Participatiewet niet zo stupide als voorgesteld

ANALYSE - Het is kortzichtig om de tegenprestatie van bijstandsgerechtigden af te doen als vernedering. De gevolgen van nietsdoen zijn vaak erger, omdat die leiden tot minderwaardigheidsgevoelens. Een tegenprestatie kán een verrijking zijn, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan.

Vernederend en zinloos: dat is het beeld dat oprijst uit de reportage over Werkbedrijf Herstelling, het reïntegratiebedrijf van de Dienst Werk en Inkomen (DWI) van Amsterdam (Voorpagina 24 december). Hoogopgeleide werklozen die 32 uur per week nietjes uit papieren verwijderen, peuken oprapen of planten water geven. Dit gaat niemand aan een baan helpen! En het is pesterig bovendien: wie in zijn eentje wil lunchen of tien minuten te laat komt, wordt gekort op de uitkering. Kan het mensonterender? Dit soort taferelen gaan we overal krijgen als de Tweede Kamer in januari de Participatiewet aanneemt, is de boodschap. Laat bijstandsgerechtigden met rust!

De voorgenomen participatiewet – die werklozen verplicht tot het leveren van een ‘tegenprestatie’ voor hun uitkering, bij een reïntegratiebedrijf (zoals de Herstelling), of via mantelzorg of vrijwilligerswerk – is echter niet zo stupide als hij hier wordt voorgesteld. Wij hebben de afgelopen vijf jaar 65 bijstandsgerechtigden die meer of minder verplicht werden om vrijwilligerswerk te verrichten op de voet gevolgd. Anders dan de reportage suggereert, is ‘met rust gelaten worden’ voor de meeste bijstandsgerechtigden geen route naar een ontspannen bestaan.

Integendeel: het leidt tot negatieve spiraal van minderwaardigheidsgevoelens, onzekerheid, angst voor veroordeling, terugtrekking uit het sociale leven en isolement, en vervolgens een nog sterker minderwaardigheidsgevoel en onzekerheid enzovoorts. Vrijwilligerswerk is meestal een welkome doorbreking van deze spiraal. Eindelijk weer zinvol bezig zijn, contacten opdoen en trots zijn op wat je voor anderen kunt betekenen. Je weer op een feestje te durven vertonen, zonder angst voor de vraag ‘wat doe jij?’.

Een respectvolle benadering is belangrijk

Of mensen tot vrijwilligerswerk verplicht worden of niet, is op zich niet zo belangrijk. Veel belangrijker is of de sociale dienst hen met respect bejegent. Met interesse in hun levensgeschiedenis en hun (gefnuikte) dromen. Oprecht samen op zoek naar vrijwilligerswerk dat hierop aansluit en bijdraagt aan herstel van het ‘geschonden levensverhaal’. Zoals ict’er Frank die ontslagen was wegens conflicten, maar nu ouderen kan helpen met computers en internet. Of ex-verslaafde Thea die nu buddy is voor verslaafden.

Wie zich daarentegen respectloos, als nummer, behandeld voelt, wordt kwaad, ook op de verplichting. Voormalig regisseur Alma bijvoorbeeld die aan de slag mocht als buurtregisseur – alsof dat iets met elkaar te maken heeft! Dat lezen we ook in de reportage over de Herstelling: als nummer worden behandeld, met minachting voor je achtergrond en belangstelling, is kwetsend. (Verplicht meedoen met de ‘pauze’ wanneer dit feitelijk een werkbespreking is die aan de echte pauze voorafgaat, zoals in de reportage, is echter niet pesterig maar een noodzakelijk onderdeel van het werk.)

Een tweede probleem is onduidelijkheid over het perspectief. Juist als mensen prettig als vrijwilliger aan de slag zijn, herleeft de hoop op betaald werk en wordt de vraag of en hoe dit te bereiken klemmender. De klantmanager van de sociale dienst krijgt echter geen klachten en laat de vrijwilliger dus met rust. Veel mensen ervaren dit als verwaarlozing. Ze willen nog steeds graag een baan maar hebben daarbij hulp nodig. Zonder die hulp raken ze ontmoedigd en gedemotiveerd, ook voor het vrijwilligerswerk.

Een derde probleem is de toenemende angst dat je als vrijwilliger een betaalde kracht verdringt. Dat willen bijstandsgerechtigden koste wat het kost voorkomen. De recente bezuinigingen in de publieke sector voeden deze angst en maken mensen dus meer gereserveerd in het aanvaarden van vrijwilligerswerk.

Een tegenprestatie hoeft niet vernederend te zijn

Het is kortzichtig en tendentieus om de tegenprestatie als vernederend en bestraffend af te doen. De tegenprestatie kán vernederend zijn maar ook verrijkend. Welke van de twee het is, hangt van vier voorwaarden af. Ten eerste een respectvolle benadering, waarbij de inhoud van de tegenprestatie aansluit op het eigen levensverhaal en de persoonlijke toekomstdromen. Voorwaarde voor een verplichte tegenprestatie is dus dat de sociale dienst deze respectvolle benadering kan waarmaken.

Tweede voorwaarde is perspectief op werk. Het aanleren van werkritme kan belangrijk zijn, bijvoorbeeld voor mensen die leven met de klok ontwend zijn en voornamelijk ‘s nachts leven. Nietjes verwijderen kan ook een zinvolle bezigheid zijn, mits als onderdeel van digitale archivering (zoals bij de Herstelling duidelijk het geval is) en mits duidelijk is wanneer het tot welk soort baan moet leiden. En wanneer mensen die vrijwilligerswerk zijn gaan doen na twee jaar geen perspectief op betaald werk hebben, moet hun vrijwilligerswerk omgezet in gesubsidieerd werk tegen minimumloon, naar analogie van de vroegere Melkertbanen en Banenpoolbanen. Dit bespaart een uitkering plus een hoop controle en kost dus weinig geld. Derde voorwaarde is dat men vrijwilligers niet in wegbezuinigde banen mag plaatsen.

De vierde voorwaarde heeft betrekking op het politieke en publieke debat. De tegenprestatie kan alleen menswaardig zijn en niet in straf ontaarden wanneer politici uitdragen dat pech bestaat en dat we dat men zijn allen moeten dragen. We moeten ophouden pechvogels er permanent van te verdenken klaplopers te zijn. Er zijn en blijven mensen die buiten hun schuld failliet gaan of werkloos worden. In onze competitieve samenleving zijn er bovendien steeds meer mensen die te onhandig, te simpel, te ziek of te beschadigd zijn om betaald werk te vinden en te houden. Ook die mensen verdienen ons respect.

Thomas Kampen en Evelien Tonkens zijn als onderzoeker, respectievelijk hoogleraar, verbonden aan de afdeling sociologie en antropologie aan de Universiteit van Amsterdam. Dit artikel verscheen eerder op Sociale Vraagstukken en in de Volkskrant.

  1. 1

    Raar: het is niet de participatiewet die regelt dat allen in de bijstand verplicht “iets terugdoen”, maar dat staat in de aanpassingen op de WWB. De participatiewet gaat vooral over mensen met een beperking. Die moeten méér meedoen in de samenleving, maar die samenleving is daar helemaal niet klaar voor. Wientjes heeft 125.000 banen beloofd in het bedrijfsleven, maar die belofte is een fata morgana. Zie de reacties van het FNV van dit weekend.

    Het artikel van Tonkens e.a. hierboven is een schoolvoorbeeld van desinformatie. De bijstandsgerechtigde wordt neergezet als iemand die moet worden “gestimuleerd om (weer) mee te doen op de arbeidsmarkt”. [Kerstens]. Dus voert Tonkens het succes op van het stimuleren van de ICT-er Frank, die zijn woede zo slecht onder controle had dat hij wegens conflicten werd ontslagen. En van de ex-verslaafde Thea, die nu buddy is van verslaafden.

    In de wetenschap noemen we dat een “N=1 bewijs”. Zo bewijzen ook kwakzalvers de waarde van hun niet-werkende therapie: door de uitzondering tot norm te verheffen. Maar de werkelijkheid is een hele andere.

    Toen de crisis eind 2008 toesloeg zaten er een historisch laag aantal mensen in de bijstand: 300.000. Dat is de omvang van begin jaren ’80 (kabinet Van Agt-Wiegel).

    Toen de crisis eind 2008 toesloeg waren er 160.000 met een WW-uitkering. Eveneens historisch laag.

    Eind 2013 waren er 400.000 met een bijstandsuitkering en 400.000 in de WW. Totaal dus 340.000 uitkeringen er bij ten gevolge van de crisis. De werkelijkheid is dus dat er niet voldoende werk is en dat daardoor meer mensen in de bijstand zijn beland; de werkelijkheid is ook dat er nog een grote groep is die in de bijstand dreigt te belanden als hun WW afloopt.

    De prognoses van het CPB zijn in deze ook niet gunstig. Zelfs als de economie weer zou aantrekken zal de werkloosheid nog een tijdje stijgen. En daarmee dus het aantal mensen in de bijstand. Het CPB noemt het niet, maar een verder stijging tot 500.000 bijstandsgerechtigden in begin 2015 is heel wel mogelijk.

    Voor een flink deel moet de politiek dit zichzelf verwijten. We hebben de dijken verlaagd, terwijl het water steeg.
    (a) Na de internet-crisis van 2001 steeg het aantal werklozen met ruim 300.000, maar het beroep op de bijstand steeg nauwelijks (20.000 in 4 jaar): het vangnet van de WW werkte toen nog. In de 8 jaar na 2001 is het aantal flex-werkers, 0-uren contractanten en ZZp-ers echter dramatisch gestegen. Na het uitbreken van de crisis van 2008 zie je begin 2009 meteen het beroep op de bijstand omhoog schieten.
    (b) De wereldwijde crisis zag niemand aankomen, maar de tweede dip in die crisis is toch echt Nederlands, die komt elders in de EU niet voor. Hij valt samen met het begin van het kabinet Rutte I. Die coalitie met de PVV was niet alleen (op het randje van) immoreel, maar miste ook elke daadkracht. Wat er ook gebeurde: het was veel te weinig en alleen gericht op bezuinigen.

    De geest van Colijn waarde rond en is ook in Rutte II niet verdwenen.

    Zie: http://www.mrooijer.nl/stats/2013/werkloosheid-en-bijstand/ voor de onderbouwing van de cijfers.

    PS bovenstaande schreef ik eerder op de site van de Leidse PvdA bij een oproep tot heroverweging van de veranderingen in de WWB: http://www.leiden.pvda.nl/nieuws/nieuws_item/t/verontruste_leden_binnen_de_pvda_doen_een_beroep_op_de_tweede_kamerfractie

  2. 2

    Ik heb in tijden niet zo een lulverhaal gelezen. Hoezo moeten werklozen weer iets leren? Van wie? Meestal van die omlaaggevallen coaches, begeleiders die volstrekte rommel aanbieden voor veel geld om weer te leren. Dit is een typisch walgelijk moralistisch neo-liberaal PVDA-verhaal waar ik niet op zit te wachten.

    Waarop dan wel?
    Maatregelen om de economie weer te stimuleren, de volstrekt asociale PVDA die een klasse- en landverrader is zou eens met echte maatregelen moeten komen maar de kans dat je een kopje koffie bij de koning drinkt is groter dan dat de PVDA weer eens iets voor het volk doet.
    Walgelijke partij.

  3. 4

    @0: Wat fijn dat de participatiewet “een respectvolle benadering”, “perspectief op werk”, “gesubsidieerd werk tegen minimumloon” en “politici uitdragen dat pech bestaat en dat we dat men zijn allen moeten dragen” regelt, want anders zou hij toch zo stupide zijn als hier eerder is voorgesteld.

    Overigens mijn applaus voor de apologie van de misstanden die eerder in media beschreven werden. Jullie nemen klakkeloos de lezing over van het betreffende reïntegratiebedrijf? Ik krijg bijna een idee door wie het onderzoek van Kampen en Tonkens betaald is.

  4. 5

    @1, en om dat meer meedoen te bevorderen worden de sociale werkplaatsen gesloten, en worden regelingen die maken dat je ook financieel wat perspectief krijgt met werken aan de kant gegooid.

    Verder dank voor het schrijven. Ik heb me er al een keer flink over opgewonden, en dan lees je zoiets…

    Ik wil overigens nog wel even reageren op de bewering dat het bij de mevrouw met lunchpauze ging om een werkbespreking. In de volkskrant staat:

    Zo dreigde de gemeente deze maand een alleenstaande moeder 30 procent (282 euro) te korten omdat zij tijdens haar pauze als schoonmaker liever alleen luncht en niet aan een tafel met haar twintig collega’s. ‘U wil [sic] zich niet aan een van de huisregels houden, namelijk het gezamenlijk eten in uw lunchpauze’, schreef DWI in een brief.

    ‘uw lunchpauze’ dus.
    Dat zag de DWI zelf zeker ook helemaal fout.

    Nietjes verwijderen kan ook een zinvolle bezigheid zijn, mits als onderdeel van digitale archivering (zoals bij de Herstelling duidelijk het geval is) en mits duidelijk is wanneer het tot welk soort baan moet leiden.

    Als het nuttig is, is het werk. Nu al, niet pas over 2 jaar. Werk dat bv bij uitstek uitnodigt om de sociale werkplaats bij te betrekken, maar ja, die wordt wegbezuinigd. Door het door bijstandsgerechtigden te laten doen, ontneem je andere mensen kans op dat werk.

  5. 6

    Het zal vast wel verwijderd worden, zoals meer van mijn hand gewoon is verdwenen, maar hier is een persbericht van de PvdA in Leiden

    PvdA Bericht

    Aan:
    Van:
    Onderwerp:
    Datum:

    de voorzitters en secretarissen van de afdelingen in Zuid-Holland
    PvdA-gewest Zuid-Holland
    persbericht afdeling Leiden
    12/01/2014

    ——————————————————————————–

    Beste voorzitters en secretarissen,

    De afdeling Leiden heeft mij verzocht onderstaand persbericht onder jullie aandacht te brengen. Bij deze.

    vriendelijke groet,

    Jan Barendregt

    secretaris gewest Zuid-Holland

    ——————————————————————————–

    Leiden, 12 januari 2014

    Oproep aan de Tweede Kamerfractie van de PvdA

    Leden van de PvdA Leiden zijn ernstig verontrust over de gevolgen van het onlangs namens de regering door staatssecretaris Klijnsma ingediende wetvoorstel (kamerstuk nr. 33801) dat ingrijpende wijzigingen in de Wet werk en bijstand en een reeks andere wetten van onze verzorgingsstaat bevat.

    Deze verontrusting spitst zich toe op een aantal elementen:

    • een burger heeft recht op bijstand, wanneer hij of zij geen inkomen heeft. Uit het wetsvoorstel spreekt een sfeer van wantrouwen en gebrek aan respect jegens uitkeringsgerechtigden, zowel waar het gaat om het naleven van regels, als om gedragingen jegens uitvoerend personeel; de voorgenomen wettelijke bepalingen werken onnodig criminaliserend;

    • het wetsvoorstel bevat elementen die de bestaanszekerheid van burgers aantasten, onder meer de invoering van een wachttijd van 4 weken voordat bijstand kan worden verleend; zeker voor gezinnen met kinderen kan dit tot onoverkomelijke financiële problemen leiden;

    • de invoering van automatische sancties en de daarbij behorende omgekeerde bewijslast – gestrafte moet bewijzen dat hij zich wel aan de regels heeft gehouden – , waaruit een onaanvaardbaar wantrouwen jegens zowel de uitkeringsgerechtigden als de met de uitvoering belaste gemeenten spreekt;

    • de strijdigheid, dan wel het op gespannen voet staan, met beginselen van onze rechtsstaat en internationale verdragen waarbij ons land partij is;

    • het degraderen van de AOW tot een minimaal vangnet voor ouderen i.p.v. het eerbiedigen van deze regeling als basaal staatspensioen zoals de AOW in oorsprong is bedoeld.

    Het is waar dat veel van de nu voorgestelde regelingen al werden aangekondigd in het Regeerakkoord. Daar was destijds ook al veel zorg over. Velen van ons vonden het navrant dat van het akkoord de ziektekostenpremie naar draagkracht onmiddellijk sneuvelde omdat het onaanvaardbaar was voor de VVD, terwijl al het andere onverlet bleef.

    Het is nu duidelijk dat de concretiseringen van de passages uit het Regeerakkoord nog verder gaan dan toen al werd gevreesd. De motieven van de regering – activering van mensen die zonder betaald werk zitten; bezuiniging op de voor uitkeringen beschikbare budgetten – wegen kennelijk zwaarder dan waarden die naar ons oordeel het politiek handelen van de PvdA zouden moeten bepalen: bestaanszekerheid, rechtszekerheid, respect voor elke burger.

    Tegen deze achtergrond vragen wij, verontruste PvdA-leden, de Tweede Kamerfractie van de PvdA zich door het indienen van wijzigingsvoorstellen maximaal in te spannen om het wetsvoorstel op de volgende punten aan te passen:

    1. De reeds bestaande bevoegdheid van de gemeenten om van uitkeringsgerechtigden een tegenprestatie te vragen is in dit wetsvoorstel omgezet in een verplichting. Deze wijziging moet worden teruggedraaid, opdat gemeenten maatwerk kunnen leveren.

    Daarnaast is het van essentieel belang dat de wet waarborgt dat de tegenprestatie (onbetaalde) werkzaamheden omvat, die de arbeidsintegratie en/of de participatie van de uitkeringsgerechtigde bevorderen, nuttig zijn voor de samenleving en niet leiden tot

    verdringing op de arbeidsmarkt. En er mag nooit sprake zijn van een verkapte verlaging van het minimumloon. We geven de voorkeur aan betaalde arbeid, ook al is dat duurder.

    Strijdigheid met het internationaal geldende verbod op verplichte tewerkstelling wordt vermeden.

    2. De standaard wachttijd van 4 weken wordt niet als algemeen geldende bepaling in de wet opgenomen. Een dergelijke algemene maatregel brengt te veel uitkeringsgerechtigden in financiële problemen en ontmoedigt het werken in een relatief kort dienstverband.

    3. De bepaling over de automatische sanctie van intrekking van de uitkering voor een periode van drie maanden bij niet nakomen van verplichtingen ex artikel 18 wordt gewijzigd. De gemeente krijgt de bevoegdheid een dergelijke sanctie op te leggen. De bepaling inzake de omgekeerde bewijslast wordt geschrapt.

    4. De sanctie van inhouding van uitkering bij onaanvaardbaar gedrag jegens uitvoerend personeel wordt geschrapt; daarvoor is het commune strafrecht dat reeds extra straffen in het vooruitzicht stelt voor misdragingen ten opzichte van publieke functionarissen. Uitkeringsgerechtigden mogen niet twee keer gestraft worden voor dezelfde overtreding of hetzelfde misdrijf.

    5. Bij het zoeken naar werk buiten het woongebied van de uitkeringsgerechtigde en de beoordeling van het sollicitatiegedrag wordt rekening gehouden met de hoogte van de reiskosten en/of de mogelijkheid (op termijn) redelijke en betaalbare huisvesting te vinden in of bij de plaats van tewerkstelling. Voorts houdt de overheid zich verre van gedetailleerde voorschriften voor kleding en gedrag bij sollicitaties.

    6. De mogelijkheid van een categoraal bijstandsbeleid wordt gehandhaafd om de uitvoeringskosten van het gemeentelijk armoedebeleid te beperken.

    7. In het licht van de hervorming van de langdurige zorg wordt vermeden, dat de voorgenomen wetswijzigingen mantelzorg ontmoedigen; ook wordt voorkomen dat nieuwe vormen van collectieve arrangementen voor wonen en zorg worden bemoeilijkt. Dit moet wettelijk worden verankerd.

    8. De AOW is geen uitkering maar een staatspensioen. Daarom: kostendelersnorm wordt niet van toepassing verklaard op de AOW.

    Wij verzoeken de Tweede Kamer fractie dringend bij de behandeling van het wetsvoorstel met deze oproep rekening te houden.

    Leiden

    januari 2014

  6. 9

    Tweede voorwaarde is perspectief op werk.

    Ik heb dus mijn grote twijfels of aan deze voorwaarde in het gros van de gevallen wordt voldaan. Reintegratie is al jaren een ramp – veelal weggegooid geld, en helpen doet het niet.
    Het trieste van de opheffing van de Melkertbanen destijds was, dat “gesubsidieerde” arbeid helemaal niet afgeschaft werd. Het werd afgepakt van de Melkertbaners, en de nieuwe vorm van gesubsidieerde arbeid werden de medewerkers van de reintegratiebureau’s.

    Dat je dit nu “participatiewet” noemt verandert daar weinig aan – behalve dan dat de participanten steeds minder krijgen.

  7. 11

    Met mensen via nuttig vrijwilligerswerk helpen de weg naar de arbeidsmarkt te vinden is inderdaad niks mis. Maar een verplichte door de overheid bepaalde tegenprestatie op straffe van korting op je toch al niet al te ruime uitkering is iets heel anders.
    Dit stuk gaat op geen enkele wijze in op de recente kabinetsvoorstellen en bewijst alleen maar dat succesvolle reïntegratie voor sommige individuen best mogelijk is. Gelukkig wel ja. Anders waren al die nieuwe pestmaatregelen nog schandaliger geweest dan ze nu al zijn.

  8. 12

    De werkgever bepaald. En mensen in dienst nemen kost geld. Waarom niet de gemeente als uitzendbureau gebruiken. De gemeente doet al te graag, de straffen zijn een stok achter de deur om de werkloze naar het werk sturen.

    En met een mooi praatje zeggen dat er weer iemand aan het werk is geholpen. De werkloze is immers uit de kaartenbak van de soos. Om na een half jaar weer terug te keren.

    Alleen hoorde ik wel dat de werkgever het volle pond betaald, dus niet goedkoper is. Dat lijkt me onwaarschijnlijk, want anders zou ie naar een normaal uitzendbureau gaan.

  9. 13

    Of mensen tot vrijwilligerswerk verplicht worden of niet, is op zich niet zo belangrijk.

    Ik begrijp de gedachte die er achter zit (en wordt uitgelegd), maar ik weiger pertinent om zomaar met definities te gaan schuiven, en al helemaal niet als ik met hetzelfde woord het deel en het tegendeel kan bedoelen (Nieuwspraak). Noem werk dat ingevuld wordt door vrijwilligers gewoon vrijwilligers werk. Werk dat verplicht gedaan wordt, heeft ook een naam: dwangarbeid. Het is eigenlijk van de zotte dat het ‘betuttelende’ wetje dat regelde dat mensen de stoep voor hun voordeur vrij moesten houden (van sneeuw), afgeschaft werd om die reden (de stoep valt onder de gemeente, het schoonmaken dus ook. Burgers verplichten de stoep schoon te vegen zou dan ook dwangarbeid zijn.) en anderzijds, dat hier dus geen moeite mee is.

    Daarnaast heb ik eigenlijk geen moeite met de redenering met

    De tegenprestatie kán vernederend zijn maar ook verrijkend. Welke van de twee het is, hangt van vier voorwaarden af.

    Maar dan vraag ik me af: kun je die voorwaarden nu al afvinken (wordt er al aan voldaan)?
    Welke garanties zijn er dat aan die voorwaarden voldaan kan worden?
    Wie gaat dat controleren?

    Waarop ik weinig hoopvolle antwoorden verwacht. Oftewel: In een ideale wereld…

    Daarnaast worden er problemen opgenoemd, maar uit niks anders blijkt dat die problemen voldoende aangesproken worden, noch uit (bespreking van) de wet, noch uit het stuk van de auteurs zelf.

    Het spreken over de tegenprestatie als ‘vernederend, bestraffend’ of dies meer zij, gaat voorbij aan (en wil anders zelfs bagatelliseren) de fundamentele bezwaren tegen -zelfs alleen het verwachten van- een tegenprestatie. De uitkering is zélf de tegenprestatie voor het betalen van belastingen, het meedoen in de maatschappij, het deel zijn van een samenleving. Niet andersom.

    Een verbond van links en rechts kan vruchtbaar zijn. Aan de andere kant kan het ook een bed van Procrustes opleveren. Enerzijds mensen die voor ieder mens een passend bed willen (allemaal regeltjes), en anderen die maar vinden dat één maat bed genoeg moet zijn (regels zijn regels). Gevolg: wie niet past moet op de rekbank of onder het mes.

  10. 14

    Het stuk van Kampen en Tonkens beschrijft in feite, “hoe het zou moeten gaan” en is als zodanig redelijk evenwichtig. Helaas is er ook een werkelijkheid, nl “hoe het echt gaat”. Hier zit gewoon veel te veel (gebakken) lucht tussen.

  11. 15

    “Of mensen tot vrijwilligerswerk verplicht worden of niet, is op zich niet zo belangrijk.”

    Voor het positieve effect lijkt het mij toch vrij essentieel dat vrijwilligerswerk daadwerkelijk vrijwillig is.

    “Je weer op een feestje te durven vertonen, zonder angst voor de vraag ‘wat doe jij?’.”

    Als verplicht “vrijwilligerswerk” massaal wordt ingevoerd heeft het op een gegeven moment geen zin meer te antwoorden dat je vrijwilligerswerk doet ipv. dat je in de bijstand zit, want dan worden die twee vrijwel synoniem.

    “Tweede voorwaarde is perspectief op werk. Het aanleren van werkritme kan belangrijk zijn, bijvoorbeeld voor mensen die leven met de klok ontwend zijn en voornamelijk ‘s nachts leven.”

    Een kleine minderheid van de werklozen…

    “En wanneer mensen die vrijwilligerswerk zijn gaan doen na twee jaar geen perspectief op betaald werk hebben, moet hun vrijwilligerswerk omgezet in gesubsidieerd werk tegen minimumloon”

    2 jaar werken voor bijstand? Allejezus, en dan zeker na een “rustperiode” van een half jaar weer aan de volgende twee jaar beginnen, net zoals nu met de uitzendcontracten? Het percentage werklozen dat zulke “werkstimulans” nodig heeft is zo klein dat je ze best meteen minimumloon kunt geven en dan de rest maar wat minder “vrijwilligerswerk” (ja, dat kost geld) laten doen.

    “Derde voorwaarde is dat men vrijwilligers niet in wegbezuinigde banen mag plaatsen.”

    Dat kun je in de praktijk niet garanderen, tenminste niet in het huidige systeem waar mensen gewoon tewerkgesteld worden bij commerciele bedrijven, trouwens hou op ze “vrijwilligers” te noemen.

    “Ten eerste een respectvolle benadering, waarbij de inhoud van de tegenprestatie aansluit op het eigen levensverhaal en de persoonlijke toekomstdromen. Voorwaarde voor een verplichte tegenprestatie is dus dat de sociale dienst deze respectvolle benadering kan waarmaken.”

    Te vaag en ook gewoon onmogelijk voor het gros van de werklozen (tientallen procenten van hen zullen straks hogeropgeleid zijn).

  12. 16

    @14: Evenwichtig?

    Nou ja zeg: “tot vrijwilligerswerk verplicht worden”, hoe krijg je het door je strot. En dat door een “onderzoeker, respectievelijk hoogleraar”. Reden voor ontslag op staande voet.

  13. 17

    Wat raar dat ik nog niemand heb horen niemand dat er al lang een tegenprestatie wordt verwacht als je in de bijstand zit. Namelijk: actief op zoek gaan naar werk. Ofwel de sollicitatieplicht.

  14. 18

    “Je weer op een feestje te durven vertonen, zonder angst voor de vraag ‘wat doe jij?’.”

    Daarover nog he… toen ik studeerde vroeg men mij, “en doe je daarnaast nog iets?”
    “Vrijwilligerswerk.”
    “Oh, niks dus, geen baantje ofzo?”

  15. 19

    @18:
    Het lijkt me ook fijn om te kunnen antwoorden dat je belangrijk en moeilijk, uitdagend werk doet:
    Het trekken van nietjes uit documenten van aartsluie ambtenaren ……of het prikken van papier uit de bermen…

  16. 21

    Zo zou men net zo voortvarend de voordelen beschrijven van werk- of interneringskampen, indien de bewoners anders toch maar inbreuk maken op het geïdealiseerde beeld, dat sommige mensen enkel van waarde zijn als ze -anderen- wat opleveren. Werk immers, maakt vrij. Goedschiks dan wel kwaadschiks.

  17. 22

    Een tegenprestatie kán een verrijking zijn

    Zal best, maar Kampen en Tonkens zijn er vooralsnog niet in geslaagd om mij ervan te verzekeren dat het de werkloze zelf is die uitmaakt of dit het geval is. Vooralsnog lijkt me hun soort gepraat de opmaat voor “een stevig beleid” jegens onvrijwillig werklozen.

  18. 23

    Om er maar één klein dingetje uit te pikken:
    “Het aanleren van werkritme kan belangrijk zijn, bijvoorbeeld voor mensen die leven met de klok ontwend zijn en voornamelijk ‘s nachts leven.” de werkloze als gedresseerde aap.

    Ik ben een avond/nachtmens, als ik geen reden heb om ’s ochtends op te staan blijf ik gewoon liggen. Wil dit zeggen dat ik op werkdagen ook mijn bed niet uit kan komen? Nee, natuurlijk niet, daar hebben ze de wekker voor uitgevonden.

    Zoals velen van mijn leeftijd ben ik een tijd werkloos geweest in de jaren 80. Toen werd er ook wel geroepen dat je onder je niveau moest solliciteren en dat mensen te lui waren om te werken maar zo bizar en stuitend als er nu over bijstandsgerechtigden wordt gedacht en gepraat en beslist was toen gelukkig niet gebruikelijk.

    Alsof je in de bijstand plotseling een andere menssoort bent geworden, een soort die van toeten noch blazen weet en weer tot de werkzame soort gekneed moet worden, is het niet goedschiks dan wel kwaadschiks en dan ook nog zonder baangarantie.

    En dat terwijl je nu de WW-rechten worden afgebroken steeds sneller in de bijstand belandt. Ik wil onze oude verzorgingsstaat weer terug.

  19. 24

    @23: Ik vind het overigens wel geestig dat er mensen zijn die denken, ECHT serieus denken dat je, op het moment dat je niet meer werkt, gelijk elke vorm van dagritme kwijtraakt.

    De ervaring is dat zelf heel oude mensen , na hun 90ste, nog steeds braaf om zeven uur-half acht wakker worden, en na het ontbijt gewoon om half negen hun dagelijkse dingen – die – te – doen – zijn
    gaan doen.

    Dat ritme zit er in gebakken, daar heeft men het UWV niet voor nodig.

  20. 25

    @24:
    Het zou ook nog eens kunnen dat die mensen van het UWV en aanverwante mee-eetclubjes juist dat ritme zo belangrijk vinden omdat ze er zelf zo veel moeite mee hebben, projectie heet dat.

  21. 26

    Ik vind het zo opvallend dat dit soort flauwekul altijd wordt gepresenteerd tijdens crisisjaren. Terwijl je zou zeggen dat profiteurs altijd profiteren, dus in niet-crisisjaren is het percentage klaplopers onder werklozen veel hoger, en dus eenvoudiger aan te pakken.

    Maar wat ik nog het ergste vind is dat dit soort gelul van “mensen prikkelen om werk te accepteren” en “een werkritme aanleren” (eufemismen voor: “kom eens uit je bed, luie donder”) vroeger nog van VVD-ers kwam, die nu eenmaal niet beter weten, maar nu nota bene van een PvdA-staatssecretaris. Het is om te huilen.

    Zolang de werkloosheid groter is dan het aantal vacatures, zullen er werklozen zijn. Zeer eenvoudige rekensom die in Den Haag blijkbaar niet wordt begrepen. Geef de werklozen maar de schuld van de werkloosheid.

  22. 27

    @26: “Ik vind het zo opvallend dat dit soort flauwekul altijd wordt gepresenteerd tijdens crisisjaren. Terwijl je zou zeggen dat profiteurs altijd profiteren, dus in niet-crisisjaren is het percentage klaplopers onder werklozen veel hoger, en dus eenvoudiger aan te pakken“.

    De functie van het creëren van de nieuwe groep te vernederen en/of te kleineren mensen is dan ook niet de economie te verbeteren ofzo, de functie is het de onderbuikgevoelens van de wél werkenden tegemoet te komen zodat die minder snel ontevreden worden (het is immers crisis, nietwaar). Het is voor die groep altijd prettig om zich te realiseren dat er een groep is die het nóg rotter heeft. Het is dé manier voor de elite om om te gaan met het Post-Fortuijn klootjesvolk, Fortuijn bond dat aan zich op zijn manier, het kabinet, gesteund door een quasi wetenschappelijke elite “) doet dat op de hunne.

    *) Noot : “quasi wetenschappelijk” : want wees nou eerlijk, het soort studierichtingen waar zoiets als “zelfplagiaat” überhaupt kan bestaan, daar zitten toch alleen maar quasi-wetenschappers? Zoiets is in de echte serieuze wetenschappen toch onmogelijk want je kunt daar toch ook geen artikelen schrijven waarin het Higgs-deeltje nogmaals wordt ontdekt?

  23. 28

    @27
    Het systeem drijft op een bepaald percentage werklozen, nu kun je, al dan niet in bedekte termen, tegen een niet zo willige werknemer zeggen: “pas op hoor, voor jou 10 anderen!”.
    Stel je voor, zonder zo’n leger werklozen zouden de loonkosten wel eens de pan uit kunnen rijzen.
    Die uitkeringen verdienen zich door die loondempende werking van de werkloosheiddreiging zo terug zeker nu je de uitkeringsgerechtigde ook nog eens bijna gratis in kan zetten voor klussen die vroeger gewoon betaald werden terwijl je ze ook nog eens met een schuldgevoel opzadelt (of een flinke korting op hun uitkering), kortom win, win, win!

  24. 29

    “Een respectvolle benadering is belangrijk”.
    Oftewel: in theorie zou het mogelijk zijn om de participatiemaatschappij zodanig vorm te geven dat het allemaal wel meevalt.
    In theorie kan dat wellicht. In de praktijk is het onzin en is die hele participatiemaatschappij een vernederend neoliberaal idee. Treurig dat zelfs Evelien Tonkens hier in tuint.