Weinig privacy en toch vrij
Op Sargasso bieden we regelmatig ruimte voor gastbijdragen. Vandaag wederom een bijdrage van Dimitri Tokmetzis, freelance journalist te New York. Het artikel is ook op zijn eigen blog te lezen.
Ligt het aan mij, of steekt er eindelijk een privacystorm op in Nederland? De laatste tijd lijken de mainstream media eindelijk het onderwerp te hebben opgepakt, met als boegbeeld de activistische Telegraaf. De ontwikkeling van het Elektronisch Patienten Dossier ligt ineens onder een vergrootglas en stuit op onverwacht veel verzet. De herstart van Bits of Freedom werd met veel gejuich ontvangen. Op internet en daarbuiten zijn inmiddels meerdere blogs en bewegingen actief die er niet voor terugschrikken naar de rechter te stappen.
Toch stel ik mezelf geregeld de vraag: is het nu echt zo erg gesteld met onze privacy? De onderstaande passage illustreert mijn punt. Het komt uit het boek The naked society van de Amerikaanse journalist Vance Packard.
A quite different kind of electronic surveillance – and control – has become possible through the development of giant memory machines, each month more and more information about individual citizens is being stored away in some gigantic memory machine. Thus far, the information about individuals is usually fed into the super-computers to serve a socially useful or economically or politically attractive purpose. But will it always be? This might especially be asked concerning those memory machines that are building up cumulative files on individual lives.
If information is power, Americans should be uneasy about the amount of information the federal government is starting to file on its citizens in its blinking memory banks. There are, for example, the gigantic memory machines that the Internal Revenue Service is starting to use to check data from our tax returns against data accumulated about us from other sources, such as employers and banks. The computer also watches for unlikely patterns. Obviously these memory banks are useful tools for fair and efficient tax collecting. But what are the implications for two decades from now, in 1984? If future bureaucrats choose, they can build up so-called ‘cum’, or cumulative files, on each taxpayer over decades, and thus will have, instantly recallable, a vast amount of personal information about the living habits of every adult in the realm.
Op Sargasso wordt afgeteld. Afgeteld tot een drietal mijlpalen. De eerste is de klimaattop in Kopenhagen. Die staat er het kortst op en verdwijnt ook het eerst weer: over 16 dagen zijn we op dit punt uitgeteld. De tweede teller loopt tot de gemeenteraadsverkiezingen. Daarop moeten we, als we niet in Zuidplas, Oldambt of een zevental Limburgse gemeenten wonen, nog dik drie maanden wachten. De laatste teller loopt tot het uitsterven van de blauwvintonijn.
Mijn ideale zaterdagochtend begint, net als die van veel andere mensen, met een kopje koffie, een croissantje en de krant. Geluk in een klein hoekje. Als het aan mij persoonlijk ligt, blijft dat zo. Helaas is dat niet wat door deskundigen wordt voorspeld. De
Het Turkije-sceptische betoog luidt ongeveer zo: sommige Europese politici mogen Turkije dan een belangrijke partner vinden, de Europeaan voelt wel aan zijn theewater dat Turkije geen Europees land kan worden omdat het geen deel heeft gehad in de historische ontwikkeling die vanuit het westers Christendom, via Renaissance en Verlichting, resulteerde in onze tolerante en democratische samenleving. Dat het land sinds de jaren 1920 ingrijpend moderniseerde onder Atatürk en diens republikeinse opvolgers doet niet ter zake, want door elites doorgevoerde juridische en politieke veranderingen kunnen “nooit een geschiedenis en een cultuur veranderen” en Turkije zal dan ook altijd intoleranter, corrupter, autoritairder en vooral islamitischer blijven dan Europa lief is. Alle modernisering ten spijt zullen het eeuwenoude Europees-Turkse antagonisme en de daarmee samenhangende culturele verschillen sterker blijken dan de wens tot integratie. We moeten dan ook niet langer het onmogelijke verlangen (noch van de Europese burger, noch van de Turkse) en een alternatieve vorm zoeken voor de Europees-Turkse samenwerking.
In een slechts door een bureaulamp verlichte kamer van de Rijksrecherche staan een tafel en drie stoelen. Op een stoel zit Hans H. Hij was jarenlang in dienst van de AIVD en wordt ervan verdacht staatsgeheimen te hebben doorgespeeld aan De Telegraaf. Hij kijkt om zich heen en moet glimlachen. Uit alles – de kale bakstenen muren, de spiegelwand, de ouderwetse bandrecorder met twee microfoons – blijkt dat een stel rechercheurs met hulp van een paar doe-het-zelfwinkels uit alle macht hebben geprobeerd om een verhoorkamer uit Amerikaanse politieseries na te maken. Hij wedt met zichzelf dat achter de spiegelwand gewoon een betonmuur zit. Dan gaat de deur piepend open (hang- en sluitwerk van de Gamma, hoort Hans meteen) en komen rechercheur 1 en 2 de kamer binnen. Zij schuiven met veel stil acteren aan tafel.
Bij de bespreking van de begroting in het parlement zei Geert Wilders dat de begroting “een flutstuk was van het slechtste kabinet ooit”. Gevoel voor hyperbolen is de man niet te ontzeggen. Het werkte niet helemaal, want de Kamer lag dubbel van het lachen. “Ik ga nog even verder”, moest Wilders, met een lachje, toelichten. De Engelse rechter oordeelde onlangs dat hij ten onrechte was teruggestuurd toen hij zijn filmpje wilde komen vertonen; Wilders vond dat een “zege voor de vrijheid van meningsuiting”. Ook dat lijkt een beetje veel dramatiek voor een incident. Een kamerlid uit een klein land, met een in elkaar geflanst filmpje en een natuurtalent voor te grote woorden, wordt niet toegelaten in het geboorteland van John Stuart Mill. Echt fraai is het niet. Maar de omkering is evenmin in orde. Wilders is voor het verbod op de Koran en wil dat Moslims de Koran afzweren, als voorwaarde voor toelating in ons land. Iemand die dergelijke stellingen huldigt, is als kampioen van de vrijheid van meningsuiting toch niet zo geloofwaardig.
Het is geen verrassing, maar het gaat Rouvoet dit jaar 
Ik zal niet de enige zijn die schrikt van het niveau van de reacties op internetfora zoals bijvoorbeeld dat van de Telegraaf. Of na het lezen van de interviews met Wilders-stemmers die recentelijk nog in het NRC Weekblad stonden. Veel aanhangers van populistisch rechts denken alleen nog in vormen van paranoïde rancune: in hun ogen hebben de allochtonen, de linkse kerk, de academici het allemaal op hen gemunt, zij, de ‘gewone’, ‘hardwerkende’ Nederlanders. De grote groep ‘kleine’ mannen lijkt aan collectieve grootheidswaanzin te lijden. Overal hebben ze oplossingen voor klaarliggen en de oorzaken van maatschappelijke problemen worden enkelvoudig bij de ‘elite’ neergelegd. Het geheel vormt een simpele, samenhangende ideologie waarin de gekrenkte burgerman zichzelf als slachtoffer van de wereld positioneert.