De ‘crib’ van Dirkje Kuik

Sargasso duikt deze zomer in de letteren en bezoekt kleine literaire musea in Nederland en daarbuiten. Vandaag een bijdrage van Fenna van den Berg, die het Dirkje Kuik Museum in Utrecht bezoekt.

“Ik heb de neiging om een gebouw tot een ruïne te maken. Maar ik laat altijd iets groeien uit het afval. Ik laat het niet alleen kapot gaan. De begroeiing toont een optimisme: ik heb plezier in het verval.” (Dirkje Kuik Volkskrant 21 februari 1970)

Dat we graag bij een ander binnen kijken wordt aangetoond met het succes van televisieprogramma’s als MTV Cribs en Showroom. Die ander moet dan wel bekend zijn, iets bijzonders hebben, of in een uitzonderlijk omgeving leven. Vaak is het een markante persoonlijkheid. Nu doet zich in de oude binnenstad van Utrecht de mogelijkheid voor om bij zo’n markante persoonlijkheid binnen te kijken. Hier staat namelijk het woonhuis van Dirkje Kuik.

Voor diegene die haar niet kennen; Dirkje Kuik debuteerde in 1969 met het boekje Utrechtse notities dat, opvallend genoeg, in Amsterdam bekroond werd met de Prozaprijs. Haar literaire werk werd daarna vaker onderscheiden. In 1974 ontving ze de Vijverbergprijs voor De held van het potspel en in 1997 kreeg ze de Multatuliprijs voor haar roman Broholm.Schrijven deed Dirkje naar eigen zeggen niet alleen met woorden maar ook met beelden. Haar tekeningen vormen dan ook een belangrijk deel van haar werk. Samen met beeldend kunstenaars J.H. Moesman en H. van Maarseveen richtte ze in 1960 Het Grafisch Gezelschap De Luis op. Het doel van het gezelschap was om de vrije grafische kunst te bevorderen en daarbij te opereren als ‘luizen in de pels van de moderne kunst’. Vanwege een sterk voorliefde voor literatuur bij de oprichters van De Luis werden schrijvers als Sontrop, Emmens en Eijkelboom bij het gezelschap betrokken.

Het mooie, door Moesman met de hand geschreven statuut van De Luis is te zien in het huis van Dirkje en inmiddels sterk aangetast door het vocht. Sporen van verval zijn ook op andere plaatsen in het huis zichtbaar. Het stucwerk begint te brokkelen, er staan grote droogboeketten op de schoorsteenmantel, het meubilair vertoont slijtageplekken en in de zitkamer liggen diverse schedels. Dit verval past echter bij het werk van Dirkje. Oude dingen, vervallen gebouwen, het verleden, de stad Utrecht en de kleine geschiedenissen die daarbij horen waren vaak het uitgangspunt van haar werk. Toen ze in 1988 de ideale stad beschreef werd het nieuwe, moderne Utrecht niet gespaard.

“Ik graaf de grond weg onder de rijtjeshuizen en de torenflats al zou het een gifbelt betreffen. Pas wanneer de laag bereikt wordt waarin sporen voorkomen van kloostermoppen, pestputten en buurtkerkhoven houd ik op met mijn graafwerkzaamheden en ga opnieuw aan het bouwen.

Ja, één modern gebouw spaar ik, het Muziekcentrum. Deze muizenholenachtige schepping kan uitgebrand tot een geblakerde ruïne omgetoverd worden, geplakt tegen het totaal vervallen Hoog-Catharijne, een met graafmachines en bulldozers gesloopt complex, overwoekerd door hoog opgeschoten gras, onkruid, verwilderd struikgewas (…).”

(Fragment uit: De ideale stad, Volkskrant 9 september 1988)

Volgens Dirkje ging er achter het verval een wereld vol fictieve verhalen schuil. Het zijn die verhalen die het uitgangspunt vormden voor haar werk en die in haar huis bewaard worden.

Toen haar moeder in 1975 stierf kon Dirkje haar ouderlijk huis aan de Oude Kamp in Utrecht kopen. De vader van Dirkje was beeldhouwer en haar moeder had op de benedenverdieping een antiekwinkeltje, de etalage herinnert daar nog aan. Veel heeft ze niet aan het huis veranderd en van modernisering is nauwelijks sprake. Zoals ze zelf zei bewaarde ze haar ouders een beetje door de sfeer van het huis te behouden.

De woonkamer op de eerste verdieping is een verzamelplaats geworden van boeken, poppen, tekeningen, schilderijen, beeldhouwwerken, schetsboeken, tijdschriften en meer. Het is alsof ze haar eigen kamer beschrijft in één van de verhalen in de verhalenbundel Piranesi en zijn dochter.

“Haar kamer was eigenlijk te vol, vond ze terwijl ze rondkeek, overvol, onzinnig opgepakt met versleten meubilair, bric-a-brac, boeken, kranten, ook op de vloer en op haar schrijftafel. Ze behoorde tot de soort van ongelooflijke rommelkont. Onbegrijpelijk wat een mens bijeensleept, zeg maar bijeengraait, totaal onnodig. Hebzucht, angst te missen …”

(Fragment uit de verhalenbundel Piranesi en zijn dochter door Dirkje Kuik, 1994)

Op de begane grond van het huis bevindt zich het atelier. In het midden staat een drukpers met daaromheen opnieuw een verzameling van, in dit geval, etsen, lithostenen, inktpotten, penselen, inkt, inktrollers, tekeningen en meer.

Waar ooit de winkel was, is nu de entree van het museum. Hier hangt de muur vol met werk van Dirkje en collega-kunstenaars. In deze ruimte word je ontvangen wanneer je een bezoek brengt aan het huis. Hier word je uitgenodigd om de film Was ik een egel te bekijken. In deze film vertelt Dirkje over haar leven, werk en haar interseksualiteit. Opmerkelijk is dat Dirkje in 1929 als jongen geboren werd; William Kuik en op 48 jarige leeftijd ze in Londen een geslachtsoperatie onderging.

Filmfragment uit Was ik een egel te zien op de website van Museum Dirkje Kuik http://www.dirkjekuik.com/video2.html

In de film wordt Dirkje geïnterviewd in haar eigen huis. Het is bijzonder om Dirkje hier in dit huis te zien, het huis waar de familie Kuik meer dan 75 jaar heeft gewerkt en gewoond, waar nauwelijks iets veranderd is na het overlijden van Dirkje in 2008, waar verhalen bewaard blijven, waar een unieke verzameling kunst aanwezig is en dat nu als museum opengesteld is. Hier maak je kennis met de markante persoonlijkheid van Dirkje Kuik en de uitzonderlijke omgeving waarin ze leefde en werkte. Dat maakt een bezoek aan het Museum Dirkje Kuik, net als het kijken naar een aflevering van Showroom of MTV Cribs, erg leuk.

Museum Dirkje Kuik
Oude Kamp 1
Utrecht
030 – 2328065
http://www.dirkjekuik.com/
[email protected]
Gratis toegang

Dirkje Kuik,; illustratie voor het boek Broholm,
houtskool, pen in Oostindische inkt. Bron: Museum Dirkje Kuik
Dirkje Kuik, Kanaleneiland, ets, Bron: Museum Dirkje Kuik
Filmfragment: Was ik een egel, Bron: Museum Dirkje Kuik
Interieurfoto Museum Dirkje Kuik, foto: Ruben de Heer

Vorige afleveringen:

De gelukkige onderwijzer, door Kyra.
Die Graue Stadt am Meer, door G. Drios.
Poeet in de Provence, door Bram Zieck.
Op de bres voor het Fries, door Hanny Wentink.
Oh Jesus Christ, I’m Hit!
La Maison de Balzac
Met Anton Wachter in Harlingen
Weemoedig kijkt Couperus