Waar zouden we zijn zonder de trein

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Het station van Rijswijk. Deze grauwe, kale vlakte noemen ze een plein. Niemand komt hier voor de lol. Het lijkt een beetje op een buitenwijk van Boekarest, gebouwd in de jaren zestig. De stationshal heeft de vorm van een glazen piramide: een Egyptische grafkelder. Binnen schijnt het licht bleek en kleurloos.

Het betreden van het perron zonder geldig plaatsbewijs is streng verboden!
Het kaartje valt pas nadat de reiziger zijn pincode heeft ingetoetst in de machine.

De trap af. Met elke stap wordt het donkerder. Om kosten te besparen, zijn de perrons aangelegd in een langgerekte rioolpijp. Als je aan de ene kant staat, zie je heel vaag in de verte de andere ingang. Het schaarse licht is grijs en grimmig.

Ook beneden is het stil als in een mausoleum. Deze nauwelijks verlichte spelonk is zo ontworpen, dat de gure wind er altijd met dubbele kracht doorheen blaast. Geen frisse bries zoals buiten, maar een constante trek. Wachthokjes of schotten ontbreken: men kan op geen enkele manier kan schuilen voor deze ongezonde, snijdende tocht.

Een onheilspellend gerommel in de verte. Een trein! De reiziger doet opgelucht een paar passen naar voren, klaar om in te stappen. Zo snel mogelijk weg uit dit godverlaten oord. Met grote snelheid komt het monster aangeraasd. Verblindende koplampen. Men kan nog net achteruit springen om niet te worden meegezogen in de wind. Met veel lawaai en licht raast de machine voorbij. Er zijn geen mensen te onderscheiden achter de raampjes, daarvoor gaat het veel te snel. Drie rode achterlichtjes laten de eenzame reiziger verbluft achter op het lege perron.

De unheimische stilte die volgt op het geweld is des te beklemmender. Kou trekt op uit de grond. Er hangen druppels aan het betonnen dak. Hoe zou het zijn om een rat te zijn?

Regelmatig passeren er nu treinen in volle vaart. De luchtverplaatsing is gigantisch, de reiziger zet zich schrap. Even komt de gedachte: ik laat me meezuigen in de wind. Te worden vermorzeld onder stalen wielen is misschien zo gek nog niet.

De enige kleur komt van de graffiti, die overal is aangebracht door anonieme vandalen. De betonnen muren hebben een bont aanzien, maar het zijn geen vrolijke kleuren. Het zijn teksten of namen, die voor niet-ingewijden niet te ontcijferen zijn. In deze onderwereld heersen andere wetten, andere codes. De bodem van de vuilnisbak is lang geleden met geweld losgetrokken. De stalen klep klappert af en toe onheilspellend in de wind. De bovenkant van de bekladde bak draagt brandsporen.

Hoe langer je hier staat, met tranende ogen kleumend in de kou, des te drukkender wordt de stilte.
In de verte klinken holle voetstappen, die steeds dichterbij komen. Degene die eraan komt is nog maar een klein figuurtje, ver weg, aan het begin van de tunnel. Het perron is lang. De voetstappen blijven komen, onafwendbaar. Steeds dichterbij. Verder is er niemand. Niet bewegen nu… Niet kijken!

De wachtende reiziger slaakt een zucht van verlichting als de ander gewoon doorloopt. Die zucht klinkt onverwacht hol en hard in de stilte. Je schrikt er van. Voor hetzelfde geld hoort de voorbijganger het ook, draait hij zich om en steekt hij alsnog een mes tussen je ribben. De geur van de angst kan rare dingen doen met mensen. Wie zal je hier helpen in dit ijskoude voorportaal van de hel?

Onverwachts gebeurt er toch nog een klein wonder: een moedige machinist trotseert de dreiging en brengt zijn trein piepend tot stilstand. De anticiperende reiziger had zich al in het midden van het kilometerslange perron opgesteld, maar uiteraard stopt de trein steevast helemaal aan het begin of helemaal aan het einde. Ook al sta je al een half uur te wachten in de kou, je moet dus toch nog altijd rennen om de trein te halen. Ouderen redden dat meestal niet. Als zij, verzwakt reeds door het kille, vochtige klimaat hier onder de grond, hijgend en puffend eindelijk de laatste wagon hebben bereikt, horen ze het snerpende fluitje en zien ze de elektrische deuren voor hun neus dichtgaan. Pesterig blijft de trein nog even staan, om dan heel langzaam weg te rijden, de reiziger vertwijfeld achterlatend. Binnen in de trein zag er gezellig uit. De passagiers hadden geen oog voor de kleumende oudere.

Grote angstige ogen achter dikke brillenglazen. De dreigende stilte is terug. Er is nu een soort gezoem hoorbaar. Het bloed stroomt traag in deze vrieskou. Toch maar even zitten. Beton is hard, maar als de benen moe zijn… Buiten is ver weg. De pijn zakt weg. ‘Moe… moeie benen…even zitten’. Het treinkaartje vastgeklemd in benige vingers met blauwe aders. Het trillen stokt. Dan dwarrelt het kaartje weg, meegenomen door de wind. Op weg naar het grijze licht in de verte.

0

Reacties (9)

#1 Carlos

het is er inderdaad zo gruwelijk als u had beschreven:
http://milov.nl/cat/station%20rijswijk

  • Volgende discussie
#2 Escobar

sterker nog, ik heb afgelopen 1,5 jaar dagelijks de gruwelen van dit station moeten ondergaan (vanwege mijn werk elke dag van Amsterdam naar Rijswijk). Gelukkig werd deze ervaring dagelijks gelardeerd met met een snufje NS stiptheid….
Dit was genoeg reden voor ontslag,en verhuizen naar een ander land.
Volgende week begin ik te werken in Brazilie. (geen grap)

  • Volgende discussie
  • Vorige discussie
#3 Carlos

Prachtig, Brazilië daar zou ik wel willen zitten! Veel succes daar!

  • Volgende discussie
  • Vorige discussie
#4 Lilith

Vroeger zag het er heel anders uit, gewoon een klein stationnetje zoals je ze overal zag. Gewoon nog een perron waar je van af kon springen als je het niet zag zitten, geen beveiliging, alleen een perron gemaakt van stoeptegels waar de trein dan langs stopte voordat ie door ging naar Rotterdam. Niets onder de grond gestopt, gewoon nog in de buitenlucht. Ik heb er jarenlang in de buurt vertoefd, mijn school (eigenlijk scholen, want het bestond uit twee gebouwen) was er dichtbij. Stuivers op de rails leggen, stiekem roken met een groepje, kijken hoe de treinen voorbij razen.
Het station ligt in een gedeelte van Rijswijk waar je inderdaad het liefst nog niet dood gevonden wil worden. Portiekflats, drie lagen hoog, kleine balkonnetjes. Vieze etensluchten al vroeg in de middag. Gebraden vlees, sudderend in goedkope bakboter. Nee, ik heb er nooit aan kunnen wennen als ik door die wijken heen fietste naar huis. Waar ik vandaan kwam (Oud-Rijswijk, in een herenhuis, vlakbij de oude kern), daar had je die luchten niet.

  • Volgende discussie
  • Vorige discussie
#5 Sik

Wat is dat toch met dat beleid van de NS om overal van die hypermoderne volledig vervreemdende glasketens neer te zetten ipv het herstel van de oude pittoreske stationnetjes. In Sittard, waar ik vandaan kom, staat ook zo’n moloch en ik vraag me af waar die oude stationnetjes inmiddels nog te vinden zijn (waarschijnlijk op plekken waar nauwelijks treinen komen?).

  • Volgende discussie
  • Vorige discussie
#6 Siquo

Mijnheer Bosboom, mijn complimenten, ik begon reeds te twijfelen aan uw competenties als redactielid van Sargasso maar dat heeft u nu weer ruimschoots goedgemaakt. Dank voor deze prachtige schets.

  • Volgende discussie
  • Vorige discussie
#7 MarcoH

Bosboom goes VandenB… :-(

  • Volgende discussie
  • Vorige discussie
#8 caprio

Ja, ik sluit mij aan. Hoewel ik besef dat het een gruwelijk station moet zijn, is de beschrijving zodanig dat zij de strekking van het verhaal tegenspreekt. De pyramide als voor het Louvre, je zou haast denken dat Rijswijk grandeur heeft! Ook het beeld van oudjes die opgezogen en verpletterd worden door voorbijrazende treinen, is erg levendig.
U gaat vooruit in uw schrijven, ik moet het ook bekennen. Af en toe nog wat stijfjes, maar erg talentvol geschreven!
(Komt dit beetje overtuigend over ter aanmoediging?)

  • Volgende discussie
  • Vorige discussie
#9 J.N. Bosboom

O ja, dat was ik nog vergeten toe te voegen: wie schreef dit en in welk boek?

  • Vorige discussie