Afschrijvingen | De vijf economielessen van de crisis

COLUMN - Wat hebben Nederlanders door de crisis geleerd over economie? Een voorzet.

Gisteren schreef Peter de Waard in de Volkskrant dat burgers pas iets van de economie gaan snappen in tijden van crisis. Ik geloof dat ook, maar gek genoeg kan ik eigenlijk nauwelijks onderzoek vinden waaruit dat blijkt. Er wordt onderzoek gedaan naar financiële kennis – daarover schreef ik eerder al – maar meer kan ik niet opduiken. Toch heb ik wel een idee over wat we de afgelopen vijf jaar zijn gaan begrijpen. En dan heb ik het niet over termen en definities, maar over kennis over hoe de economie werkt. De crisis heeft ons, denk ik, de volgende vijf inzichten opgeleverd:

1. De economie kent kettingreacties

Bezuinigen betekent dat mensen minder te besteden krijgen, wat betekent dat bedrijven minder zullen verdienen, wat betekent dat werknemers minder verdienen en misschien wel een uitkering willen, wat betekent dat de overheidsfinanciën verslechteren en dat er minder geconsumeerd wordt, et cetera. Een Keynesiaan gelooft dat de overheid deze kettingreactie moet omkeren en de juist meer moet uitgeven om de economie aan te jagen, een Hayekiaan denkt dat dit investeringen oplevert waar niemand op zit te wachten. Kies maar positie.

2. Onze economie heeft een balans

‘De economie’ is meer dan ons jaarlijkse gezamenlijke inkomen (bbp). Een economie heeft, net zoals een bedrijf, een balans met daarop bezittingen en schulden. Nederland staat er wat dat betreft goed voor. Alle Nederlandse huishoudens samen hebben zo’n 2500 miljard aan spaargeld, pensioenvermogen en huizenbezit op de balans staan, waar slechts 670 miljard aan hypotheekschuld en anderen schulden tegenover staat. Onze overheid heeft – als ik het goed heb – wel een nettoschuld van 250 miljard euro (overheidsschuld van 480 miljard euro, minus 230 miljard aan vorderingen). We krijgen vooral een probleem als de huizenprijzen of pensioenvermogens dalen, of als de staatsschuld de pan uit rijst, en niemand die wil (her)financieren.

3.  Overheden zijn afhankelijk van financiële markten

Het ging lang goed: de Griekse overheid kon tot 2008 voor een prikkie haar begrotingstekort aanzuiveren. Maar opeens geloofden beleggers niet meer dat ze hun geld terug zouden krijgen, en vroegen ze weer de torenhoge ‘rentes’ van vóór de invoering van de euro. En hoe hoger de rente, hoe waarschijnlijker dat een overheid haar schulden niet kan (her)financieren en hoe groter het wantrouwen, en dus hoe hoger weer de rente. Nederland kan nu nog goedkoop lenen, beleggers leggen soms zelfs geld toe, maar wie zegt dat dat zo blijft?

4. Huizenprijzen zijn, ja, prijzen

De prijs van een huis komt tot stand door vraag en aanbod, en kan gewoon dalen. Nu denkt u: ja, maar dat wisten we toch al lang? Nee. Uit onderzoek van Centiq uit 2008 (p.29) bleek dat 17 procent van de Nederlanders denkt dat huizenprijzen niet kunnen dalen of dit niet zeker weet. En wie het wel weet, denkt dat het vooral voor het huis van anderen geldt. Gelukkig is met de dalende huizenmarkt ook het idee dat we het recht hebben om een huis met winst door te verkopen op z’n retour.

5. Rendement betekent risico

Deze wijsheid sijpelt langzaam door. Voor de houders van ‘achtergestelde obligaties’ van SNS was het nog even schrikken. Ze hadden een riante renteopslag gekregen, maar hadden niet door dat ze hun geld wel eens niet terug zouden krijgen als de pleuris uitbreekt. Een dure, maar nuttige les, aldus Sweder van Wijnbergen: ‘Er zullen toch eens mensen met de vingers tussen de deur moeten eindigen. Anders leren ze nooit dat ze beter moeten opletten.’

Dat laatste geldt voor de crisis en onze economische kennis in het algemeen: we leren pas wat als het pijn doet.

  1. 1

    Erm, dat van ie achtergestelde obligatiehouders, wat een (met kapitalen) ONTZETTENDE RUNDEREN zijn dat. Zeker niets geleerd van het DSB fiasco?
    Verder nuttige opsomming. Met als laatste kanttekening dat ik geen enkele ficusie heb dat de gemiddelde Nederlander de afgelopen jaren zich maar een der vijf punten ter harte heeft genomen.

  2. 3

    Ik ben sceptischer. Over een breed front houden de leidende politici, van centrum links tot rechts vast aan de broekriemmethode. Ik moet in Noordwest Europa nog zien dat de kiezers ze daar op zullen afrekenen.
    Overigens complimenten voor je stukkies.

  3. 4

    Dank. Of we voor broekriem kiezen of niet: de kettingreactie/multiplier is bekend. Ik kies daarin zelf geen positie overigens. Ik denk altijd: zowel meer als minder uitgeven kan slim zijn, het gaat erom waaraan je geld spendeert.

  4. 7

    @5 Geeft die grafiek niet ook de inflatie aan? Toename van de hoeveelheid geld lijkt me niet een toename van de waarde van wat voor dat geld wordt gekocht.
    @6 Wat betekent ‘nominale hoeveelheid’ en waarom is dat belangrijk?

  5. 10

    Aangaande les 2, de balans van schulden en bezittingen en dat Nederland er goed voor staat: dit verhaal wordt vaak gebruikt om de mensen ervan te overtuigen dat de enorme berg van vooral hypotheekschulden niet zo’n probleem is.
    Maar is dat wel zo? stel: ik heb 3 ton geleend en daarvan een huis gekocht van 3 ton. Dan kan ik zeggen ‘is helemaal niks aan de hand dat ik 3 ton schuld heb, staat toch een huis tegenover.’ Totdat ik mijn baan kwijtraak en de rentelasten niet meer kan opbrengen.
    Je kunt dan wel met z’n heel veel spaargeld en geld in pensioenpotten hebben, maar de vraag is of het ook (op tijd) beschikbaar is om je schulden mee af te betalen.
    Kredietbeoordelaar Fitch vindt het ook maar zorgelijk, zie dit artikel:
    http://www.marketoracle.co.uk/Article36495.html

  6. 11

    Tja Diener. Misschien had er wel een zesde les bij kunnen staan. De kredietbeoordelaars zijn hopeloze losers die onderdeel zijn van de nog immer tikkende financiële tijdbom onder onze maatschappij. Triple A ratings uitdelen aan herverpakte subprime hypotheken die de crisis aan het rollen hebben gebracht en geen spoortje van berouw of lering. En tegelijk bedrijven die niet met hun ratingbusiness willen meewerken op het strafbankje zetten.

    Misschien is de grootste les wel voor de mensen die echt opletten (dat zijn er helaas te weinig) dat je zelf moet nadenken en afvragen of het klopt wat je wordt voorgespiegeld. Fitch is wat mij betreft door het ijs gezakt.

  7. 12

    @10: ofzo zoals Ewald van Engelen het zei: die spaar tegoeden zijn er wel maar je kan ze niet snel liquide maken. Als je werkeloos wordt en je hypotheek niet meer kan betalen dan heb je niks aan je pensioen-potje.

  8. 13

    6. Investeringen zijn vaak malinvesteringen

    Als mensen geen huizen kunnen betalen is het wel een heel erg dom idee om door middel van investeringen een daling van huizenprijzen tegen te gaan.

  9. 14

    @6: voordat we geld gingen gebruiken was er ook al een economie. Die draaide op ruilhandel: voor wat hoort wat. Arbeid kon direct worden geruild voor voedsel enz.
    Kwamen in die tijd ook economische crises voor?
    Waarschijnlijk wel: in tijden van schaarste en hongersnood.
    Een fysiek tekort aan grondstoffen en voedsel veroorzaakte een crisis.

    Tegenwoordig gaan we ervan uit dat er nooit een fysiek tekort aan grondstoffen of voedsel kan ontstaan. Als olie schaars wordt stappen we over op aardgas, steenkool of zonne-energie. (toch?)
    In deze moderne tijden kan er alleen een crisis ontstaan als de consumenten het vertrouwen verliezen en de hand op de knip houden.
    Als je gelooft dat een crisis ontstaat door te weinig krediet of omdat er te weinig geld wordt uitgegeven. Dan geloof je dat de crisis kan worden opgelost door meer krediet en door meer geld.
    We zullen wel gaan zien of die aanpak werkt.