11/9 en de dood van Osama bin Laden

Nee, de titel is geen slip-of-the-pen. Want ik heb het niet over de aanslag in New York, maar over die in Amman, in het hart van het Midden-Oosten. Geen wonder dus dat de mensen in Amman net als die in New York blij zijn met het nieuws dat Osama bin Laden dood is. Genoot Osama bin Laden er ooit aanzienlijke steun, in de afgelopen jaren is die gesmolten als sneeuw voor de zon. Hoe kan het ook anders…

Op 9 november 2005 werd Amman opgeschrikt door een driedubbele bomaanslag op drie gerenommeerde internationale hotels in Amman: het Grand Hyatt, het Radisson en het Days Inn Hotel. De aanslagen werden opgeëist door Al-Qaïda in Irak. Er kwamen 63 mensen om het leven, merendeels Jordaniërs, en 115 mensen raakten gewond. De hotels waren als doelwit gekozen vanwege hun populariteit bij Amerikaanse en Israëlische veiligheidsdiensten en Westeuropese regeringen. In die tijd konden de westerse diplomaten, bedrijven en journalisten nog niet rechtstreeks naar Irak konden vliegen. Ze gebruikten Jordanië, een belangrijke bondgenoot van de VS in het Midden-Oosten, als gateway naar Irak.
In het Radisson vond op het moment van de aanslag een bruiloft plaats met honderden gasten. De bom ontplofte midden in de banketzaal. Het bruidspaar verloor hun beider vaders, familie en vrienden kwamen ook. Zijzelf raakten gewond, net als veel van hun gasten.

Die aanslag, op 9 november 2005, raakte de Jordaanse samenleving in haar hart. Ik herinner me de duizenden mensen die de straat opgingen om te protesteren tegen dit geweld, de auto’s die al toeterend in optocht door de steden reden, niet om te vieren, maar om te rouwen en protesteren.
Al-Qaïda in Irak werd geleid door de uit de Jordaanse stad Zarqa afkomstige – vandaar zijn bijnaam – Abu Musab al-Zarqawi. De demonstranten wensten hem toe dat hij in de hel zou branden. De ophef was zo hevig, dat Zarqawi’s stam, de uit enige duizenden mensen bestaande familie Al-Khalayleh, advertenties plaatste in een aantal grote dagbladen. Ze namen afstand van hun familielid en veroordeelden zijn daden.

Het was niet de eerste en ook niet de laatste aanslag. Ik herinner me de beschieting van een pakhuis in het havengebied van Aqaba. Begin 2009 werden drie mannen tot ruim 22 jaar cel veroordeeld voor het beramen van een bomaanslag op de rooms-katholieke kerk in Amman. In oktober 2010 werden twaalf mannen, vermoedelijk lid van Al-Qaïda, veroordeeld voor een aanslag op de latijnse kerk en het christelijke kerkhof in het Noord-Jordaanse Irbid. Vorig jaar augustus werd Aqaba opnieuw bestookt met raketten, net als het Israëlische Eilat dat eraan grenst. Dit keer was het doelwit niet de haven, die ver buiten de stand ligt, maar het midden in het centrum gelegen Intercontinental Hotel. Er vielen één dode en vier gewonden.

Het is dus niet zo vreemd dat net als in New York, in Londen of Madrid, ook de mensen in Jordanië blij zijn dat Osama bin Laden nu dood is. Gisteren liet de Jordan Times Ashraf Khaled aan het woord, de man die op 9 november 2005 op zijn huwelijksdag zijn vader en zijn schoonvader verloor. Voor hem was het nieuws van Bin Ladens dood ‘a sense of long overdue justice‘. ‘Ik ben sprakeloos’, zei hij, ‘Ik kan alleen zeggen dat het recht heeft gezegevierd’. Hij vertelt hoe ze tegen hem zeiden dat hij naar het nieuws moest kijken: ‘Toen ik de toespraak van president Obama zag, kreeg ik tranen in mijn ogen.’
Ashraf Khaled is mede-oprichter van het Global Survivors Network, dat de confrontatie met extremistische ideologie aangaat. Khaled voorziet dat Al-Qaïda nog lang zal doorgaan met haar geweldscampagne: ‘We moeten onze inspanningen voortzetten tot er een echt einde aan komt. Dat hangt niet af van één persoon. Ze zijn een beweging en hebben veel volgelingen. We moeten met dit gevecht doorgaan tot het einde.’ Over de dood van Bin Laden zei hij: ‘Hij heeft mensen gedood, hij verdiende gedood te worden.’

Het gaat niet om één persoon, daar zijn vriend en vijand het over eens. ‘Hamdan’ bijvoorbeeld, lid van de enige honderden leden tellende groep jihadistische salafisten in Jordanië, zei dat ‘zelfs als de nieuwsberichten kloppen’ het verscheiden van de leider van Al-Qaïda niet zal leiden tot een rem op de beweging. ‘Jihad gaat over meer dan één persoon’, zei hij tegen de Jordan Times.
Recentelijk haalden de salafisten waar Hamdan deel van uitmaakt, ook de Nederlandse krantenkolommen toen ze op vrijdag 16 april in Zarqa een demonstratie organiseerden die flink uit de hand liep. Ze gingen omstanders te lijf met knuppels, messen en dolken. Daarbij raakten 83 politie-agenten en 8 burgers gewond. In de Jordaanse samenleving stuiten ze vooral op onbegrip en hun optreden half april heeft hun imago niet bepaald versterkt. De Jordaanse overheid treedt al jaren hard tegen hen op en het uit de hand lopen van de demonstratie, waarin zij oproepen hun ‘ broeders’ in de gevangenis los te laten, heeft ertoe geleid dat de teugels wederom zijn aangehaald. Hamdan zei in het interview dat zij de jihad zouden blijven steunen tot aan de Dag des Oordeels.

In de maanden voorafgaand aan Osama bin Ladens dood voerde onderzoeksinstituut Pew, bekend van het grootschalige The Pew Global Attitudes Project, een opinie-onderzoek uit in zes overwegend islamitische landen. Uit de resultaten komt naar voren dat Bin Laden nog maar weinig steun genoot. De grootste steun genoot hij in Pakistan (34%) en Egypte (22%), maar in Turkije (3%) en Libanon (1%) is die steun nagenoeg geheel afwezig. Volgens Pew doet de grootste daling zich voor in Jordanië. Had in 2003 nog 56 procent van de moslims in Jordanië vertrouwen in Bin Laden, na de aanslagen op 11/9 daalde die steun van 61 procent in 2005 tot 24 procent in 2006. Anno 2011 is die steun nog verder geslonken: in de peiling die Pew begin dit jaar uitvoerde, spreekt nog maar 13 procent vertrouwen in Bin Laden uit. Het bewijst het gelijk van Robert Fisk, die de dood van Osama bin Laden ‘pretty irrelevant‘ noemde.
Uit hetzelfde Pew-onderzoek komt naar voren dat ook het imago van Al-Qaïda flink aan erosie onderhevig is. Waar vorig jaar nog 34 procent van de moslims in Jordanië zich positief uitliet over Al-Qaïda, is dat anno 2011 nog maar 15 procent.

Die ontwikkeling is terug te horen in de reacties op straat, waar mensen zeggen dat Al-Qaïda het imago van de islam wereldwijd schade heeft berokkend, en: ‘He made people suffer in many countries, including Jordanians.’
Tegelijkertijd zet men vraagtekens bij het tijdstip van het nieuws van Bin Ladens dood. Sommigen zeggen dat het tijdstip doelbewust gekozen is om de Arabieren af te leiden van de demonstraties. En ook in het Midden-Oosten zijn mensen net als in het Westen soms goed in complotdenken: sommigen zeggen dat Osama bin Laden nog in leven is. Anderen daarentegen beweren dat hij al sinds 2005 dood is, hetgeen dan ondersteund wordt met het feit dat nadien geen video-opnames meer van hem zijn verschenen en het feit dat er nu geen foto’s worden getoond.

De Jordaanse overheid intussen meldde maandag dat het doden van Bin Laden deel uitmaakt van de ‘global war on terrorism‘: ‘His death will help stop unjust campaigns against Islam in the West.’ Een geautoriseerde bron bij de overheid meldde dat de islam oproept tot tolerantie en dialoog tussen de volkeren in de wereld. Hij onderstreepte dat ‘Jordan is looking forward to an end to terrorism that blemished just Arab causes at the forefront of which is the Palestinian issue’. Hij riep de internationale gemeenschap om serieus werk te maken van het oplossen van het Palestijnse vraagstuk, dat door Al-Qaïda als voorwendsel voor terroristische operaties wordt gebruikt. Die oplossing moet leiden tot het oprichten van een onafhankelijke Palestijnse staat binnen de grenzen van 1967 met Oost-Jeruzalem als hoofdstad, en het erkennen van het recht op terugkeer van Palestijnse vluchtelingen.