In memoriam: Exit Spaink – mijn allerlaatste stukje

Karin Spaink is niet meer. 475 476 stukjes schreef ze voor Sargasso, en talloze meer elders. Medeoprichter van Bits of Freedom, feminist, actief in de gehandicaptenbeweging en bondgenoot van homoseksuelen, biseksuelen en transgenders, niet altijd vrij van controverse, zoals het hoort. We gaan je missen. Hieronder integraal het stuk dat ze op haar eigen site plaatste. Deze tekst schreef ik in februari en maart van dit jaar; inmiddels is het begin mei. Als alles volgens plan is verlopen, ben ik vanochtend overleden – een dood waarvoor ik zelf heb gekozen, en die ik maandenlang heb besproken en voorbereid. [fragment rouwkaart; foto: bert Nienhuis, 1993] Mijn denken over mijn leven en dood is sterk gekleurd door mijn eigen haperende gezondheid. Tussen mijn 19e en mijn 25e kampte ik met anorexia/boulemie; in 1986 begonnen de eerste verschijnselen van multiple sclerose; in 1994 werd een voorstadium van baarmoederhalskanker ontdekt; in 1995 kreeg ik een hersenbloeding. En in 2006 bleek ik borstkanker te hebben. Eind juli 2012 hoorde mijn hartsvriendin, Christiane Hardy, dat ze alvleesklierkanker had. We trouwden kort daarna. Nog geen zes maanden later stierf ze. (Meer daarover lees je hier). Daarna belandde ik in een diepe depressie, die pas in 2017 begon te wijken. Haar dood sloeg een gat in mijn leven; ik ben daar bijna aan onderdoor gegaan. [Ons huwelijk werd voltrokken door Riny Meijer] Telkens heb ik mezelf uiteindelijk herpakt, vaak met hulp van mijn vrienden. In 2018 ging ik bij Follow the Money werken; ik werd daar al snel chef eindredactie. Dat was buitengewoon inspirerend en zinvol werk: ik floreerde, en kon er een ijzersterk team opbouwen. ‘De strengste eindredactie van Nederland,’ pochte ik. Dat werk had ik graag nog jarenlang willen doen. Maar in mei 2023 haalde mijn lichaam me voor de zoveelste keer in, nu met een heftige ms-aanval – en ditmaal kwam het niet goed. Eerst trad ik af als chef eindredactie, later moest ik minder gaan werken. Desondanks bleef ik achteruitgaan. Uiteindelijk moest ik in april 2025 mijn werk neerleggen. Ook dat hielp niet. Erger: voor het eerst kon ik me ook thuis niet goed meer redden. Dat veranderde alles. Zo werden mijn planten me bijvoorbeeld te veel. Bij navraag bleek dat de Amsterdamse Hortus mijn collectie hoya’s en hertshoorns graag wilde overnemen. Toen ik begin dit jaar moest erkennen dat ik hun verzorging niet langer aankon, zijn mijn hoya’s naar de Hortus verhuisd. De hertshoorns kon ik nog net bijbenen; die volgen straks. [Mijn hertshoorns, maart 2026] Voor de dood ben ik niet bang, dat heb ik altijd geweten. Mijn ervaring tijdens die hersenbloeding in 1995, waarbij ik dacht te sterven toen ik volledig out ging, bevestigde me daarin: ik gleed weg in een dwingend zwartfluwelen gat, waarin geen ‘ik’ bestond. Het was niet eng: mijn ‘zelf’ verdween in al dat zwart – bijna achteloos. (Wel was ik licht verontwaardigd dat mijn plannen abrupt werden doorkruist: die avond zou ik immers met mijn lief naar de bioscoop gaan. ‘Ga nu film leven zien,’ schoot het door me heen, en pal daarna, ietwat bozig: ‘Zou naar gewone film.’ Merk op: daar kwamen geen persoonlijk voornaamwoorden meer aan te pas: geen ik, geen mijn. Mijn ‘zelf’ was al vertrokken.) Wat ik wél altijd vreesde, is afhankelijkheid. Mijn moeder haalde graag aan dat ik al als kleuter steevast – en overmoedig – beweerde: ‘Kan ik zelluf wel…!’ Die drang om op eigen benen te staan, handicap of niet, is een onvervreemdbaar deel van wie ik ben en hoe ik wil zijn. Juist daar liep het nu spaak: ik kon steeds minder en moest steeds meer opgeven – en al dat inleveren hielp niet eens. Want ondanks twee jaar intensieve fysiotherapie – drie keer per week krachttraining en stabiliteitsoefeningen – en nadat Ik was gestopt met werken, bleef ik achteruit gaan, de afgelopen maanden zelfs harder dan tevoren. Steeds vaker kwamen er dagen dat ik door mijn huis strompelde en me overal aan moest vastklampen, omdat mijn benen me niet goed hielden. [Nelis, mijn laatste kat, lift mee op mijn rollator] De hoop dat dit alles nog zou bijtrekken, voelde na ruim tweeëneenhalf jaar van marchanderen tevergeefs. Wanneer ik afhankelijk word, ben ik niet te harden: ook dat heb ik altijd geweten. Dan kan ik mezelf niet uitstaan, en word ik uiteindelijk zelfs tegen mijn liefste vrienden kattig. Het botst simpelweg met mijn karakter om vaak om hulp te moeten vragen. In plaats van af te wachten wat ik nog meer moest inleveren, verkoos ik daarom de dood. Te vroeg sterven vind ik oprecht minder erg dan het vooruitzicht mijn zelfstandigheid te gaan verliezen. Ook die radicaliteit zit in mijn karakter. Ik ga liever out with a bang: bij mijn volle besef, in staat om alles zelf te regelen – maar wel na daar uitgebreid met mijn intimi over te hebben gepraat. Wat die gesprekken lastig maakte, was dat ik uiterlijk volkomen oké leek. Zolang ik zat, merkte je niks aan me. Pas wanneer ik ging staan of wilde lopen, zag je wat er allemaal mis was: ik wankelde, mijn benen bibberden en werden spastisch, ik sloeg om de haverklap dubbel. Zelfs door een bemoedigende schouderklop lag ik soms al op de grond. Ik kon mezelf simpelweg niet meer overeind houden. [Spaink als kleuter] Voor mijn eigen vrede met mijn dood was essentieel dat ik mijn intimi daar op voorhand deelgenoot van zou maken. Als je vertrekt met open vragen van de mensen die je innig aangaan, zonder hun ongemak, onbegrip of verdriet erover te adresseren, wringt dat, vind ik. Dan laat je hen daar botweg mee achter, alsof het je niet aangaat – terwijl je dat alles heus zelf hebt veroorzaakt. Het ging me niet om hun toestemming. Wel wilde ik de mensen van wie ik houd ruimte geven voor hun vragen en hun verdriet, en vooral: daarover met hen praten. Ik wilde ze inzicht bieden in mijn eigen – au fond zelfzuchtige – beslissing; ze eraan laten wennen door ze er in te kennen, in plaats van hen voor een fait accompli te stellen. Zulke gesprekken voeren was tevens een uitvloeisel van een fundamenteel inzicht dat het feminisme me eerder had gegeven: ook het hoogstpersoonlijke is soms politiek. Uitzoeken op welke gronden je voor je eigen dood kiest en met anderen bespreken hoe zij daarover denken, rekening houden met hun pijn, en checken of je er zelf wellicht ergens een kromme redenering op nahoudt, is daar wellicht een ongewone versie van. Maar uiteindelijk is ook dat deels een sociale, publieke kwestie – en iets waar we zelden openlijk over spreken. [foto: Gon Buurman, 1991] Al vroeg in 2025 ging ik daar met mijn intimi over praten. Een jaar later – vanaf januari 2026, toen mijn besluit zich had geconsolideerd – heb ik langzaamaan ook andere vrienden en relaties ingelicht en gezorgd dat ik hen ‘nog een laatste (paar) keer’ kon zien en spreken. Dat was een mooi, lavend, soms heftig, en vooral intensief proces. Het was ook doodvermoeiend: inmiddels had ik bar weinig energie, en lag ik vaak halve dagen op bed. De wekelijkse borrels bij Brouwerij ’t IJ, waarvoor ik gaandeweg meer mensen uitnodigde, waren een uitkomst. (Het werden er uiteindelijk veertien.) Het openbare karakter daarvan hield de toon licht en het hart warm, en maakte – zo hoopte ik althans – dat rouw, verdriet en afscheid geen individuele ervaring hoefden te zijn, maar iets dat we konden delen. (Bovendien hadden we er dan tenminste goede bitterballen bij.) [IJ-borrel 29 april 2026, foto: Mirna van Dijk] Ik was immens blij met ieders aanwezigheid daar, al helemaal omdat veel mensen trouwe bezoekers werden. De borrels waren de afgelopen maanden oprecht het hoogtepunt van mijn week. Al kon ik niet met iedereen uitgebreid spreken: ik genoot intens van ieders aanwezigheid. Het was bijzonder te zien hoe mensen uit verschillende tijdvakken en domeinen van mijn leven plots onderling in gesprek raakten, of dat nu luchtige zaken of grote kwesties betrof. De gesprekken varieerden van de behoudendheid van ‘safe spaces’ en de perfide invloed van Big Tech, van Dora’s miniboks en verhalen van mijn exen die daar opdaagden, tot de ongekende impact van aids op ons leven. Het ging over rouw, omgaan met verlies, over zingen, verbeelding, het belang van taal, kunst en degelijk (journalistiek) onderzoek en over verzet. En al die tijd mocht ik ieders hand vasthouden, vrienden omhelzen, tegen ze aanleunen, zeggen dat ik van ze hield, zoenen uitdelen en krijgen, pardoes hoogstpersoonlijke gesprekken voeren. Ik zag hoe lief mijn vrienden voor me waren. Ze lieten zien hoe rijk mijn leven is geweest, en bewezen dat ik een imposante en trouwe schare vrienden had gevonden. Dat was ongelooflijk troostend.  Het voelde als sterven in schoonheid. [6 mei 2026: met mijn getrouwen op de laatste borrel. Foto: Heleen Emanuel] Het was ook onverwacht zwaar. Mijn besluit dat ik zo niet langer door wilde, was vooral rationeel ingegeven: iets waar ik eigenlijk amper verdriet over had gevoeld. Ik koos immers tussen twee kwaden, en dat ik die keuze überhaupt kon maken, vond ik een groot goed. Daarnaast wilde ik mijn aanstaande dood voor mijn vrienden graag ‘behapbaar’ maken – al wist ik dat ik hun verdriet daarmee niet kon wegnemen. Maar al die mensen plotseling zo intensief zien, pakte uit als een emotionele boemerang. Ik genoot van hun gezelschap, maar ervoer tegelijkertijd acuut hoe bijzonder al die mensen waren van wie ik afscheid aan het nemen was. Daardoor kwam iets raars bovendrijven. Geregeld dacht ik: ‘O lieverds toch, ik ga jullie straks zo ontzettend missen…!’ Dat was een sentiment uit het ongerijmde: want ‘straks’ was ik immers dood, en dan voelde ik niks. Maar nu voelde ik zelf ineens rouw en verdriet. Bovendien kampte ik onverwacht met iets dat naar schuldgevoel zweemde. Ik ging jullie allemaal in de steek laten. Dat voelde als verraad. Wekenlang was ik verlamd. Ik ging met plezier naar de wekelijkse borrels, maar deed niets om andere dingen fatsoenlijk af te ronden. En er moest veel gebeuren: mijn testament aanpassen, financiën op orde brengen, papierwerk afhandelen, afspraken met het Expertisecentrum Euthanasie bezegelen, bedenken wie welke spullen zou krijgen, mijn nabestaanden uitleggen waar dat dan allemaal lag of stond, adreslijsten voor de rouwkaart maken. Ik moest zelfs nadenken over een grafsteen. Ergens half maart snapte ik eindelijk dat ik mezelf had klemgezet. Ik besefte dat ik het leed van mijn vrienden niet kon voorkomen, maar dat van mezelf wel, en dat ik echt niet verder wilde. Dat hielp. Er kwam klaarheid. Daarna werd het makkelijker om door te pakken – ook omdat ik inmiddels alweer achteruit was gegaan. De tijd begon te dringen. [Nelis vindt alles best – zolang hij eten en liefde krijgt] Dit was mijn allerlaatste project: mijn eigen dood organiseren, zorgen dat ik zo goed mogelijk afscheid zou nemen van iedereen die me aanging, en ruimte voor gemeenschappelijke rouw en gedeeld verdriet kon scheppen. Wat ik mijn getrouwen en vrienden nogmaals op het hart wil drukken: terwijl ik er – gezien mijn brakke gezondheid – nooit op had gerekend ouder dan vijftig te worden, heb ik godbetere de 68 gehaald. Dat zijn liefst achttien bonusjaren. Weet dat ik een extreem rijk en vol leven heb gehad, mede dankzij jullie vriendschap, aanvuring, steun en eerlijkheid. Jullie snapten dat ik meer had aan frivoliteit, nuchterheid, confrontatie, valse grappen of een liefdevolle schrobbering dan aan medelijden, omzichtigheid, wegkijken of dingen inslikken. Weet vooral dat ik zonder spijt of berouw ben gestorven. Ik heb veel kunnen doen, ondanks die ms, aanzienlijk meer dan ik eerder vreesde; maar ik wilde simpelweg niet dat die ziekte alsnog het laatste woord zou krijgen. Ik wilde zelf mijn uiterste grens bepalen. Dat heb ik nu gedaan. Vandaag, op 8 mei 2026, ben ik in aanwezigheid van mijn zes getrouwen overleden: Tanja, Caroline, Ruud, Peter, Eric en Luuk. Dat zij erbij konden zijn, was een groot goed. Zonder hulp bij zelfdoding was ik zelf met pillen gaan fröbelen – die lagen al jarenlang klaar – maar dan had ik eenzaam moeten doodgaan, ongewis over de afloop, en zonder zo’n warm afscheid. Nu stierf ik in liefde. [Uitzicht vanaf mijn bed, voordat de hoya’s naar de Hortus gingen] Mijn hersenen en ruggenmerg heb ik aan de Hersenbank gedoneerd. Die doet onderzoek naar multiple sclerose, en naar PIRA (progression independent of relapse activity, ook bekend als the smouldering disease) – vermoedelijk het stadium waarin ik me sinds mei 2023 bevond. (Ze hebben daar serieus behoefte aan de hersenen van gezonde mensen, als controlegroep. Meld je vooral aan.) Mijn website blijft nog tien jaar in de lucht. Het auteursrecht van al mijn gepubliceerde columns, artikelen, lezingen, essays, vertalingen en boeken heb ik aan het publieke domein vermaakt. Doe daar vooral je eigen ding mee. Moge het jullie goed gaan. Ik hoop dat mijn vrienden nog een tijdje bij Brouwerij ’t IJ blijven borrelen – niet voor mij, maar voor elkaar. Ik wens jullie vooral veel liefde, moed, wijsheid en zinnig verzet toe in de barre tijden die in aantocht zijn, zowel politiek en ecologisch als qua nepnieuws, surveillance en AI. Besef daarbij dat je nooit meer hoeft in te leveren (of te verdragen) dan je zelf wilt of aankunt. Je mag altijd je eigen grenzen stellen, en daarnaar leven – of ervoor sterven.

Door: Foto: "Karin Spaink" by Guido van Nispen is licensed under CC BY 2.0

Closing Time | The Cloud of Unknowing

Sepultura neemt, een paar jaar lang, uitgebreid de tijd voor hun afscheidstournee genaamd ‘Celebrating Life Through Death’. Tussen het spelen door, en om hun nieuwe drummer Greyson Nekrutman de kans te geven wat nieuwe muziek met de band te maken, heeft de band een E.P.-tje gemaakt: The Cloud of Unknowing. En jajaja, ik snap heus wel de logica van ‘op je hoogtepunt stoppen’* enzo, maar na het fantastische Quadra, en nu dit, vraag je je toch af hoeveel mooie muziek er nog in het vat had gezeten als ze nog een paar jaar door waren gegaan.

Foto: De gevaarlijkste plek voor kinderen

Hoe is het nu in Gaza?

In Gaza voltrok zich twee weken geleden een bijzondere ceremonie: 300 paren traden tegelijk in het huwelijk in een massaal bezochte bijeenkomst in Deir al-Balah. Een van de bruiden, Thekra al-Masri, vertelde hoe de viering “hoop op verandering” bracht voor de ontheemden in Gaza. Maar voorlopig verandert er nog weinig in het totaal verwoeste gebied.

Een greep uit recente berichten:

Volgens medici en hulpverleners zijn eind april bij twee Israëlische luchtaanvallen in de Gazastrook minstens acht Palestijnen omgekomen, onder wie drie kinderen. Op 30 april vielen nog eens vier doden. Afgelopen dinsdag berichtte Reuters dat Israëlische luchtaanvallen in de Gazastrook minstens drie Palestijnen hebben gedood, onder wie een kind. Medici meldden dat een Palestijn om het leven kwam en twee anderen gewond raakten door een Israëlische luchtaanval nabij de wijk Sheikh Radwan in Gaza-stad, terwijl een andere Palestijn om het leven kwam en meerdere anderen gewond raakten door Israëlische tankbeschietingen nabij het centrum van de enclave.

Israëlische troepen in Gaza hebben volgens The Guardian medio april een wateringenieur en twee chauffeurs gedood die gedurende vier dagen water vervoerden naar ontheemde gezinnen. Dit incident heeft het ernstige tekort aan schoon water verergerd en de verspreiding van ziekten aangewakkerd. Vier dagen eerder schoten Israëlische troepen twee chauffeurs dood die werkten voor Unicef, de VN-organisatie voor kinderen, bij het belangrijkste waterverzamelpunt voor het noorden van Gaza. Ratten en parasieten verspreiden zich door de tentenkampen voor ontheemde Palestijnen in Gaza, meldde The Times of Israel gisteren. Ze bijten kinderen in hun vingers en tenen terwijl ze slapen, knagen aan de weinige waardevolle bezittingen die mensen nog hebben en verspreiden ziektes. Volgens berichten van de VN worden knaagdieren en ander ongedierte regelmatig aangetroffen op 80% van de locaties waar ontheemde gezinnen momenteel verblijven. De VN vluchtelingenorganisatie UNWRA waarschuwt nu het weer zomer wordt ook voor een opleving van huidziekten zoals die in 2024 minstens 150.000 mensen hebben getroffen.

Foto: Toshiyuki IMAI (cc)

Goed nieuws! De planeet gaat iets minder kapot

(Bewerk) De klimaatontkenner heeft weer een snoepje gevonden. Het IPCC heeft het “rampscenario” geschrapt [*]. Geen 4 à 5 graden opwarming meer in 2100, ‘hooguit’ nog 3,5 graden. De champagne kan open bij Clintel. Marcel Crok mag weer een victorie kraaien op internet, tussen de grafieken, de suggestieve framing en het eeuwige theaterstukje waarin iedere nuance meteen wordt verkocht als totale capitulatie van de klimaatwetenschap.

Alleen zat het echte nieuws ergens anders. Want bijna ongemerkt verdwenen namelijk óók de scenario’s aan de onderkant. De paden waarin de opwarming beperkt bleef tot relatief lage niveaus gelden inmiddels eveneens als weinig realistisch. Dat detail kreeg hooguit een bijzin. De koppen draaiden vrijwel volledig om het verdwijnen van het extreme scenario, alsof dat het hele verhaal was.

En daarmee hielp de journalistiek het frame te versterken waar professionele twijfelzaaiers op teren. Zet “IPCC schrapt rampscenario” in een kop, verstop “lage scenario’s eveneens onhaalbaar” halverwege het artikel, en het internet doet de rest. Binnen een paar uur verandert een complexe wetenschappelijke actualisering in: zie je wel, klimaatalarmisme stort in elkaar. Het stuk in de Volkskrant hielp daar flink aan mee, zeker omdat de ‘maar’ die nu in de kop tussen haakjes er in sommige versies van het stuk niet stond.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Closing Time | Hellripper

In je eentje een hele band zijn – best lastig, maar toch zijn er de nodige artiesten die het kunnen en doen. Zo ook de Schot James McBain, die in zijn eentje Hellripper vormt. Kun je wel lekker je eigen ding doen, en hoef je geen rekening te houden met anderen, enzo. De kwaliteit van de muziek hoeft er niet onder te lijden, blijkt wel weer.

Foto: NIOD BeeldbankWO2 bevrijding rijckholt september 1944 copyright ok. Gecheckt 06-11-2022

Na de bevrijding

Veel verzetslieden en oorlogsslachtoffers hebben na de oorlog hun verhalen voor zich gehouden. Of ze gaven slechts summiere informatie. Dat gold ook voor de soldaten die in Indië gevochten hebben. Sommige verhalen zijn nooit verteld. De tweede generatie bleef ook na de dood van de (groot)ouders vaak nog met vragen zitten over wat er in de oorlog precies is gebeurd in hun familie. Voor velen, inmiddels ook met pensioen, was dat een reden om archieven van instanties en de eigen familie te doorzoeken om antwoorden te vinden. Het heeft de afgelopen decennia geleid tot een hausse aan boeken en documentaires over slachtoffers zowel als daders, verzetsmensen en collaborateurs. En daarmee worden elk jaar weer stukjes geschiedenis toegevoegd, vragen beantwoord en nuances en correcties aangebracht.

Uit de stapel die dit jaar verscheen licht ik een boek met de titel ‘Na de Bevrijding’, eigenlijk dus niet over de oorlog zelf maar over de jaren direct daarna. Daarmee gaat het toch ook weer wel over de oorlog. Veel van wat direct na de bevrijding gebeurde stond immers volledig in het teken van de oorlog. Hoe sterk het verlangen ook was om de oorlogsellende snel te vergeten en vooruit te kijken, er moest een zware en voor velen tragische periode verwerkt worden. ‘Na de bevrijding’, het onlangs verschenen boek van een drietal historici verbonden aan de Radboud Universiteit laat zien hoe Nederlanders hun oorlogservaringen in de jaren veertig hebben verwerkt. De auteurs hebben daarvoor een originele aanpak gekozen. De voornaamste bronnen zijn artikelen uit de toen verschenen dagbladen die een beeld geven van de dagelijkse actualiteit en de wijze waarop gewone mensen met alle tekorten en handicaps de draad van hun leven weer proberen op te pakken. Met name regionale en lokale kranten waar er ‘nauwelijks afstand is tussen de journalist en de gewone burgers’ zijn in de ogen van de auteurs een belangrijke bron voor maatschappelijke ervaringen rond de bevrijding. Ze vormen een aanvulling op individuele getuigenissen en wat er in archieven te vinden is over deze periode.

Foto: nyghtowl (cc)

Als niet de daad, maar de dader het meeste telt

(Bewerk) Er bestaat het idee in het strafrecht dat sommige daders minder straf verdienen dan andere omdat ze “te veel te verliezen hebben”. Een baan, een opleiding, een netwerk, een toekomst die nog openligt. Het klinkt redelijk. Tot je het consequent toepast.

Neem de recente uitspraak, in België: een 26-jarige student, in de rol van schachtentemmer (een oudere student met gezagspositie over eerstejaars tijdens ontgroening), werd schuldig bevonden aan verkrachting, maar kreeg een opschorting. Geen effectieve straf, wel voorwaarden en toezicht. De rechtbank woog onder meer een blanco strafblad en persoonlijke omstandigheden mee. De toekomst van de dader werd onderdeel van de strafmaat.

Daar schuift iets fundamenteels. Straf hoort te volgen uit ernst, schuld en schade. Zodra persoonlijke omstandigheden structureel strafverminderend werken, verschuift het criterium van daad naar dader. Dan ontstaat een systeem waarin twee identieke feiten verschillende uitkomsten krijgen omdat de ene dader een toekomst heeft en de ander vooral een verleden.

Het recidive-argument wordt vaak ingezet als rechtvaardiging, ook in Nederland. Wie een stabiel leven heeft, zou minder snel opnieuw de fout ingaan. Alleen wringt daar iets. Diezelfde stabiliteit geldt normaal gesproken als rem op criminaliteit. Als iemand ondanks die omstandigheden tóch over de grens gaat, zegt dat iets over de werking van die rem. De vraag verschuift dan: waarom gebeurde dit ondanks alles wat het had moeten voorkomen?

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Closing Time | Dispossessed

Dispossessed was een Australische extreme metalband, die actief waren tussen 2015 en 2019. Naar ik begrepen heb, hebben de bandleden een Aboriginal-achtergrond, en zingen ze onder andere over hoe ellendig kolonialisme en racisme zijn, en dat hun land gestolen is. De pissigheid daarover klinkt door in de muziek, zullen we maar zeggen.

Foto: Mario Gogh on Unsplash

Het monument schoon, het geweten ook

(Bewerk) Het Nationaal Monument op de Dam is beklad. Met rode verf, het woord “genocide” erop gesmeerd, en de politieke reflex volgde onmiddellijk en was voorspelbaar: schande, respectloos, onacceptabel. Ondertussen staan schoonmakers al sinds de vroege ochtend te schrobben, om het ding op tijd weer toonbaar te krijgen voor vanavond.

En dat laatste zegt eigenlijk alles.

Want hoe groot de morele verontwaardiging ook wordt opgetuigd, niemand twijfelt serieus aan de afloop: vanavond ligt het monument er weer keurig bij. De kransen worden gelegd, de koning kijkt er plechtig bij, twee minuten stilte, nationale eenheid. De kras op het collectieve geweten net zo efficiënt weggepoetst als de verf op het steen.

Dat maakt de hele ophef ongemakkelijk dubbel. Bekladding wordt veroordeeld als aantasting van herdenking, terwijl diezelfde herdenking zorgvuldig is afgebakend tot een veilig, historisch kader. Het verleden krijgt alle ruimte, het heden wordt liefst buiten beeld gehouden. Zodra iemand die twee aan elkaar probeert te knopen, ontstaat er paniek, omdat het het ritueel verstoort.

De hypocrisie zit daar: herdenken mag er zijn, zolang het niets kost. Zolang het geen vragen oproept over wat er nú gebeurt, of over de rol die Nederland daarin speelt. Dan wordt herdenken een vorm van morele zelfbevestiging, geen moment van nodige reflectie.

Foto: "Patrolling in Baghdad" by DVIDSHUB is licensed under CC BY 2.0

Frankenstein in Bagdad

RECENSIE - Ik hoorde vertellen – en ik denk dat het waar is – dat een jaar of twintig geleden bij een dorp in het noorden van Irak een massagraf werd gevonden waarin allerlei losse lichaamsdelen lagen. De slachtoffers waren onherkenbaar, maar met enige moeite vielen ze te herleiden tot acht mensen. In dat dorp waren echter tien mensen vermist. Van twee doden ontbrak alles wat identificeerbaar had kunnen zijn. De dorpelingen besloten daarop de ledematen te verdelen over tien kisten, zodat er tenminste tien begrafenissen konden zijn.

Frankenstein

Iets soortgelijks is de premisse van Frankenstein in Baghdad van de Iraakse auteur Ahmed Saadawi. Een man neemt na een bomaanslag waarbij een vriend om het leven komt, allerlei lichaamsdelen van gewelddadig gestorven mensen, naait ze aan elkaar om er één lichaam van te maken om de autoriteiten te dwingen te erkennen dat een volledig mensenleven kapot is gemaakt. Het schepsel komt echter tot leven en begint aan een wraakcampagne: hij doodt degenen die verantwoordelijk zijn voor de dood van degenen uit wier lichaamsdelen hij is samengesteld.

Alleen: als hij eenmaal wraak heeft genomen voor een van de slachtoffers waaruit het schepsel bestaat, verdwijnt het betreffende lichaamsdeel, maar er zijn mensen die zich over hem ontfermen en weer nieuwe lichaamsdelen aan hem toevoegen. Zo heeft hij steeds een andere vorm en gaat zijn wraaktocht van kwaad tot erger – want wat als het schepsel samengesteld begint te raken uit de lichaamsdelen van mensen die het schepsel zelf heeft gedood?

Quote du Jour | Marktconform

(Bewerk) “We moeten naar de markt kijken en we bevinden ons in een wereld waarin de entertainmentmarkt zich het meest heeft ontwikkeld. […] Dus moeten we marktconforme tarieven hanteren.”

Infanto legt het ons even uit: je wordt wel gedwongen woekerprijzen te vragen voor tickets, omdat anderen dat ook doen. Het is het argument van de huisjesmelker die “ook gewoon marktconform” verhuurt, van de supermarkt die inflatie nét iets enthousiaster interpreteert dan noodzakelijk, van ieder kartel ooit dat zichzelf liever een natuurverschijnsel noemt. Niemand kiest ervoor, iedereen doet slechts gehoorzaam mee. De markt wordt zo een soort hogere macht: een god die toevallig altijd het hoogste vraagt en die niet mag worden tegengesproken.

VS gaan vol 1984

(Bewerk) “Te lang heeft Iran schepen lastiggevallen en geprobeerd hieraan te verdienen met tolheffingen”

Aldus Pete Hegseth, de Amerikaanse minister van onzinnige maar dodelijke oorlogen, die daarbij voor het gemak even ‘vergeet’ dat Iran pas tol is gaan heffen in reactie op Amerikaanse aanvallen. Orwell zou trots op hem zijn.

Een tweede interessante quote:

“De wereld heeft de Straat van Hormuz harder nodig dan wij.”

Klinkt toch een beetje als een kleuter die met een van pijn vertrokken gezicht zegt ‘het doet me toch geen pijn’. Tegelijkertijd heeft hij wel gelijk, het raakt Europa en Azië harder. Dat maakt zijn eis dat de NAVO moet helpen interessant. Want vraag je bondgenoten om zichzelf in de voet te schieten op het moment dat je daar om vraagt? Blijkbaar wel.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Volgende