Vroege joggers

Logo Sargasso 5 jaar!Met M. op visite bij mijn ouders geweest. Ze hadden, zoals vaak, weinig nieuws te melden. Ma was weer erg zorgzaam en pa zat weer ouderwets op kleine criminelen te kankeren. Van ma hoorde ik wel een sterk verhaal over een vrouw die een familielid na vele jaren in het verzorgingstehuis was komen opzoeken. En ma had net dienst. “Goh, dat is nou toevallig zeg. Die is net gisteren overleden!”, had ma tegen de vrouw gezegd. Boing! Haar Rotterdamse directheid liet haar nooit in de steek. Voor mij was het wel een aanmoediging om weer eens het graf van oma F. te bezoeken, samen met M. en H. Oma F. was alweer vier jaar dood, rekende H. tijdens de wandeling naar het kerkhof uit. Ik schrok ervan. Vier jaar alweer? En nu ging ik pas voor het eerst naar haar graf?

Het viel me tegen dat er niets op het graf lag. Niet eens een uitgedroogd boeketje. Wie in de familie was er eigenlijk voor het laatst geweest? De hele familie, behalve ik, woonde op nog geen kilometer van het kerkhof. Elders zag ik bloemen liggen op een graf van iemand die al twintig jaar dood was. Twintig jaar! Ik vond het een hele prestatie van die ene man of vrouw die na twintig jaar nog steeds een graf van bloemen voorzag. Die dode persoon moest wel heel bijzonder zijn geweest. Een verzetsstrijder uit de Tweede Wereldoorlog, gokte ik. In elk geval iets heel dappers.

Het graf van P. lag op hetzelfde kerkhof. Ook daar ben ik nog even langs geweest. P. was al tien jaar langer dood dan oma F., maar was pas elf toen hij overleed door een verkeerde diagnose van de – inmiddels ook al overleden – dokter H. Veertien jaar dood, dat was best wel een lange tijd. Op het graf lag een vers bosje bloemen en een kerststukje met kaarsen erin. De laatste keer dat ik P. zag, kon ik me nog goed herinneren. Hij had een tentje in de achtertuin opgezet. Ik had nog samen met hem in het tentje gezeten, maar waarom weet ik niet meer precies. Ik herinner me wel dat hij een pincet had gekregen. Was het voor zijn verjaardag? Geen idee. Wat moest een puber met een pincet? In het tentje had hij kleine beestjes zitten martelen. Ik wist zeker dat die dag een spin en heel veel andere akelige kleine beestjes de marteldood waren gestorven door die pincet. Twee dagen later overleed P. aan de rode hond.

M. zit trouwens onder de uitslag. Ze krabt haar hele lijf open. Vanavond zijn we, beiden vermoeid, van T. C.S naar huis gefietst. Onderweg werden we, al fietsend, ingehaald door een jogger. Zo langzaam waren we aan het fietsen. “Die is zeker pas begonnen”, zei M. cynisch. Ik lachte. M. heeft weinig op met opscheppers. Ze haat opscheppers. En eigenlijk ben ik het roerend met haar eens. Grote opscheppers verdienen het niet om te leven, vooral joggers niet die al om 1:00 uur over straat rennen.