Rentmeesterschap 2.0: ‘green deal’ in de praktijk
Bram Zieck constateert dat tussen de christelijke zalvende woorden van minister Verhagen en de praktijk van het duurzaamheidsbeleid nogal wat licht zit.
In navolging van David Cameron kwam ook het kabinet-Rutte vorig jaar met een Green Deal, een contract met de samenleving “om met concrete acties stappen te zetten naar een duurzame samenleving waarin meer groene energie en economische groei hand in hand gaan.” In tegenstelling tot het project van de Britse conservatieven lijkt het Nederlandse plan vooralsnog niet veel meer dan een vrijblijvende digitale ideeënbus en is voor echt innovatief duurzaamheidsbeleid geen ruimte.
Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie Maxime Verhagen bevestigde die vermoedens vorige week nog eens. Binnen enkele uren nadat de Raad van State vorige week een streep had gehaald door de vergunning voor de bouw van een kolencentrale in de Eemshaven liet hij al weten dat “de uitkomsten van nader onderzoek (…) nieuwe vergunningverlening voor de elektriciteitscentrale van RWE/Essent niet in de weg [zullen] staan.” Een opmerkelijke uitspraak, die bovendien weinig respect toont voor de scheiding tussen uitvoerende en rechtsprekende macht. Hoewel de Raad van State had geoordeeld dat het ministerie eerst uitgebreid nader onderzoek dient te doen naar alle relevante milieuaspecten, lijkt voor de Innovatieminister nu al vast te staan dat hij ook in tweede instantie positief zal beslissen over de vergunningsaanvraag. Ook RWE/Essent nam reeds een voorschot op de nieuwe vergunning en zette de bouw van de centrale doodleuk voort.


