Beledig de mantelzorger niet

ACHTERGROND - De Goudse zorginstelling Vierstroom wil familieleden van inwoners ‘moreel verplichten’om minstens vier uur per maand mantelzorg te verlenen. Op het eerste gezicht lijkt dat een logische beleidskeuze. Maar pas op, gemotiveerde mantelzorgers kunnen zich licht beledigd voelen.

Dankzij meer mantelzorg kunnen professionele medewerkers zich focussen op de kerntaak, namelijk het verzorgen van de inwoner. Vrijwillige medewerkers (al dan niet familie) helpen bij de nevenactiviteiten die noodzakelijk zijn om het leven in het tehuis  aangenamer te maken. En de band van de inwoner met de familie wordt sterk gehouden, zodat de kans op vereenzaming verkleint. Er is dus weinig discussie dat mantelzorg nuttig en nodig is. Vele organisaties worstelen echter met de vraag hoe mensen gestimuleerd kunnen worden om mantelzorg te bieden. En om een beleid ter zake te kunnen ontwikkelen, hebben zorginstellingen een zicht nodig op de motivatie die mantelzorgers drijft. Die motivatie blijkt niet onder één noemer te vangen, zo blijkt uit het onderzoek in het kader van een recente excellente masterproef van Tom Verhaeghe en Lara Devos (Hogeschool/Universiteit Gent).

Vier verschillende typen mantelzorgers

Er werden vier zogenaamde ‘motivatieprofielen’ van mantelzorgers in de Vlaamse ouderenzorg vastgesteld. Ten eerste, de task-bounded affectionate, een mantelzorger die zorgtaken opneemt vanuit een sterke emotionele band met de zorgbehoevende. Hij heeft daarbij een duidelijk doel, namelijk de levenskwaliteit van het familielid op peil helpen houden. Dit type mantelzorger is zeer geïnteresseerd in alle aspecten van het zorgproces (dus ook de gespecialiseerde zorgtaken), en wil daarom zijn steentje bijdragen op vele vlakken. De impure altruist handelt vanuit een normatief kader dat gebaseerd is op menslievendheid en liefdadigheid, maar kan dit pas opbrengen wanneer hij het gevoel heeft gewaardeerd te worden voor het geleverde werk. Persoonlijke voldoening en af en toe een schouderklop zijn zeer belangrijk. Het derde type mantelzorger, de impure rationalist, zorgt voor het familielid vanuit een zeker eigenbelang (goede levenskwaliteit helpen garanderen ). Maar hij beseft tegelijkertijd dat dit een belangrijke maatschappelijke opdracht is, omdat ons zorgsysteem met zijn grote financiële maatschappelijke kost nood heeft aan dergelijke vrijwillige ondersteuning. Het vierde type is de duty-bounded affectionate. Hij verleent mantelzorg vanuit een zekere vanzelfsprekendheid, en is er van overtuigd dat de naaste dat ook voor hem zou hebben gedaan. Er is sprake van een soort normatieve druk: ‘het hoort zo’.

Mantelzorgers kunnen zich beledigd voelen, of ervaren een plicht als straf

Als we weten dat verschillende mensen door verschillende motivaties gedreven worden, dient een zorginstelling zeer voorzichtig om te springen met het ‘moreel verplichten’ van mantelzorg. Mantelzorgers met een oprechte interesse in het hele zorgproces (zoals de task-bounded affectionates) zouden zich misschien beledigd kunnen voelen als zij te horen krijgen dat ze verplicht worden om, bij wijze van spreken, vier uur per maand koffie te drinken, of om met de rolstoel te gaan wandelen. Zij vinden zichzelf tot meer in staat. Mantelzorgers die vanuit een normatief kader redeneren (zoals de impure altruist en de duty-bounded affectionate) hoeven niet verplicht te worden om taken op te nemen die zij eigenlijk vanzelfsprekend vinden. Zij verwachten van de zorginstelling eerder een kader dat hen in hun vanzelfsprekende taak ondersteunt, en hebben nood aan positieve feedback. Een kader dat ‘moreel verplicht’ wordt dreigt dan al snel ervaren te worden als een kader dat wil sanctioneren. Enkel de mantelzorger die in meerdere of mindere mate gemotiveerd wordt door het besef dat de financiële draagkracht van ons huidig zorgsysteem onder druk staat (de impure rationalist) zal wellicht zonder voorbehoud gecharmeerd zijn door een kader dat mantelzorg moreel verplicht. Ongetwijfeld is de grote meerderheid van de mantelzorgers in de eerste plaats gemotiveerd door de band met het zorgbehoevende familielid. Maar er is een rijk palet aan onderliggende motivaties die vaak zeer verschillend zijn. Het zou goed zijn dat zorginstellingen daar rekening mee houden, zodat de strategie om mantelzorg te stimuleren voldoende effectief is om de verschillende types mantelzorgers aan boord te halen en te houden.

Prof.dr. Bram Verschuere is docent overheidsmanagement aan Universiteit Gent.

Dit artikel verscheen eerder op Sociale Vraagstukken.

  1. 1

    Anderen wijzen op een morele verplichting lijkt me alleen mogelijk als men zelf op dat gebied niet tekortschiet. Ik vraag me af hoeveel instellingen voor ouderenzorg in die positie zijn.

  2. 2

    Het gaat de Vierstroom er ook alleen om familie op te trommelen die, om welke reden dan ook, nog niet meedoen aan rolstoelracen, paplepelen of omaknuffelen.
    Er zijn aardig wat mensen die gewoon vanuit zichzelf al mantelzorgen. We moeten oppassen mee te gaan in een opkomende trend om mensen die geen mantelzorg verlenen de etiketten onverantwoordelijk, a-sociaal of luiwammessen op te plakken.

    Het is idioot een morele verplichting op te leggen bij iets wat voor veel mensen vanzelfsprekend is.

  3. 3

    Task-bounded affectionates? (let op het -je)
    Weer zo’n Nederlandse managersuitdrukking die geen reet met Engels te maken heeft, bloody fuckers!
    Ik word hier godverdomme zo moe van, bla bla cultuur en dan het woord ‘MANTELZORG’, het woord alleen al!
    Dat tuig moet gewoon zelf eens aan de hoogste kapstok worden opgehangen, verder alles goed hier trouwens, ik ben een beetje boos.

    Heb ik wel vaker, komt nooit meer goed. Story-of my life.

  4. 5

    @2:
    Als ik een oudere in een verzorgingstehuis was en ik zou het vermoeden hebben dat mijn familieleden me uitsluitend zouden komen bezoeken omdat ze daartoe door het verzorgingshuis middels morele chantage werden geprest zou ik me diep beledigd en ongelukkig voelen.