De KiKa Knuffelbeer
Met enige regelmaat biedt Sargasso ruimte voor gastredacteuren. Vandaag een stuk van Tess. Zij heeft sinds kort ook haar eigen weblog.
Vanaf grote billboards langs de snelweg laat een beertje met droeve kraaloogjes ons weten dat het strijdt tegen kinderkanker. Heb je mazzel dat je op weg naar het AMC voor het rode stoplicht komt te staan, kun je zijn boodschap lezen en is er voldoende tijd om het diep tot je door te laten dringen. Het stoplicht stond wel erg lang op rood, die keer dat ik er voor stond. Het was lang genoeg om te zien dat het niet goed gaat met de kleine knuffel.

Het lijkt wel alsof de beer op het reclamebord kanker heeft, getuige de plukjes haar op z’n verder kale bolletje. Elk mens begrijpt inmiddels wel dat, als er plukjes haar in het spel zijn, de eigenaar ervan kanker heeft. Een golf van mededogen gaat door je heen en tegelijkertijd hoop je stiekem dat dit lot jou nooit zal treffen. Je wendt je blik eerbiedig af en je geeft gul, om mee te helpen aan het uitroeien van deze ziekte, die jaarlijks vele, vele dierbaren uit ons midden rukt. Geld geven voor dit goede doel is nobel. Niemand wil ziek zijn en iedereen wil helpen aan het tot stand brengen van een gezondere wereld. Ook ik.
Waren we net een beetje bekomen van de berichtgeving over verontrustend hoge hoeveelheden gifstoffen in (kinder-)kleding, matrassen en speelgoed uit China, worden we nu opnieuw wakker geschud uit onze consumentendroom door de KiKa beer? Het kleine beertje dat voor het luttele bedrag van zes euro en vijfennegentig cent besteld kan worden, waarbij nog eens de helft van dat bedrag bestemd is voor onderzoek naar kinderkanker, wordt door een bedrijf in Ridderkerk geïmporteerd uit het Verre Oosten. Hoe anders is het mogelijk dat de beer voor zo weinig geld wordt verkocht?
Met enige regelmaat biedt Sargasso ruimte voor gastredacteuren. Vandaag een stuk van Marcel Hoogstraten.

De aan hysterie grenzende Amerikaanse politieke houding ten opzichte van terrorismedreigingen lijkt voor verdere irritatie te gaan zorgen met haar Europese bondgenoten. De nieuwste controversiële maatregel betreft de 
In de reeks bijdragen van Tweede Kamerleden volgt hier een discussiestuk van
Grommend stond ik in een Franse winkel te klungelen met mijn pinpasje. Werkte niet. Wilde niet. Omdat ik een oud pasje heb zonder de nieuwe veilige chip. Met mijn creditcard betalen lukte ook niet, want ik was vergeten de pincode aan te vragen. Liefjes keek ik mijn vriend aan, die zuchtend, zijn pas te voorschijn haalde en met een verwijtende blik zijn creditcard door de automaat haalde. Volgend jaar zal alles anders zijn, beloofden we elkaar. Dan heb ik een nieuwe pas en, dat weten wij toevallig, zal het Europese betalingsverkeer meer geharmoniseerd zijn. Dan werken mijn passen in heel Europa. Of niet, dan klungel ik volgend jaar nog een keer. En dat hangt van een aantal dingen af, als het aan mij ligt. 
Paus Benedictus XVI roept jongeren op als heilige missionarissen hun leven op het spel te zetten om de wereld te verlichten met de waarheid van Christus. Hij schreef dit in
?
In 1896 ontdekte Henri Becquerel bij toeval het spontane radioactieve verval van uranium met behulp van een fotografische plaat. Met Einsteins E = mc2 werd het in het begin van de twintigste eeuw duidelijk dat door het massadefect bij het splijten van een gram uranium evenveel energie vrij zou komen als bij het verstoken van 2.500 ton goede steenkool. Voor een efficiënte energiewinning moet het verval echter op een of andere manier sneller verlopen. In 1939 lukte het de Duitsers Hahn en Strassman de splijting van 235U op te wekken met een bombardement van neutronen hoewel ze niet begrepen wat er gebeurde. Lise Meitner en haar neef Otto Frisch snapten het wel en publiceerden de verklaring meteen in Nature [1]. De zoektocht naar het in gang zetten van een kettingreactie in radioactieve elementen begon, zowel in Duitsland als in de Verenigde Staten, Rusland en Japan, met als vernietigend resultaat de atoombommen op Japan in 1945. In de jaren vijftig kwamen civiele toepassingen van kernenergie tot ontwikkeling. Na de ongelukken in Harrisburg (1979) en Tsjernobyl (1986) is er wereldwijd weinig meer geïnvesteerd in kernenergie. Is het nu tijd voor een opleving? Een gesprek over de perspectieven van kernenergie met Tim van der Hagen, directeur van het Reactor Instituut in Delft. (door: Claud Biemans)