Boekenweek! | Christine Otten
De Amerikaanse burgerrechtenbeweging van binnenuit. Een boek dat een bestseller zou moeten worden.
Als je houdt van historische romans die naar de actualiteit verwijzen kan ik Christine Otten’s roman We hadden liefde, we hadden wapens aanbevelen. Het boek gaat over de zwarte verzetsstrijder Robert F. Williams, zijn vrouw Mabel en zoon John. Otten heeft Mabel in 2008 ontmoet toen ze voor NRC Handelsblad een reportage maakte over Barack Obama als presidentskandidaat. Voor haar boek heeft ze ook uitvoerig gesproken met John nadat Mabel in 2014 was overleden.
Robert Williams was rond 1960 in Monroe, North Carolina leider van de National Association for the Advancement of Colored People (NAACP). Hij voerde acties voor opheffing van de apartheid in de openbare bibliotheek en het gemeentelijke zwembad. Williams vond dat zwarte mensen zich met wapens moesten kunnen verdedigen tegen het geweld van de Ku Klux Clan en de Amerikaanse politie. Hij had zelf ook wapens in huis. En trainde zijn kinderen in het gebruik er van. Het was de tijd waarin opstandige zwarte inwoners van de Verenigde Staten nog werden gelyncht door boze blanke boeren. Williams ontsnapte in 1961 na de zoveelste rassenrel aan vervolging en wist via Canada naar Cuba te vluchten. Daar voegden zijn vrouw en twee zoons zich na verloop van tijd bij hem. Later verhuisden ze naar het China van Mao waar de kinderen op kostschool zaten.
De negentiende-eeuwse visie, die in Nederland nog wordt aangehangen door de welbekende
Een mens, of nog nét een mens, aangetroffen in 1724 in de buurt van Hamelen. Peter kon niet spreken en liep op handen en voeten. Hij ving en verslond levende vogels. Peter sloeg zichzelf op de borst als een aap, gromde (en sliep) als een hond. Kortom, Peter was een wonder.