Zomerserie | Passie voor Dickens is niet genoeg
De laatste aflevering van onze zomerserie over kleine literaire musea brengt MB in het Dickens museum in Bronkhorst. Het wordt een verbazingwekkend bezoek, niet echt in positieve zin.
Laat ik beginnen met de opmerking dat ik houd van kleine musea. Ik heb veel waardering voor de vaak tomeloze inzet van de vrijwilligers die graag een verhaal vertellen. Ik begrijp dat deze musea het vaak met zeer beperkte middelen en menskracht moeten rooien en heb dan vaak ook snel respect voor het resultaat. Hoe klein het onderwerp soms ook mag zijn, met enthousiasme en een goed verhaal kom je een heel eind. Na een bezoek aan het Dickensmuseum in het piepkleine stadje Bronkhorst heb ik mezelf echter beter leren kennen. Ik had nooit gedacht dat ik op dit vlak een onbewuste ondergrens zou kennen; laat staan dat er musea zijn die die ondergrens bij lange na niet halen.
Het museum staat in het stadje Bronkorst. Een gehucht in de Achterhoek, niet ver van Steenderen. Het gehucht is meer een museumdorp, vergelijkbaar met Orvelte, dan een echt boerendorp, waar geleefd wordt. De gemaakt-historische sfeer van het plaatsje dient ook eens per jaar als decor voor een mini-Dickensfestival, zoals dat ook in bijvoorbeeld Deventer georganiseerd wordt. Vanzelfsprekend doen de eeuwenoude twintigste eeuwse boerderijen in deze landelijke omgeving in niets denken aan het sterk geïndustrialiseerde negentiende eeuwse London van Dickens, maar vooruit. Vroeger is vroeger.
