Minister Memory 2.0: voor de wél actieve herinnering

Het politieke geheugen is selectief. Wat gisteren nog stellig werd verdedigd, blijkt vandaag nuance te hebben gekregen. Of context. Of een compleet andere betekenis. Wie het nog probeert bij te houden, raakt al snel verstrikt in een moeras van quotes, terugtrekkende bewegingen en strategisch vergeten uitspraken. Precies daarvoor is er Minister Memory. Een spel dat je geheugen traint én de politieke werkelijkheid terugbrengt tot iets tastbaars: kaartjes omdraaien, paren zoeken, en ondertussen ontdekken hoe vaak inwisselbaar niet alleen de standpunten, maar ook de gezichten lijken te zijn. Afgelopen vrijdag lanceerden we de eerste versie van het Kabinet Jetten. En nu is er een update. Minister Memory 2.0. Een layout. Soort van. Eindelijk. De eerste versie had een minimalistische benadering die je ook mild kunt omschrijven als een totale afwezigheid van vormgeving. Dat is opgelost, alhoewel daar de meningen zoals altijd over zullen verschillen. Maar Minister Memory 2.0 heeft een layout. Punt. Probeer dat maar eens te ontkennen. Ook geen overbodige luxe, eerder een erkenning dat zelfs het politieke spel gebaat is bij enige visuele structuur. Mini: voor de korte spanningsboog Op veler verzoek, of in ieder geval na voldoende collectief gezucht, is er nu Minister Memory Mini. Vier ministers en/of staatssecretarissen, een kort potje, snel resultaat. Ideaal voor wie zijn politieke teleurstelling graag in hapklare brokken consumeert. En om de schok niet al te groot te maken is dit nu de standaard versie die geladen wordt als je de site opent. Meer smaken: staatssecretarissen en combinaties De blik is verbreed. Naast de ministers zijn er nu ook versies met staatssecretarissen. Voor de volledigheid, en omdat het onderscheid in verantwoordelijkheid in de praktijk vaak net zo diffuus is als het geheugen van de gemiddelde bewindspersoon. Wie echt wil doorpakken, kiest de gecombineerde variant: het volledige kabinet Jetten op één speelveld. Auw. Voor de die-hards is er bovendien nog steeds Minister Memory Pro, beschikbaar voor alle varianten. Daar houdt het op bij simpele paren: je matcht gezicht, naam én departement. Wie denkt dat hij het kabinet kent, krijgt hier een reality check. Heimwee naar Rutte IV Voor wie nostalgische gevoelens heeft richting Rutte IV: goed nieuws. De originele Minister Memory blijft beschikbaar. Zie het als een historisch archief, of als discomfort food. Sommige ellende slijt tenslotte nooit helemaal. Eeuwige roem, of iets wat daarop lijkt En dan het sluitstuk: leaderboards. Prestaties worden vastgelegd alsof het geen ministerraad is. Namen verschijnen. Scores blijven staan. In een politieke cultuur waarin politieke verantwoordelijkheid meestal tijdelijk is, biedt Minister Memory 2.0 iets zeldzaams: actieve herinnering. Het verandert natuurlijk niets aan de werkelijkheid. Het maakt haar alleen iets leuker. Of nou ja, dat hopen we. Dus: Minister Memory 2.0 is vanaf nu beschikbaar. Voor wie denkt dat hij het allemaal nog scherp heeft, of voor wie wil testen hoe snel vergeten eigenlijk gaat.

Door: Foto: Minister Memory 2026

‘Geen Franse kernwapens op Nederlandse bodem’

De NVMP – Artsen voor Vrede en De Nieuwe Vredesbeweging spreken hun grote zorgen uit over de kernwapenplannen die de Franse president Emmanuel Macron maandag afkondigde. Zij roepen de Nederlandse regering op zich te houden aan het Non-Proliferatieverdrag, gesprekken met Frankrijk over mogelijke stationering van Franse kernwapens in Nederland en deelname aan nucleaire oefeningen onmiddellijk te staken en zich in te zetten voor nucleaire ontwapening.

“Europa heeft een dubbele moraal”, aldus NVMP – Artsen voor Vrede: “Op het moment dat er een oorlog gevoerd wordt onder het mom Iran van kernwapens af te houden wordt er in Europa over gesproken alsof het een onmisbaar niet meer dan logisch onderdeel vormt van onze verdediging. Maar kernwapens zorgen niet voor wederzijdse afschrikking maar voor, gegarandeerde, wederzijdse vernietiging. Artsen waarschuwen al decennialang dat medische zorg van enige betekenis een illusie is bij een kernoorlog.”

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: Anna Shvets on Pexels

Taalbeleid op twee benen

COLUMN - Met D66 kun je alle kanten op, als het om taalpolitiek gaat. Tot een jaar of vijf geleden was de partij nog een groot voorstander van het Engels in het hoger onderwijs. Het kon bij wijze van spreken allemaal niet Engels genoeg, leve de grote kosmopolitische wereld waarin die taal ons, en met name onze universiteiten, zou laten opstijgen.

De laatste jaren leek dat omgeslagen: zoals alle andere partijen was D66 heel kritisch over de internationale instroom van studenten – die inderdaad ook soms uit de hand leek te lopen, in de zin dat de buitenlandse studenten soms geen woonruimte konden vinden en er tentenkampen moesten worden ingericht – en meende de partij dat dit kon worden verwerkelijkt door Engelstalige opleidingen aan banden te leggen.

Robbert Dijkgraaf kwam als het ware uit Princeton om hier als minister de basis te leggen van de Wet Internationalisering in Balans – een wet die overigens nog steeds niet in werking is getreden.

Ruim baan

We zijn nog maar een paar jaar verder, en inmiddels is de vlag weer heel anders gaan hangen. De nieuwe minister van OCW, Rianne Letschert, is al jaren een van de grote tegenstanders van het aan banden leggen van de verengelsing. Als bestuurder van de zeer internationaal ingestelde Universiteit Maastricht heeft ze zich er herhaaldelijk in heel duidelijke bewoordingen tegen uitgesproken. Daar komt bij dat de internationalisering van het hoger onderwijs sinds een paar jaar al niet meer zo’n onbeheersbaar probleem is dat nodig in balans moet worden gebracht. De aanwas aan internationale studenten is aanzienlijk afgenomen.

Foto: Motor TruckRun on Pexels

Het fatbike-argument

COLUMN - Er zijn woorden die je kunt uitspreken zonder ooit te hoeven uitleggen wie je bedoelt. “Fatbike” is er zo een geworden. Ja, de SUV onder de fietsen geeft overlast, maar als ik mensen erover hoor is de opmerking ‘en het zijn altijd dezelfden die er op zitten’ vaak niet ver weg. Niet het object alleen is het probleem, maar ook wie er op zit. Het gaat over jongeren van niet-westerse komaf die te luid zijn, te zichtbaar, te ongegeneerd aanwezig in de openbare ruimte. Dat ze toevallig een fatbike besturen is vooral handig. Je kunt er een hele bevolkingsgroep mee aanspreken zonder die ooit te benoemen. Zo blijft het gesprek netjes. Of liever gezegd, sociaal geaccepteerd.

De kapperszaak als symptoom
De kapsalon is een ander dankbaar symbool. Niet omdat er te veel haar wordt geknipt, maar omdat sommige kapperszaken te veel op elkaar lijken, en er te veel van zijn. Ze hebben dezelfde neonletters, dezelfde open deuren, dezelfde klanten die te lang blijven hangen. De klacht luidt dan dat het straatbeeld verloederd raakt. Dat de buurt zijn karakter verliest. Alsof dat karakter ooit neutraal was.

Geluidsoverlast
Ook geluidsoverlast is een klassieker. Muziek die te hard staat, gesprekken die niet fluisterend verlopen, lachen dat te veel ruimte inneemt. Het probleem zijn niet alleen de decibellen, maar vaak vooral ook wie die produceert. Dat het geluid niet herkend wordt als eigen, op de momenten dat je het verwacht. Wie klaagt over herrie bedoelt vaak dat hij zich niet aangesproken voelt door de bron ervan. Dat het geen achtergrondruis is, maar een signaal dat iemand anders hier ook leeft. En dat is lastig, zeker als je gewend bent dat de stad zich aanpast aan jouw ritme en gebruiken.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Closing Time | Going in Circles

Het jaar was 1971 en Isaac Hayes bracht zijn opvolger uit van zijn succesvolle thema-album van de blaxploitation film Shaft.

Hoofdzakelijk een cover-album, ‘Black Mozes‘ bezong het verdriet dat Hayes onderging gedurende zijn mislukte huwelijk. “A wondrously crafted, intense evocation of the vagaries of love gone bad”, aldus muziekchroniqueur <a href=”https://en.wikipedia.org/wiki/Rob_Bowman_(music_writer)”>Rob Bowman</a>. 

Foto: Michael Fousert on Unsplash

Politieke partijen kunnen we echt niet missen

Als ze niet bestonden, zouden ze moeten worden uitgevonden. Politieke partijen zijn nodig om de politiek gaande te houden: een staatsbestel op democratische basis is niet wel denkbaar zonder vitale, goed functionerende partijen. Nog steeds niet. Dat schrijven Jan Schinkelshoek en Gerrit Voerman bij de start van een serie artikelen over de Nederlandse politieke partijen.

Toegegeven: het is een boud vertrekpunt voor een zoektocht langs het Nederlandse partijwezen. Maar het kortstondige, mistroostige avontuur met het kabinet onder leiding van de – partijloze – premier Dick Schoof is misschien wel het beste bewijs voor die stelling.

Het was een kabinet bestaande uit vier partijen waarvan er slechts eentje een gevestigde, zelfs doorgewinterde partij mocht heten: de VVD. De andere drie, PVV, NSC en BBB, zijn/waren gemankeerde, onvolgroeide partijen, partijen die zich op z’n best nog moesten bewijzen. Het bestond uit ministers en staatssecretarissen die voor een belangrijk, zelfs gezichtsbepalend deel, laten we zeggen, onervaren waren. Het werd geleid door een premier die geen wortels had in een politieke partij. En het had een regeringsprogramma dat meer een ruwe optelsom van loshangende en zelfs tegenstrijdige wensen en belangen was, geen uitwogen beleidsprogramma. Binnen het kabinet had men ook zelf kennelijk geen idee waar men aan begonnen was, wat men wilde en hoe het kon worden gerealiseerd. Waarschijnlijk – nieuwe boude stelling – heeft het ontbreken van een stevige partijpolitieke basis bijgedragen aan het voortijdig inzakken van die constructie.

Foto: Foto © Illya Soffer

Persoonlijk: verdwaald in de verdwijnende verzorgingsstaat

Illya Soffer, directeur van JINC en oud-directeur van Ieder(in), kreeg een kindje met het syndroom van Down en kwam in een jaren durende rollercoaster terecht. Terugkijkend komt ze tot een uiterst pijnlijke, tegenstrijdige en schaamtevolle conclusie.

‘Ik zie iets wat me niet helemaal bevalt.’ De verloskundige kijkt bezorgd naar het baby’tje dat ik zojuist heb gebaard. Met deze zin word ik, die ijskoude februarimorgen in 1999, welkom geheten in de wondere wereld van de handicap. Een wereld waarvan ik tot dan toe werkelijk geen weet had. Ik, die nota bene afstudeerde op maatschappelijke uitsluiting. De verloskundige vermoedt het syndroom van Down. Een oorverdovende stilte vult de kamer. ‘Nu wordt het leven nooit meer normaal’, breng ik uit.

Met de geboorte van David wordt ons bestaan in één klap kwetsbaar, afhankelijk en allesbehalve maakbaar. ‘Gelukkig wonen jullie in Nederland, tegenwoordig is er zó veel mogelijk’, bezweren mensen het ongemak. En het is waar. Gelukkig betekent dit begin niet het einde. We worden door het netwerk van ervaren Down-ouders fanatiek aangemoedigd om ervoor te gaan, om er vanaf dag één alles uit te halen met integrale vroeghulp en thuisondersteuning. En over een jaar of drie in te zetten op een persoonsgebonden budget (pgb) en inclusief onderwijs. Heen en weer geslingerd tussen hoop en vrees, tussen speciaal en normaal, besluiten we dit varkentje te gaan wassen.

Closing Time | Building a Mountain

Nog maar eentje van Tori Amos dan. Nu niet uit haar vroege periode, maar een van vorig jaar. Kennelijk ook verkrijgbaar als prentenboek.

Een van de wetten van de muziek is dat een overtuigend stuk een spanningsboog opbouwt, die toewerkt naar een climax, een apotheose, waarna de spanning wegzakt. Je merkt aan haar late werk duidelijk dat de inmiddels 62-jarige Amos dat besef met de jaren is kwijtgeraakt.

Closing Time | Lara Fabian

Ik zag iemand dit delen op BlueSky. Heee, leuk, dacht ik, een onbekende mevrouw, en die kan best aardig zingen, misschien leuk voor de Closing Time. Ik naar de wiki, lees ik “she is one of the best-selling Belgian artists of all time”. Ja weet ik veel mensen, niet mijn genre, ik houd ook niet alles bij. Maar mochten er meer mensen zijn die hier nog nooit van gehoord hebben: prima stem, moeite waard om te checken!

Aanval Iran gestart

De langverwachte aanval op Iran is gestart. Het doel lijkt het omverwerpen van het regime, al blijft het Trump, dus strategische consistentie is vaak ver te zoeken. Ook het nucleaire programma is een doel, hoewel het de vraag is in hoeverre dat echt bestaat. In ieder geval kan Trump straks claimen dat hij opnieuw een oorlog heeft ‘beëindigd’, nadat hij die zelf heeft aangezwengeld.

Het idee dat een externe militaire ingreep in een land leidt tot een stabiele transitie blijft hardnekkig. De recente geschiedenis geeft weinig aanleiding voor optimisme. Irak en Libië laten vooral zien hoe snel staten kunnen desintegreren zodra het centrum wegvalt.

Volgende