De formatie: verzoening als rookgordijn

Er is een hardnekkige misvatting in het Haagse debat over polarisatie: dat die verdwijnt zodra je de juiste mensen rond dezelfde tafel zet. Alsof maatschappelijke spanningen het gevolg zijn van logistiek falen. In de NRC-opinie van historicus en politicoloog Kemal Rijken waarin wordt betoogd dat het betrekken van rechts bij de formatie Nederland dichter bij elkaar zou brengen, wordt die misvatting niet alleen herhaald, maar verheven tot morele plicht.

De redenering klinkt redelijk. Nederland is verdeeld. Er is wantrouwen. Er zijn kiezers die zich niet vertegenwoordigd voelen. Dus moeten partijen die zichzelf profileren als anti-establishment worden opgenomen in het bestuur, om zo het systeem weer geloofwaardig te maken. Het probleem is niet dat dit idee nieuw is, maar dat het telkens opnieuw wordt gepresenteerd alsof het een neutrale observatie is, en geen politieke keuze met duidelijke winnaars en verliezers.

Wat hier gebeurt, is dat polarisatie wordt gedefinieerd als een communicatieprobleem. Te weinig luisteren. Te weinig samenwerken. Te veel morele scherpte. Daarmee wordt de inhoud buiten beeld geschoven. Alsof het er niet toe doet waaróver men verdeeld is. Alsof de kloof tussen partijen primair gaat over stijl, toon en temperament, en niet over fundamentele meningsverschillen over rechtsstaat, minderheden, wetenschap en macht.

De oproep om rechts bij de formatie te betrekken wordt verkocht als verzoening, maar functioneert in de praktijk als normalisering van extreem gedachtengoed. Het suggereert dat partijen die structureel twijfel zaaien over instituties, rechters wegzetten als politiek instrument en media als vijand framen, gewoon een andere smaak in het politieke spectrum vertegenwoordigen, en dat hun beleidsagenda’s evenzeer consensus-zoekend zijn als die van de andere partijen. Dat is geen brug bouwen. Dat is doen alsof de rivier niet bestaat.

Er zit ook iets gemakzuchtigs in de vergelijking met consensusmodellen elders. Zwitserland, waar radiaal rechts al decennia meeregeert, wordt er vaak bij gesleept, alsof dat land niet beschikt over een totaal andere politieke cultuur, met directe democratie, andere institutionele remmen en een lange geschiedenis van compromisvorming. In Nederland wordt consensus vooral bereikt door eindeloze vergaderingen en het uitruilen van symbolische overwinningen, niet door structurele betrokkenheid van burgers. Rechts in het kabinet trekken lost dat niet op.

Wat opvalt, is dat de kosten van deze vermeende verzoening zelden expliciet worden gemaakt, ook hier niet. Want welke standpunten worden ingeslikt? Welke grenzen worden verlegd? Welke woorden worden ineens salonfähig omdat ze nu “meeregeren”? Welke bevolkingsgroepen zijn de dupe?  Polarisatie verminderen klinkt sympathiek, maar het is geen waardevrij doel. Soms is polarisatie het gevolg van valide verzet tegen ideeën die simpelweg slecht zijn. Dat conflict wegmanagen is geen deugd.

De onderliggende boodschap van het pleidooi is dat democratische volwassenheid betekent dat je iedereen binnenhaalt. Maar volwassenheid kan juist ook betekenen dat je erkent dat niet elke politieke stroming bijdraagt aan een stabieler, rechtvaardiger samenleving. Het weigeren van samenwerking is dan geen uitsluiting, maar een harde grens. Grenzen zijn onmisbaar in elke democratie die zichzelf serieus neemt.

Het ironische is dat juist het eindeloos praten over verbinding en verzoening vaak leidt tot meer cynisme. Kiezers zien hoe principes vloeibaar worden zodra macht in zicht komt. Hoe stevige woorden over democratische waarden verdwijnen zodra ze lastig worden. Dat voedt precies het wantrouwen dat men zegt te willen bestrijden.

Nederland wordt niet dichter bij elkaar gebracht door radicaal-rechts automatisch bij de formatie te betrekken en standpunten die polarisatie juist voeden te normaliseren. Het wordt dichter bij elkaar gebracht door helder te zijn over wat wel en niet onderhandelbaar is. Door te erkennen dat sommige tegenstellingen niet het gevolg zijn van miscommunicatie, maar van echte, inhoudelijke breuken. En door op te houden met doen alsof politieke harmonie altijd beter is dan openlijk conflict. Soms is conflict geen probleem dat opgelost moet worden, maar een signaal dat iets fundamenteel schuurt. En dat signaal dempen is geen verzoening.

Reacties (9)

#1 Gajes

Zowiezo om zoiets in het NRC te zetten. “Weet je wat mij een goed idee lijkt ? Annabel Nanninga als minister van Deportatie. En Eerdmans op ministerie van Corruptie. Gaat helemaal goed komen met Nederland en ik wilde toch al graag terug naar Turkije.”

Maar 20% heeft gestemd op links dus die kunnen we opzij schuiven want democratie is lastig, volgens Kemal.
Laten we gewoon gezellig het opkomende fascisme negeren om ons heen en het verder ontwikkelen op eigen bodem. Dat zei die dan niet maar ik denk dan gelijk, je bent gekocht. No way dat een historicus en een politicoloog dat over het hoofd ziet op de rokende puinhopen vd PVV.

Dus door mijn roeptoeter roeptoeter ik, zeg het NRC op, want Wijers + Kemal = ik geef mijn geld liever aan FtM.

#2 Co Stuifbergen

Ik denk dat (met name linkse) partijen een compromis ook niet moeten verkopen als “een fantastisch resultaat, voor ons en toekomstige generaties” ofzo, maar gewoon erkennen waar ze ingeleverd hebben, en wat ze daarvoor gekregen hebben.

(en als ze niet kunnen vertellen wat ze gekregen hebben, is het waarschijnlijk geen goed compromis).

#2.1 Ronzhu - Reactie op #2

Goed punt, want Joost zijn betoog ten spijt, we worden natuurlijk gewoon geconfronteert met een voldongen feit, tenzij je niet formeren als optie ziet. pragmatisme leert dat er met zo’n rechtse partij gepraat moet worden (denk nu bijv. aan de VVD, die niet onderdoet voor radicale partijen wat betreft de punten die Joost noemde over een stabiliteit en rechtvaardigheid). Dat kun je wel iets roepen over grenzen, maar dan wat? Dan mag de PVV proberen te formeren? En dan? Eindeloze herverkiezingen en verlamming waarbij de grenzen alleen maar dieper in het zand worden getrokken?

Lijkt me nogal een recept voor een eindeloos demissionair kabinet Schoof.

#2.2 Joost - Reactie op #2.1

Het punt is ook dat radicaal-rechtse partijen veel ‘standvastiger’ zijn in hun posities, vooral ook omdat ze electoraal niets te winnen hebben met compromissen. Het antwoord daarop moet voor links niet zijn om dan maar richting rechts op te schuiven. Sterker nog, die partijen zitten al op de qua overton-window uiterst rechtse mogelijkheid en zullen elke verschuiving direct aangrijpen om nog verder op te schuiven en zo onze rechtsstaat en democratie verder uit te hollen.

Ook dit stuk in het NRC maakt duidelijk dat links en midden worden aangesproken op het feit dat rechts weigert compromissen te sluiten.

#3 Jos van Dijk

Helaas tellen in de kabinetsformatie goede ideeën minder zwaar dan de uitslag van de verkiezingen. En slechte ideeën verdwijnen niet door de aanhangers buiten te sluiten. Nederlanders stemmen in meerderheid rechts. Daar kan Jetten weinig aan veranderen en zeker niet met de VVD.

#3.1 Joost - Reactie op #3

Maar waarom is de uitkomst dan dat linkse partijen water bij de wijn moeten doen en de populistische niet? Dat is een asymmetrie die vrij problematisch is

#3.2 Jos van Dijk - Reactie op #3.1

Linkse partijen zijn helaas in de minderheid ondanks hun betere ideeën. Asymmetrie, inderdaad: in de verkiezingsuitslag.

#3.3 Joost - Reactie op #3.2

Niet helemaal, al tijden wordt de ‘niet-gehoorde’ rechtse stem belangrijker geacht dan de linkse. Extreem-rechts is in Nederland echt niet groter dan links, maar bepaalt de laatste tijd wel het politieke verhaal. En dat zijn links en midden aan te rekenen

#3.4 Hans Custers - Reactie op #3

Dat Nederlanders in meerderheid rechts stemmen is niet het grootste probleem. Het ergste is dat ze dat blijven doen, terwijl de hele rechterkant alsmaar verder radicaliseert. En polarisatie is het middel waarmee uiterst rechts alles steeds verder naar rechts trekt: kiezers, andere partijen, journalisten, duiders en zelfs wetenschappers. Dat gebeurt ondertussen al zo lang, dat je zou mogen verwachten dat met name journalisten, duiders en wetenschappers dat doorzien. En dat ze dus snappen dat de inzet van polarisatie als manipulatie-techniek niet ophoudt als je die beloont. Integendeel. Radicaal rechts belonen met regeringsmacht stopt de polarisatie dan ook niet, maar zal die eerder versterken. Dat iemand als Rijken – historicus én politicoloog – dat nog altijd niet inziet is onthutsend. Zo iemand is geen deel van de oplossing, maar deel van het probleem.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren

*
*
*