden: voor het eerst had een sultan een akkoord gesloten op voet van gelijkwaardigheid.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Polarisatie

COLUMN - Afgelopen woensdag, één uur. Ik zit in een café, te vroeg voor een afspraak. Om de tijd te doden kijk ik op mijn telefoon of er nieuws is. Dat is er inderdaad: een aanslag op het kantoor van Charlie Hebdo. Twee of drie daders, minimaal tien doden. Ik kan de reacties al uittekenen. Opiniemakers die zeggen dat de islam nu toch écht haar ware gezicht liet zien. Wilders met Kamervragen. Ingezondenbrievenschrijvers die eisen dat Europese moslims zich van dit geweld distantiëren. Verdedigers van het vrije woord die, alvorens hun eigenlijke punt te maken, nog even zeggen dat zij zelf de cartoons smakeloos achtten, want het mag tenslotte niet lijken dat zij al die grappen over anale verkrachtingen werkelijk leuk vinden. En tot slot: gelovigen die beargumenteren dat dit geweld niet representatief is voor de islam, met Korancitaten om te bewijzen dat de islam vrede is. Allemaal voorspelbaar.

Toen ik ’s avonds thuis kwam, heb ik geprobeerd te schrijven, maar het lukte niet. Ik wilde erop wijzen dat fundamentalisten en anti-islamisten het er doorgaans over eens zijn dat de letterlijkste interpretaties de juiste zijn, en dat ik vreesde dat de redelijke meerderheid, de mensen die hun eigen plan trekken en niet houden van scherpslijperij, tussen radicale moslims en anti-islamisten in het gedrang zou komen. Het moest geen “zij tegen wij” worden, zoals gebeurde na de aanslag op de Twin Towers en na de moorden op Fortuyn en Van Gogh. Op donderdag schreef ik dat stukje alsnog, maar toen ik het later die dag zag doorgeplaatst naar Sargasso, had ik het gevoel dat het al achterhaald was.

Vorige Volgende