De duurzame perspectieven en hindernissen voor kernenergie

Sargasso publiceert deze maand drie artikelen uit het Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde dat deze keer geheel gewijd is aan het onderwerp energie. De eerste bijdrage ging over windenergie. De tweede bijdrage is een artikel over kernenergie en bevat o.a. een interview met van Tim van der Hagen: directeur van het Reactor Instituut in Delft

In 1896 ontdekte Henri Becquerel bij toeval het spontane radioactieve verval van uranium met behulp van een fotografische plaat. Met Einsteins E = mc2 werd het in het begin van de twintigste eeuw duidelijk dat door het massadefect bij het splijten van een gram uranium evenveel energie vrij zou komen als bij het verstoken van 2.500 ton goede steenkool. Voor een efficiënte energiewinning moet het verval echter op een of andere manier sneller verlopen. In 1939 lukte het de Duitsers Hahn en Strassman de splijting van 235U op te wekken met een bombardement van neutronen hoewel ze niet begrepen wat er gebeurde. Lise Meitner en haar neef Otto Frisch snapten het wel en publiceerden de verklaring meteen in Nature [1]. De zoektocht naar het in gang zetten van een kettingreactie in radioactieve elementen begon, zowel in Duitsland als in de Verenigde Staten, Rusland en Japan, met als vernietigend resultaat de atoombommen op Japan in 1945. In de jaren vijftig kwamen civiele toepassingen van kernenergie tot ontwikkeling. Na de ongelukken in Harrisburg (1979) en Tsjernobyl (1986) is er wereldwijd weinig meer geïnvesteerd in kernenergie. Is het nu tijd voor een opleving? Een gesprek over de perspectieven van kernenergie met Tim van der Hagen, directeur van het Reactor Instituut in Delft. (door: Claud Biemans)

Uranium is een zwaar metaal dat ontstaat door kernfusie in supernova’s. Op aarde is het in de oceanen vrijwel uniform verdeeld (ongeveer 3,3 microgram per liter). Het komt ook voor in de aardkorst (gemiddeld 2,3 ppm), vooral in de vorm van 238U (99,275%), 235U (0,72%), en een klein beetje 234U (0,0058%). Het hoopt zich op in zeker tien verschillende soorten erts, die in geologische formaties verspreid over de gehele aarde voorkomen. In 2005 produceerden zeventien landen uraniumoxide, met als grootste producenten Canada (27,9% van de wereldproductie) en Australië (22,8%). De wereldproductie in 2005 was ongeveer 49 miljoen kilo U3O8 [2]. Dit dekt slechts ongeveer 60% van wat er jaarlijks nodig is voor alle kerncentrales samen in de wereld. De rest wordt aangevuld met voorraden (tot 1995 werd er meer geproduceerd dan gebruikt), gerecycled uranium, opgewerkte materialen, en uranium en plutonium uit voormalige kernwapens. Sinds 1999 is dit laatste een jaarlijkse bron vergelijkbaar met ongeveer 10,6 miljoen kilo uranium uit mijnen [3]. Bij de huidige marktprijs van ongeveer 60 euro per kilo bedragen de bewezen reserves ongeveer 3,5 • 109 kg. Bij gelijkblijvend gebruik is dit voldoende voor ruim veertig jaar. Maar omdat de prijs van brandstof bij een kerncentrale slechts een fractie van de productiekosten van de stroom bepaalt, zijn duurdere winningsmethoden niet uitgesloten. Er kan naar schatting tien keer zo veel erts gedolven worden als de prijs zou verdubbelen. De prijs van de geleverde energie zou hierdoor 5% stijgen.

Kernenergie
In 1951 werd de eerste uit kernenergie opgewekte elektriciteit geproduceerd in een experimentele reactor in Idaho, VS. Een paar jaar later stond er een commerciële kerncentrale in Pennsylvania. De Sovjet Unie had de eerste centrale voor civiel gebruik in 1954. Al snel volgden andere landen en de kernenergie-industrie begon aan een snelle opmars, die na Tsjernobyl stokte. Er werden weinig nieuwe centrales bijgebouwd, maar de efficiëntie en bedrijfstijd van veel centrales namen toe, zodat het totale met kernenergie opgewekte vermogen toch toenam.
Volgens de IEA werd in 2003 in totaal 6,5% van de wereld-energievraag gedekt door kernenergie [9]. In 2006 werd 17% van alle elektriciteit wereldwijd geproduceerd in kerncentrales, in Europa is dit 36% en in Nederland volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek 4% (geïmporteerde stroom niet meegerekend). Alle kerncentrales over de hele wereld samen hadden in 2005 een vermogen van 368 GW. In de EU staan 152 kernreactoren, waarvan 59 in Frankrijk, 23 in het Verenigd Koninkrijk, 17 in Duitsland, 10 in Zweden, 9 in Spanje en 7 in België. In de voormalige Oostbloklanden die nu bij de EU horen staan in totaal 23 reactoren [6].
Reserveringen uit atoomstroom
In het verleden is er 2% van de MWh-prijs gereserveerd voor ontmanteling van kerncentrales en opslag van het gebruikte uranium. Nieuwe inzichten laten zien dat dit 5% moet zijn [10]. Voor een centrale van 1000 MWelektrisch moet tijdens de levensduur (vaak geschat op 40 jaar; Borssele blijft 60 jaar in bedrijf) een bedrag van 1 miljard euro gereserveerd worden. Kosten voor de ontmanteling worden geschat op 400 miljoen, opslag van radioactief afval 100 miljoen, opslag in een mijn (goed voor het afval van 3 centrales) kost 1,5 miljard. Deze kosten nemen af als er technieken ontwikkeld worden voor het transmuteren van plutonium en andere actiniden en als afgewerkte brandstof hergebruikt kan worden in een snellekweekreactor. Anderzijds zijn snelle reactoren duurder dan thermische.

Splijtstof
Bijna alle kerncentrales maken gebruik van 235U als splijtstof. Het gehalte aan 235U in natuurlijk uranium is niet hoog genoeg om een kettingreactie tot stand te brengen, daarom wordt het voor gebruik als reactorsplijtstof opgewerkt tot ongeveer 4%. 235U heeft een halveringstijd van 713 miljoen jaar en per splijting komt 200 MeV vrij, dat is 3,2 • 10-11 J. Gemiddeld ontstaan er per splijting 2,5 neutronen met een energie van 2 MeV. Vooral nadat ze door botsingen met andere atomen (‘moderator’) zijn afgeremd tot 0,03 eV is de kans groot dat deze door een ander 235U-atoom worden ingevangen, dat vervolgens ook kan splijten. De moderator in een reactor is meestal water, soms grafiet of zwaar water. Wanneer elke splijting van een 235U-kern aanleiding geeft tot meer dan één nieuwe splijting, spreekt men van een kettingreactie. Zonder verdere voorzorgen zou het aantal splijtingen, en de hoeveelheid energie die daarbij vrijkomt, exponentieel toenemen. Dit gebeurt bijvoorbeeld in een atoomwapen. De moderator zorgt voor het absorberen van het teveel aan neutronen, zodat de kettingreactie in een kerncentrale nauwkeurig te controleren is: elke splijting resulteert gemiddeld in één enkele nieuwe splijting. 238U (halveringstijd van bijna 4,5 miljard jaar) draagt voor ongeveer 30% bij aan het splijtingsproces. Na de vangst van een neutron kan 238U via dubbel bètaverval overgaan in het goed splijtbare plutonium. Dit proces heet conversie. Als er meer 238U wordt omgezet dan aan 235U plus 239Pu verbruikt wordt (dus als er meer splijtbaar materiaal gemaakt dan verbruikt wordt) noem je het kweken. Een conversiefactor groter dan 1 is de ‘kweekfactor’. Om het kweekproces in gang te zetten, moeten er veel splijtbare kernen zijn (ongeveer 20%) en snelle neutronen, met kinetische energieën tot 2 MeV. Een kernreactor van dit type is een snellekweekreactor.

Een kilo natuurlijk uranium bevat 7 gram 235U. Hiervan kan ongeveer 5 gram splijten, wat overeen komt met 120.000 kWh thermische energie. Dit komt weer overeen met 4,3 • 1011 J. Een Nederlands gezin gebruikt ongeveer 3.400 kWh aan elektriciteit per jaar. Als je een rendement van de omzetting van warmte naar elektriciteit van 35% neemt, heb je dus 9.714 kWh per jaar per gezin aan warmte nodig, 3,5 • 1010 J. Het volledig splijten van 0,4 gram 235U is dus voldoende om een Nederlands gezin een jaar lang van elektriciteit te voorzien. Bij gebruik van een reactor met water onder hoge druk (Pressurised Water Reactor) haal je – door conversie van 238U – 6 • 1011 J uit een kilo natuurlijk uranium. Door intern kweken van plutonium kun je dit verhogen tot circa 8 • 1011 J per kilo natuurlijk uranium. Als alle 238U in natuurlijk uranium splijtbaar zou zijn door kweken van plutonium in snelle reactoren, dan is het theoretisch maximum 8,6 • 1013 J thermische energie per kilo uranium. Een kweekreactor gebruikt het natuurlijk uranium 100 keer zo efficiënt als een thermische reactor en kan bovendien radioactief afval vernietigen door transmutatie (splijting) van hoog-radioactieve elementen.

Vierde-generatiekerncentrales
De EU doet samen met tien andere landen op dit moment onderzoek aan zes verschillende typen reactoren van de vierde generatie. Het daadwerkelijke gebruik van deze nieuwe kerncentrales wordt pas op zijn vroegst verwacht in 2020.

VHTR (Very High Temperature Reactor)
Helium-gekoeld, met een uitlaattemperatuur van rond de 1000 °C. Geschikt voor het op grote schaal produceren van waterstof met een hoog rendement. Japan heeft dit principe al op laboratoriumschaal gedemonstreerd.

SCWR (SuperCritical Water Cooled Reactor)
Gekoeld door water onder zeer hoge druk, hoge watertemperatuur van 550 °C, hoog rendement van elektriciteitsproductie.

GFR (Gas Cooled Fast Reactor)
Helium-gekoelde reactor, gebruikmakend van snelle neutronen (geen modererende materialen aanwezig in de reactorkern). Radioactief afval – ook van andere reactoren – wordt hierin vernietigd en zelfs nuttig gebruikt door een gesloten splijtstofcyclus.

LFR (Lead Cooled Fast Reactor)
Loodgekoeld systeem, gebruikmakend van snelle neutronen. Radioactief afval, ook van andere reactoren, wordt hierin vernietigd en zelfs nuttig gebruikt door een gesloten splijtstofcyclus.

SFR (Sodium Cooled Fast Reactor)
Natriumgekoeld, gebruikmakend van snelle neutronen. Radioactief afval, ook van andere reactoren, wordt hierin vernietigd en zelfs nuttig gebruikt door een gesloten splijtstofcyclus.

MSR (Molten Salt Reactor)
Reactor met een vloeibare, circulerende reactorkern. Wordt bedreven onder lage druk (5 bar), hoge uitlaattemperatuur van minimaal 700 °C. Hierbij is nadrukkelijk aandacht voor snelle systemen.

In de World Energy Technology Outlook uit januari 2007 [4] schetst de Europese Commissie een wereld in 2050, waarin de totale energievraag twee keer zo groot is als nu. Kernenergie moet dan 20% van de totale vraag dekken en 40% van de elektriciteitsbehoefte. Dit moet met name gerealiseerd worden door na 2020 vierde-generatiekerncentrales (zie kader) te bouwen. Als er tegen die tijd nog geen kweekreactoren gebouwd zijn, betekent dit scenario een zes keer sneller verbruik van de beschikbare uraniumvoorraden.
Het wordt een hele prestatie om in Europa het percentage kernstroom op hetzelfde peil als nu te houden. Veel centrales die in de zestiger en zeventiger jaren gebouwd zijn, zullen de komende tijd sluiten. Verschillende landen in Europa willen stoppen met kernenergie. Finland is op dit moment bezig met het bouwen van een European Pressurized Reactor (EPR, 1,5 GW) en Frankrijk wil daar dit jaar mee beginnen. Een probleem bij kernenergie zijn de hoge investeringskosten. Het bouwen van een EPR kost nu naar schatting 3 miljard euro. Daarna zijn de bedrijfskosten echter laag.

Een nieuwe reden voor het gebruik van meer kernenergie is het reduceren van kooldioxide-uitstoot. Die is van een (nieuwe) kerncentrale over de hele keten genomen ruim tien keer lager dan de uitstoot van een gasgestookte centrale [5]. In Europees perspectief lijkt hier op korte termijn weinig winst te boeken, maar in Nederland hebben we alleen Borssele, met een (elektrisch) vermogen van 450 MW. Wat is hier de stand van zaken?
Van der Hagen: “Het is zeer waarschijnlijk dat Nederland een tweede kerncentrale gaat bouwen. De vergunningsaanvraag wordt waarschijnlijk in 2008 ingediend door Delta. Het wordt waarschijnlijk een European Pressurized Reactor, EPR van 1,5 GW, net als in Finland. De overheid weet al dat er een vergunningaanvraag komt. In het regeerakkoord staat dat we in deze periode geen kerncentrale bouwen. Dat is een dooddoener, want het hele vergunningstraject duurt een jaar of vijf. Dus bouwen komt pas bij het volgende kabinet.”

“De nucleaire sector heeft in het verleden twee cruciale fouten gemaakt. Er is altijd geroepen dat kernenergie bestduurzaam kan worden, met de ingebruikname van snellekweekreactoren. Wereldwijd is er echter maar één in bedrijf. Op basis van vele wetenschappelijke studies is gezegd dat afval prima in de geologische ondergrond opgeborgen kan worden. Dat is ook nog nooit op praktische schaal gedemonstreerd. De milieubeweging zou moeten eisen dat kernenergie duurzaam wordt met het daadwerkelijk in gebruik nemen van snelle reactoren en een bergingsplaats voor radioactief afval. Dit gebeurt nu niet omdat er nog geen feitelijke noodzaak toe is, hoewel er wel geld beschikbaar is. In de kWh-prijs van de elektriciteit uit Borssele zit de ontmanteling van de centrale plus de eindberging van het afval inbegrepen (jaarlijks 1,3 kubieke meter (verglaasd) hoog-radioactief afval). Dus laat maar zien. En ontwikkel die snellekweekreactoren zodanig dat ze inherent veilig zijn. Dat is natuurlijk de toekomst van de kernenergie.”

De droom van de snellekweekreactor
Sinds 1980 is in Jekaterinenburg in Rusland een snellekweekreactor in bedrijf en een tweede kweekreactor is in aanbouw. Ook in India komt bij Chennai in Tamil Nadu een snellekweekreactor. In Frankrijk wordt de experimentele snellekweekreactor Phénix in 2008 gesloten [6]. Alle andere snellekweekreactoren zijn na een relatief korte bedrijfstijd gesloten. Kalkar heeft het zelfs na miljardeninvesteringen, vooral door Duitsland, nooit verder gebracht dan tot pretpark.
Al in juli 1953 verklaarde de Atomic Energy Commission in de VS dat het gelukt was om met de proefreactor in Idaho meer plutonium te kweken dan de gebruikte hoeveelheid 235U waarmee het kweekproces in gang was gezet. Toen al was het bouwen van een kweekreactor zeer kostbaar vergeleken met andere reactortypes, en het kweekproces verloopt zeer langzaam: het duurt wel vijf jaar voordat het proces evenveel splijtstof teruggeeft als het verbruikt [7].

De snellekweekreactor is een al een oude droom. Ik heb een boek uit 1955 [7] waarin dezelfde hoop wordt uitgesproken door Amerikaanse bedrijven in het begin van de jaren vijftig. Waarom is het er nog niet van gekomen?
Van der Hagen: “Er is geen enkele economische drijfveer om snelle reactoren te ontwikkelen. Uranium kost namelijk bijna niks. De algemene gedachte is: we weten dat het kan, we doen het wel als het zover is. We weten dat het principe werkt, het moet alleen nog op een inherent veilige manier ontwikkeld en gebouwd worden. Het grote voordeel is wel dat je dan veel korter levend afval hebt, de periode dat je het goed moet bewaren wordt gereduceerd tot vijfhonderd jaar.”

De verkenningscommissie Energie van FOM concludeerde in augustus 2006 [8] dat er in Nederland geen noodzaak is voor fysisch onderzoek aan kernenergie op korte termijn.
“Ik zit in de commissie. Ik denk zelf dat kernenergie noodzakelijk is voor de elektriciteitsvoorziening. Tot 2050 ontkomen we zeker niet aan kernenergie. Je hebt het nu nodig, samen met ‘schoon fossiel’ – technologie waarmee de uitstoot van kooldioxide bij gebruik van fossiele energiebronnen kan worden teruggedrongen – om de andere opties intussen verder te ontwikkelen.”

Vond je conclusie van de commissie dan terecht?
“Nee: Nederland gebruikt nucleaire technieken en blijft die – waarschijnlijk in toenemende mate – gebruiken. Het is daarom van belang nucleaire deskundigheid, door opleiding en onderzoek, in stand te houden en te versterken, om verschillende redenen. Het vergroot de concurrentiekracht van Nederland en de Nederlandse industrie. Het draagt bij aan de duurzaamheid en voorzieningszekerheid van de elektriciteitsvoorziening. Ook is het van belang voor de medische technologie en de innovatie daarvan, het houden van toezicht op nucleaire activiteiten, en het informeren en voorlichten van de samenleving.

Krijgen jullie alleen geld voor onderzoek uit de Kaderprogramma’s van Europa (zie kader)?
“Ja, het is voor ons heel moeilijk om via FOM of STW aan geld te komen. Zodra het woord nucleair valt, dan is het: “O, niet bij ons”. Langzaam waait er een nieuwe wind, ook bij FOM. Projecten met het thema energie hebben een meerwaarde. Ook fundamentele dingen uit de kernenergiesfeer passen daarin.”
“Wij werken aan vier van de zes vierde-generatiesystemen: de gesmolten zoutgekoelde reactor, de Very High Temperature Reactor (VHTR), de superkritieke waterreactor en gasgekoelde snelle reactor (zie kader). Maar ook aan exotische systemen als een wervelbedreactor. Het uranium is verdeeld in de vorm van kleine korreltjes die opgeblazen worden met helium. Alleen als je dit ijl genoeg maakt, start de kettingreactie. Neutronen die bij kernsplijting vrijkomen hebben dan in voldoende mate de kans om de omringende grafietmantel te bereiken, daar via botsingen een groot deel van hun snelheid (energie) te verliezen, terug te keren naar de reactorkern (de korreltjes) om daar met een grotere kans – vanwege hun lagere snelheid – een nieuwe kernsplijting te genereren. Valt het koelmiddel weg, dan stopt de reactie. Heel ingewikkeld, want je hebt de wervelbedfysica, splijtingsfysica, het vermogen dat vrijkomt en warmteoverdracht.”

Europees budget voor kernonderzoek
Op Europees niveau wordt al het geld voor kernonderzoek beheerd via het 7e kaderprogramma van Euratom (dat losstaat van het 7e kaderprogramma van de Europese Commissie (EC)). Het grootste gedeelte gaat naar kernfusie: 1,9 miljard euro tussen 2007 en 2011 op een totaal budget van 2,7 miljard [11]. Verder besteedt Euratom 287 miljoen euro aan: beheer van radioactief afval; reactorsystemen; stralingsbescherming; steun voor en toegang tot onderzoeksinfrastructuur; personeel en opleiding. De rest van het geld, 517 miljoen euro, wordt verdeeld via de nucleaire activiteiten van de Joint Research Centres. Hiervan gaat een fractie naar onderzoek aan kernenergie, en het andere deel naar milieuonderzoek (Ispra) en energie in het algemeen (Petten). Onderzoek en ontwikkeling van de vierde generatie kerncentrales vallen hieronder, naast thema’s op het gebied van afvalmanagement, afscheiding en transmutatie van actiniden (de langst levende hoog-radioactieve isotopen in kernafval), medische toepassingen, veiligheid van bestaande installaties en onderwerpen op het gebied van non-proliferatie [12]. Ter vergelijking: het EC 7e kaderprogramma bevat 2,3 miljard voor onderzoek op het gebied van duurzame energie (dus exclusief kernsplijting en kernfusie).

“We hebben ook gewerkt aan een gaskernreactor en dat willen we nu weer voortzetten. Dat is nog futuristischer, want je werkt met uranium in plasmavorm. Met een spoel om dit expanderende plasma wek je een inductiestroom op. Als je dat slim doet, dan lukt dat met een frequentie van 50 Hz en kun je splijtingsenergie rechtstreeks omzetten naar wisselspanning. Een aardig idee, maar ook ingewikkeld, door de combinatie gasdynamica-splijtingsproces-warmteproductie. Die ingewikkelde fysica is voor ons aantrekkelijk, je leidt jonge mensen op en er is altijd spin-off. Je leert er een hoop van en misschien is het systeem op zich nog wel eens aantrekkelijk. Ik vind dat ook de taak van universiteiten om net wat verder te kijken. Zo’n onderwerp zou prima binnen FOM passen.”

Veiligheid van centrales
Behalve bij centrales van het type Tsjernobyl stopt de kettingreactie onmiddellijk wanneer de splijtstoftemperatuur hoger dan normaal wordt (bijvoorbeeld als het koelmiddel wegvalt). Het radioactief verval gaat daarna echter door. De warmte die daarbij vrijkomt moet je wegnemen, met actieve noodsystemen en pompen die gaan werken. Dit gebeurt bij de derde-generatiereactoren, zoals de EPR. Kogelbedreactoren (pebble bed reactors, generatie III+) zijn inherent veilig. De reactorsplijtstof is hierbij opgesloten in heel veel kleine, hittebestendige balletjes. Als de heliumkoeling van zo’n reactor wegvalt dan kan er niet genoeg warmte ontstaan om problemen te veroorzaken. Hierdoor is het vermogen beperkt. Dit type reactor staat nu volop in de belangstelling. In Jülich heeft twintig jaar een kogelbed-testreactor gedraaid, in China staat een onderzoeksreactor en bij Kaapstad start binnenkort de bouw van de eerste commerciële reactor. Van der Hagen: “Het duurt nog wel tien jaar voordat je een kogelbedreactor kunt gaan bestellen. Over een jaar of vijf is er meer definitiefs over bekend. Het zou een economische kans bieden om hier de eerste van Europa te hebben.”

Is het eigenlijk voor wetenschappers mogelijk om een bijdrage te leveren aan het tegengaan van ongewenste verspreiding van radioactieve stoffen?
Van der Hagen: “Non-proliferatie is een belangrijk thema voor de vierde generatie, zorgen dat het plutonium voor de snelle reactoren niet afzonderlijk voorkomt. Maar, ik denk dat elk land en elke groepering met voldoende financiële middelen en voldoende tijd een kernwapen kan produceren. Aan de benodigde kennis is wel te komen. De eerste stap, het verrijken van uranium, lukt wel en je hebt maar weinig nodig. In de geschiedenis is al aangetoond dat landen dit gedaan hebben. Wat is dan eigenlijk de link met kernenergie? Het is onhandig om geschikt plutonium te maken met een kerncentrale. Het ontstaat wel, maar het moet er snel na het ontstaan uitgehaald worden, anders wordt het onbruikbaar door een te hoog gehalte aan zwaardere isotopen. Dus dan moet je een speciale reactor hebben, zoals in Tsjernobyl. Ook vroege reactoren van de Russen en de Amerikanen waren speciaal op dit doel gericht. Maar een reactor zoals in Borssele zou je na zes weken moeten stilleggen, en dan is er geen elektriciteitsproductie meer. De druk moet eraf en het vat moet open. Zoiets valt op. Ik geloof niet dat het risico bestaat dat met deze reactoren wapenmateriaal gemaakt wordt. Natuurlijk kunnen de reactoren wel een dekmantel zijn voor andere activiteiten. In hetzelfde instituut kunnen centrifuges staan om uranium te verrijken. Maar aan de andere kant, dat is ook zonder het bedrijven van een kerncentrale al mogelijk. Als je zou stoppen met kernenergie dan blijft de dreiging nog steeds. Het is veel meer een politiek probleem.”

Nederland heeft het onderzoek in kernenergie vrijwel geheel afgebouwd. Zijn er nog wel genoeg mensen om een kerncentrale te bedrijven?
“Wereldwijd hangt de toekomst van kernenergie natuurlijk niet van Nederland af. Wel is het belangrijk dat we onze kennis op peil houden voor het gebruik van reactoren, het omgaan met straling en radioactieve stoffen en het ontmantelen van de nucleaire installaties. Kennis bouw je vooral op door met onderzoek bezig te zijn. Onze groep in Delft is op het gebied van stromingsleer in lichtwaterreactoren een wereldspeler, ook op het gebied van hoge-temperatuurreactoren. Voor de vakken die we geven is veel animo, we hebben zelfs tijdelijk een stop op afstudeerders. Vijf jaar geleden lag dat heel anders. Toen waren we echter een onderzoekinstituut zonder onderwijstaak. Sinds drie jaar zijn onze medewerkers veel zichtbaarder voor de studenten. Wij denken er aan om binnen de 3TU masteropleiding sustainable energy technologies een richting kerntechnologie te gaan opzetten.”

Met dank aan Jan Leen Kloosterman, Reactor Instituut Delft.

Referenties
1 Lise Meitner, O.R. Frisch, Disintegration of Uranium by Neutrons: a New Type of Nuclear Reaction, Nature, 143 (1939) 239-240.
2 http://www.uxc.com/fuelcycle/uranium/production-uranium.html
3 http://www.world-nuclear.org/info/inf22.html
4 World Energy Technology Outlook 2050, EUR 22038, Europese Commissie 2007.
5 M.N. Sevenster, H.J. Croezen, M.J. Blom, F.J. Rooijers, Nieuwe elektriciteitscentrale in Nederland: De ‘vergeten’ kosten in beeld, Delft, CE, 2007.
6 http://www.world-nuclear.org/wgs/decom/database/php/reactorsdb_index.php
7 W.K.H. Feuilletau de Bruyn, Kernenergie. Ellende of welvaart? Drukkerij De Spaarnestad, Haarlem, 1955.
8 Rapport FOM-verkenning Energie augustus 2006, te vinden op www.fom.nl
9 World Energy Outlook, International Energy Agency, 2006.
10 Smart energy mix, KIVI-NIRIA, oktober 2006, 45.
11 http://www.jrc.cec.eu.int/download/fp7_specific_programme_jrc-euratom_en.pdf
12 http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/site/nl/oj/2006/l_400/l_40020061230nl00600085.pdf

:::Sargasso bedankt alle partijen die deze samenwerking hebben mogelijk gemaakt:::

  1. 2

    Kan je je nog herrineren toen vorig jaar die raffinaderij in Engeland twee weken in de brand stond? Hoeveel schade heeft dat voor het milieu opgeleverd, denk je?

  2. 7

    @JSK, #2: Lijkt me irrelevant. Wat je je beter af kunt vragen, is in hoeverre je je medemens vertrouwt met betrekking tot het bewaken van een tijdbom onder het land waar je in woont en van leeft. Rondom Tsjernobyl is immers ook niks mis met het milieu aldus de vogeltjes en boompjes aldaar.

    Ter illustratie, in het NRC-artikel over de door Steeph genoemde gebeurtenissen in Japan, wordt het volgende gezegd: “In Tokaimura, dat zich eens aanprees als Japans nucleaire dorp, lukte het enkele lakse werknemers bijvoorbeeld om een spontane kernreactie op te wekken in een emmer. De elektriciteitsbedrijven zijn berucht wegens het achterhouden van informatie over (bijna-)ongelukken in kerncentrales.”

    Ik heb alle vertrouwen in de wetenschap en technologie achter kernenergie, maar tegen menselijke onkunde, onwetendheid en haat kan geen technologie op. Tegen aardbevingen en vallende Boeings ook niet, trouwens.

    Verder, als we het nu al over een tijdspanne van enkele tientallen jaren hebben alvorens we we door onze uraniumvoorraden heen zijn, moeten we ons wellicht eens achter het oor krabben en ons afvragen of dat niet al te asociaal is jegens ons nageslacht. Er zijn nu pak hem beet 200000 jaar mensen op deze planeet, als we zo doorgaan, slagen we erin om in 0.1% van die tijdspanne het gros van alle op dit moment technisch bruikbare natuurlijke energiebronnen op te maken.

  3. 8

    —- Redactie: Uit het spamfilter gehaald. Moet je maar niet over roulette praten —-

    (Ik krijg steeds meer het vermoeden dat de CO2 hype draait om het warmmaken van het volk voor kernenergie. In die context plaats ik ook MP Balkie’s uitspraken over nieuwe kolencentrales. Mensen zijn bang voor CO2, dus dan maar het alternatief, kerncentrales.)

    Dat alles tussen twee haakjes.

    Zie de recente problemen in Japan en besef: kernenergie blijft een bijzonder gevaarlijke vorm van Russisch roulette.

  4. 9

    Idd een zeer goed overzicht, ik mis alleen de visie op de afvalproblematiek die niet in het interview naar voren komt.

  5. 10

    Rondom Tsjernobyl is immers ook niks mis met het milieu aldus de vogeltjes en boompjes aldaar.

    Tsjernobyl noemen is een drogreden eerste klas, aangezien de nieuwste generatie kerncentrales fysisch gezien niet eens kunnen ontploffen. Waar het dus om gaat is het lekken van radioactief materiaal. Persoonlijk ben ik bezorgder over het lekken van olie aan kust of longbeschadiging door smog. De laatste twee komen veel vaker voor. Goed, het is geen ‘exotische’ vervuiling en wordt daarom niet zo gehyped als the occassion nuclear spill. Maar ik denk dat conventionele energieopwekking (namelijk: fossiel) gevaarlijker is dan nucleaire energie.

  6. 11

    “Wat je je beter af kunt vragen, is in hoeverre je je medemens vertrouwt met betrekking tot het bewaken van een tijdbom onder het land waar je in woont en van leeft.” En dat 20.000 jaar lang, of hoe lang de halfwaardetijd van sommige restproducten van deze vorm van energieproductie is.

  7. 13

    @JSK: Er zijn inderdaad splinternieuwe ontwerpen voor kerncentrales die inherent veilig zijn. Toch sturen we steeds weer aan op snelle kweekreactoren en dergelijke die NIET inherent veilig zijn. Productievere systemen zijn nou eenmaal inherent minder veilig. We zullen wat betreft kernenergie altijd de grenzen op blijven zoeken.

    Bijvoorbeeld metalen systemen waar gesmolten alkalimetalen doorheen stromen in de buurt van genoeg splijtstof om een kritieke massa te vormen, dat noem ik gewoon vragen om problemen.

    En hoe vaak het mis gaat, lijkt me volstrekt irrelevant. Je hebt maar 1 goede ramp nodig om een compleet continent onbewoonbaar te maken. Voor mensen dan.

    En wat betreft je vergelijking met elektriciteit uit fossiele brandstoffen: daar mogen ze van mij ook per direct mee stoppen. Je hebt zonder meer gelijk dat het directe gevaar (nog voordat er iets mis gaat in zo’n centrale) voor onze gezondheid door uitstoot van fossiele brandstoffen groter is dan bij kernenergie.

    Dat lijkt me echter geen reden om voorstander van kernenergie te zijn, er zijn namelijk legio alternatieven die volgens mij veel meer voordelen hebben dan enkel een veiligheids/gezondheidsvoordeel.

  8. 15

    Ik denk dat het jammer zou zijn als er in de publieke opinie, die van moderne fysica geen kaas gegeten heeft, het idee zou onstaan dat kernfusie al te veel met kernsplitsing te maken heeft.
    Als het lukt daar in Frankrijk, dan pink ik denk ik wel stiekem wel even een traantje van blijdschap weg zeg…;D

  9. 16

    zmc, als kenrfusie-reactor lukt??
    Voor de poen die ze ervoor krijgen kunnen ze maar beter zorgen dat het werkt.

    Voor hetzelfde geld kan je nu al een systeem op poten zetten dat met zonne-energie Europa van stroom voorziet.

  10. 17

    zmc, anderzijds hoop ik idd dat het echt wel lukt in Frankrijk. Want dat zou zo’n energiebom zijn die we dan gevonden hebben dat we nooit meer moeten denk aan fosiele brandstoffen.
    Zou volgens mij ook een enorm effect hebben op alle ander technologisch onderzoek. Een soort fin de siècle gevoel zou denk ik ontstaan waarin de mens weer gaat geloven dat hij alles aankan en alles kan oplossen.
    En dat wil ik wel is meemaken, ik vond het eind jaren 90 maar wat plattekes wat dat betrof.