Joël van der Weele

78 Artikelen
54 Reacties
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Foto: copyright ok. Gecheckt 09-02-2022

Vrijwillig vrijgevig?

COLUMN - December staat voor de deur, een maand vol uitwisseling van cadeaus en uitingen van naastenliefde. Nederland is een vrijgevig land, met een 7e plaats op de “world giving index” die landen classificeert naar de hoeveelheid vrijwilligerswerk en de hoogte van donaties aan goede doelen. Toch is niet al die vrijgevigheid wat het lijkt, want geven voelt soms ook als een onwelkome plicht.

Verschillende studies tonen aan dat veel mensen liever situaties vermijden waarin hen wordt gevraagd om aan goede doelen te geven. Zo nemen meer mensen de zij-uitgang van de supermarkt als er bij de hoofduitgang mensen staan te collecteren. Ook blijken er minder mensen thuis te zijn als een collecte van tevoren wordt aangekondigd.

In het laboratorium doen sommige deelnemers liever niet mee aan experimenten waarin ze 10 euro kunnen verdelen tussen zichzelf en iemand anders. Eén derde van de proefpersonen is zelfs bereid geld te betalen om zo’n situatie te vermijden. In plaats van de 10 euro op te strijken gaan ze liever met 9 euro naar huis, als dat betekent dat ze geen expliciete verdelingskeuze hoeven te maken. Ook andere oppervlakkige ‘excuses’ om niet te hoeven geven worden dankbaar aangegrepen, zoals wanneer de verantwoordelijkheid voor een egoïstische keus met iemand anders kan worden gedeeld.

Foto: copyright ok. Gecheckt 09-02-2022

Economische pijn

COLUMN - In tijden van bezuiniging bezweert de regering steevast er alles aan te doen om de “economische pijn” zo eerlijk mogelijk te verdelen. Die metafoor heeft echter maar beperkte geldigheid: uit een nieuw onderzoek blijkt dat mensen echte pijn anders verdelen dan financiële pijn.

Het artikel “Social redistribution of pain and money” dat vorige maand verscheen in het tijdschrift Nature Reports, beschrijft een experiment waarin proefpersonen een verdeling moesten maken tussen zichzelf en wildvreemde andere persoon. Daarbij ging het ofwel om 24 doodgewone Britse ponden, of om 24 ongevaarlijke maar pijnlijke elektrische schokken. In de monetaire conditie varieerden de onderzoekers of de proefpersonen een financiële winst of een verlies moesten verdelen, waarbij een financieel verlies de meest directe vergelijking met fysieke pijn oplevert.

Voor u verder leest, vraagt zich eens af u in deze situatie uw partner meer financiële of meer fysieke pijn zou toebedelen…

De proefpersonen in het experiment deden liever het eerste. Als het ging om de verdeling van een verlies van 24 pond, schoven de proefpersonen gemiddeld 12.98 pond af op de ander, terwijl de gemiddelde hoeveelheid afgeschoven schokken op 11.98 lag. Daarnaast was 32% van de proefpersonen bereid om meer schokken op zich te nemen dan hun partner, terwijl slechts 12% procent zichzelf meer verlies toebedeelde. De onderzoekers varieerden ook de aanvankelijke verdeling van de twee soorten pijn, waarna de proefpersonen die konden herverdelen. Wanneer die initiële ongelijkheid in hun eigen nadeel was, kozen proefpersonen er vaker voor om die ongedaan te maken als het om financieel verlies ging dan om schokken.

Foto: copyright ok. Gecheckt 09-02-2022

Crowdsourcing

COLUMN - Eerder schreef ik in deze column over de wetenschappelijk druk tot het produceren van sexy resultaten, en het nut van replicatieprojecten die daar tegengas aan geven. De auteurs van een recent artikel in het tijdschrift Nature proberen een andere aanpak, en breken een lans voor het crowdsourcen van onderzoek.

De onderzoekers vroegen zich af wat er zou gebeuren als ze dezelfde vraag door verschillende wetenschappers lieten beantwoorden. De onderzoeksvraag in kwestie was of donkere voetbalspelers sneller een rode kaart krijgen dan hun blanke collega’s. De auteurs rekruteerden 29 academische teams via Facebook en Twitter. Elk team kreeg dezelfde dataset met gegevens uit meerdere Europese voetbalcompetities. Eerst gaven alle teams een beschrijving van hun beoogde statistische methode, die vervolgens geanonimiseerd onder alle deelnemers werd verspreid. Vervolgens gingen de onderzoekers aan de slag.

De gevonden antwoorden bleken sterk uiteen te lopen: 9 teams vonden geen verschil in de kans op een rode kaart tussen de twee groepen, 20 teams wel. Ook de grootte van het verschil varieerde, van een iets kleiner kans op rood voor donkere spelers, tot een meer dan twee keer zo grote kans.

Deze variatie onderstreept de meerwaarde van multiplicatie, zelfs als het gaat om professionele onderzoekers die de beschikking hebben over identieke data. Ook werpt het een positiever licht op de wetenschappelijke non-replicaties. Die duiden niet meteen op gesjoemel in het origineel: legitieme verschillen in onderzoeksmethoden leiden ook tot verschillende conclusies.

Foto: copyright ok. Gecheckt 09-02-2022

Kiezen in het kwadraat

COLUMN - Veel beslissingen, zij het in organisaties of in het parlement, worden genomen door meerderheidsstemming, waarbij iedereen precies één stem heeft. Een probleem van dit systeem is dat 51% van de mensen hun wil kan opleggen aan de overige 49%, ook bekend als de “tirannie van de meerderheid”. Als het aan de jonge econoom Glen Weyl ligt, zijn we daarom toe aan een radicaal nieuw systeem: kwadratisch stemmen.

Kwadratisch stemmen, een idee dat Weyl promoot met zijn intellectuele compaan Eric Posner, werkt als volgt. Iedereen die gemachtigd is om te kiezen kan stemmen kopen, waarbij de prijs het kwadraat is van het aantal gekochte stemmen. Dus, 1 stem kost een euro, 2 stemmen kosten 4 euro, en 1,000 stemmen kosten 1 miljoen euro. Het voorstel met de meeste stemmen wint, en het opgehaalde geld wordt vervolgens onder alle voor- en tegenstemmers gelijk verdeeld.

Het idee achter dit systeem is dat het mensen toestaat om de intensiteit van hun preferenties tot uitdrukking te brengen. Als voorbeeld geven de auteurs de aanleg van een park. Stel dat er 1000 mensen zijn die er 4 euro voor over hebben om het park niet te hebben, en 800 mensen die er 100 euro voor over hebben om het juist wel aan te leggen. Onder gewone meerderheidsbesluitvorming zou het park er niet komen, zonder compensatie voor de voorstanders. Onder kwadratisch stemmen komt het park er wel, omdat de ja-stemmers meer stemmen zullen kopen dan de nee stemmers. De nee-stemmers krijgen daarnaast compensatie omdat een deel van de uitgaven van de ja-stemmers aan hen toekomt.

Foto: copyright ok. Gecheckt 09-02-2022

De Sociaal Psychologische Raad

COLUMN - Er is al veel gezegd over Barack Obama’s recente executive order om gedragsonderzoek te benutten in het ontwerpen en implementeren van beleid. Cass Sunstein, Obama’s voormalige beleidsadviseur, gaat in een nieuw paper nog een stap verder, en filosofeert over de oprichting van een “Council of Psychological Advisors” , een tegenhanger van de “Council of Economic Advisors”.

In feite komt het idee niet van Sunstein, maar van de psycholoog Barry Schwartz. Hij argumenteert dat economen al veel te lang het monopolie op beleidsadvies hebben, en geeft terreinen aan waarop (economisch) psychologen een bijdrage kunnen leveren, zoals een slimmer gebruik van financiële prikkels op gebieden met veel intrinsieke motivatie zoals onderwijs en zorg, het vermijden van fouten in pensioen- en verzekeringskeuzes en het benutten van morele motivatie bijvoorbeeld bij het maken van duurzame consumptiekeuzes. Sunstein voegt daar aan toe dat gedragswetenschappelijke inzichten kunnen helpen om economische prikkels effectiever te maken, door ze de juiste plaats te geven in de “keuzeomgeving” van de beslisser, en geeft een aantal voorbeelden van zulke interventies.

In Nederland is er al een beweging gaande die gedragswetenschap een centralere rol toebedeelt in het beleid. Zo heeft o.a. het ministerie van economische zaken in navolging van de Engelse en Amerikaanse regering een “behavioral insights team” aangesteld, dat de opdracht heeft om met experimentele manipulaties beleid effectiever te maken.

Foto: copyright ok. Gecheckt 09-02-2022

Iets meer pessimisme voor zzp’ers graag

Eind 2014 telde Nederland bijna 880.000 zelfstandige ondernemers, of zzp’ers, mede als gevolg van een jaarlijkse stijging van meer dan 40.000. Uit internationale studies weten we dat het ondernemerschap niet loont voor de doorsnee entrepreneur. Waarom is er dan toch zo’n drang om ondernemer te worden?

Voor een deel heeft dat ongetwijfeld te maken met de vrijheid en andere voordelen die onafhankelijkheid met zich meebrengt. Een nieuwe studie, gebaseerd op Britse surveydata tussen 1991 en 2008 laat echter een minder romantische reden zien: veel beginnende ondernemers zijn gewoonweg te optimistisch.

De studie meet optimisme als het verschil tussen verwachte en in het verleden gerealiseerde inkomsten. Dat is een mooie maatstaf, maar levert wel een klein meetprobleem op. Als je door pech even wat minder verdiende dan je dacht sta je immers als optimist te boek, terwijl je verwachtingen op lange termijn misschien best redelijk waren. Als die pech zich na een tijdje uitbalanceert, zou je dus verwachten dat optimisten meer verdienen dan pessimisten (die misschien alleen geluk hadden op het meetmoment).

Dat blijkt inderdaad het geval voor mensen in loondienst, maar niet voor ondernemers: de optimisten onder hen verdienen juist minder dan hun pessimistische collega’s. Dit wijst erop dat het over-optimisten zijn die ondernemer worden door overschatting van hun matige bedrijfsplannen. Het effect van deze overschatting is bovendien groot: de meest optimistische ondernemers verdienen gemiddeld 25% minder dan de meest pessimistische.

Foto: copyright ok. Gecheckt 09-02-2022

Op herhaling

Het Open Science Collaboration (OSC) project heeft tot doel wetenschappelijke resultaten te repliceren. Afgelopen week publiceerde het tijdschrift Science de OSC-replicatiepogingen van 100 studies in drie toptijdschriften in de psychologie. De resultaten zijn slecht nieuws voor de houdbaarheid van veel wetenschappelijke publicaties.

In een eerdere column beschreef ik de ongerustheid van veel wetenschappers dat “[K]leine steekproeven en wetenschappelijk gesjoemel ertoe leiden dat veel experimentele resultaten berusten op statistische toevalstreffers. Eén belangrijke reden is dat een positief effect van een bepaald medicijn, onderwijsmethode of subsidie veel spannender en verrassender is dan geen effect. Onderzoek met zulke resultaten komt daarom in veel betere tijdschriften – en in de populair-wetenschappelijke bladen. Onderzoekers gebruiken daarom, soms onbewust, allerlei technieken om de effecten groter te laten lijken, of rapporteren alleen de ‘gelukte’ studies, een fenomeen genaamd publication-bias.”

Om de gevolgen van dit fenomeen te onderzoeken werkt het OSC samen met de auteurs van de originele artikelen en verschillende replicatie-teams. In het Science artikel van vorige week gaat het daarbij alleen om replicaties van experimenten in de cognitieve en sociale psychologie. De OSC-auteurs hanteren verschillende criteria om te bepalen welke resultaten repliceerbaar zijn, waaronder de grootte van het gevonden effect, en de zogenaamde pvalue, de statistische kans dat de gevonden patronen het resultaat zijn van toeval.

Foto: copyright ok. Gecheckt 09-02-2022

Zijn ontkenners van klimaatverandering dom?

COLUMN - Als Europeaan is het flink gniffelen bij Republikeinse voorverkiezingen. Onbetwiste topentertainer is natuurlijk The Donald, maar onderschat ook Ted Cruz niet, die prachtige verkiezingsvideo’s uitbrengt over hoe je bacon bereidt met een machinegeweer. En dan zijn er die domme Republikeinse kiezers, waarvan minder dan de helft gelooft in klimaatverandering en evolutie.

Volgens de Amerikaanse jurist en wetenschapper Dan Kahan heeft ontkenning van klimaatverandering echter niets met domheid te maken. Kahan is professor aan de Amerikaanse universiteit van Yale en een van de leiders van het “cultural cognition project”, dat met behulp van experimenten onderzoekt waarom mensen geloven in het tegendeel van de wetenschappelijke consensus.

Een aantrekkelijke eerste hypothese is de “public irrationality thesis” (PIT), een dure manier om te zeggen dat mensen dom zijn. Zoals Kahan in deze video uitlegt is de PIT echter simpel te weerleggen. In een steekproef van doorsnee Amerikanen is er namelijk geen enkele correlatie tussen geloof in klimaatverandering en maatstaven voor wetenschappelijk begrip (“scientific literacy”) en rekenkunde (“numeracy”). Sterker nog, het blijkt dat mensen die hoog scoren op numeracy meer gepolariseerd zijn over geloof in klimaatverandering dan mensen die laag scoren.

In een vervolgexperiment, besproken in dezelfde video, onderzochten Kahan en zijn team hoe dit komt. In het experiment werd deelnemers verteld dat de volgende tabel de testresultaten gaf van een nieuwe zalf tegen huiduitslag.

Foto: copyright ok. Gecheckt 09-02-2022

Erfenis van een recessie

COLUMN - Nederland komt langzaam uit de recessie: de economie groeit, de werkloosheid neemt af en de overheid hoeft niet langer te bezuinigen. Maar niet alles wordt weer zoals het was. Met de economische conjunctuur verandert ook onze psychologie, soms met langdurige gevolgen.

In een veelgeciteerde studie laten onderzoekers van Amerikaanse universiteiten in Berkeley en Michigan zien dat mensen die ervaring hebben met een economische depressie minder bereid te zijn om risico’s te nemen, minder vaak investeren in de aandelenmarkt, en er, als ze dat toch doen, minder geld in steken.

Deze effecten zijn het sterkst voor recente depressie-ervaringen, maar zelfs depressies tientallen jaren geleden hebben nog steeds invloed op beleggingsgedrag vandaag. De auteurs schatten dat de financiële crisis van 2008 leidde tot een daling van 7 procentpunten in de waarschijnlijkheid dat een gemiddelde 30-jarige belegt in aandelen. Over 20 jaar is van dat effect van de crisis nog ongeveer 2 procentpunt over, en pas over 30 jaar is het helemaal verdwenen.

Recessies beïnvloeden ook onze bereidheid om iets met anderen te delen. Dat suggeren auteurs van een artikel in het Journal of Public Economics dat deze week werd gepubliceerd. Proefpersonen in het experiment werden in tweetallen ingedeeld, waarna één van beiden de taak kreeg om een geldbedrag tussen de twee deelnemers te verdelen. Dit proces werd meerdere keren herhaald met verschillende partners, waarbij de wisselkoers waarmee de proefpersonen geld voor zichzelf konden omzetten in geld voor de ander steeds veranderde.

Foto: copyright ok. Gecheckt 09-02-2022

De psychologie van de vrije wil

COLUMN - Over de vraag of vrije wil bestaat vliegen filosofen elkaar al eeuwen in de haren. Minder onenigheid is er over het bestaan van een geloof in de vrije wil. Dat geloof is sinds een jaar of 10 onderwerp van onderzoek door psychologen, waarin een aantal praktische vragen centraal staan. Wat bedoelen we eigenlijk met vrije wil, wie gelooft erin, en hoe belangrijk is het voor onze sociale orde?

De psychologische definitie van vrije wil berust op de uitspraken van proefpersonen. Hun eigen formulering van hun geloof in vrije wil is waarschijnlijk een sterkere motivatie achter hun gedrag dan de definitie van een filosoof. Het blijkt dat de meeste mensen vrije wil niet beschouwen als een fundamentele eigenschap van de mens, maar als een capaciteit tot het nemen van verantwoordelijkheid en autonome beslissingen. Deze capaciteit groeit met ervaring, maar kan je ook worden ontnomen door dwang, ziekte of ouderdom.

Deze definitie betekent dat vrije wil een meetbare grootheid wordt, die nauw gerelateerd is aan bestaande psychologische concepten zoals zelfcontrole. Zij geeft bovendien een handvat om na te denken over het ontstaan van deze capaciteit. Een aannemelijk idee is dat vrije wil is geëvolueerd zodat we beslissingen kunnen nemen in een zeer complexe sociale omgeving. Geloof in vrije wil zou bovendien ook een rol kunnen spelen in de motivatie van sociaal wenselijk gedrag.

Foto: copyright ok. Gecheckt 09-02-2022

Polarisatie op zijn Grieks

COLUMN - Zo ongeveer iedereen heeft wel een mening over Griekenland en haar regering. De politici van Syriza zijn of heroïsche verzetshelden tegen de destructieve bespaarpolitiek van de Europese boekhouders, of populistische amateurs met een specialisatie in beledigende retoriek. Op dezelfde manier was het referendum van zondag ofwel een waardig voorbeeld van directe democratie, of een cynische afschuiving van bestuurlijke verantwoordelijkheid.

De verschillen in interpretatie van de Griekse crisis tussen diverse kampen is zo groot, dat je je afvraagt of ze het wel over dezelfde crisis hebben. Maar de huidige polarisatie is in feite een schoolvoorbeeld van cognitieve processen die psychologen ‘motivated reasoning’ en ‘confirmation bias’ noemen. Hierbij interpreteren mensen het beschikbare bewijs selectief om hun eigen (politieke) identiteit te versterken of hun bestaande meningen te staven.

Uit vele studies weten we dat als er genoeg ambiguïteit over de interpretatie van een ‘bewijs’ bestaat, dat bewijs niet noodzakelijkerwijs tot meer overeenstemming en soms zelfs tot meer polarisatie leidt. Een beroemd voorbeeld is een experiment waarin Amerikaanse conservatieven en liberalen beide dezelfde wetenschappelijke studie over de gevolgen van de doodstraf moesten lezen. Na afloop waren de twee groepen het sterker oneens, omdat beiden zich concentreerden op het deel van het bewijs dat hun politieke oriëntatie ondersteunde.

Foto: copyright ok. Gecheckt 09-02-2022

Europees vertrouwen

De moeilijkheden in de eurozone tonen niet alleen de gebreken van de Europese instituties, maar ook het gebrek aan vertrouwen tussen de verschillende Eurolanden. Hetzelfde kan worden gezegd naar aanleiding van het beschamende gebrek aan solidariteit  in de opvang van de migrantenstroom naar Italië, Griekenland en Spanje. Het vertrouwensprobleem volgt vaak een Noord-Zuid patroon, en is zelfs zichtbaar in een simpel laboratoriumexperiment met Europese deelnemers.

Het experiment in kwestie vond plaats op het European University Institute (EUI), het instituut waar ik, alweer veel te lang geleden, mijn proefschrift heb geschreven. Het EUI verschaft beurzen aan beginnende academici uit alle landen van de EU, en is daarmee een kleine microkosmos van de EU zelf. Om het vertrouwen tussen die verschillende nationaliteiten te onderzoeken lieten de onderzoekers ongeveer honderd leden van het instituut meerdere ronden spelen van het zogenaamde “trust game” of “vertrouwensspel”.

In dit spel, dat wordt gespeeld tussen twee spelers, krijgt één van beide spelers een som geld.  Van dat geld kan hij een zelf te kiezen deel aan de tweede speler geven, en dat deel wordt door de onderzoekers verdrievoudigd. Vervolgens kan de tweede speler kiezen hoeveel van dit verdrievoudigde bedrag hij zelf houdt, en hoeveel hij teruggeeft aan speler één.  Hoe meer geld speler één aan speler twee geeft, hoe meer de twee dus samen te verdelen hebben. Maar geven vereist vertrouwen, want als speler twee het (verdrievoudigde) bedrag zelf houdt is speler één zijn geld dus kwijt.

Vorige Volgende