Kunstmatige intelligentie als de ultieme Verelendung van het onderwijs
RECENSIE - Er is heel veel bedenkelijks aan de opkomst van kunstmatige intelligentie, en in het onderwijs veroorzaakt het een crisis waarvan we de bodem nog niet zien, maar hopelijk leidt het uiteindelijk allemaal tot iets goeds. Dat is mijn conclusie uit het nieuwe boek Als wij denken, dat geredigeerd is door een informaticus (Mehdi Dastani), een didactica (Nanja Kleemans) en een letterkundige (Els Stronks) en dat boordevol bijdragen staat van auteurs uit ieder van die gebieden.
Interessant aan het boek is dat de ondertitel luidt Verantwoorde inzet van generatieve AI in het (taal)onderwijs, maar dat het verschillende essays (bijvoorbeeld van Felienne Hermans en van Mark Dingemanse) bevat waarvan de strekking is dat de meest verantwoorde inzet van kunstmatige intelligentie misschien wel is: geen kunstmatige intelligentie. Er zijn bezwaren tegen de techniek in het algemeen – dat het enorme hoeveelheden energie opslurpt, dat het in handen is van een paar grote bedrijven van twijfelachtig allooi, dat gebruik ervan mogelijk een negatief effect heeft op de eigen intelligentie en creativiteit van de gebruiker – en er zijn specifieke bezwaren tegen het gebruik in het onderwijs – wat leren leerlingen ervan als ze opstellen met een druk op de knop kunnen genereren? Veel van de stukken in het deel dat gaat over praktische toepassingen zijn dan ook te lezen als wanhoopskreten – wat moeten we hier nu mee? ‘Ik ben leraar en heb een probleem: ChatGPT’ heet bijvoorbeeld het hoofdstuk van Johannes Visser.
