The Dark Knight Rises stelt toch een beetje teleur

Mark Kermode is een van mijn favoriete filmrecensenten van dit moment (The Observer, BBC Radio 5). Hij heeft meestal wel een invalshoek of een inzicht waar je zelf nog niet op was gekomen. En zelfs als je er wel aan had gedacht, weet hij films tenminste met verve af te kraken, vaak om dezelfde dingen waar ik mij zelf ook al aan stoorde.

Kermode is lyrisch over zo’n beetje alles wat Christopher Nolan maakt, en dat geldt ook voor The Dark Knight Rises.

Nolan laat zien dat je het grote publiek best complexe films kunt voorzetten, met verschillende verhaallijnen en een ingewikkeld plot waar je je hoofd bij moet houden om de draad niet te verliezen. Het hoeft niet allemaal voorgekauwd te worden, en er mag de tijd genomen worden om karakters emotioneel uit te diepen voordat alle pief-paf-poef losbarst. Een verademing, meent Kermode.

Batman Begins, The Dark Knight en Inception bewijzen dat het popcornpubliek best bereid is te kauwen op een arthousefilm, zolang je het maar goed verpakt, aldus Kermode, en dat lang niet iedereen zit te wachten op Transformers deel numero zoveel.

Toegegeven, wanneer we Nolans Dark Knight-trilogie vergelijken met de Batmanversie van Tim Burton of het campy aftreksel dat Joel Schumacher daarvan maakte, dan lijken de eerdere films inmiddels cartooneske karikaturen. Nolans visie op Batman is duister, groezelig en in overeenstemming met de wetten van de fysica, voor zover dat laatste tenminste kan in een superheldenfilm.

Misschien ben ik na twee Nolan-Batmanfilms verwend. Maar verscheidene gapende plotgaten en complete gebrek aan plausibele motivatie bij de aartsschurk stoorden me tijdens het kijken van de film al, en het knagen werd in de dagen erna niet minder. Hoe komt Bruce Wayne binnen minder dan een halve dag van Zuid-Oostazië terug naar Gotham zonder een cent op zak? Waarom loopt commissaris Gordon dagenlang rond met een document in zijn jaszak dat een schandaal kan ontketenen dat Gotham op z’n kop zal zetten?

Een goede aartsschurk heeft een geloofwaardige motivatie nodig. Bij Heath Ledgers Joker was deze duidelijk: hij is een agent van de chaos. Hij verwierp de comfortabele patronen en systemen die mensen ontwerpen en uit alle macht trachten in stand te houden om maar de illusie te handhaven van orde en bestaanszekerheid.

De Joker ontregelde de maatschappelijke systemen moedwillig om de mensen de waarheid onder ogen te laten zien dat de instituties en routines waarin men z’n vertrouwen stelt, een façade scheppen: er hoeft maar iets te gebeuren en onze systemen vallen ineen, waarna de brave burgers zich als roofdieren tegen elkaar keren. En hij schiep er een duivels genoegen in om deze processen in werking te zetten en te zien uitspelen.

Bij Bane is een dergelijke motivatie echter slecht uitgewerkt. Voor een goed deel is dit te wijten aan het gegeven dat The Dark Knight Rises teruggrijpt op Batman Begins: net als Rā’s al Ghūl met zijn League of Shadows wil ook Bane Gotham City verwoesten en haar inwoners straffen vanwege haar zonden en haar decadentie.

Vraagje: waarom in vredesnaam? En waarom nou juist Gotham of all places?

Oké, dit is het post-9/11 tijdperk enzo, en er lopen daadwerkelijk terroristen rond die zo over het Westen denken. Maar die zienswijze valt te verklaren vanuit hun gepolitiseerde en apocalyptische religieuze denkkader, tegen de achtergrond van de oorlogen en marionettenpolitiek die de VS als leider van het vrije Westen voert in het Midden Oosten. Maar waarom een Rā’s al Ghūl of Bane Gotham City nu zo haat, dat heb ik nooit begrepen, noch waarom hij van alle Westerse of van alle Amerikaanse steden nu zo gebrand is op uitgerekend déze ene stad.

Van Bane krijgen we wat leuzen à la Occupy te horen over het teruggrijpen van de macht door het volk en tegen de corrupte elite die net doet of de stad van hen is, waarmee hij de man in de straat op wil hitsen tegen de rijken en tegen Gothams versie van Wall Street. Hij zegt nog net niet dat hij de 99% aanvoert. Maar het zijn holle frasen, die hij de inwoners van Gotham voorhoudt als een sleutel tot de deur van de cel die hij zelf om hen heen gebouwd heeft.

Je denkt als kijker geen moment dat de stad dit allemaal niet doorheeft of dat ze meegaat in Banes ‘revolutie’ (inclusief volkstribunalen). Onder meer omdat Nolan de innerlijke worsteling van gewone burgers met de situatie waar Bane hen voor stelt niet in beeld brengt. Dat reduceert het hele sociologische kat-en-muisspel, dat Bane beweert met de burgers van Gotham te spelen, tot een gekostumeerde terrorist met een bom die een stad ordinair in gijzeling houdt.

Als er al een verklaring is voor Banes handelen, dan is het een diepliggende misantropie, die dan zou moeten zijn ontsproten aan zijn ervaringen in een hellegat van een gevangenis ergens in nergenshuizen, waar gevangenen elkaar te lijf gaan om een vrouw te kunnen verkrachten, en zelfs kinderen niet sparen. Maar dit gegeven wordt in de film niet uitgewerkt. Bane blijft een karakter van bordkarton. En die gevangenis doet trouwens wel heel erg denken aan eenzelfde soort gat in de grond in de Chronicles of Riddick (2004).

Bovendien toont Nolan ons hoe dezelfde gevangenen voor elkaar zorgen en om elkaar geven, elkander een hart onder de riem steken en elkaar toejuichen bij hun ontsnappingspogingen. Dat hier een tegenstelling in ligt, die maakt dat verschillende karakters in de film tot radicaal andere keuzes komen, wordt door de regisseur niet uitgediept.

Nolan besteed zijn tijd liever aan de mentale worsteling van Bruce Wayne om weer in de latex huid van zijn alter ego te kruipen. Maar dat hadden we allemaal al een keer gezien in Batman Begins. Dat de regisseur het hier allemaal nog eens een keer dunnetjes overdoet, maakt dus ook niet zoveel indruk als de eerste keer.

Is The Dark Knight Rises dan een slechte film? Nee, in het geheel niet. Maar met zijn vorige Batman-rolprent heeft regisseur Christopher Nolan de lat dermate hoog gelegd, dat de afsluiter van de trilogie het, ondanks alle bombast en nog spectaculairdere actiescènes, eenvoudigweg niet haalt bij het vorige deel.

Beeld: promotieposter voor The Dark Knight Rises (2012)

  1. 2

    Van die trilogie vond ik ‘Batman begins’ een kutfilm. Kennelijk ben ik één van de weinigen want op IMDB wordt het nogal hoog aangeslagen. Het vervolg was heel goed te pruimen, maar het zou me niet verbazen als deel 3 er bij mij niet ingaat als ik lees dat het deels weer een herhaling van zetten is van die (in mijn ogen) kutfilm.
    Nolan is een verdienstelijk regisseur. ‘Inception’ en ‘Memento’ vond ik meesterlijk. ‘The Prestige’ ook bovengemiddeld.
    Geef mij maar de Tim Burton versies. Ook al is die acteur een miemel (iig niet de stoere bink die je op grond van de comics zou verwachten)

  2. 4

    Nolan is een zeer matige regisseur van actiescenes. Het einde van Inception is echt nauwelijks te volgen. Nolans grootste zwakte is echter romantiek; de scenes in Inception met DiCaprio en Cottilard zijn te drakerig voor woorden. Neem daarbij Nolans neiging zijn plots zo ingewikkeld te maken dat hij karakters constant enorme lappen expositie moet laten uitspreken en er desondanks toch enorme gaten vallen en je hebt een regisseur met een paar grote zwakke plekken.

    Niet dat Nolan nou een charlatan van het type Michael Bay is; hij heeft interessante ideeën – inhoudelijk, maar vooral visueel – en kan goed een lekker duister sfeertje neerzetten. Maar de Batmanfilms en vooral Inception zijn m.i. zwaar overgewaardeerd. Het is leuk vermaak dat een beetje verpest wordt door alle gewichtigdoenerij, meer niet.

  3. 5

    ik ben één van diegenen die Inception (zwaar over)waarderen. Ik hou van films met verschillende lagen, en daar heb je in Inception genoeg van. Het is het onderwerp ook.
    Nog liever zie ik trouwens films die ‘multi-interpretabel’ zijn, zoals Shutter Island en The usual suspects. Inception moet je een paar keer zien om alles tot je door te laten dringen, die andere twee kan je een paar keer zien en elke keer een ander verhaal zien.

  4. 8

    dat vond ik ook. Ik belandde in het genre door ‘Watchmen’ (vooral de ‘graphic novel’, de film is daar een flauwe afspiegeling van). Watchmen (geschreven door Alan Moore) drijft er trouwens ook de spot mee, bij de beschrijving van de vorige generatie Watchmen wordt beschreven hoe de één zich verstikt door met z’n cape in de draaideur te blijven hangen, een ander krijgt z’n ‘hood’ voor z’n ogen of zoiets, en meer van die ongemakken.
    Onderhand vreet ik alles, van pulp tot graphic novels.
    Het is de mythologie van deze tijd.

  5. 9

    Ik heb het ook niet zo op superhelden. Het schept toch altijd een soort emotionele barrière en je krijgt erg gemakkelijk een foute politieke ondertoon van “de uitverkorenen”. Batman heeft wel het voordeel op de rest van het zooitje dat hij geen echte superheld is. Maar het haalt het toch niet bij bijvoorbeeld Charles Bronson in Once Upon a Time in the West. Die heeft alleen een mondharmonica nodig om superheld te zijn.

  6. 10

    Kom op, die scenes tussen Leonardo DiCaprio en Marion Cottilard zijn zo verschrikkelijk slecht, echt sub-Bouquetreeksniveau. Dat ondermijnt het hele hart van het verhaal. Die arme Ellen Paige ook, al haar tekst is expositie. Dat is gewoon slecht film maken.