Iran: van sancties naar servicepakket

Foto: "The Strait of Hormuz" by NASA Johnson is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

Voor de oorlog was de status quo helder. Iran zat onder sancties, had beperkte toegang tot internationale markten en werd door Washington en Tel Aviv behandeld als een probleem dat met maximale druk vanzelf kleiner zou worden. De VS hadden de militaire overmacht in de regio, Israël had de politieke rugdekking, en het nucleaire dossier leverde de permanente rechtvaardiging voor dreiging, bombardementen en stoere taal van mannen die oorlog vooral zien als een communicatiestrategie met explosieven.

Na de oorlog ligt er een (uitgelekt) voorlopig akkoord waarin Iran opvallend weinig, of eigenlijk zelfs niet, kleiner is geworden. Mocht het waar zijn, dan stopt de strijd op alle fronten. Ook bondgenoten moeten zich eraan houden, waardoor de tekst impliciet ook de strijd tussen Israël en Hezbollah raakt. Dat alleen al is een interessante uitkomst: Iran wordt niet geïsoleerd, maar erkend als partij die invloed heeft op de regionale brandhaarden. Voor een land dat zogenaamd op zijn plek moest worden gezet, is dat een vrij ruime plek geworden.

Nog aardiger wordt het bij de wederzijdse belofte om zich niet meer met elkaars binnenlandse aangelegenheden te bemoeien. Trump had na de eerste aanvallen nog gefantaseerd over regimeverandering in Iran. Nu belooft Washington datzelfde regime met rust te laten. Blijkbaar is de dictatuur na een paar maanden oorlog weer voldoende legitiem om er ordentelijk afspraken mee te maken. Principes zijn mooi, zolang ze niet in de weg staan van olieprijzen.

Economisch is de verschuiving nog groter. De VS heffen meteen de maritieme blokkade op. Binnen dertig dagen na een definitief akkoord moeten Amerikaanse troepen uit de omliggende regio verdwijnen, al blijft handig vaag wat “de omliggende regio” precies betekent. Iran moet de Straat van Hormuz herstellen naar het niveau van voor de oorlog en mijnen verwijderen. Dat klinkt als een concessie, tot je bedenkt dat de zeestraat vóór de oorlog ook al open was. De VS krijgen dus terug wat er al was, en mogen dat verkopen als strategische winst.

Iran krijgt intussen tastbare voordelen. Het mag direct ruwe olie en andere producten exporteren, inclusief toegang tot banken en verzekeraars. Bevroren tegoeden kunnen worden vrijgegeven. Na een definitief akkoord wil Washington stapsgewijs alle sancties opheffen, inclusief sancties via de VN-Veiligheidsraad. Daarbovenop komt een herstelplan van 300 miljard dollar aan investeringen voor Iran. Dat is een opmerkelijke manier om een vijand te breken: eerst bombarderen, daarna de wederopbouw financieren. In normaal Nederlands heet dat schadebeperking. In Washington vermoedelijk staatsmanschap.

Het nucleaire dossier, de reden waarom dit allemaal zogenaamd noodzakelijk was, blijft precies het gat in het midden van het akkoord. Iran herhaalt dat het nooit een kernwapen zal maken, zoals het voor de oorlog ook al deed. Later moet worden afgesproken hoeveel uranium het mag verrijken, bijvoorbeeld voor energieproductie,  zoals het voor de oorlog ook al deed. Tot het definitieve akkoord er is, geldt de status quo: Iran bouwt zijn nucleaire capaciteit nog niet af, de VS heffen nog niet alle sancties op. Het zwaarste probleem wordt dus vooruitgeschoven, terwijl Iran alvast olie, geld en diplomatieke status terugkrijgt.

De VS winnen vooral rust. Hormuz open, oliehandel hersteld, oorlogspauze geregeld, persmoment gered. Israël wint veel minder. De maximale-druklogica had Iran moeten isoleren en verzwakken. In plaats daarvan krijgt Iran economische zuurstof, regionale erkenning en tijd.

De winnaar is dus Iran. Niet omdat Teheran sympathiek, vreedzaam of stabiel is. Wel omdat het na de oorlog beter staat dan ervoor. Het regime overleefde, de sanctiedruk neemt af, de olie kan stromen, de tegoeden komen mogelijk terug en het nucleaire dossier blijft voorlopig onbeslist. Iran moest verliezen. Het kreeg een adempauze met investeringsbudget.

En nu maar hopen voor Trump dat de oliemarkten zijn hersteld vóór de verkiezingen in november.

Reacties (1)

#1 Hans Custers

In normaal Nederlands heet dat schadebeperking. In Washington vermoedelijk staatsmanschap.

In het huidige Washington heet dat dealmaking. Door de aller- allerbeste.

In de filosofie van die dealmaker is het niet zo belangrijk wat de VS ermee opschiet. Het enige dat ertoe doet is wat hij er zelf aan overhoudt. Het lijkt me niet zo aannemelijk dat er in dit geval achter de schermen iets is geregeld voor hem en zijn familie. Al zou ik er ook weer niet echt van opkijken als er vroeg of laat toch weer iets schimmigs naar boven komt. Maar waarschijnlijk wilde hij er vooral vanaf zijn, met het oog op de komende tussentijdse verkiezingen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren

*
*
*