Vrijheid van meningsuiting en verdraagzaamheid
Deze gastbijdrage is van Tom van Doormaal.
Bij de bespreking van de begroting in het parlement zei Geert Wilders dat de begroting “een flutstuk was van het slechtste kabinet ooit”. Gevoel voor hyperbolen is de man niet te ontzeggen. Het werkte niet helemaal, want de Kamer lag dubbel van het lachen. “Ik ga nog even verder”, moest Wilders, met een lachje, toelichten. De Engelse rechter oordeelde onlangs dat hij ten onrechte was teruggestuurd toen hij zijn filmpje wilde komen vertonen; Wilders vond dat een “zege voor de vrijheid van meningsuiting”. Ook dat lijkt een beetje veel dramatiek voor een incident. Een kamerlid uit een klein land, met een in elkaar geflanst filmpje en een natuurtalent voor te grote woorden, wordt niet toegelaten in het geboorteland van John Stuart Mill. Echt fraai is het niet. Maar de omkering is evenmin in orde. Wilders is voor het verbod op de Koran en wil dat Moslims de Koran afzweren, als voorwaarde voor toelating in ons land. Iemand die dergelijke stellingen huldigt, is als kampioen van de vrijheid van meningsuiting toch niet zo geloofwaardig.
Een logische vergelijking is die met Theo van Gogh, geen slechte filmmaker, een romanticus, privé aardig, maar iemand met een pikzwarte rand aan zijn ziel, waardoor hij regelmatig te ver ging in kolommen en brieven en mensen beschadigde. Theo van Gogh had nooit bewaking, want ‘wie wil de dorpsgek kwaad doen?’. Hij kende zijn eigen lawaai zeer wel. Maar zoals Maarten van Rossem zei: “De tragiek van Theo van Gogh was dat zijn moordenaar hem serieus nam…”. Maar kun je Theo een held van het vrije woord noemen? Nou nee, zegt vrijwel iedereen, daarvoor waren zijn stellingen en zijn geschriften te onbesuisd, te kwetsend, te grof… Hirsi Ali eiste ooit het recht op om te kwetsen, maar toen verdween zij in een conservatieve denktank in Amerika. Kwetsen is niet het zelfde als opvattingen aan intellectuele toetsing onderwerpen.

Het is geen verrassing, maar het gaat Rouvoet dit jaar 
Ik zal niet de enige zijn die schrikt van het niveau van de reacties op internetfora zoals bijvoorbeeld dat van de Telegraaf. Of na het lezen van de interviews met Wilders-stemmers die recentelijk nog in het NRC Weekblad stonden. Veel aanhangers van populistisch rechts denken alleen nog in vormen van paranoïde rancune: in hun ogen hebben de allochtonen, de linkse kerk, de academici het allemaal op hen gemunt, zij, de ‘gewone’, ‘hardwerkende’ Nederlanders. De grote groep ‘kleine’ mannen lijkt aan collectieve grootheidswaanzin te lijden. Overal hebben ze oplossingen voor klaarliggen en de oorzaken van maatschappelijke problemen worden enkelvoudig bij de ‘elite’ neergelegd. Het geheel vormt een simpele, samenhangende ideologie waarin de gekrenkte burgerman zichzelf als slachtoffer van de wereld positioneert.
Sir Tim Berners-Lee sprak tijdens
De meeste economen zijn het er wel over eens: over 50 jaar is de wereld niet meer zoals hij nu is. Het Westen is zijn mondiale heerschappij kwijtgeraakt aan de nieuwe grootmacht China en, in mindere mate, India. Na een dipje van 150 jaar wordt China weer wat het voor die tijd altijd was: de grootste economie ter wereld. Of toch niet?

Het was een bijzonder schouwspel vorige week woensdag. Balkenende verdedigde in een spoeddebat het Uruzganbeleid van de regering en probeerde de onduidelijkheid, die hierover was ontstaan, weg te nemen. Hij beloofde dat de verschillende ministers geen uitspraken meer zouden doen over de toekomst van onze aanwezigheid in Uruzgan.
Er zijn maar weinig dingen waar ik echt bang voor ben. Vliegtuigen, tandartsen, parkieten, parachutisten, aids, suikerriet, tuberculose, ebola, zombies, clowns, oeigoeren, acrobaten, dansmuziek, Volkskrant Magazine, ja dat was het eigenlijk wel zo’n beetje. Maar toen ik onlangs Arie Boomsma op straat zag lopen, heb ik me thuis in foetushouding onder mijn bed genesteld en ben er pas weer onder vandaan gekomen toen vrienden en familie bezwoeren dat de kust weer veilig was.