Waanzin als beleid: de eeuwige herhaling van mislukt rechts beleid

Foto: Jm Yan on Unsplash

“De definitie van waanzin is steeds hetzelfde doen en een ander resultaat verwachten.” Het citaat wordt vaak aan Einstein toegeschreven, ten onrechte. Maar de observatie blijft staan. Wie beleid analyseert dat al decennia wordt herhaald, ziet een patroon dat weinig met ratio te maken heeft en veel met ideologie.

Neem belastingverlaging voor bedrijven en vermogenden. Het verhaal is bekend: lagere lasten leiden tot meer investeringen, hogere lonen en uiteindelijk brede welvaart. De praktijk vertelt een ander verhaal. Sinds de jaren tachtig zijn in vrijwel alle westerse landen de hoogste tarieven structureel verlaagd. De investeringen bleven achter, de lonen vlakten af, de vermogensongelijkheid groeide. Trickle-down bleef wat het altijd was: een belofte.

Deregulering van financiële markten volgt dezelfde logica. Minder regels zouden innovatie en efficiëntie brengen. Wat volgde was een reeks crises, met 2008 als dieptepunt. Banken namen risico’s die uiteindelijk publiek werden afgewenteld. De reactie: tijdelijke aanscherping, gevolgd door versoepeling zodra de druk wegviel. De cyclus herhaalt zich, met dezelfde argumenten.

Hetzelfde geldt voor flexibilisering van de arbeidsmarkt, gepresenteerd als motor van dynamiek en werkgelegenheid. Wat ontstond is een groeiende groep werkenden zonder zekerheid, met lagere inkomens en zonder onderhandelingsmacht. De beloofde doorstroom naar vaste banen blijft uit. Het antwoord op deze uitkomst is opvallend genoeg: meer flexibilisering. Alsof de vorige ronde slechts half af was.

Privatisering past in hetzelfde stramien. Publieke diensten zouden efficiënter worden onder marktwerking. In de zorg, energie en het openbaar vervoer ontstond een complex stelsel van prikkels waarin winst regelmatig botst met publiek belang. Kosten dalen zelden structureel; toegankelijkheid en transparantie staan onder druk. Toch blijft de reflex bestaan om nieuwe domeinen aan de markt over te laten.

Het migratiedossier laat dezelfde dynamiek zien. Strengere regels worden telkens gepresenteerd als oplossing voor structurele problemen. In werkelijkheid verschuiven die problemen, of worden ze onzichtbaar gemaakt, terwijl de economische afhankelijkheid van migratie blijft bestaan. Het beleid produceert spanning, geen oplossing.

Het meest expliciete voorbeeld is misschien wel het uitkeringsbeleid. Onder de noemers “eigen verantwoordelijkheid” en “werk moet lonen” wordt het verlagen en conditioneren van uitkeringen al jaren gepresenteerd als prikkel tot arbeidsparticipatie. De VVD heeft hier een eigen handtekening onder gezet. De wetenschap is intussen redelijk duidelijk: financiële prikkels spelen een beperkte rol wanneer beschikbaarheid van werk, gezondheid of scholing de echte beperkingen zijn. Toch is het antwoord steevast: strenger. Alsof eerdere rondes onvoldoende streng waren.

Wat al deze dossiers verbindt, is de weigering om uitkomsten serieus te nemen. Tegenbewijs wordt weggeredeneerd als uitvoeringsfout, als tijdelijke afwijking, als gebrek aan politieke wil, of weggezet als ‘linkse wetenschap’. De onderliggende aannames blijven buiten schot.

De vraag is dan ook niet waarom dit beleid faalt, maar waarom het wordt voortgezet. Ideologie biedt houvast, zeker voor partijen die hun identiteit ontlenen aan vaste economische overtuigingen. Toegeven dat een kernprincipe niet werkt is geen beleidswijziging meer. Het raakt de legitimiteit van het hele project. Zo ontstaat een situatie waarin beleid niet langer wordt getoetst aan resultaten, maar aan consistentie met het eigen verhaal. En daar krijgt die oude definitie van waanzin haar politieke betekenis.

Reacties (15)

#1 cerridwen

De praktijk vertelt een ander verhaal. Sinds de jaren tachtig zijn in vrijwel alle westerse landen de hoogste tarieven structureel verlaagd. De investeringen bleven achter, de lonen vlakten af, de vermogensongelijkheid groeide. Trickle-down bleef wat het altijd was: een belofte.

De praktijk verteld helemaal geen ander verhaal; sinds 1980 is de welvaart in West-Europa ongeveer verdubbeld. In hoeverre dat toe te schrijven is aan verlaging van belastingtarieven is natuurlijk de vraag, maar het heeft in ieder geval niet geleid tot rampspoed voor de inwoners van West-Europa, of zelfs maar voorkomen dat de welvaart toenam.

Vermoedelijk van beide een beetje. Belasting is een evenwichtsoefening, ze kunnen zowel te hoog als te laag zijn. Van het risico van te laag hoef ik hier niemand te overtuigen, maar te hoog is ook een risico, omdat dan de activiteit die belast wordt in omvang afneemt en ondanks het hogere tarief ook de inkomsten van de staat. Joost heeft onlangs nog een heel artikel geschreven waarin dit fenomeen keurig wordt uitgelegd als het gaat om accijnzen. https://sargasso.nl/accijnzen-ook-de-schatkist-heeft-een-verslaving/

Wat al deze dossiers verbindt, is de weigering om uitkomsten serieus te nemen. Tegenbewijs wordt weggeredeneerd als uitvoeringsfout, als tijdelijke afwijking, als gebrek aan politieke wil, of weggezet als ‘linkse wetenschap’. De onderliggende aannames blijven buiten schot.

Het wegredeneren van tegenbewijs en het niet kritisch bevragen van de eigen aannames is helaas niet voorbehouden aan rechts, het is over het hele politieke spectrum te vinden, want erg menselijk. Te beginnen bij Joost zelf. De denkfout die Joost consequent maakt is dat als iets niet altijd leidt tot door voorstanders gehoopte uitkomsten, dat het dan nooit een goed idee is. Belastingen kunnen te hoog of te laag zijn. Er kan sprake zijn van teveel of te weinig regulering. Privatisering is soms een goed idee, soms niet.

#1.1 Hans Custers - Reactie op #1

Maar het zou ook wel heel triest zijn als, na 40 jaar dogmatische focus op economische groei, zelfs die groei er niet zou zijn geweest. Of die groei echt het gevolg is geweest van het neoliberale beleid is wel een andere vraag. Het heeft waarschijnlijk wel geholpen, maar de basis is toch echt gelegd in de periode van het keynesianisme.

De neoliberalen hebben de economie niet ontwricht, dat moet je ze nageven. Als het wel jammer dat hun model op lange termijn onhoudbaar is. Niet alleen vanwege de uitputting en aantasting van natuur, milieu en klimaat. Maar ook omdat hun wereldbeeld en/of beleid tot maatschappelijke ontwrichting leidt, zoals vrijwel overal in de westerse wereld zichtbaar is.

#1.2 Co Stuifbergen - Reactie op #1

sinds 1980 is de welvaart in West-Europa ongeveer verdubbeld
Het aantal auto’s en vliegvakanties is inderdaad flink toegenomen.
Woningen zijn ook comfortabeler (dubbel glas, vloerverwarming).
Internet en smartphones tellen ook mee voor de welvaart (en ik vind internet een verrijking).

Van de andere kant is het begrip “kostwinner” achterhaald: in bijna alle gezinnen werken beide partners.
En woonlasten slokken een groot deel van het inkomen op.
En vroeger waren er geen voedselbanken. Ook minder bedelaars op straat, trouwens.

Ik denk dat de basis voor de welvaart gelegd wordt door onderwijs en infrastructuur.
Fiscaal beleid e.d. kan ondernemingen lokken, maar hoeveel ze produceren (en hoeveel ze hun werknemers betalen!) hangt van andere dingen af.
De infrastructuur wordt redelijk onderhouden, maar onderwijs wordt al tientallen jaren afgeknepen.

#1.3 Hans Custers - Reactie op #1.2

Dat onderhoud van de infrastructuur valt best een beetje tegen.

Precies zoals je zou kunnen verwachten, na tientallen jaren kortetermijnbeleid.

Wist je trouwens dat de manier waarop de Nederlandse staat zijn boekhouding voert, dat kortetermijnbeleid in de hand werkt? De Nederlandse staat doet niet aan een dubbele boekhouding, zoals dat gebruikelijk is bij de gemiddelde dorpsfanfare of voetbalclub in de onderafdeling. Tien jaar geleden is er al eens geadviseerd om daar verandering in te brengen, maar dat is (natuurlijk, want Rutte…) niet gebeurd. Eerder ook al, meen ik, maar dat kan ik zo snel niet vinden. Het betekent dat ze bij Financiën helemaal geen zicht hebben op te verwachten kosten voor grootschalig onderhoud, of afschrijvingen.

#1.4 Hans Custers - Reactie op #1.2

Overigens is het teveel beschermen van gevestigde belangen op termijn ook slecht voor de economie. Omdat het de zogenaamde creatieve destructie belemmert. In de theorie van het neoliberalisme zouden gevestigde belangen steeds uitgedaagd worden door vernieuwers, maar in de praktijk valt dat anders uit, door de toegenomen ongelijkheid in vermogen en (dus!) macht.

  • Beantwoorden
  • Volgende reactie op #1.2
  • Vorige reactie op #1.2
#1.5 Frank789 - Reactie op #1.2

Is het inkomen van de doorsnee burger toegenomen of zijn veel zaken goedkoper geworden?
Zoals vliegen, zoals ongeveer alle electronica (computers!) en witgoed.
Voorbeeld: in 1985 kostte mijn smalle Bosch/Siemens wasmachine 1500,- gulden. Nu zou die ongeveer 1500,- euro moeten kosten, maar de opvolger kost maar 700,- euro en is tig keer zuiniger met water, waspoeder en elektriciteit. Uiteraard in China gemaakt, deze Duitse machine.

En welk deel van de welvaart van een gezin komt doordat vrouwen toenemend zijn gaan werken? Is dat wel echte welvaartstijging?
Hoeveel welvaartstijging kennen wij omdat we “ons” werk naar onderbetaalde buitenlanders hebben afgeschoven, in het buitenland maar ook in Nederland zelf?

En dat de Nederland B.V. steeds meer is gaan produceren in geldwaarde zegt niks over wie dat in handen krijgt. Want dat is voor een flink deel naar de top gesluisd door minder progressieve belastingen, lagere winstbelastingen, lagere erfbelasting en daardoor flinke verhoging van de BTW.

#1.6 Co Stuifbergen - Reactie op #1.5

Als dingen goedkoper worden, is dat een toename van de welvaart.
Maar veel dingen worden goedkoper door technische vooruitgang, en daarop hebben de belastingtarieven hier zo goed als geen invloed.
(dat ASML hier gevestigd is, komt doordat de overheid in de jaren ’80 investeerde in een project van Philips om een megachip te maken.
Dat lukte niet, maar ze kregen toen wel de deskundigheid).

#2 Jos van Dijk

De vraag is dan ook niet waarom dit beleid faalt, maar waarom het wordt voortgezet. Ideologie biedt houvast, zeker voor partijen die hun identiteit ontlenen aan vaste economische overtuigingen.

Ik betwijfel of de verklaring alleen gelegen is in de ideologie. Aan de basis van de ‘vaste economische overtuigingen’ liggen gevestigde belangen, geld en macht.

#3 Poligraf Poligrafovich Sharikov

Het beleid wordt voortgezet omdat er ook mensen zijn die er direct van profiteren. Kijk even wie er tegenwoordig in het board van Goldman Sachs zitten en je ziet wie het zijn. Kijk wie er in de raden van toezicht en bestuur van de zorgverzekeraars zitten. De uitzendbranche idem dito.

In de cyclus van afbraakbeleid die je beschrijft zou ik nog een stap willen toevoegen: intellectuelen die denken dat de retoriek ook echt de motivatie is. Een maatschappelijk debat dat er over gaat of flexibilisering echt tot meer welvaart leidt. Of dat een hoger hek echt vluchtelingen gaat tegenhouden. Of dat nog meer bommen op Iran de wereld echt veiliger maken. Niemand van de gasten die dit soort beleid uitvoert gelooft dat het werkt. Ze houden een verkooppraatje in de wetenschap dat er dikke winst op hen ligt te wachten.

#3.1 Hans Custers - Reactie op #3

Retoriek zal niet altijd de echte motivatie zijn. Maar vergis je ook niet in het vermogen van mensen om zichzelf mooie verhalen te vertellen en daar ook echt in te geloven. En dus om rotsvaste wereldbeelden en ideologische overtuigingen te hebben, die toevallig heel goed samengaan met hun eigenbelang.

We zijn nou eenmaal niet zo rationeel als we zelf graag denken. Dat is nou net een van de denkfouten die aan de basis ligt van het neoliberalisme: de calculerende burger die altijd in staat is om voor zichzelf (dat wil zeggen: voor het eigen belang of voor het eigen geweten) de juiste beslissing te nemen.

#4 Frank789

Wie in de jaren ’80 nog verplicht was een PTT toestel voor zijn telefoonaansluiting moest nemen, die herinnert zich nog de starheid van dit overheidsbedrijf en de enorme belkosten (naar bv. het buitenland).

Daar heeft privatisering wel degelijk goed gewerkt en dat was niet alleen in ons land zo.

Daarentegen zijn we met Ziggo+KPN aan netwerkmonopolisten overgeleverd en hebben we een van de duurste internetten in Europa.

P.S. Ziggo verliest nu honderdduizenden klanten per jaar, want te duur, en gaat de resterende 3 miloen klanten 30 euro per jaar afpersen voor “gratis” alle voetbal kijken. Dat levert ze 90 miljoen per jaar op!
Alleen straks wel zonder mij dan…

#4.1 Dick - Reactie op #4

Het voorbeeld van de telefonie wordt altijd aangehaald als voorbeeld van succes van privatisering: kennelijk zijn er weinig andere succesverhalen.

Maar ook hier geloof ik weinig van. Volgens mij ligt de oorzaak van het goedkoper worden van telefoneren voornamelijk in de techniek.

En als dat succes er al zou zijn zegt dat niets over de wenselijkheid van privatisering van nutsbedrijven, onderwijs, ov enz.

#4.2 Dick - Reactie op #4

Het voorbeeld van de telefonie wordt altijd aangehaald als voorbeeld van succes van privatisering: kennelijk zijn er weinig andere succesverhalen.

Maar ook hier geloof ik weinig van. Volgens mij ligt de oorzaak van het goedkoper worden van telefoneren voornamelijk in de techniek.

En dit “succes” zegt niets over de wenselijkheid van privatisering van energievoorziening, OV, post enz.

  • Beantwoorden
  • Volgende reactie op #4
  • Vorige reactie op #4
#4.3 Maggi - Reactie op #4

Dat mobiele telefonie naar of in het buitenland goedkoper is geworden kunnen we vooral op het conto schrijven van de EU die in dit geval de hebberigheid van de markt heeft weten in te tomen.

  • Beantwoorden
  • Volgende reactie op #4
  • Vorige reactie op #4
#4.4 Hans Custers - Reactie op #4

Ik heb wel eens gelezen dat mobiele telefonie in de VS niet van de grond kwam, omdat de verschillende (commerciële) aanbieders daar allemaal vasthielden aan hun eigen standaarden. Met als gevolg dat je alleen kon bellen met mensen die klant waren bij hetzelfde bedrijf als jij. In Europa was telefonie in de meeste landen nog in handen van overheidsbedrijven, waardoor dat probleem hier minder speelde. Er waren dus standaarden toen de Europese markt openging. Dat zal vermoedelijk monopolievorming hebben voorkomen. En in de VS zagen ze de voordelen van gemeenschappelijke standaarden uiteindelijk ook in en gingen ze dus ook overstag. Ik weet niet meer of de bedrijven dat vrijwillig deden, of dat er druk van de overheid aan te pas kwam.

Het is wel interessant om je af te vragen hoe de wereld van software en social media eruit zou zien, als daar vanaf het begin meer gemeenschappelijke standaarden zouden zijn geweest. Waardoor het makkelijker zou zijn om van aanbieder te wisselen. Misschien waren we dan veel minder afhankelijk geweest van een klein groepje (bijna-)monopolisten. En natuurlijk zal dat groepje hun machtspositie niet vrijwillig verzwakken. Pogingen om alsnog gemeenschappelijke standaarden te ontwikkelen zullen ze dus op alle mogelijke manieren tegenwerken.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren

*
*
*