Klimaatverandering is racistisch

PODCAST - Auteur Jeremy Williams schreef het pas verschenen boek Climate Change Is Racist, volgens hem het eerste boek over klimaatverandering en racisme geschreven voor een niet-wetenschappelijk publiek. Williams besprak zijn boek vorige week in de podcast ‘We need to talk about whiteness’. Het moge duidelijk zijn dat de rijkste landen en hun overwegend witte bevolking de grootste ‘carbon footprint’ hebben, terwijl deze landen de gevolgen van klimaatverandering het minst zullen gaan ondervinden en zich er het best tegen kunnen beschermen. Als de gevolgen van iets extreem schadelijks zo ongelijk verdeeld zijn, dan kun je spreken van racisme, aldus Williams. Maar hij stelt ook dat klimaatverandering racistisch is omdat hij een verband ziet met racistische handelen van rijke, witte landen in het verleden: je kunt in feite een lijn trekken van slavernij en imperialisme naar industrialisatie en fossiele brandstoffen naar klimaatverandering. En telkens zien we dat altijd dezelfde mensen ‘winnen’ – witte mensen – en dezelfde mensen ‘verliezen’ - niet-witte mensen. Dus het is niet alleen het huidige klimaatbeleid dat racistisch is - bijvoorbeeld doordat rijke landen vooral voor zichzelf zorgen terwijl arme landen de grootste gevolgen dragen - maar klimaatverandering zelf komt ook voort uit racisme. Vrij snel in de podcast gaat het over de vraag of de klimaatbeweging een racisme-probleem heeft. Greta Thunberg die alle credits krijgt, bijvoorbeeld, terwijl jonge vrouwen en mannen uit Zuid-Amerikaanse en Afrikaanse landen ook - en vaak al langer - strijden voor het klimaat, niet zelden vanuit een veel minder comfortabele (en soms ronduit gevaarlijke) situatie. Daar horen we nog te weinig van en het is belangrijk dat hun stemmen veel meer gehoord worden in het klimaatdebat. Daarover verschijnt binnenkort een boek van activiste Vanessa Nakate, A Bigger Picture: My Fight to Bring a New African Voice to the Climate Crisis (info). De discussie over de witheid van de klimaatbeweging is vergelijkbaar met hoe het feminisme zich ontwikkelt, merkt de interviewer op. Binnen het feminisme gaat het over de vraag of feministen zich wel moeten bezighouden met meer vrouwen aan de top, of dat het toch belangrijker is dat ze zich het lot van zwarte vrouwen in armoede aantrekken. Het gaat niet alleen om de vraag of een beweging zelf divers is, vindt Williams, maar ook en vooral om de onderwerpen waar de beweging zich mee bezighoudt. Op dit moment is het helaas nog wel zo dat de klimaatbeweging te weinig begrijpt en uitdraagt dat de oorzaken en gevolgen van de klimaatcrisis ongelijkheid zijn verdeeld en dat we veel meer aandacht moeten besteden aan de arme landen die het eerst en het hardst worden getroffen. In die zin moeten we volgens Williams ook kritisch kijken naar leuzen als ‘We moeten de wereld beter achterlaten voor onze kleinkinderen’. We doen dus een beroep op solidariteit met mensen die nog geboren moeten worden, terwijl we heel weinig solidair zijn met mensen lijden die nu lijden onder klimaatverandering. Het is dus noodzaak dat is onze solidariteit zich uitstrekt niet alleen (en eigenlijk ook niet in de eerste plaats) naar toekomstige generaties maar naar huidige generaties op andere plekken van de wereld. Bovendien is klimaatactie minder urgent als het gaat om toekomstige generaties, wat weer reden kan zijn nog even te wachten met klimaatactie, terwijl nu handelen nodig is voor de huidige generaties elders. Het is dan ook een luxe en een wit privilege om klimaatontkenner te zijn. Maar ook het bagatelliseren van de klimaatcrisis en het niet nemen van verregaande maatregelen, zoals veel overheden in rijke landen doen, is volgens Williams te zien als wit privilege en dus racistisch. De vraag is: wie wordt geraakt door klimaatverandering, en wie heeft de luxe om zich af te vragen of klimaatverandering wel bestaat en of de gevolgen wel zo erg zijn? Misschien is het niet urgent voor ons, maar voor vele anderen, elders, is het de dagelijkse realiteit. Williams is overigens zelf wit en kreeg uit sommige hoeken kritiek op het feit dat hij als wit persoon een boek over racisme schreef. Een uitgever wees het boek zelfs af omdat hij niet zwart is, vertelt hij. Williams worstelde zelf ook met de vraag: kon hij dit boek zelf schrijven, of moest hij plek maken voor iemand van kleur om het boek te schrijven? Maar hij concludeerde: racisme in relatie tot klimaatverandering (en racisme sowieso) is een probleem dat in de eerste plaats door witte mensen wordt veroorzaakt en dus moet zijn boek vooral witte mensen aanspreken en aansporen in actie te komen. Het zou juist beschamend zijn als we zouden zeggen dat een zwart persoon alle energie en tijd had moeten opofferen om dit boek te schrijven, om duidelijk te maken aan witte mensen dat witte mensen in rijke landen in actie moeten komen. myriam francois · We need to talk about whiteness - with Jeremy Williams

Closing Time | James Ferraro

Net als Oneohtrix Point Never, die we gisteren in de Closing Time hadden, wordt James Ferraro beschouwd als een van de pioniers in het genre ‘vaporwave’. Dit genre ontstond zo’n tien jaar geleden online als een ironische bewerking van feelgoodmuzak, opgebouwd uit samples van lounge- en liftmuziek, wat je hoort als je in de wacht staat, de openingstune van Windows, de niksige deuntjes onder een informatieve video. Deze muzak – ‘corporate mood music’ – klinkt optimistisch en hoopvol maar uiteindelijk is het vaag, vervreemdend en leeg, zo leeg als onze consumptiecultuur en het hyperkapitalisme. Niet voor niets doet het woord vaporwave denken aan vaporware.

Foto: United Nations Photo (cc)

Bosnië en de restanten van de Joegoslavische burgeroorlog

Bosnië-Hercegovina staat meer dan 25 jaar na de burgeroorlog nog steeds onder toezicht van de internationale gemeenschap. De Oostenrijker Valentin Inzko (links op de foto) was de afgelopen twaalf jaar de Hoge Vertegenwoordiger die moet toezien op de vredesakkoord dat op 14 december 1995 gesloten werd in de Amerikaanse stad Dayton. Volgens dit akkoord heeft de Hoge Vertegenwoordiger in het land nog veel te vertellen. Inzko voerde deze week eigenstandig en zonder tussenkomst van het parlement een wijziging in de strafwet in waardoor de ontkenning van genocide tijdens de burgeroorlog en de verheerlijking van veroordeelde oorlogsmisdadigers strafbaar wordt. Op overtreding komt maximaal vijf jaar gevangenisstraf te staan.

Inzko, die binnenkort plaats maakt voor de Duitser Christian Schmidt, kwam tot zijn beslissing nadat er in de Bosnische politiek geen overeenstemming bleek te vinden voor strafbaarstelling. De Servische politici bleven zich er tegen verzetten. Volgens de Bosnische Serviërs uit de Republika Srpska was de moordpartij in Srebrenica een ernstige misdaad, maar geen genocide. Premier Dodik van de Servische deelrepubliek, die op dit punt de steun heeft van moederland Servië, dreigde opnieuw met afscheiding. Om te beginnen blokkeren de politieke vertegenwoordigers van de Serviërs de gezamenlijke, nationale instellingen.

Bosnië-Hercegovina was van begin af aan een instabiele staat met drie politieke gemeenschappen, Serviërs, Kroaten en Bosniakken, die het nauwelijks mogelijk maken het land te regeren. De Hoge Vertegenwoordiger is feitelijk nog de enige garantie dat de boel een beetje bij elkaar kan worden gehouden. Inzko nam met zijn laatste stap een groot risico, maar hij zag kennelijk geen alternatief. “Gebrek aan erkenning, verantwoordelijkheid en genoegdoening voor slachtoffers van misdaden heeft vernietigende effecten op de maatschappij. Dit alles voorkomt een vredige en welvarende toekomst voor Bosnië-Herzegovina,” aldus Inzko. Maar in een omgeving waarin het verleden alles bepalend is voor de onderlinge verhoudingen gooit hij daarmee ook een knuppel in het hoenderhok.

Foto: republica GmbH (cc)

Covid importeren we liever niet, maar exporteren …

COLUMN - Heel Europa kleurt voor Nederlanders groen of geel. we mogen van het kabinet weer overal naartoe, ongeacht de besmettingscijfers daar. De codes oranje en rood reserveren Rutte en De Jonge vanaf vandaag – van gebrek aan originele smoezen kun je onze regering oprecht niet betichten – uitsluitend voor landen waar een nieuwe coronavariant is opgedoken.

Of zij ons willen hebben, daar in de rest van Europa, staat nog te bezien. Nederland is volgens gangbaarder regels alweer een tijdje diep donkerrood – zwart, bijna. Veel landen scherpen de regels voor Nederlanders daarom aan. Niet onbegrijpelijk: in Duitsland hadden ze vorige week 13 nieuwe besmettingen per 100.000 inwoners, in Nederland waren dat er liefst dertig keer zoveel: 388 op de 100.000.

Alleen wordt terugkomen van vakantie nog wel een dingetje: vanaf 8 augustus moeten Nederlanders die in een geel land verpoosd hebben, voor aanvang van de thuisreis kunnen bewijzen dat ze gevaccineerd zijn, of een negatieve test laten zien. Ze moeten testen voor thuiskomst.

Cynisch gezegd: het nieuwe beleid lijkt te zijn dat we corona niet mogen importeren, maar exporteren – prima joh, ga gerust je gang.

Met onze torenhoge besmettingsgraad lopen we overigens het risico zelf de bakermat van een nieuwe nog venijniger variant te worden. Alle succesvolle mutaties zijn ontstaan in gebieden waar het virus vrij spel had. (Ik claim alvast de Griekse letter i voor de Nederlandse variant: de jota – die staat voor ‘er niets van begrijpen’.) Dan hebben we weer een mooi exportproduct.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Closing Time | Oneohtrix Point Never

Bij Oneohtrix (One-oh-trix) Point Never weet je nooit wat je krijgt, en op zoek naar een nummer om hier te delen werd me ook duidelijk dat zijn muziek totaal ongeschikt is om in losse nummers te luisteren. Niet dat zijn albums nou per se een coherent geheel zijn, maar daar zit nu juist voor een groot deel het luisterplezier: van het ene in het andere gegooid worden – iets dat in dit ene nummer ook al enigszins gebeurt. Op zijn derde album R Plus Seven uit 2013, waar ‘Zebra’ op staat, poogt hij iets nieuws te maken van niksige digitale geluiden van de jaren ’80, wat hem een pionier in ‘vaporwave’ maakte (waarover morgen meer). Hierna zijn er nog acht albums en een paar singles uitgekomen en inmiddels klinkt OPN alweer totaal anders.

Nog vier jaar en vier maanden voor Nikita

COLUMN - Ardy Beld schrijft hoe meedogenloos het Wit-Russische regime afrekent met de volksprotesten. Hij vergelijkt het lot van twee Wit-Russische tieners: de inmiddels 17-jarige Nikita Zolotorjov en de eveneens 17-jarige Nikolaj Loekashenko.

Nikita Zolotorjov (in de vertaalde Wit-Russische versie Mikita Zalatarou) is na een eerdere veroordeling tot 5 jaar voor een denkbeeldig incident tijdens de protesten in augustus 2020 nogmaals berecht voor een nieuwe ‘zaak’. Midden juli deed de rechtbank in Gomel uitspraak over ‘vermeende bedreiging van bewakingspersoneel’. Nikita zou hebben geweigerd aanwijzingen op te volgen om een ruimte te verlaten, waarop twee bewakers hem met geweld wegsleepten. Hierop zou de tiener de penitentiaire medewerkers hebben beledigd. Ook zou hij met wraak hebben gedreigd. De rechter achtte schuld bewezen en veroordeelde Nikita Zolotorjov tot nog eens anderhalf jaar hechtenis. Omdat een bepaalde tijd die hij heeft uitgezeten dubbel werd geteld, heeft de jonge Wit-Rus momenteel nog vier jaar en vier maanden in een strafkolonie voor de boeg.

Een dappere zondebok

Nikita’s vader Michail vertelde na de rechtszitting: “De kleine hield zich dapper. Daar was ik blij om. Hij vroeg om niet in hoger beroep te gaan. Hij wil zo spoedig mogelijk de zon en de lucht weer kunnen zien.” Naast de gevangenisstraf moet Nikita nog een geldboete van 1000 roebel (ongeveer 330 euro) aan de ‘slachtoffers’ betalen. Michail: “Waarschijnlijk wil er nog iemand op vakantie. Geen geweten, geen moraal. Mijn zoon is bleek en vermagerd. Hij is murw gemaakt door de voortdurende pesterijen van de bewakers, maar hij is een echte man. Hij danst niet naar de pijpen van het regime. Hij is klaar voor de tocht naar de strafkolonie. Lang leve Wit-Rusland!”

Foto: Peter Merholz (cc)

Zet de democratie haar tanden in de opleving van rechts-extremisme?

De afgelopen jaren won rechts-extremisme in een hoog tempo aan zichtbaarheid. Niet alleen in termen van geweld, maar ook in ideeën die steeds meer beklijven binnen de samenleving en politiek. Hoe verklaren we dat? Wie zijn de aanhangers en waar geloven ze in?

Utøya, Halle en Christchurch. Het zijn plekken waar de afgelopen tien jaar rechts-extremistische geweldplegers een bloedbad aanrichtten. Ze zijn onderdeel van een trend zich steeds duidelijker aftekent: een wereldwijde opleving van rechts-extremistisch geweld en bijbehorend gedachtegoed, dat steeds meer mainstream lijkt te worden.

Om deze gewelddadige dreiging te begrijpen, is het belangrijk de achtergrond ervan te onderzoeken: want waar hebben we het eigenlijk over wanneer we praten over rechts-extremisme? Wie zijn haar aanhangers en waar geloven ze in? Wanneer en waarom noemen we rechts-extremisme een probleem – en wat kunnen we ertegen doen? Tijdens ‘De terugkeer van rechts-extremisme’ zochten politicoloog prof. dr. Sarah de Lange (UvA), historicus prof. dr. Beatrice de Graaf (UU) en rechts-extremisme expert dr. Nikki Sterkenburg naar antwoorden.

Wat is rechts-extremisme?

Om de opleving van rechts-extremisme te begrijpen, is de politiek een goed beginpunt. Daar zie je namelijk dat radicaal-rechtse en extreemrechtse standpunten, door heel Europa, steeds dominanter zijn geworden binnen politieke partijen. De Lange brengt een onderscheid aan tussen radicaal- en extreemrechts. Wat ze verbindt is het geloof dat bestaande ongelijkheid, bijvoorbeeld tussen mannen en vrouwen, wit en zwart, een natuurlijk gegeven is, dat de voorwaarde vormt voor het goed functioneren van een samenleving. Een antigelijkheidsdenken dus, waar een exclusieve definitie van de natie uit voortkomt. Pas je je niet goed aan of hang je praktijken aan die buiten de ‘normen en waarden’ van de natie vallen? Dan ben je een bedreiging.

Een belangrijk verschil tussen radicaal-rechts en extreemrechts, is dat de eerste anti-liberaal democratisch is, en dus de principes van de democratie aanhangt, terwijl de laatste antidemocratische ideeën onderschrijft. Volgens De Lange treedt er de laatste tien jaar een belangrijke verandering op: rechts-extremistische ideeën, in de vorm van samenzweringstheorieën, geweldsoproepen of antisemitische uitingen, druppelen langzaam maar zeker de radicaalrechtse partijen binnen. Een belangrijke prikkel hiervoor is dat veel gevestigde rechtse én linkse centrumpartijen radicaal-rechts gedachtegoed, oftewel wat “milder” gedachtegoed, normaliseren en zelfs overnemen. Radicaal-rechtse partijen ruiken concurrentie, en verhuizen naar het extremere. Een kettingreactie dus, waardoor de weg naar extreemrechts steeds beter geplaveid wordt. En die weg stopt niet bij de politiek, maar loopt door naar hun aanhangers in de samenleving.

Een controversiële vraag

Precies die groep is de focus van het onderzoek van Sterkenburg. Voor haar promotieonderzoek interviewde ze tientallen radicaal- en extreemrechtse activisten. Wie ze zijn? De antwoorden zijn uiteenlopend. “De nieuwe generatie radicaal- en extreemrechts”, de ondertitel van haar nieuwe boek, is namelijk niet gemakkelijk te herleiden tot één beweging: hun motivaties zijn zo verschillend als hun achtergrond. Ze variëren van rechtsvaardigheidszoekers die voelen dat de overheid hun onrecht heeft aangedaan, tot de alt-right intellectuele stroming die binnen rechts-extremistische bewegingen een plek vindt voor haar ideologie. De één maakt via spandoeken een statement, de ander infiltreert politieke partijen via vrijwilligerswerk om rechts-extremistisch gedachtegoed te normaliseren. Maar als dit alles gebeurt binnen de grenzen van een democratie, dan is het toch geen probleem?

“Een controversiële vraag”, noemt historicus prof. dr. Beatrice de Graaf (UU) dat. Ze onderzoekt politiek geweld en terrorisme, waarin een duidelijke wetsgrens aanwezig is: geweld is strafbaar. Actief zijn in rechts-extremistische bewegingen is dat niet. Toch ziet De Graaf wel een problematische verbinding tussen de normalisering van radicaal- en extreemrechts gedachtegoed, zoals gebeurt in de politiek, en het creëren van een permissieve, of een “meegaande” context, voor radicale extremisten die overgaan tot geweld. “Het gedachtegoed steunt elkaar, ze voelen zich gedragen”, legt De Graaf uit. Onder politicologen is dit ook een actuele discussie, voegt De Lange daaraan toe. Werkt het normaliseren van radicaal-rechts gedachtegoed in de politiek rechts-extremistisch geweld niet in de hand, of functioneert het als een soort ventiel?

Een democratie met tanden?

Is rechts-extremisme dus pas problematisch als er geweld bij komt kijken? Niet volgens Sterkenburg, die tijdens haar onderzoek ook veel in aanraking kwam met de polariserende effecten van radicaal- of extreemrechtse ideeën. “Het is ontzettend maatschappelijk ontwrichtend als een vocale groep dag in dag uit roept dat bepaalde etnische en religieuze minderheden er niet horen te zijn in Nederland”, vertelt ze. En daar waar geweld illegaal is, is dat een stuk minder evident als het gaat om woorden: het is behoorlijk lastig te verkopen aan rechts-extremisten waarom ze iets niet zouden mogen zeggen, terwijl politici ondertussen zonder blad voor de mond erop los twitteren. Hoe pak je dat aan?

Een van de manieren om dat voor elkaar te krijgen, zit momenteel in de vorm van een wetsvoorstel in de pijplijn. Nederland is een bijzonder land in democratisch opzicht, legt De Lange de context uit. In onze grondwet staat namelijk nauwelijks iets neergepend over politieke partijen als bestuurlijke organisatie. Het nieuwe wetsvoorstel maakt het mogelijk om partijen te reguleren, en, als ze niet aan de eisen van de wet voldoen, te verbieden. Een “democratie met tanden” dus, die, naar het voorbeeld van Duitsland na de Tweede Wereldoorlog, kan voorkomen dat partijen die antidemocratische geluiden laten horen aan de macht komen.

Maar wetten alleen zijn niet genoeg, zijn De Graaf en De Lange het eens. Ook de normalisering van rechts-extremistische ideeën moeten aangepakt. Hoe kun je anders duidelijk grenzen afbakenen wat is toegestaan binnen de democratie en niet? Maar bovenal is het een kwestie van grondig broeden op misschien wel de meest fundamentele vraag die aan het wetsvoorstel ten grondslag ligt: binnen welk democratisch ideaal willen we dan wel leven in Nederland?


Dit artikel verscheen eerder bij Studium Generale Utrecht
.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Closing Time | How Soon is Now?

Johnny Marr is inmiddels een krasse knar. Maar de voormalige gitarist van The Smiths kan nog best een lekker potje rocken.

“You shut your mouth
how can you say
I go about things the wrong way?

I am human and I need to be loved
just like everybody else does”

Das weiße Band: een opvoeding in wreedheid

RECENSIE - Wanneer ik Roxane van Iperen een preek zie houden, ben ik het steevast vreselijk met haar eens. Tegelijkertijd kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat ze open deuren intrapt. ‘Dit is toch allemaal heel erg voor de hand liggend?’, denk ik dan bij mijzelf. Maar goed, iedereen bejubelt ‘r als een scherpzinnig denker die nou ’s zegt wat er gezegd moet worden, dus kennelijk is er behoefte aan wat deze seculiere dominee te melden heeft.

Gruwelsprookje
Afijn, ik besloot de Zomergasten-aflevering met Van Iperen dus maar gewoon over te slaan. De snippers die ik meekreeg via Twitter bevestigden dat dit een goede keuze was geweest. De recensie door Karin van der Stoop eveneens; prima recensie dus. Maar aangezien ik blijkbaar min of meer hetzelfde naar de wereld kijk, was ik dan weer wel benieuwd naar Van Iperens keuzefilm: Das weiße Band (2009) van Michael Haneke.

Dat heeft me niet teleurgesteld. Die film blijft nog wel even in mijn bewustzijn hangen. Dat komt vanzelfsprekend door de vorm – Michael Haneke is een kundig filmmaker – maar ook door de these van de film. Eigenlijk is Das weiße Band een beeldroman (met als ondertitel: Eine Deutsche Kindergeschichte). Dat begint al met de introductie van een personage als verteller die de gebeurtenissen verhaalt: de dorpsleraar. Het betreft dan ook nog een thesenroman en zedenschets, verpakt in een whodunnit die zich gaandeweg ontpopt als een gruwelsprookje, waarbij de dreiging steeds onbestemd op de achtergrond blijft zwemen.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Bestel je boeken bij Bazarow

Bazarow is een verkopende boekensite, waar je ook recensies, nieuws, een agenda en een digitaal magazine kan vinden. Nog niet alles is af, maar veel boeken zijn al te vinden en er komt de komende maanden steeds meer bij.

Het doel van Bazarow is om een site te vormen die evenveel gemak biedt als de online giganten maar die wél teruggeeft aan de boekensector. Tegen roofkapitalisme, en voor teruggeefkapitalisme, bijvoorbeeld door te zorgen dat een flink deel van de opbrengst terug naar de sector gaat en door boekhandels te steunen.

Vorige Volgende