Het Pentagon als testosteronkliniek

De Amerikaanse minister van Defensie Pete Hegseth wil alle militairen van dertig jaar en ouder jaarlijks laten testen op een tekort aan testosteron. Ook vrouwen vallen onder het programma. Militairen met lage waarden kunnen vrijwillig testosterontherapie krijgen. Hegseth noemt het zelf de opmaat naar een “High-T Department of War”. Daarmee is meteen duidelijk dat dit niet uitsluitend gezondheidsbeleid is. Testosteron fungeert hier als politiek symbool: meer hormoon, meer kracht, betere soldaat. Een ingewikkeld medisch onderwerp wordt teruggebracht tot de beeldtaal van sportscholen, podcasts en de manosphere, want wetenschappelijk bewijs ontbreekt. Een testosterontekort kan serieuze klachten veroorzaken. Maar bevolkingsbrede screening onder gezonde militairen is iets anders dan gerichte diagnostiek bij mensen met symptomen. Testosteronwaarden variëren door tijdstip, slaap, stress, ziekte, voeding en fysieke belasting. Een lage uitslag is niet automatisch een aandoening. Bij massale jaarlijkse tests zullen onvermijdelijk grote aantallen militairen in vervolgonderzoek en behandeling terechtkomen, ook wanneer hun lage waarde tijdelijk of klinisch nauwelijks relevant is. Daarmee dreigt normale vermoeidheid te worden gemedicaliseerd. Militairen slapen slecht, werken onregelmatig en staan onder stress. Dat kan hormoonwaarden beïnvloeden. Testosteron voorschrijven is dan aantrekkelijker dan werkroosters aanpassen, rust organiseren of langdurige overbelasting aanpakken. Het lichaam van de militair wordt “gerepareerd”, terwijl de omstandigheden die het probleem veroorzaken intact blijven. De behandeling is bovendien niet zonder risico. Testosteron kan de vruchtbaarheid verminderen, de eigen hormoonproductie onderdrukken en medische controles noodzakelijk maken. Dat maakt militairen niet vanzelfsprekend beter inzetbaar. Het kan juist een nieuwe afhankelijkheid van geneesmiddelen en laboratoriumonderzoek creëren. Voor vrouwen is het programma nog minder duidelijk. Zij produceren van nature veel minder testosteron, terwijl er in de Verenigde Staten geen goedgekeurde algemene testosteronbehandeling voor vrouwen bestaat. Welke grenswaarde geldt, welke klachten worden behandeld en wat een “tekort” precies betekent, blijft onduidelijk. Ook de vrijwilligheid verdient scepsis. In een hiërarchische organisatie is een medische behandeling nooit volledig los te zien van beoordeling, inzetbaarheid en carrière. Wie therapie weigert, kan vrezen als minder fit, minder gemotiveerd of minder geschikt te worden beschouwd. Het meest onthullend is de tegenstelling met het verbod op transgender militairen. Dat beleid wordt mede verdedigd met het argument dat hormoonbehandeling in oorlogsgebieden problematisch is. Blijkbaar geldt die logistieke en medische zorg niet als bezwaar wanneer cisgender militairen testosteron krijgen. Het verschil zit niet in de medicatie, maar in wie haar gebruikt. Ondertussen worden laboratoria, artsen en budget ingezet voor een grootschalig hormoonprogramma, terwijl het leger al kampt met slaaptekort, psychische problemen, gehoorschade, traumatisch hersenletsel en lichamelijke overbelasting. Dat zijn aantoonbare problemen die de inzetbaarheid direct raken. Hegseth verkoopt testosteron als militair beleid. In werkelijkheid verkoopt hij een mensbeeld: de ideale soldaat als hormonaal geoptimaliseerde man. Dat vrouwen worden meegescreend, verandert weinig aan die ideologische kern. Het Pentagon wordt zo minder een ministerie van Defensie dan een testosteronkliniek met tanks.

Foto: Djoeke Ardon Foto door Amber Witsenburg

Participatielezing manosphere: ‘Jongens niet als gevaarlijk wegzetten’

ACHTERGROND, OPROEP - door Tea Keijl

Djoeke Ardon werkt als onderzoeker bij Movisie al jaren aan het tegengaan van genderongelijkheid. Haar Participatielezing over de manosphere bouwt ze op aan de hand van onderzoeken uit met name de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, maar ook door vele gesprekken met professionals, docenten en ouders in Nederland. Bovendien struint ze zelf rond op sociale media van influencers die propageren dat jongens en mannen gespierd moeten zijn en dat ze vrouwen kunnen domineren. En die vaak ook verkondigen hoe je snel geld kunt verdienen.

‘Er zijn Nederlandse influencers met dit soort boodschappen die een half miljoen volgers hebben’

Ardon: ‘Er zijn Nederlandse influencers met dit soort boodschappen die een half miljoen volgers hebben. En video’s die viraal gaan, bereiken een veelvoud hiervan.’ Uit Brits onderzoek blijkt dat 80 procent van de jongeren daar de Brits-Amerikaanse influencer Andrew Tate kent.

De krochten van het internet

In de Participatielezing duikt Ardon in de ontstaansgeschiedenis van de manoshpere. Rond de eeuwwisseling gebeurden er in de krochten van het internet al dingen die nu aan te wijzen zijn als de wortels van het gedachtegoed. Ze stuit op extreme verhalen: ‘Die gaan over getraumatiseerde jongens die het gevoel hadden dat ze er niet bij hoorden. Online vonden ze elkaar en zo ontstonden hechte gemeenschappen.’

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Markus Spiske on Unsplash

Waarom ik, als man, feminist ben

Wanneer een man wordt gevraagd waarom hij feminist is, volgt vaak een omweg. Er verschijnt een dochter in het verhaal. Soms een partner. Af en toe een moeder. De motivatie ligt dan ergens buiten hemzelf. Feminisme krijgt zo de vorm van een vorm van liefdadigheid. Iets wat je doet voor vrouwen, uit sympathie of zorg.

Dat antwoord vraagt weinig zelfonderzoek. Het patriarchaat blijft daarmee een systeem dat vooral vrouwen raakt, terwijl mannen er hoogstens als bondgenoot naast staan. En dat laatste moet ook gebeuren, maar voor mij werkt het toch anders. Ik ben feminist omdat ook mijn eigen leven in een patriarchale samenleving wringt.

De rol die nooit past
Het patriarchaat verkoopt een vrij smal model van mannelijkheid. De alfa. De leider. De rationele beslisser. De kostwinner die alles onder controle houdt. Emoties blijven onder de motorkap. Twijfel geldt als zwakte. Zorg en afhankelijkheid krijgen een bijrol.

In de praktijk blijkt dit een model waar bijna geen man werkelijk in past. Slechts een klein deel van de mannen kan leven als die imaginaire alfa. De rest vormt de grote stille meerderheid die voortdurend langs een meetlat wordt gelegd waar ze per definitie niet aan voldoen.

Die druk blijft vaak onzichtbaar omdat mannen geleerd krijgen die spanning naar binnen te trekken. Wie moeite heeft met die rol, concludeert al snel dat er iets mis is met hemzelf.

Foto: Afbeelding van MirceaIancu op pixabay.com

Macht, misbruik, en gezeur

De VPRO had zondag een documentaire over de zogeheten manosphere: de rommelige verzameling van theorieën van mannen over de rol die hen toevalt, nu vrouwen zich meer hebben geëmancipeerd. Dat ‘rommelig’ zeg ik niet voor niets: de ideeën binnen deze manosphere lopen nogal uiteen. Die variëren van mannen die oprecht nadenken over wat ‘mannelijkheid’ tegenwoordig behelst en op zoek zijn naar een herijking daarvan, tot mannen die vooral uit zijn op de bevestiging van hun ‘biologisch gedetermineerde’ dominantie over vrouwen.

Tussen die twee extremen, die in deze manosphere op één hoop worden geveegd, zit zacht gezegd nogal wat verschil – om niet te zeggen: frictie, ruzie en tegengestelde belangen.

Nadenken over de vraag of partners over en weer aantrekkelijk voor elkaar blijven wanneer ze huishoudelijke taken en zorgtaken eerlijk verdelen, allebei carrière maken en geen van beiden over zich heen laten lopen, is serieus van een andere orde dan dealen met mannen die vinden dat ze een nieuwe vorm van dominantie moeten vinden en die in al hun vezels geloven dat vrouwen diep in hun hart ‘leiding’ nodig hebben.

Een aantal vragen werd in de documentaire secuur gemeden. Uiteraard is het goed dat mannen leren hun emoties te uiten, maar dat leek vooral neer te komen op schreeuwen, boos worden, je onwrikbaar betonen en dominantie bepalen. Nooit op klein durven zijn, om hulp vragen, steun geven, of solidair zijn. Wat vooral achterwege bleef, was dit cruciale punt: mannen aanpakken die vrouwen systematisch belazerd behandelen.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Gwydion M. Williams (cc)

Het onbehagen tussen de seksen

COLUMN - De manosphere: wie de Engelstalige blogwereld een beetje volgt, is er ongetwijfeld al eens tegenaan gelopen. Een hoekje van het internet waar mannen, maar ook vrouwen, pleiten voor een terugkeer naar meer traditionele verhoudingen tussen de seksen.

Sommigen zouden dit hoekje misschien beschrijven als de onderbuik van het internet, maar eerder is het pijnpunt, het kruis. Want juist daar doet het zeer: hun tirades gaan naast relationele en maatschappelijke trends, vooral over seksualiteit en genderidentiteit.

De manosphere wordt bevolkt door een zeer diverse groep bloggers. Sommigen grossieren in stereotyperende versiertrucs. Anderen zijn zijn heilig overtuigd van de inherente inferioriteit van vrouwen. Er zijn zelfs allerakeligste types die seksueel misbruik bagatelliseren of rechtpraten. Weer anderen zijn vanuit een rechts-conservatieve levensvisie overtuigd van vastomlijnde rollen voor mannen en vrouwen. Ook zijn er, die door een nadruk op het werken aan bepaalde klassieke deugden, een nieuwe invulling trachten te geven aan man-zijn in deze tijd.

Het is te makkelijk, deze diffuse community af te doen als een stelletje reactionairen die de boot naar een post-feministische samenleving hebben gemist. Ze leggen iets bloot, wat – gezien de groeiende lezersaantallen – mannen, maar ook vrouwen na aan het hart ligt. Er is, of je nu wilt of niet, een spanningsveld tussen gelijke rechten en plichten en het juist interessante verschil tussen mannen en vrouwen. Hoe houd je het spannend in bed, gezellig in huis en fair in het maatschappelijk verkeer?