Participatielezing manosphere: ‘Jongens niet als gevaarlijk wegzetten’

Foto: Djoeke Ardon Foto door Amber Witsenburg

ACHTERGROND, OPROEP - door Tea Keijl

Djoeke Ardon werkt als onderzoeker bij Movisie al jaren aan het tegengaan van genderongelijkheid. Haar Participatielezing over de manosphere bouwt ze op aan de hand van onderzoeken uit met name de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, maar ook door vele gesprekken met professionals, docenten en ouders in Nederland. Bovendien struint ze zelf rond op sociale media van influencers die propageren dat jongens en mannen gespierd moeten zijn en dat ze vrouwen kunnen domineren. En die vaak ook verkondigen hoe je snel geld kunt verdienen.

‘Er zijn Nederlandse influencers met dit soort boodschappen die een half miljoen volgers hebben’

Ardon: ‘Er zijn Nederlandse influencers met dit soort boodschappen die een half miljoen volgers hebben. En video’s die viraal gaan, bereiken een veelvoud hiervan.’ Uit Brits onderzoek blijkt dat 80 procent van de jongeren daar de Brits-Amerikaanse influencer Andrew Tate kent.

De krochten van het internet

In de Participatielezing duikt Ardon in de ontstaansgeschiedenis van de manoshpere. Rond de eeuwwisseling gebeurden er in de krochten van het internet al dingen die nu aan te wijzen zijn als de wortels van het gedachtegoed. Ze stuit op extreme verhalen: ‘Die gaan over getraumatiseerde jongens die het gevoel hadden dat ze er niet bij hoorden. Online vonden ze elkaar en zo ontstonden hechte gemeenschappen.’

Gedetailleerde theorieën

De incel-beweging van mannen die onvrijwillig geen seks hebben, stamt ook uit die periode. ‘In die community werd de frustratie over geen vriendin kunnen krijgen gekoppeld aan vrouwenhaat’, legt Ardon uit, ‘omdat vrouwen alleen mannen willen die voldoen aan de strikte normen. Ze ontwikkelden daar extreme theorieën bij, die tot in detail verklaarden waarom zijzelf tot de incels behoorden. Ze analyseerden bijvoorbeeld wat de perfecte mannelijke kaaklijn was. Dit gedachtegoed is nu nog terug te zien, bijvoorbeeld in de online trend Looksmaxxing.’

‘Het giftige van de manosphere is het idee dat mannen in feite waardeloos geboren worden’

Uiterlijke normen waren voor vrouwen altijd al erg belangrijk, maar voor mannen is dit een relatief nieuw fenomeen: als man kon je voor de tijd van de influencers met hun getrainde lichamen prima succesvol zijn op basis van andere kwaliteiten. Op zich is er volgens Ardon niets mis mee dat jongens en mannen gestimuleerd worden om te sporten, maar: ‘Het giftige van de manosphere is dat het vertrekt vanuit het idee dat mannen in feite waardeloos geboren worden en dat dit de enige optie is om succes te kunnen hebben.’

‘Er wordt vaak te simpel over gedacht. ‘Er is toch niks mis met mannelijkheid?’ zeggen ze dan’

En dat is volgens Ardon belangrijk om bij stil te staan: ‘Er wordt vaak te simpel over gedacht. ‘Er is toch niks mis met mannelijkheid?’ zeggen ze dan. Dat zou het inderdaad niet zijn als het vanuit een positieve en zelfaccepterende beweging voort zou komen. Maar nu is een heel belangrijke vraag: waar worstelen jongens en mannen toch mee? Dat moet wel heel diep gaan als ze gaan geloven in overtuigingen als dat liefde altijd enkel transactioneel is, dat is zo’n keihard wereldbeeld.’

Verklaringen

In de Participatielezing legt Ardon een aantal tendensen bloot die mogelijk verklaren waarom jongens en mannen zich aangetrokken voelen tot de manosphere. De kern van het issue is volgens haar dat het beeld van hoe mannen zouden moeten zijn tegenwoordig zo enorm sterk is. ‘Jongens zitten vast in de box van mannelijkheid, ze mogen niet onzeker zijn. Maar daaronder zit vaak juist wel een behoefte om zacht te zijn, en daar is dus geen ruimte voor. Zeker niet in de competitieve samenleving van nu.’

Effectief reageren

Ze werkt dit tijdens de lezing verder uit, en dat helpt om op een effectieve manier te kunnen reageren op de manosphere-denkbeelden. ‘Als je weet waar het vandaan komt en hoe het in elkaar steekt, dan herken je uitingen in de mainstream ook beter als uitvloeisels van de manosphere.’

‘Als ik maar één ding mee zou mogen geven, dan is het dat repressie niet de manier is’

Ardon ziet het overigens als een vraagstuk waar de hele samenleving iets mee moet: ‘Niet alleen beleidsmakers of sociaal professionals, maar ook alle ouders, elke docent. Als ik maar één ding mee zou mogen geven, dan is het dat repressie, dingen verbieden en jongens en mannen wegzetten als gevaarlijk en risicovol niet de manier is. In het Verenigd Koninkrijk is dat een veel gekozen aanpak, maar het werkt niet. Hiermee creëren we weerstand en vervreemden we jongens en mannen juist.’

Verlieservaringen

Ardon bepleit om juist met een open en empathische houding te kijken naar de huidige omstandigheden van jongens. Een deel ervaart al dan niet terecht verlies, signaleert ze. Ze haalt daarbij onderzoek aan dat laat zien dat jongens – veel meer dan meisjes – uit arme wijken en gezinnen daar hun hele levensloop last van hebben. Ze wijst ook op recente Nederlandse cijfers. ‘Bij de vrouwen ligt het percentage dat een universitaire bachelor haalt, 8 procent hoger dan bij de mannen. Ik heb de indruk dat hier nu minder aandacht voor is dan toen het andersom was.’

Uitnodigende houding

Een terechte beleidsvraag zou daarom kunnen zijn hoe het komt dat vrouwen het beter doen in het onderwijs. En in het algemeen zouden we wat Ardon betreft een meer uitnodigende houding moeten aannemen tegenover mannen, zodat die de ruimte voelen om over hun mentale issues willen praten. Ze juicht het initiatief van een aantal (oud)profvoetballers die dit onder andere in de documentaire Echte mannen huilen niet promoten, dan ook van harte toe. Tegenover de verliesgevoelens kan een positieve boodschap van rolmodellen ook helpen, stelt Ardon tot slot: ‘Zoals Tim Hofman, die laat zien dat spieren prima samen kunnen gaan met nagellak. Of de voormalig commando Dai Carter, met zijn missie voor mentale kracht en aandacht voor emotionele en spirituele vaardigheden.’

Participatielezing 2026: praktische informatie en aanmelden

Datum: donderdag 23 april 2026.
Tijd: 15:00 – 17:00 uur. Inloop vanaf 14:30 uur.
Locatie: Debatpodium Arminius, Museumpark 3, 3015 CB Rotterdam. Toegang: Gratis.
Meld je aan via dit formulier (zie onderaan de pagina).

Dit artikel verscheen eerder bij Sociale Vraagstukken. Tea Keijl is freelancejournalist.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren

*
*
*