Eigen vis eerst

Dit is een gastbijdrage van Gerrit Jan Groothedde. Op eetschrijven.nl vindt u meer ‘vrijblijvende gedachtenspinsels’ van deze culinair journalist.

visserijfotoOp Sargasso wordt afgeteld. Afgeteld tot een drietal mijlpalen. De eerste is de klimaattop in Kopenhagen. Die staat er het kortst op en verdwijnt ook het eerst weer: over 16 dagen zijn we op dit punt uitgeteld. De tweede teller loopt tot de gemeenteraadsverkiezingen. Daarop moeten we, als we niet in Zuidplas, Oldambt of een zevental Limburgse gemeenten wonen, nog dik drie maanden wachten. De laatste teller loopt tot het uitsterven van de blauwvintonijn.

Natuurlijk is voor dat laatste geen datum geagendeerd, maar de schatting van nieuwjaarsdag 2012 zou zelfs nog wel aan de optimistische kant kunnen zijn. Het is best mogelijk dat de favoriete sushi van de Japanners al vóór die tijd uit een ander visje zal moeten bestaan. Een duiveltje binnenin mij maant me nog even gauw een stukje te kopen, om nog één keer goed te proeven hoe ongelooflijk lekker. Toch maar niet doen. De herinnering moet maar volstaan. Ik heb me erbij neergelegd dat ik, gedwongen of vrijwillig, waarschijnlijk nooit meer blauwvintonijn zal proeven.

Over een andere vis gaat het op Sargasso eigenlijk nooit, en dat is in zekere zin eigenaardig want er bestaat een nauw verband met de naam van dit blog. Ik bedoel de paling, een vissoort die onze nationale zou kunnen zijn als we niet zo trots waren op de maatjesharing, die we vermoedelijk aan de Belgen danken. Of we het palingroken wél hebben uitgevonden, is niet met zekerheid te zeggen. Ik zou er niet op rekenen. Hoe dan ook is gerookte paling lekker, bijna net zo lekker als blauwvintonijn.

Maar hoe lang nog? Ook met de paling is het zorgwekkend gesteld. De stand loopt hard terug en ook daarvoor is de mens—alweer hij—grotendeels verantwoordelijk. Goed, een klein deel mag op het conto worden geschreven van de aalscholvers waarvan de populatie hand over hand toeneemt, maar klimaatverandering, vermindering van migratiemogelijkheden, verlies van habitat en vooral de overbevissing komen toch echt voor onze rekening.

Overigens spelen ook hier de Japanners, wier liefde voor maritieme delicatessen vermoedelijk pas eindigt als de laatste vis is binnengehaald, een hoofdrol. Zij zijn immers verzot op glasaal, een piepjong aaltje dat dan ook niet na de vangst wordt teruggezet, maar voor astronomische bedragen aan Japanse fijnproevers wordt afgezet. Dag mag ook wel: elke kilo glasaal vertegenwoordigt een kleine 4000 jonge palingen. In 2008 lieten op die manier bijna een miljard palingpeuters het leven.

In die omstandigheden is het eigenlijk nog vreemd dat de Nederlandse regering geen drastischer maatregel heeft afgekondigd dan een vangstverbod van twee maanden, vanaf 2010 te verlengen naar drie maanden. Desondanks klagen de Nederlandse palingvissers steen en been, omdat het vangstverbod net valt in de periode “waarin ze de grootste omzet boeken”. Ja, die vissers hadden liever gehad dat de vangst verboden werd in een periode waarin ze toch al niet gingen vissen. Zouden palingvissers soms en masse kinderloos zijn? Ik kan geen andere verklaring bedenken voor die houding van “na ons de zondvloed”.

De paling heeft, naast zijn geringe aaibaarheid, nog een ander probleem. Hij paait alleen maar in de Zee van Sargasso. De vissers op glasaal weten dus waar ze moeten zijn, en wij zorgen er met al onze waterwerken ook nog eens voor dat de arme dieren hun paaigronden nauwelijks meer kunnen bereiken.

Gaat onze generatie de dag nog meemaken dat we op de vraag “Wat is dat eigenlijk, Sargasso?” moeten antwoorden “Dat is de naam van een zee waar de palingen paaiden, toen die nog bestonden”? De kans lijkt me levensgroot van wel. Reden genoeg voor het blog dat zijn naam aan die zee ontleent om ook de paling een virtueel gedenkteken te geven voor zijn aangekondigde dood. Al zullen onze kortzichtige palingvissers daar vermoedelijk weinig van leren.

  1. 2

    Ja, hij heeft gelijk. Maar dan moeten we eigenlijk gewoon stoppen met het eten van alle wild. Want als de eerste soort niet meer gegeten mag worden gaan we ons richten op de volgende en als die op is op de daarop volgende. En zo gaat het steeds sneller.

    Ergo: alleen geteeld materiaal mag gegeten worden.