Tweedeling

COLUMN - Ik was de veertig nog niet gepasseerd toen ik mijn eerste economische model bedacht. Een mens doet wel eens rare dingen. Het begon met een onschuldige gedachte: een samenleving valt niet noodzakelijk samen met zijn economie, dat zijn twee verschillende dingen. Hoewel je daarbij in eerste instantie kunt denken aan een nationale samenleving die opereert in een globale economie, kan het ook andersom. Dat was mijn tweede onschuldige gedachte. Als je een economie ziet als een ingewikkeld netwerk waarbinnen geld, goederen, diensten, arbeid en nog zo wat ongeregeld worden uitgewisseld, dan zou het in theorie mogelijk moeten zijn dat er binnen één samenleving bijvoorbeeld twee economieën naast elkaar functioneren, vooropgesteld dat er – toevallig of om een andere reden – een contactarme kloof bestond of ontstond tussen die twee economische netwerken.

Destijds woonde ik in een buurt waar nogal wat sociale achterstand heerste. Veel bijstandstrekkers en arbeidsongeschikten en bijgevolg ook verschijnselen van een ‘informele economie’: een kringloopwinkel, een weggeefwinkel, een buurtcentrum dat een soort ruilhandel in diensten faciliteerde (ik verf jouw muren, jij past op mijn kinderen), een heel grote vrijwilligerscentrale en niet te vergeten een daklozenopvang waarvan enkele cliënten zich verdienstelijk maakten met het schoonhouden van de straat en het bezorgen van huis aan huis bladen. Door die omgeving werden mijn gedachten al minder onschuldig. Stel dat die twee economieën niet naast, maar boven elkaar bestonden?

Bovenin zou dan de ‘echte’ economie spelen: de economie waarover we lezen in de krant en waarmee politici hun kiezers sarren; de economie die – mits op de juiste wijze gehanteerd – levens kan maken en breken, wat zeg ik: samenlevingen kan maken en breken, díe economie. Onderin de samenleving zou dan iets functioneren dat leek op die informele economie in mijn buurt, maar dan veel groter. In theorie – aldus mijn gedachtenexperiment – zou het mogelijk moeten zijn om beide netwerken onafhankelijk van elkaar in de lucht te houden, op voorwaarde dat er voldoende kritische massa was: genoeg mensen dus om de kringloop van goederen, diensten, geld en arbeid op gang te houden.

Als wat ik dacht ook echt kon, dan zou onderin sprake zijn van een economie waarin – zoals het Spaanse spreekwoord zegt – twee (of meer) wrakken elkaar drijvende kunnen houden, waarin mensen slechts aan het overleven waren, mensen die in wezen niet meer meededen en niet meer meetelden. Op dit punt aangeland had mijn gedachtenexperiment alle onschuld verloren. Maar misschien was het wel heel raar wat ik allemaal bedacht had; ik ben geen econoom. Op mijn werk deelde ik mijn verzinsels met collega’s en daar was wel een econoom aanwezig. Zijn commentaar was kort: ‘Ja hoor, dat heet een tweedeling in de maatschappij!’ Het economische model in de dop dat ik als bijna-veertiger had bedacht, bleek gewoon een ingeburgerd politiek begrip te zijn.

Nu ik de vijftig wel zo’n beetje gepasseerd ben, is daar sinds kort een nieuwe gedachte bij gekomen. Zo hier en daar kwamen de laatste tijd wat nieuwsberichten voorbij waar ik een lijn in meende te herkennen. Nieuwsberichten over taakstraffen en tegenprestaties voor de bijstand en over hoe die soms erg op elkaar kunnen lijken; nieuwsberichten over Friese maatregelen met bijstandstrekkers die verplicht aan het werk worden gezet; over experimenten met aspergesteken en ander land- en tuinbouwwerk. Ik kan zo nog wel even doorgaan, maar na lezing van het hierna volgende zal wel ongeveer duidelijk zijn welke nieuwsberichten mij zoal zijn opgevallen.

Er is een tweedeling aan het ontstaan in het denken over de betekenis van het begrip ‘werk’. Aan de ene kant hebben we wat altijd al ‘werk’ werd genoemd: iemand maakt een goed of levert een dienst en krijgt daar, per stuk, per uur of per maand voor betaald. Het is werk waarmee je ‘een bijdrage aan de samenleving’ heet te leveren. Maar daarnaast bestaat er ook ‘werk’ dat niet gezien wordt als bijdrage aan de samenleving, maar als tegenprestatie áán die samenleving. Het is een tegenprestatie omdat je iets verkeerd hebt gedaan en dat goed moet maken, of omdat die samenleving je onderhoudt in een situatie waarin je dat zelf niet kunt. Niet zelden wordt over die laatste groep mensen gesproken in termen van de eerste: wie zichzelf niet onderhoudt, benadeelt daarmee de samenleving.

En zo komt het dat geheel niet vrijwillige taakstraffen en niet geheel vrijwillige tegenprestaties voor de bijstand zoveel op elkaar kunnen lijken: werk met een extreem lage status, vuil werk, rotwerk. Wie iets goed te maken heeft met de samenleving mag het doen. Pardon: moet. Als deze ontwikkeling een beetje wil doorzetten, maken onze kinderen de heruitvinding van de slavernij nog mee.

Via Les Clochards

  1. 2

    Dit -IS- slavernij. Of wellicht een voorstadium daarvan: dwangarbeid. Het is in ieder geval een eindpunt van een zekere mate van beschaving die deze samenleving bereikt had.

  2. 3

    De trend naar nieuwe slavernij is wat mij betreft al duidelijk ingezet. Niet onverwacht lopen de VS voorop:
    ‘Inmates to strike in Alabama, declare prison is “running a slave empire” ‘
    http://www.salon.com/2014/04/18/exclusive_prison_inmates_to_strike_in_alabama_declare_they%E2%80%99re_running_a_slave_empire/

    In de VS is inmiddels de term “Prison Industrial Complex” bedracht voor deze vorm van slavernij: http://en.wikipedia.org/wiki/Prison%E2%80%93industrial_complex
    Bedrijven die gevangenissen uitbaten lobbyen voor zwaardere straffen omdat elke gevangene hen geld oplevert.

  3. 4

    Hier in de stad zie ik ze elke dag het plein schoonmaken. De oranje bodywarmers die ze dragen ogen nog een beetje als echte werkkleding maar ze dragen allemaal een ordinaire grijze huisvuilzak zoals die in de supermarkt te koop is en daaraan zie je dat het geen echte werklieden zijn. Jammer dat de SP die hier de dienst uitmaakt deze mensen zo voor lul laat lopen.

  4. 6

    @3

    In Nederlandse gevangenissen moeten gevangenen ook werken voor bijna niets (hoewel ze natuurlijk ook een dak boven hun hoofd en eten krijgen). Maar ja, daar kun je tenminste nog van zeggen dat ze veroordeeld zijn voor een misdaad.

  5. 7

    heruitvinding van de slavernij

    Ik denk, dat m.n. populistisch rechts zich erg tegen het gebruik van die term zal verzetten, want daar hebben we zulke slechte herinneringen aan, dat we die term pas weer mogen gebruiken als we massaal willekeurige mensen uit Afrika naar de nieuwe wereld gaan brengen… Sorry, hebben gebracht. Anders is het nog te vroeg voor die vergelijking.

  6. 8

    Past perfect binnen neoliberalisme en Amerikanisering van de economie. Je valt buiten de boot? Eigen schuld, dikke bult!

  7. 10

    @8: Het is niet alleen een Amerikanisering van de economie, maar ook van de samenleving. In de VS weten ze al heel lang hoe je kunt zorgen dat de solidariteit tot de grond wordt afgebroken: verkapt (of openlijk) racisme. Verdeel en heers.

  8. 11

    Poster: Zo Jetta! Nog geen reactie van Klaas Knot of Mario Draghi gehad?

    Tekst: hoe zo’n economie zou moeten functioneren, houdt me al sinds 2002 bezig, toen Bernard Lietaer met zijn boek ‘De toekomst van het geld’ kwam. In Japan schijnt zoiets aardig de functioneren, maar hier komt het niet op gang, volgens mij om de volgende redenen:

    1. Er blijft een bijstandszweem om heen hangen.
    2. Mensen beschouwen euro’s als echt geld en hebben die nog steeds 1000 maal liever.
    3. De echte wil om zoiets op te zetten ontbreekt.
    4. Het is aan de goegemeente niet duidelijk uit te leggen, wat je er nu precies mee wil.

  9. 14

    Dwangarbeid moet je saboteren.
    Onnodig veel uitleg vragen, steeds maar weer. Fouten maken omdat je het niet begrepen hebt. Eindeloos in discussie gaan. Jouw gereedschap vergeten, achter laten. De baas niet verstaan, niet horen. Voorschriften negeren en de arbodienst daarvoor inschakelen. Milieuregels overtreden en een milieuambtenaar inseinen. De mogelijkheden zijn eindeloos.

  10. 15

    Vraag niet wat uw land voor u kan doen, maar vraag wat u voor uw land kunt doen.

    “de economie” is belangrijker dan de mens.
    Werk boven inkomen!
    Huren? Nee, kopen!

    Wanneer is het fout gegaan?

  11. 17

    @16: Ik ben de verloren onschuld zelve. Alles natuurlijk wel dusdanig dat het niet verwijtbaar is. Geloof me het kader (zeg maar de kampbeulen) worden er gek van.

  12. 18

    @16, @17: Je kunt je werk ook prima saboteren door je juist heel precies aan de regeltjes te houden. Stiptheidsactie heette dat vroeger, en het wordt er alleen maar makkelijker op. Want dankzij modieuze Amerikaanse managementideologie werken we steeds meer volgens regeltjes en protocollen die zijn bedacht door mensen met een MBA-diploma; mensen die zelf nergens verstand van hebben, behalve van spreadsheets met winstcijfers.

  13. 19

    @15 die quote van ‘vraag niet wat uw land voor u kan doen, maar vraag wat u voor uw land kunt doen’ mag dan van Kennedy zijn, maar ik hoor er altijd Mussolini in. Het zou wel eens langer geleden mis gegaan kunnen zijn dan menigeen denkt.