Anders nog iets? | Subjectiviteit als bestaansrecht

COLUMN - Nederland oordeelt zich helemaal het laplazerus. We hebben met z’n allen over alles een duidelijke mening en willen meer dan ooit ons waardeoordeel kwijt aan de wereld om ons heen. Al is het maar in de vorm van hooguit honderdveertig digitale en onpersoonlijke tekens. Een mening geeft namelijk een minuscuul stukje van je persoonlijkheid weer. Meer dan ooit tevoren delen we deze meningen met elkaar en laten we deze horen en zien aan iedereen die hierop zit te wachten. Of niet. Veel meer dan ooit tevoren willen we dat men onze mening hoort/leest/ziet/deelt/retweet/liket en als favoriet markeert. Dit geeft onze unieke persoonlijkheid een ‘erkenningsboost 2.0.’ Een boost die deze mening of uiting versterkt en aandikt ten favoure van je eigen subjectieve spuisel, in welke vorm dan ook, en zorgt voor een tijdelijk bevredigde sociale gemoedstoestand.

Vroeger was het daarentegen een eenzaam bestaan. Persoonlijke meningen en waardeoordelen waren voorbestemd voor een klein en in een bepaalde context geselecteerd groepje toehoorders. Vrienden, familie, collega’s, of desnoods alleen je huisdier waren enkel de getuigen van je, al dan niet gefundeerde, uitspraken en opinies over bepaalde zaken die voor jou op dat moment van belang waren. Even deed je ertoe. Je werd aangehoord en eventueel aangevuld of bijgestaan door een medestander die het met je eens was op dat moment. Daarna keerde het leven zich weer genadeloos in de plooi van de werkelijkheid. Destijds een werkelijkheid zonder social media en app-verkeer. Het was wachten op het gezamenlijke avondeten of op een volgend moment bij de koffieautomaat om je nieuwe opvattingen te delen met de kleine wereld om je heen.

Sinds de opkomst van de wereldwijde, digitale ‘participatiegrootmachten’ als Twitter en Facebook, is het mogelijk om je mening te kunnen én mogen ventileren aan een groot publiek dat dag en nacht voor je klaar staat. Een publiek dat je virtueel onvoorwaardelijk steunt door je tweet of bericht te lezen, erop te reageren en op z’n minst volger of vriend blijft op je persoonlijke social media-podiumpje. Een mening blijft op deze manier niet meer exclusief binnen de veilige vier muren van de woonkamer of het kantoor, maar gaat nu via de onbevattelijk grote Internetjungle naar alle delen van de wereld. Het geeft de mens een innerlijk gevoel van erkenning, aanzien en macht. We kunnen onze unieke ik te allen tijde tonen en laten weten dat we ertoe doen. Op welke manier dan ook. Ons bestaansrecht wordt op grote schaal uitgebreid en de subjectiviteit van de moderne homo sapiens viert hoogtij.

Mijn mening is dan ook dat het nieuwe communiceren de wereld kleiner, toegankelijker en intiemer heeft gemaakt. Grenzen bestaan immers niet op Internet en niemand vraagt je om een geldig legitimatiebewijs wanneer je de mening van een ander teniet doet of weerlegt. Het hebben van een eigen mening is daarnaast, tot op zekere hoogten, geaccepteerd en men gaat de (virtuele) discussie niet uit de weg. Dit alles geeft een prettig gevoel van ‘(aan)gehoord worden’ en ‘erbij mogen zijn.’ Zeker wanneer men je mening overneemt of ondersteunt door deze te retweeten of te beantwoorden. Het bestaansrecht van je mening krijgt op die manier de digitale boost die je zocht door het plaatsen van je bericht. Geniet dan ook van het hebben van een subjectief oordeel in deze nieuwe tijd en deel dit met wie het maar wil zien. Het is het tegenwoordige bewijs van je bestaan. Het hebben van een persoonlijke mening als digitale voetafduk geeft immers een goed gevoel en maakt je uniek.
Net als iedereen.

Volg Pascal Cuijpers op Twitter.

  1. 3

    Een mening is niet meer dan een mening. Iemands mening begint mij pas te interesseren als hij/zij die met feiten weet te onderbouwen. Helaas is dat vaak niet het geval, zeker niet als dat in maximaal 140 tekens moet gebeuren.