De langverwachte aanval op Iran is gestart. Het doel lijkt het omverwerpen van het regime, al blijft het Trump, dus strategische consistentie is vaak ver te zoeken. Ook het nucleaire programma is een doel, hoewel het de vraag is in hoeverre dat echt bestaat. In ieder geval kan Trump straks claimen dat hij opnieuw een oorlog heeft ‘beëindigd’, nadat hij die zelf heeft aangezwengeld.
Het idee dat een externe militaire ingreep in een land leidt tot een stabiele transitie blijft hardnekkig. De recente geschiedenis geeft weinig aanleiding voor optimisme. Irak en Libië laten vooral zien hoe snel staten kunnen desintegreren zodra het centrum wegvalt.
Binnen Iran bestaat brede onvrede. Protesten van de afgelopen jaren tonen dat vooral jongeren verandering willen. Tegelijkertijd vertaalt die onvrede zich maar zeer beperkt in steun voor buitenlandse interventie. De angst voor chaos, burgeroorlog en economische instorting weegt zwaar. Bovendien geeft een aanval het regime directe munitie om oppositie als buitenlandse pion weg te zetten.
Stel dat het regime valt. Dan begint het probleem pas. Er ligt geen breed gedragen alternatief klaar. Oppositie is versnipperd en jarenlang onderdrukt. In dat vacuüm duikt de naam van Reza Pahlavi op, de zoon van de laatste Sjah. Hij profileert zich als seculier alternatief, gesteund door delen van de diaspora. Maar binnen Iran is zijn draagvlak minder vanzelfsprekend. De sjah-periode staat zowel voor stabiliteit als voor repressie en afhankelijkheid, en hij wordt door velen met wantrouwen bekeken.
Veel Iraniërs zoeken eerder een republikeinse vorm met legitimiteit dan een restauratie van de monarchie.
Regime change van buitenaf blijft een sprong in het onbekende. De kans dat het leidt tot controle is klein. De kans dat het bestaande structuren breekt zonder iets stabiels terug te zetten is aanzienlijk groter.
Reacties (1)
Het idee dat het regime gaat vallen terwijl het land van buiten wordt aangevallen, lijkt me sowieso grenzeloos naïef. Een deel van de bevolking zal zich juist des te fermer achter dat regime scharen, ook al gaat het economisch slecht.
Het is ook vrij eenvoudig voor de ayatollahs om filmpjes van Iraniërs die juichen omdat het complex van Khamenei is gebombardeerd in te zetten als propaganda: zie je wel wat een verraders de tegenstanders van ons regime zijn! Vooral als er burgerslachtoffers vallen bij die bombardementen – hetgeen al gebeurd is: een Israëlische raket raakte een basisschool in Zuid-Iran, waarbij tientallen slachtoffers zijn gevallen.
Zo’n regime valt enkel als de VS erin zouden slagen om het uit het zadel te wippen tijdens een grondoffensief. Maar zo eenvoudig als destijds in Irak en Afghanistan zal dat niet zijn.
Het alternatief is dat de onvrede zo groot wordt onder de bevolking en delen van het overheidsapparaat, dat georganiseerde burgergroepen erin slagen om het regime tot aftreden te brengen. We hebben dat gezien in de DDR in 1989 en in Oekraine in 2014.
In Portugal vond er in 1974 een bloedeloze coup plaats door legerofficieren, de zogenaamde ‘Anjerrevolutie’. Maar dat zie ik in Iran niet gebeuren, aangezien de militairen daar hun bevoorrechting te danken hebben aan het regime, en volledig zijn geïndoctrineerd.