Curaçaose toestanden
ACHTERGROND - De Curaçaose kabinetscrisis had wel wat gemeen met de Nederlandse. Toch zal een crisis zoals die in Curacao hier niet snel voorkomen, betoogt Wytze van der Woude, docent Staatsrecht aan de Universiteit Maastricht.
Volgens Sietse Fritsma (PVV) toont de kabinetscrisis op Curaçao aan dat alle tijd, geld en moeite die Nederland aan Curaçao besteedt, verspilde moeite is. Een dergelijke reactie is kortzichtig: ook ons eigen Nederlandse Staatsrecht biedt nauwelijks enige waarborgen tegen situaties als op Curaçao.
When it rains, it pours. De stabiliteit van het Curaçaose kabinet was vanwege aanhoudende beschuldigingen van corruptie al verzwakt toen de regering van het Koninkrijk der Nederlanden op 13 juli jongstleden een zogeheten ‘aanwijzing’ gaf aan Curaçao. Curaçao moest de begroting van 2012 op orde krijgen en werd daartoe verplicht een aantal harde maatregelen te treffen. Daarbij werd inhoudelijke bemoeienis door Nederland niet geschuwd. Zo zou een lening voor de bouw van een nieuw ziekenhuis pas worden goedgekeurd als Curaçao een hervorming van de gezondheidszorg zou effectueren.
Ter vergelijking met Nederland: toen wij van de Europese Commissie te horen kregen dat de begroting voor 2013 toch echt binnen de 3%-norm moest blijven, was ook hier de vraag ‘waar Brussel zich eigenlijk mee bemoeide’ niet van de lucht. Zoals ook de Brusselse vingerwijzing in Nederland tot een kabinetscrisis leidde, zou het Nederlandse politici niet moeten verbazen dat in Curaçao iets soortgelijks gebeurde. Evenals in Nederland steunde de Curaçaose regeringscoalitie op een meerderheid van één zetel. Toen een tweetal leden van coalitiepartijen hun partij de rug toekeerden, viel het kabinet.