Wetsvoorstel giften aan partijen
Deze bijdrage is overgenomen van Publiekrecht en Politiek.
D66 en GroenLinks hebben een initatiefvoorstel geschreven om de financiering van politieke partijen transparanter te maken. Ze beogen een aantal verbeteringen: ook substantiele giften van particulieren moeten in het jaarverslag opgenomen worden, er komt een sanctie en stromanconstructies moeten worden tegengegaan. Dat laatste doet zich voor als een partij in zijn jaarverslag een fors bedrag van een of andere ‘Stichting Vrienden Van’ vermeldt, maar niet duidelijk is welke vastgoedbonzen of farmaceutische fabrikanten geprobeerd hebben invloed te kopen. Stuk voor stuk verbeteringen, lijkt me.
De uitwerking laat echter nogal wat te wensen over. Dit stellen GL en D66 voor:
1. Een gift aan een politieke partij van € 1 500 of meer wordt door de partij openbaar gemaakt. Giften van een gever met een gezamenlijk bedrag van € 1 500 of meer per jaar worden voor de toepassing van dit lid beschouwd als één gift.
2. a. Het eerste lid is ook van toepassing op giften aan leden van de Tweede Kamer of Eerste Kamer der Staten-Generaal, die niet tot een politieke partij behoren waarvan de aanduiding op grond van artikel G 1 van de Kieswet is geregistreerd in het register van aanduidingen voor de verkiezing van leden van de Tweede Kamer, en giften aan een rechtspersoon die erop is gericht of mede erop is gericht ten bate van een politieke partij en/of een lid van de Tweede Kamer en Eerste Kamer der Staten-Generaal activiteiten of werkzaamheden te verrichten.


De politiek loopt in de val van de PVV. Ze verlaagt zich tot dezelfde retorische trucs die de PVV hanteert.
Het niews werd afgelopen week gedomineerd door Wikileaks. Daarbij ging het hoofdzakelijk over de onthullingen die de klokkenluiderssite deed en het wel en wee van haar voorman. Kijken we echter even voorbij de waan van de dag, dan roept het fenomeen Wikileaks zelf een aantal interessante vragen op. Zoals: wie controleert Wikileaks? Wat zijn de risico’s van deze vorm van journalistiek?
“51 miljoen kinderen in de hele wereld leeft zonder geboortecertificaat, dus zonder identiteit en dat houdt in dat deze kinderen rechteloos zijn en meestal ook geen scholing hebben. Jongens worden vaak kindsoldaat en meisjes verhandeld.” Met deze grammaticaal incorrecte zin opent Twan Huys Nieuwsuur (fragment hieronder), alleen is er naast het gebruik van ‘leeft’ in enkelvoud, op de inhoud ook het één en ander aan te merken. Want volgens deze redenering impliceert het niet leven met een geboortecertificaat een leven zonder identiteit en dat feit rechtvaardigt kennelijk de conclusie dat deze kinderen rechteloos zijn, waardoor zij makkelijker kunnen worden verhandeld of gerekruteerd als kindsoldaat. Hiermee wordt onder andere de suggestie gewekt dat het bezit van een paspoort een adequaat middel is om je te verzetten tegen opname in een kinderleger. Ik zie al een sergeant naar zijn leidinggevende lopen. “Luitenant ik heb slecht nieuws. We dachten even dat we in dit dorp nieuwe soldaten konden rekruteren voor onze kleuterdivisie, maar helaas zijn al deze rotzakjes in het bezit van een geboortecertificaat.” “Verdraaid! Op naar het volgende dorp.”
Voor wetenschappers is het publiceren van artikelen een doel op zich geworden. Ooit publiceerden ze om te communiceren met collega’s, vandaag vooral om hun productiviteit te bewijzen. De macht van bibliometrische indicatoren moet worden ingeperkt.
