Johnny Ramone

RECENSIE - Ik schreef er een tijdje geleden al over, over de Amerikaanse band The Ramones, die in de jaren zeventig de rockmuziek terugvoerde naar haar wortels: geen eindeloze gitaarsolo’s, geen invloeden vanuit de blues, muzikale eenvoud, een rechttoe-rechtaan-presentatie en een volume waarmee je je ouders op de kast kon jagen. Rock ’n’ roll is in laatste instantie gewoon een vorm van alles-of-niets-heid, die in andere tijden Sturm und Drang zou zijn genoemd.

Dat kan beangstigend overkomen. De broer van Joey Ramone, Mickey Leigh, haalt in zijn boek I slept with Joey Ramone herinneringen op aan het leven van de zanger en vertelt hoe in de buurt waar ze opgroeiden, Forest Hills, in de jaren zestig verschillende bands speelden die grote indruk maakten. Eén daarvan heette The Tangerine Puppets en was waanzinnig populair, maar de kinderen werden gewaarschuwd voor een van de leden, Johnny Cummings. Ofwel Johnny Ramone, die in zijn autobiografie Commando zijn eigen visie geeft op – onder andere – die reputatie.

Hij windt er geen doekjes om. “For all the success, I carried around fury and intensity. I had an image, and that image was anger.” En dat was, volgens hemzelf, niet slechts imago. Weliswaar deed hij alsof hij kwaad was als hij wist dat zijn foto werd genomen, maar hij was werkelijk agressief en ontkent niet mensen te hebben geslagen: Malcolm McLaren bijvoorbeeld, die te lang naar Johnny’s vriendin staarde, en Joey Ramone, die eens te laat kwam voor een afspraak.

commando

Een Joey overigens, die erover fantaseerde kinderen met een honkbalknuppel te bewerken: de band bestond uit een fraai stelletje ongeregeld. “The Ramones hinged on aggression, and balanced that with the cartoon-like fun that so many seemed to see in us.” Seemed: de agressie en de woede waren echt en Johnny erkent het.

Waar die kwaadheid vandaan kwam, wordt in Commando niet echt duidelijk. Wel bevat het boek kinderfoto’s van Johnny en zijn ouders, waarop zijn vader even kwaad in de camera kijkt als zijn zoon later zou doen. Hij lijkt het niet van een vreemde te hebben gehad en Johnny lijkt met die zelfdestructieve kant te hebben geworsteld.

I really didn’t know what I wanted to be. So I started acting badly. I got in fights; I took drugs, sniffed glue, Carbona… At the age of twenty, I had been on a streak of bad, violent behavior for two years. I was just bad, every minute of the day. I was a mess at that point. I wasn’t working; I was just bad.

Langzaam maar zeker ontworstelde hij zich aan zijn zelfdestructieve kant – althans, zo presenteert hij het. Hij verdiende zijn geld als bouwvakker en zou het arbeidsethos bewaren. “I didn’t ever want to be under the influence. I wanted to be totally under control.” En zo bleef het. Toen The Ramones er eenmaal waren, waren zijn bandgenoten zijn collega’s, maar nooit zijn vrienden. (“Joey and I weren’t close friends; we were business associates.”) Johnny wilde de baas zijn, over zijn zelfdestructieve kant en over de band. Zijn autobiografie heet niet zonder reden Commando. Het grootste compliment dat hij uitdeelt is aan bassist CJ:

He was just out of the Marine Corps, so he was used to following orders. I knew he was going to be perfect.

Johnny brengt het alsof zijn discipline zijn leven redde en de muziek dat leven richting gaf. Misschien is dat waar, maar het klinkt mij wat romantisch in de oren. De muziek was echter zeker belangrijk. Net als Joey (althans, zoals beschreven door zijn broer in het al genoemde boek) was ook Johnny compleet overdonderd toen hij voor het eerst iets hoorde van The Stooges. Hij had toen al een eigen band opgericht, de al genoemde Tangerine Puppets, en zou nog tientallen concerten bezoeken, waarbij hij lijkt te hebben geobserveerd welke dingen een show maken of breken.

Dat kwam te pas toen The Ramones werden opgericht. Door Johnny’s observaties konden ze in elk geval een reeks fouten vermijden.

Some bands blow it before they even play. I mean, the most important moment, the most exciting part of any show, is when a band walks out with the red amp lights glowing, the flashlight that shows each performer the way to his spot on the stage. You come out, no talking, no tuning, and it’s crucial not to blow it. It sets the tempo of the show; it affects everyone’s perception of the band. It was a requirement we adopted, a regimen that started as soon as we’d hit the stage, to make sure you immediately go into the song and not lose that excitement before you even start.

Wie wel eens heeft gewacht tot een band zijn instrumenten had gestemd, herkent hoe een band het inderdaad al voor het begin van een optreden kan verprutsen. Johnny beschrijft hoe professioneel The Ramones te werk gingen om vermijdbare fouten ook werkelijk te vermijden: ze filmden hun eigen optredens om te zien hoe ze overkwamen.

Hij steekt ook niet onder stoelen of banken dat het hem ergerde dat The Ramones geen commercieel succes waren: “Four albums in our career, we wondered why we weren’t the biggest band in the world.” Het vrat aan ze en demoraliseerde ze: Dee Dee stal geld van zijn collega’s.

Zo bevat het boek wel meer nogal ontluisterende observaties over een van de grootste bands aller tijden. Johnny schrijft er eerlijk over, hoewel je een enkele keer weet dat zijn lezing van de feiten niet de enig denkbare is, zoals wanneer hij schrijft dat niemand klaagde over de wijze waarop hij de financiën van de groep beheerde. Uit I Slept with Joey Ramone blijkt iets anders. Dat de band tot het einde een hoog niveau handhaafde, is gewoon onwaar, al is het aardig van Johnny dat hij niet oplepelt dat Joey slechter was gaan zingen en steeds onverstaanbaarder begon te worden.

De geste valt des te meer op omdat Joey en Johnny nauwelijks door een deur konden. Commando vermeldt het, hoewel de verwijten zelden werkelijk gemeen zijn: “I think one of the reasons our audience was mostly male was because girls want to see a good-looking singer.” Johnny is bovendien eerlijk genoeg om te erkennen dat Joey onvervangbaar was. “I wouldn’t have wanted to play without him no matter how I felt about him.”

De niet altijd inspirerende blik in de keuken en de evidente onwaarheden doen echter niet af aan de lol van Commando: het is een echt fijn boek. Wat het overtuigend maakt, is dat Johnny erkent niet door iedereen aardig te worden gevonden, daar ook niet naar streeft, maar wél van de lezer eist te worden beoordeeld als muzikant. Hij is merkbaar geërgerd dat zijn muziek door iedereen als simpel wordt afgedaan – de meeste Ramones-liedjes, meldt hij, hebben meer dan drie akkoorden. En er is uiteindelijk zijn credo, simpel maar waar:

We wanted to save rock and roll. … We weren’t against anybody. We were against what rock and roll was becoming, which was no rock and roll. That’s what we were against.

Reacties zijn uitgeschakeld