1. 2

    In het kader van hun studie over de kloof tussen burgers en politiek in Nederland hebben de politicologen van Gunsteren en Andeweg (G/A) enquêtes bestudeerd waarin tussen 1971 / 1977 en 1989 steeds een zelfde reeks van vragen aan Nederlanders was gesteld. Gebundeld tot één Σuperonder-zoek waren in die sub-enquêtes vragen opgenomen, voorzien van een sterke (negatieve) politieke lading en wel zó dat hun invulling met ja een antihouding van de respondent ten aanzien van de (Nederlandse) politiek (politici) aanwees.

    Bestudering van de resultaten van het onderzoek als een geheel levert een beeld op dat voor de politiek tamelijk gunstig is. Dat moet voor politici, en hun volgers, met hun gebuikelijke, rituele betuigingen van zorg over de politieke vervreemding van de Nederlandse burgers, een hele verrassing zijn geweest. Of een tegenvaller.

    Tinnegieters hadden jarenlang van het publiek een toenemende kwade gezindheid jegens de democratisch-politieke instellingen ‘vastgesteld’ en waren zichzelf gaan geloven. Maar hun politieke en maatschappelijke kennis blijkt nihil; kiezers en zichzelf hebben zij de dupe van hun boosaardige gedachte-spinsels gemaakt. Ze beschimpten in anderen het gedrag dat ze zelf aan de dag zouden hebben gelegd, hadden zíj het voor het zeggen gehad. Natuurlijk hebben ze journalisten, voorlichters, redacteurs dat nooit zo toegegeven, maar als in dit geval het spreekwoord ‘Zoals de waard is’ enz. niet opgaat, is het beter deze uitdrukking uit de Nederlandse taal te schrappen. En het Nederlandse volk is aan zulke onbetrouwbare informateurs de overgeleverd!

    Één vraag levert door de jaren heen constant wél een negatief imago van de politiek bij burgers op, luidend: (enquête-vrg. 5): ‘Tegen beter weten in beloven politici meer dan ze kunnen waarmaken.’ Driekwart of meer van de respondenten is het daar constant mee eens, 75 % in 1977 en 84% in 1989.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren