Waarom we nu eindelijk massaal beter woonbeleid eisen

, Dossier:

ACHTERGROND - Op zondag 12 september heeft de nieuwe woonbeweging zich op de kaart gezet. Tijdens het Woonprotest in Amsterdam spraken 15.000 demonstranten zich uit voor beter woonbeleid. Zij spraken zich uit tegen de wooncrisis met te hoge woningprijzen, te hoge huren en te veel onzekerheid voor huurders en kopers. De problemen stapelen zich al jaren op en steeds meer mensen lijden eronder. Het was dan ook wachten op een massaal protest. Een veel gestelde vraag is daarom: waarom werd er niet eerder massaal geprotesteerd tegen de wooncrisis? Nina de Haan legt het uit.

Een immense wooncrisis

Ondanks dat er de laatste tijd veel over de wooncrisis gesproken en geschreven wordt, is er nog geen algemeen gedeeld begrip van hoe de crisis precies is ontstaan, hoe deze stand houdt en hoe we het moeten oplossen.

Dat is wel begrijpelijk, want de wooncrisis is een gigantisch en complex probleem waarbij vele verschillende belangen een rol spelen. Het treft niet alleen alle mensen die lijden onder hoge woonlasten of precair wonen in de huursector en alle mensen die grote moeite hebben een huis te kopen vanwege hoge woningprijzen. Het treft zeer diverse belangen van grote groepen mensen en instanties We hebben het dan over alle eigenwoningbezitters, hun banken, alle woningbeleggers (inclusief onze pensioenfondsen), alle eigenaren van dure (bouw)grond zoals gemeenten, en groepen als woningcorporaties, projectontwikkelaars en bouwers. Deze gevestigde belangen maken het geen makkelijk probleem om te bespreken, laat staan op te lossen.

Het probleem van de wooncrisis wordt ook zelden goed uitgelegd. In plaats daarvan worden we om de tuin geleid, bijvoorbeeld door politici die beterschap beloven door een miljoen woningen te bouwen. Ze zeggen er niet bij dat een fysiek woningtekort niet het voornaamste probleem is en woningen bouwen niet de oplossing. Ook kennen we de bekende uitleg dat migranten het probleem zouden zijn omdat zij te veel woningen in zouden nemen. Maar ook immigratie verklaart het gigantische woningprobleem niet. De wooncrisis is een resultaat van beleid, zo betoogt Hans de Geus in zijn boek ‘Hoe ik toch huisjesmelker werd – over woonarmoede en ongelijkheid’ (2021)’. Maar daarover zwijgen onze beleidsmakers.

Het is moeilijk tegen de wooncrisis te protesteren als je het probleem niet goed begrijpt. Want welke eisen kies je dan? Lagere huren, minder tijdelijke huurcontracten en lagere woningprijzen? Dan benoem je slechts de symptomen van een structureel probleem. Plus, hoe je het ook wendt of keert, ook die eisen zijn voor veel gevestigde belangen een nachtmerrie. Daarom verandert er ook weinig tot niets.

Vertrouwen

Voor de gewone burger is het moeilijk om oplossingen aan te dragen. Dus laten we het maar aan de experts om het probleem op te lossen. Zij zouden moeten weten hoe het zit en hoe je het oplost, nietwaar? En zo niet, dan hebben ze de middelen om het uit te zoeken. Dus enerzijds speelt daar een vertrouwen in de politiek en alle experts om het probleem kundig op te lossen.

Tegelijkertijd speelt er een gebrek aan vertrouwen. De huizenprijzen stijgen zo overduidelijk en dit is zo overduidelijk problematisch dat de politiek dat natuurlijk allang weet. Als het probleem bekend is, en er blijkbaar te weinig wordt gedaan om het te verbeteren, waarom zou protesteren dan een verschil maken? Er is toch geen protest nodig om te bewijzen dat er inderdaad mensen gebukt gaan onder de huidige situatie en dat ze dat graag anders willen?

Excuses

Ook vertellen we elkaar allerlei verhalen over de woningprijzen en doen we zo alsof het wel oké is. We zeggen dat woningen kwalitatief beter en bovendien groter zijn geworden en dat dat vast de prijsstijging verklaart. We zeggen dat we massaal in steden willen wonen en dat dat de prijzen zo opdrijft (volgens agglomeratie-effecten). We denken dat de prijs gewoon wordt bepaald door vraag en aanbod, zoals dat altijd zou zijn bij een vrije markteconomie. Dus het zal wel kloppen zo. Wie wil wonen, betaalt daar gewoon een prijs voor. Als we minder willen betalen, moeten we onze eisen maar bijstellen.

Bovenal denken we dat we het individueel moeten oplossen, door harder en slimmer te werken en zo te winnen van de competitie (op de huizenmarkt). Dat is het gedachtegoed van individualisatie en meritocratie. We vertrouwen ook hier op het functioneren van de vrije markt waarbij beloningen optimaal en eerlijk worden verdeeld. We denken dat het systeem wel eerlijk zal zijn en geven onszelf de schuld als we aan het kortste eind trekken. Want volgens deze logica hebben we niet alleen onze successen zelf verdiend, maar ook onze ellende.

We vertellen onszelf dat we het zo goed hebben in ons welvarende Nederland. Nederland is een gaaf land, dus wat zeuren we nu eigenlijk over hoge huren of huizenprijzen? We gaan er toch allemaal jaarlijks op vooruit (als er geen crisis is)? In andere landen is het vast slechter.

Zo maken we excuses voor de wooncrisis en proberen we er individueel het beste van te maken. Dit soort gedragingen is er allemaal ingeslopen met het neoliberale denken, zo betoogt financieel geograaf Ewald Engelen in zijn recente boek ‘Ontwaak! Kom uit uw neoliberale sluimer’ (2021). In zijn Brainwash TalksHoe hoogopgeleiden de dienst uitmaken in Nederland’ bespreekt Engelen dat er een kloof is ontstaan tussen theoretisch en praktisch geschoolden in Nederland, hoe dit in stand blijft en beleid beïnvloedt.

Machteloosheid

Onder de groepen die het meeste last hebben van de crisis zijn jongeren en andere nieuwkomers die net komen kijken op de woningmarkt. Dat heeft belangrijke implicaties, zoals dat zij simpelweg niet beter weten. Zij hebben niet meegemaakt dat woningen voorheen relatief (veel!) goedkoper waren. Zij weten ook veelal niet hoe de woningmarkt werkt, want als kind en jongere heb je daar nu eenmaal weinig mee te maken.

Deze crisis is één van de vele gigantische en complexe crises waar we, vooral jongeren, mee te maken hebben of krijgen. Denk aan de klimaatcrisis waar veel jongeren zich al voor inzetten. Er wordt in de afgelopen tien jaar ongeveer net zoveel gedemonstreerd als in de jaren 60. Dat er nu pas tegen de wooncrisis wordt gedemonstreerd, kan komen doordat we al druk genoeg waren met andere problemen en dat we gebukt gaan onder te hoge woonlasten en allerlei andere maatschappelijke trends als individualisatie en flexibilisering van de arbeidsmarkt. Dit lastige parket van millennials, de huidige starters, is treffend beschreven door Kelli van der Waals in De millennial jaagt een droom na die allang uiteen is gespat, waarin ze aangeeft dat deze generatie niet voor niets al tot burn-out generatie is gedoopt. De burn-out lijkt voor jongeren al een logisch onderdeel van hun carrièrepad te zijn.

Dan is er nog een gevoel van machteloosheid. Als ‘de woningmarkt’ nu eenmaal zo is in Nederland, als de markt, de politiek en de woningbezitters deze situatie zo hebben gecreëerd, dan is het makkelijk om te denken dat je daar als individu of als groep individuen niks aan kan doen. Bovendien is het voor velen al moeilijk zat om genoeg geld bij elkaar te schrapen om hun woonlasten te betalen. Mogelijk hebben zij niet genoeg energie om daarnaast ook de wooncrisis op te lossen.

Woningmarkt

We beseffen te weinig dat bij de woningmarkt geen sprake is van een ‘normale’ vrije markt. Hier is sprake van een schaars goed, namelijk een vaste hoeveelheid grond, en een eerste levensbehoefte, namelijk onderdak. Er is sprake van een eindig aanbod en een zowaar (bijna) oneindige vraag (want mooier en groter wonen wil bijna iedereen wel!).

Als prijzen niet worden gereguleerd, wordt de prijs bepaald door de hoeveelheid geld die we tot onze beschikking hebben, en dus met name door de mogelijkheid tot het verkrijgen van een hypotheek oftewel de financialisering van woningen. Als we hoge hypothecaire leningen kunnen krijgen met een woning als onderpand dan doen we dat ook. Zo drijven we collectief de prijzen en ‘financiële waarde’ van woningen op, zonder dat er iets aan de fysieke woning verandert. Dit mechanisme werd eind 2018 al uitgebreid beschreven door Hans de Geus op Follow the Money.

De prijs van woningen neemt niet vanzelf weer af als je de markt op zijn beloop laat. De huidige situatie is juist in de hand gewerkt door deregulatie van de woningmarkt en het afbreken van de sociale huursector, waarbij wonen steeds meer werd overgelaten aan de markt. Dat heeft tot de wooncrisis geleid en we kunnen er niet op vertrouwen dat diezelfde markt de wooncrisis gaat oplossen. We hebben woonbeleid nodig dat onder meer huurprijzen in de vrije sector reguleert en wonen en huren fiscaal gelijkwaardig belast. Want ook ons fiscale stelsel is van grote invloed en dat werkt al jarenlang vermogensongelijkheid en hoge huizenprijzen in de hand.

Wonen zou geen markt moeten zijn; wonen is een recht. Er staat nota bene in onze Grondwet dat de overheid — en dus niet de markt — verantwoordelijk is, namelijk in artikel 22: ‘Bevordering van voldoende woongelegenheid is voorwerp van zorg der overheid’. Onze overheid mag zich wel wat verantwoordelijker opstellen.

Ongelijkheid

De ogenschijnlijk sympathieke vraag waarom er niet massaal wordt geprotesteerd legt wel wat vingers op zere plekken. De mensen die lijden onder de wooncrisis zijn ook de mensen die een verlammende financiële druk voelen. Het zijn veel jongeren die door meerdere maatschappelijke trends onder druk staan, waarschijnlijk meer dan eerdere generaties. Daarnaast zijn het veel andere (armere) mensen die nog geen huis hebben kunnen kopen die last hebben van de wooncrisis. Zij zitten er ook minder warm bij dan mensen die wel op tijd een huis hebben gekocht.

De mensen die deze vraag opwerpen, doen er goed aan deze ook voor zichzelf te beantwoorden. Een veel voorkomend antwoord zal zijn: ik heb er zelf niet direct last van, want ik zit er warmpjes bij in mijn eigen woning waarvan ik de financiële waarde zie stijgen. Dat is ook het antwoord van Michelle Provoost, architectuurhistoricus uit Rotterdam. Dat antwoord laat zien dat de wooncrisis niet iedereen even hard treft en die ongelijkheid is nou precies het belangrijkste kenmerk van het probleem en de reden dat het nog niet is opgelost.

Blijven vragen waarom anderen niet protesteren is een manier om je eigen verantwoordelijkheid niet te nemen. Het impliceert namelijk dat anderen, degenen die het hardst lijden onder de crisis, het werk maar moeten doen. En dat terwijl er al steeds meer verantwoordelijkheid bij individuen is komen te liggen. Gaan we nu ook nog van deze mensen vragen om te demonstreren? Het is asociaal om op demonstraties te blijven wachten in plaats van zelf in actie te komen.

Trouwens, als de coronapandemie er niet was geweest dan had de eerste landelijke demonstratie al plaatsgevonden in maart 2020. Deze demonstratie werd al voorbereid door Actiegroep Woonopstand maar moest vanwege de lockdown worden afgelast. De coronapandemie is dus ook een factor geweest in waarom we nu, en niet eerder, eindelijk massaal beter woonbeleid eisen.

Van wie is deze crisis

Inmiddels is de strijd voor het recht op wonen in volle gang. We weten nu dat de wooncrisis iedereen raakt en de samenleving bedreigt. We weten nu dat het geen individueel probleem is maar dat het systeem niet deugt. Het is niet onze schuld dat we geen huis kunnen betalen. We weten dat we van een ‘woningmarkt’ terug moeten naar volkshuisvesting. De overheid moet beter woonbeleid voeren om betaalbare en zekere huisvesting te garanderen. Onze overheid is verantwoordelijk voor de wooncrisis en voor het oplossen daarvan. We weten dat we solidair moeten zijn en woonzekerheid moeten eisen voor iedereen. We verenigen ons en eisen beter woonbeleid.

We weten ook dat de wooncrisis niet op zichzelf staat. De wooncrisis is doordrenkt met belangen en bijbehorende machtsverhoudingen en het vergroot ongelijkheid. Dáár moeten we het over hebben zodat we tot structurele oplossingen kunnen komen, in plaats van met schijnoplossingen die het structurele probleem in stand houden. Met dat in gedachten richt de woonbeweging zich tot beleidsmakers in Den Haag. Dit is jullie wooncrisis. Waarom hebben jullie nog niet geprotesteerd?

Deze crisis gaat iedereen aan. Het is ons woonrecht dat onder druk staat en onze samenleving die op het spel staat. Daarom is iedereen uitgenodigd om zich uit te spreken tegen de wooncrisis en om beter beleid te eisen door massaal te protesteren. Met een brede coalitie organiseren we dit najaar meerdere demonstraties op verschillende plekken in het land om onze stem te laten horen. Zolang er een wooncrisis is, vormen wij een woonbeweging die opkomt voor ons woonrecht.


Nina de Haan is betrokken bij de organisatie van de tweede landelijke demonstratie Woonopstand op 17 oktober in Rotterdam.

Er komen nog meer demonstraties aan, de eerste na 17 oktober is op 13 november: het Woonverzet in Den Haag. Kom op voor je woonrecht door te komen demonstreren en op jouw manier bij te dragen aan de woonbeweging! Als organisatie kan je tevens publiekelijk je steun betuigen aan de Woonopstand en het woonmanifest.

Meer over de wooncrisis op Sargasso hier.

Reacties (20)

#1 Micowoco

Het gaat al mis bij het woordje woningmarkt. Vroeger sprak met van volkshuisvesting. Vroeger moest er van alles van God, nu moet je huur van 500 Euro naar 1500 of misschien wel naar 2500. Gewoon, omdat de markt altijd gelijk heeft. Volgens de rechtsmens dan hè, met zijn koophuis en zijn hypotheekrenteaftrek.

#2 KJH

De huizenmarkt is onderwerp van een ouderwetse bubbel. Dat is alleen problematisch omdat je in tulpenbollen niet hoeft te wonen. De echte oorzaak is de lage rente. Op meerdere manieren: het maakt lenen van grotere bedragen makkelijker, maar het zorgt er ook voor dat investeerders, vanwege onbeduidende resultaten elders in de markt, naar de huizenmarkt toe neigen. Als een huis jaar-op-jaar met twintig procent in waarde stijgt, dan ben je toch gek als je iets anders doet!

En ja, Microwoco, de markt *heeft* altijd gelijk: ook een huurwoning moet worden gekocht namelijk. Die komt niet gewoon gratis uit de grond zetten, of zo (iets wat linksmensen altijd schijnen te denken).

#2.1 Micowoco - Reactie op #2

De markt wordt vrolijk gemanipuleerd, mijn beste. Er zijn de afgelopen jaren 100.000 betaalbare woningen gesloopt. Dat drijft de prijs ook lekker op.

#2.2 Cerridwen - Reactie op #2.1

In het kader van de energietransitie is het noodzakelijk dat er flink geïnvesteerd wordt in de woningen. Daar worden ze beter, maar ook duurder van. En bij sommige woningen is sloop + nieuwbouw efficiënter om dat voor elkaar te krijgen dan de woningen aanpassen.

#2.3 Co Stuifbergen - Reactie op #2

De markt zorgt ervoor dat de kosten van een woning veel hoger zijn dan de bouwkosten. Met name kopers van een nieuwe woning merken dat.
Betekent dat dat de woning zoveel waard is? Meestal niet, want er zit subsidie op de lening (de hypotheek-rente-aftrek).

  • Beantwoorden
  • Volgende reactie op #2
  • Vorige reactie op #2
#2.4 Frank789 - Reactie op #2.3

[ Betekent dat dat de woning zoveel waard is? ]

Het is de combinatie woning + grond.
Als het bouwen niet veel duurder wordt dan gaat de stijging bij grote vraag in de grondprijs zitten.
Bij mij in de buurt staan veel goede, maar wat oudere huizen, ouderwets op een goede lap grond. Die huizen gaan voor topprijzen. Om gesloopt te worden en er een nieuw veel groter huis op te zetten.

[ want er zit subsidie op de lening (de hypotheek-rente-aftrek). ]

Nou, daar is voortdurend aan geknabbeld en dat gaat verder.
Maar allerlei maatregelen om mensen een huis te helpen kopen werken de verkeerde kant op. Geen overdrachtsbelasting voor starters, dat bespaarde bedrag gaat hup, boven op de koopprijs.
Ouders die belastingvrij een bedrag mogen schenken aan hun kinderen voor de aankoop van een huis.
En zo voorts.

#2.5 KJH - Reactie op #2.4

Nou vooruit, de gemeenten treft ook enige blaam. Die hebben maar 1 speeltje, en dat de vierkantemeterprijs van bouwgrond, en dat gebruiken zo ook. Maar misschien ook het gevolg van het feit dat er niet genoeg geprotesteerd wordt, door diezelfde gemeenten, als het Rijk taken in hun schoot kiepert, zonder daar budget tegenover te stellen. Past een beetje in de Nederlandse cultuur, om niet te hard naar boven toe te blaffen (en het feit dat de landelijke en gemeente-politiek elkaar in een kartel-wurggreep houden).

#2.6 Hans Custers - Reactie op #2

Ik heb een wat andere beschrijving van hoe de markt werkt. Er zijn blijkbaar voldoende mensen met voldoende vermogen en/of inkomen om de huizenprijs flink op te jagen. Daar valt voor marktpartijen (investeerders, projectontwikkelaars, grondeigenaren, hypotheekverstrekkers, enzovoort) winst te halen. En dus concentreren die partijen zich op woningen voor die groep.

Wie niet genoeg geld heeft blijft achter. Als het aan de markt ligt, moeten die mensen maar ergens in een container gaan wonen. Of een kartonnen doos, of zo. Dat kun je de markt niet verwijten, die werkt nou eenmaal zo. Het is de taak van de overheid om grondrechten, zoals een dak boven je hoofd, voor iedereen te waarborgen. Dat betekent dat de overheid in moet grijpen als de markt tekortschiet.

#2.7 KJH - Reactie op #2.6

Volgens mij slapen de mensen nog niet en masse op straat, dus volgens mij is ‘gebrek aan een woning’ vooral ‘gebrek aan dynamiek’. Los daarvan: ja, de huizenmarkt is een gigantische bubbel op dit moment. Geldt niet alleen voor Nederland. Overal waar de overheid de laatste jaren onbekommerd heeft geleend van de rente was toch negatief, is het investeringsgeld tegen de plinten aan het klotsen. Dat geld zoekt een uitweg, en vindt die zeker niet in de kapitaalmarkt want zoals gezegd: de rente is zeer laag. Dus wordt het huizen. Of gas, zoals de laatste tijd.

#2.8 Hans Custers - Reactie op #2.7

Volgens mij slapen de mensen nog niet en masse op straat

De woningcorporaties zijn inderdaad (nog) niet helemaal om zeep geholpen. Laten we hopen dat dat zo blijft.

volgens mij is ‘gebrek aan een woning’ vooral ‘gebrek aan dynamiek’.

Waarom maak je van het gebrek aan betaalbare woningen (het werkelijke probleem) nu een gebrek aan woningen? Je snapt het verschil toch wel?

#2.9 KJH - Reactie op #2.8

Nee, ik snap het verschil niet. ‘Gebrek aan betaalbare woningen’ bestaat namelijk niet. Betaalbaar is voor iedereen anders. Als die duurdere woningen niet verkocht werden, dan zakte de prijs wel. En anders zijn je eisen te hoog. ‘Ik wil in 200m2 in het centrum van Amsterdam voor een modaal salaris en als ik dat niet kan krijgen dan is er een gebrek aan betaalbare woningen’. Ja, het is een hyperbool, maar geef effe aan – waar ligt de grens dan wel?

#2.10 Hans Custers - Reactie op #2.9

De antwoorden staan in #2.6.

Je bent flauwe, ontwijkende spelletjes aan het spelen. Of je dat nu zelf doorhebt of niet.

#2.11 KJH - Reactie op #2.10

Nee hoor. Je hebt gewoon geen antwoord op mijn vraag. Wat we willen is beleid. En er is geen beleid te maken op jouw gevoel – en ‘betaalbaar’ is een gevoel – omdat je jouw gevoel niet kunt kwantificeren.

#2.12 Hans Custers - Reactie op #2.11

Is het nou echt zo ingewikkeld? Natuurlijk is betaalbaar niet zomaar te kwantificeren. Niet omdat het een “gevoel” zou zijn, maar omdat het voor iedereen anders is. Voor een bijstandsmoeder is het iets totaal anders dan voor de CEO van Shell. Maar voor beiden is een dak boven hun hoofd een eerste levensbehoefte. Die de markt niet in gelijke mate voor iedereen blijkt te bieden. Mijn opvatting van beschaving is dat mensen die niet door de markt worden bediend voor hun primaire levensbehoefte, daar steun in krijgen. We hebben een overheid om dat soort dingen, namens de maatschappij als geheel, te organiseren.

#2.13 Co Stuifbergen - Reactie op #2.9

Waar ligt de grens?

Voor mij ligt een grens bij onzekerheid.
Bijvoorbeeld bij tijdelijke huurcontracten.

Een andere grens is als een huurder met een baan niet meer in staat is te sparen.

Voor mij is ook een grens, dat de prijs van een huis te veel boven de bouwkosten (plus de kosten van het aanleggen van een straat, riolering enz.) komt.
En dan niet alleen in het centrum van een historisch stadje, maar ook in een straal van 40 kilometer rond iemands werklocatie.

#2.14 KJH - Reactie op #2.13

‘Een huurder met een baan’ is ook een expat uit een ander, rijk, westers land. Wees precies. De Nederlandse, sub-modale huurder waar jij het ongetwijfeld over hebt, kan al decennia-lang niet meer sparen.

#2.15 Co Stuifbergen - Reactie op #2.14

Als de sub-modale huurder niet sparen kan, is inderdaad een grens overschreden.

Overigens komt een modale huurder ook niet echt aan sparen toe, in ieder geval niet voor een huis, want de huizenprijzen stijgen sneller dan z’r spaargeld.

#2.16 Co Stuifbergen - Reactie op #2.7

Het is fijn dat mensen nog niet “en masse” op straat slapen.
Maar de ellende begint al eerder:
– mensen die bij vrienden op de bank slapen
– jongeren die bij hun ouders blijven wonen
– mensen met een woning, maar met financiële zorgen
– mensen met een precair huurcontract (tijdelijk, zonder uitzicht op huurbescherming)

#2.17 KJH - Reactie op #2.16

Ik vind het heel moeilijk om al dat subjectieve gedram over woningnood een plek te geven: toen ik studentje was, heb ik ook gereisd. Ik heb ook wel bij vrienden op de bank geslapen. Heb ik ook ‘woningnood’ gekend. En ook toen werd er flink geklaagd. Met name in al die grote steden waar iedereen naartoe moest en zou, vanuit het gerieflijk huis in de provincie waar we allemaal vandaan kwamen. In welke mate is dat nu dusdanig anders, dat er daadwerkelijk overheids-ingrijpen vereist is? Ik krijg mijn vinger er maar moeilijk achter. Ja, huizenprijzen zijn debiel gestegen. Maar de hoeveelheid volwassenen per adres daalt al decennia jaar op jaar. Met andere woorden: de huizen die er zijn, worden ook steeds ‘leger’. Dat doen we ook zelf, he?

Aan de ene kant realiseer ik me dat de verdeling van kapitaal in deze maatschappij – in de wereld – verschrikkelijk scheef is op het moment. En dat het rente beleid van de ECB op dit moment, ons landje aan het opeten is. We zouden harder moeten protesteren. Maar ga daar maar aan staan, als iedere partij die uberhaupt mag mee doen met een formatie, geselecteerd wordt op Eurofiel-gehalte. Dus geprotesteerd richting Frankfurt wordt er waarschijnlijk alleen zachtjes, voor de buhne.

Aan de andere kant denk ik: laat de wal het schip maar keren. Die Amsterdammers (allemaal ver boven modaal, dat kan niet anders) komen er op gegeven moment wel achter dat er geen leraren, agenten, obers en – waarschijnlijker – billenwassers meer zijn die hen nog willen bedienen. Jammer voor hun. Wend je tot de private sector – billenwassen: 100 Euro per uur. Anders gaat ‘ie wel ergens anders billenwassen. Voor jouw billen tien anderen.

#2.18 Frank789 - Reactie op #2.6

Winst komt vaker uit hoeveelheid/massa, dan uit prijzen.
En er worden momenteel 11% minder woningen verkocht en het aanbod is zelfs 54% minder.
Bij de hypotheken 20% minder aanvragen.

https://www.nvm.nl/wonen/marktinformatie/
https://www.bnr.nl/nieuws/bouw-woningmarkt/10446488/aantal-hypotheekaanvragen-daalt-met-22-procent

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren

*
*
*