Iran escaleert. Dat is momenteel geloof ik de favoriete diagnose van westerse regeringen en de Golfstaten. Diplomaten spreken over roekeloosheid en destabilisatie nu Iran raketten afvuurt op landen in de regio waar Amerikaanse bases staan. Dat oordeel krijgt een merkwaardige kleur zodra men het begin van het huidige conflict bekijkt. De eerste aanvallen kwamen immers van de Verenigde Staten en Israël, die Iraanse doelen bombardeerden. Pas daarna volgden Iraanse raketten.
De meeste daarvan richten zich op Amerikaanse militaire infrastructuur in de regio. Alleen staat die infrastructuur niet op Amerikaans grondgebied, en lang niet altijd ver uit de buurt van burgers. De bases liggen in Qatar, Bahrein, Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten. Staten die zich nu geschokt tonen dat hun grondgebied doelwit wordt. Dat roept een eenvoudige vraag op. Wat verwacht men daar precies wanneer een oorlog wordt gestart tegen een land dat wordt omringd door Amerikaanse bases die op jouw grondgebied staan? Dat dat geen consequenties heeft?
Westerse commentatoren wijzen ondertussen graag op burgerdoden door Iraanse raketten. Dat verwijt klinkt principieel, totdat men naar de onderliggende asymmetrie kijkt. Iran beschikt over aanzienlijk minder geavanceerde precisiewapens dan de landen die het aanvallen. De technologie voor nauwkeurige raketten en geavanceerde targeting behoort juist tot de technologie die Iran jarenlang via sancties en exportrestricties is ontzegd.
Eerst een land technologisch klein houden. Vervolgens verontwaardiging uitspreken dat het geen chirurgische precisie levert. Dat is een morele redenering die vooral overtuigt bij degene die hem uitspreekt. Het contrast wordt nog scherper wanneer Israël in beeld komt. Israëlische aanvallen in Libanon en Syrië raken geregeld burgers en infrastructuur, in Gaza is dat gewoon beleid. Internationale reacties blijven doorgaans steken in diplomatiek gemompel over terughoudendheid.
Zo ontstaat een geopolitieke grammatica met twee definities van escalatie. Wanneer Iran reageert op bombardementen heet dat destabilisatie. Wanneer bondgenoten bombarderen heet dat zelfverdediging. In zo’n systeem ligt het probleem zelden bij de raketten alleen. Het probleem zit in wie het recht claimt om te bepalen wanneer geweld acceptabel heet.
Reacties (1)
Ja, de westerse hypocrisie kent geen grenzen en dan vind men het gek dat de rest van de wereld ons steeds meer begint te haten.
En als de VS een regime die het niet leuk vind mag bombarderen waarom zou China dan niet het regime in Taiwan mogen bombarderen omdat in de ogen van China het regime in Taiwan niet zo leuk vind.