“Een verbeterd web verbindt en versterkt de mens”
De volgende gastbijdrage is van Harm Hopman.
Sir Tim Berners-Lee sprak tijdens het symposium ter gelegenheid van zijn eredoctoraat aan de Vrije Universiteit te Amsterdam een korte introductie uit bij de initiatieven die hij recentelijk ontplooid heeft. Na het ontwikkelen van het World Wide Web, zijn werk ter bevordering van het Semantische Web en webstandaarden, richt hij zich nu op de rol die internet kan spelen in ontwikkelingslanden.
Berners-Lee’s introductie begon met de ontstaansgeschiedenis van het World Wide Web bij het CERN-instituut, dit jaar precies 20 jaar geleden. Het systeem van overal bereikbare documenten, die naar elkaar en andere data konden verwijzen via hyperlinks, werd bedacht ter ondersteuning en documentatie van de onderzoeken van het CERN. Inmiddels heeft het www zich ontwikkeld tot een volwaardig nieuw (multi)-medium met enorme invloed, terwijl de nieuwe Gutenberg nog maar een kwieke vijftiger is. Berners-Lee wil deze enorme invloed ook gaan onderzoeken, met behulp van het in 2006 opgerichte Web Science Research Initiative, een verzameling academici van verschillende disciplines over de hele wereld, geïnitieerd door MIT en de universiteit van Southampton.
Meta-informatie
Berners-Lee’s inspanningen rond het web ontwikkelden zich in eerste instantie vooral in het nastreven van standaarden, zodat het open web toegankelijk zou zijn voor iedereen. Het w3-consortium heeft de standaarden doorontwikkeld en met de introductie van xml werd ook de portabiliteit van informatie (ook naar andere niet-computer talen) sterk verbeterd. Een andere eigenschap van xml is ook de mogelijkheid om meta-data toe te voegen aan documenten. Deze informatie over informatie maakte een ander stokpaard van Berners-Lee mogelijk: de ontwikkeling van het Semantische Web. Meta-informatie biedt de mogelijkheid die voorheen aan mensen voorbehouden was, om informatie door machines te laten interpreteren en ordenen.
De meeste economen zijn het er wel over eens: over 50 jaar is de wereld niet meer zoals hij nu is. Het Westen is zijn mondiale heerschappij kwijtgeraakt aan de nieuwe grootmacht China en, in mindere mate, India. Na een dipje van 150 jaar wordt China weer wat het voor die tijd altijd was: de grootste economie ter wereld. Of toch niet?

Het was een bijzonder schouwspel vorige week woensdag. Balkenende verdedigde in een spoeddebat het Uruzganbeleid van de regering en probeerde de onduidelijkheid, die hierover was ontstaan, weg te nemen. Hij beloofde dat de verschillende ministers geen uitspraken meer zouden doen over de toekomst van onze aanwezigheid in Uruzgan.
Er zijn maar weinig dingen waar ik echt bang voor ben. Vliegtuigen, tandartsen, parkieten, parachutisten, aids, suikerriet, tuberculose, ebola, zombies, clowns, oeigoeren, acrobaten, dansmuziek, Volkskrant Magazine, ja dat was het eigenlijk wel zo’n beetje. Maar toen ik onlangs Arie Boomsma op straat zag lopen, heb ik me thuis in foetushouding onder mijn bed genesteld en ben er pas weer onder vandaan gekomen toen vrienden en familie bezwoeren dat de kust weer veilig was.


Opnieuw mooie woorden. Miljoenen mooie woorden, met slechts hier en daar een valse toon. Minder mocht je ook niet verwachten van een week waarin de leiders van de wereld bijeenkwamen in New York en Pittsburgh. Alleen al de bezielende leiding van Barack Obama stond ervoor garant, de politicus die het nog geen jaar geleden tot president schopte door vaak, veel en vooral heel fraai te praten. 