Het gelijk van de Tegenpartij

In 2011 verscheen het boek Diplomademocratie van Anchrit Wille en Mark Bovens. Aan de hand van opleidingsgegevens van kiezers en gekozenen laten zij zien hoezeer het politieke bedrijf nu vrijwel volledig in handen is gekomen van academisch geschoolden. 'Weg met de intellectuelen uit de Kamer' Wie in deze eeuw de Nederlandse politiek wil duiden, doet er verstandig aan niet alleen te kijken naar religie of inkomen, maar ook naar opleiding. Een van de eersten die dat aankaartten waren ‘Jacobse en Van Es’, de populistische alter ego’s van Kees van Kooten en Wim de Bie. In hun TV-satire in de jaren '80/'90 van de vorige eeuw richtten zij de fictieve ‘Tegenpartij’ op. Programmapunt nummer één van de Tegenpartij was: “Weg met de intellectuelen uit de Kamer en uit de regering.” Op de vraag van Tedje van Es: “wat er eigenlijk tegen intellectuelen is” antwoordde Jacobse: “Ik heb er niets bijzonders tegen, alleen dat zij alleen mekaar maar begrijpen, Van Es. Dat ze zich verschuilen in commissies en werkgroepen, in triootjes van wijze mannen, en dat ze godver, de godver, tonnen vangen voor het maken van plannen voor 1985. En beleidsnota’s en rapporten voor de jaren negentig. Maar het is de stront van 1981 waar we middenin zitten nou.” Zoals wel vaker legden Van Kooten en De Bie hun vinger op een zere plek. Democratie is in de kern lekenbestuur. Voor politieke functies heb je geen universitaire diploma’s nodig. Maar de realiteit is volstrekt anders. In de eerste editie van ons boek Diplomademocratie uit 2011 lieten we zien hoezeer de democratie in ons land sinds de jaren zeventig het domein is geworden van academisch geschoolden – de ‘intellectuelen’ van Jacobse en Van Es – en waarom dat een probleem zou kunnen zijn. Inmiddels zijn we bijna 15 jaar verder en hebben we in een volledige herziene nieuwe editie van ons boek de balans opgemaakt. Hoe staat het er nu voor met die spanning tussen diploma’s en democratie? We verkennen de stand van zaken aan de hand van tien observaties. Academisch geschoolden in de minderheid 1, We beginnen met de kiezers. Wie in een universitaire bubbel leeft denkt wellicht dat inmiddels vrijwel iedereen academisch is opgeleid. Dat is niet zo. Nog steeds is bijna twee derde van de kiezers lager of middelbaar opgeleid. In 2024 telde het CBS ongeveer twee miljoen mensen met een master-diploma en drie miljoen mensen met een bachelor-diploma. Dat betekent dat ongeveer 36 procent van de bevolking tussen de 15 en de 75 jaar een wo of een hbo-diploma heeft.[1] Elk jaar neemt dat percentage toe, maar het duurt nog heel lang voordat de universitair opgeleiden in de meerderheid zijn. In 2024 kreeg nog steeds 49 procent van de leerlingen in groep acht een advies voor een van de vormen van vmbo. [2] 2. Hoe zit het met de ‘intellectuelen’ in de Tweede Kamer? [3]In 2010 had 66 procent van de Kamerleden een wo-diploma en 22 procent een hbo-diploma. In 2021 bereikte hun aantal een voorlopig hoogtepunt en had 77 procent een wo-diploma en nog eens 16 procent een hbo-diploma. De resterende 7 procent had een mbo of havo/vwo diploma. Een aantal van hen had overigens wel gestudeerd, maar hun studie nooit afgemaakt. Bij de verkiezingen van 2023 daalde voor het eerst het aantal academici in de Kamer, naar 69 procent, en nam het aantal middelbaar opgeleiden iets toe. Dat kwam door de grote verkiezingsoverwinning van de PVV en de BBB. Deze partijen hadden relatief wat meer praktisch opgeleide Kamerleden. In 2025 verloren die partijen en zijn we weer terug op het oude niveau: 75,5 procent heeft een wo-diploma en 12,5 procent een hbo-diploma. De rest heeft een havo/vwo diploma – waarvan sommigen wel universitair zijn geschoold, maar nooit zijn afgestudeerd. Vijf Kamerleden, 3,5 procent, hebben een mbo-diploma 3. Die ontwikkeling in Den Haag staat niet op zichzelf. In het decentrale bestuur zie je inmiddels dezelfde ontwikkelingen als op het Binnenhof. Ook daar zijn de praktisch geschoolden vrijwel volledig uit de politieke lichamen verdwenen. De overgrote meerderheid van de lokale ambtsdragers is tegenwoordig hbo- of universitair geschoold. Om een voorbeeld te geven: in 1979 was 70 procent van de wethouders lager of middelbaar opgeleid; in 2024 gold dat nog maar voor 7 procent. Hetzelfde patroon zien we bij Statenleden en gedeputeerden en bij de waterschappen. Die ‘academisering’ speelt ook in het middenveld, bij belangenorganisaties, in het Europese bestuur en in het ambtelijk apparaat. Alle beleidsarena’s worden gedomineerd door universitair geschoolden. Een scheve politieke agenda 4. In 2011 spraken we de verwachting uit dat de groeiende dominantie van universitair opgeleiden in al deze arena’s ook gevolgen zou hebben voor de politieke agenda. Inmiddels weten we dat dat inderdaad zo is. Onderzoek van politicologen laat overtuigend zien dat er sprake is van scheve agenda’s: de thema’s die hoogopgeleiden belangrijk vinden, krijgen vaker prioriteit, terwijl onderwerpen die lager opgeleiden direct raken, minder snel op de agenda komen. [4] Jacobse en Van Es hadden dat destijds goed gezien. Maar deze dominantie reikt verder dan de politieke agendavorming. Ze werkt ook door in de manier waarop beleid wordt vormgegeven, uitgevoerd en geëvalueerd. In het hele beleidsproces zetten universitair opgeleide professionals de toon. 5. Vijftien jaar geleden wezen we al op de samenhang tussen die scheve vertegenwoordiging en politieke wantrouwen onder de meer praktisch opgeleide delen van de bevolking. Sindsdien is dat beeld alleen maar sterker geworden. Uit tal van onderzoeken blijkt dat veel praktisch geschoolden zich niet vertegenwoordigd voelen in de politiek. Zij zijn structureel cynischer over politiek en politici dan academisch opgeleiden. Een ruime meerderheid heeft het gevoel dat politici niet naar hen luisteren en dat hun stem geen enkele invloed heeft op het beleid van de regering. [5] Universitair opgeleiden daarentegen zijn aanzienlijk positiever: zij hebben meer vertrouwen in Kamerleden en politieke partijen, en ervaren vaker dat hun opvattingen ertoe doen in het regeringsbeleid. Zo weerspiegelt het verschil in vertrouwen de bredere kloof tussen diploma’s en democratie: de overtuiging dat de politiek niet van ons allemaal is. 6. Op de achtergrond spelen meer fundamentele veranderingen in het politieke landschap. De oude politieke tegenstellingen op basis van religie en klasse zijn niet verdwenen, maar ze zijn overschaduwd door een nieuwe, culturele scheidslijn. [6] Die scheidslijn is in Nederland steeds duidelijker zichtbaar geworden. We zien ogenschijnlijk verschillende kwesties steeds meer met elkaar verbonden raken. Opvattingen over Europa, migratie, minderheden en klimaat hangen tegenwoordig sterk met elkaar samen. Wat deze ontwikkeling extra betekenisvol maakt, is dat deze culturele scheidslijn grotendeels samenvalt met opleidingsverschillen. De standpunten van praktisch en academisch geschoolden lopen juist bij deze saillante kwesties sterk uiteen. Dat was niet zo bij de ‘oude’ politieke kwesties. In ons land zie je bijvoorbeeld vrijwel geen opleidingsverschillen bij religieus-seculiere thema’s, zoals euthanasie of abortus. Evenmin zien we grote verschillen tussen opleidingsgroepen bij klassieke links-rechts thema’s, zoals inkomensherverdeling. Partijen onderscheiden zich naar opleidingsniveau 7. Een politieke scheidslijn ontstaat niet alleen door verschillen in opvattingen; ze wordt pas echt zichtbaar wanneer er partijen zijn die deze verschillen vertalen en erin slagen voldoende kiezers te mobiliseren. Dat is inmiddels het geval. Aan de cultureel progressieve kant van deze scheidslijn ontstonden sociaalliberale en groene partijen zoals D66, GroenLinks en later de PvdD en Volt. Bij de afgelopen verkiezingen kregen zij 50 zetels. De ‘tegenpartijen’ kwamen pas later. Ze verschenen veel eerder in Hilversum, bij Koot en Bie, dan in Den Haag. Dat veranderde in één klap in mei 2002 met de enorme verkiezingswinst van de Lijst Pim Fortuyn. Inmiddels zijn nationalistische partijen een vast onderdeel van ons politieke landschap. Eerst de LPF en Trots op Nederland, vervolgens de Partij voor de Vrijheid, Forum voor Democratie, JA21 en de BBB. Bij de afgelopen verkiezingen kregen zij 46 zetels. Bijna één op de drie kiezers stemde in 2025 op die partijen. Onderzoek laat zien dat de politieke partijen sinds 2002 steeds duidelijker te onderscheiden zijn op basis van de opleidingsachtergrond van hun kiezers. [7] Universitair opgeleide Nederlanders stemmen vooral op D66 en GroenLinks/PvdA, gevolgd door de VVD en de Partij voor de Dieren. Aan de andere kant van het spectrum bevindt zich de PVV, die voornamelijk praktisch geschoolde kiezers trekt. Zo is de opleidingsscheidslijn ook zichtbaar in de manier waarop ons politieke landschap is georganiseerd. 8. Hoewel het politieke landschap de afgelopen vijftien jaar ingrijpend is veranderd, is er opvallend weinig gebeurd op het gebied van democratische hervorming. Een van de meest ambitieuze pogingen was de Commissie-Remkes - Staatscommissie parlementair stelsel, die zich expliciet liet inspireren door de inzichten van de diplomademocratie. Ook zij zocht naar manieren om de representatie evenwichtiger te maken, bijvoorbeeld door een correctief referendum, maar haar voorstellen verdwenen uiteindelijk in een lade. Dat heeft vermoedelijk te maken met het feit dat in de afgelopen jaren de directe democratie van kant is gewisseld. Tot 2015 was een grote meerderheid van de Nederlanders – zo’n 80% – voorstander van een bindend referendum. In het begin maakte opleiding daarbij weinig uit. Maar in de afgelopen jaren zijn de verschillen groter geworden: middelbaar opgeleiden bleven het meest positief, gevolgd door lager opgeleiden. Hoger opgeleiden werden steeds minder enthousiast over directe democratie. [8] Waar in 2015 nog driekwart van hen vóór een referendum was, zakte dat in 2017 naar de helft. De data van het Nationaal Kiezersonderzoek over 2023 laten zien dat dit geen tijdelijke dip is. Opvattingen over democratie 9. Opleidingsverschillen zijn daarmee ook zichtbaar in de manier waarop burgers tegen de democratie aankijken. Voor universitair opgeleiden horen checks and balances, expertise en compromissen bij een volwassen democratie. Praktisch geschoolden ervaren die juist als een rem op besluitvaardigheid. Zij hechten meer aan directe invloed – via referenda of een gekozen premier – dan aan overleg en afweging. Zelfs over de vorm van democratie lopen de visies dus uiteen: de één ziet haar als een systeem van waarborgen, de ander als een middel om gehoord te worden. 10. Toen we in 2011 ons boek afsloten, zagen we de opkomst van nationalistische partijen deels als een correctie op de eenzijdige politieke agenda als gevolg van de oververtegenwoordiging van academici in de Tweede Kamer. We hoopten dat de nationalistische nieuwkomers zich gematigder zouden gaan opstellen en zich zouden voegen in het parlementaire stelsel. Inmiddels zijn we daar minder gerust op. Het risico is groot dat ook de rechtsstaat een thema gaat worden op die culturele scheidslijn en dat sommige nationalistische partijen en hun aanhang zich ertegen gaan keren onder het mom van ‘uw rechtsstaat is de onze niet’. Daarmee is de opkomst van de diplomademocratie niet alleen meer een kwestie van representativiteit, maar ook van de legitimiteit van het politieke systeem. Het amusante ‘weg met de intellectuelen’ van de Tegenpartij, dreigt over te gaan in een veel grimmiger ‘weg met de democratische rechtsstaat’. [Redactie Sargasso:  In een reactie op dit artikel noemt emeritus hoogleraar en oud-Eerste Kamerlid Prof. dr. J.Th.J. van den Berg een ontwikkeling die volgens hem veel zorgelijker is: de gemiddeld te lage leeftijd van intrede in het parlement en het gebrek aan ervaring van veruit de meeste parlementariërs; de meeste Kamerleden krijgen niet de tijd om genoeg ervaring op te doen] Noten [1] CBS statline 2024, Bevolking: hoogst behaald onderwijsniveau en herkomst, 2024 2e kwartaal; https://www.cbs.nl/nl-nl/cijfers/detail/85271NED?q=beroepsbevolking%20&%20opleiding. Geraadpleegd september 2024. [2] Bron: CBS: https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/84274NED/table. [3] Zie ook: Otjes 2025. https://www.montesquieu-instituut.nl/9394000/d/mi_25_otjes.pdf [4] Zie Hakhverdian & Schakel 2017; Aaldring 2017; Schakel & Van der Pas 2021. [5] Alleen al het zien van een academisch geschoold Kamerlid vergroot bij praktisch geschoolden de bereidheid om geweld te gebruiken tegen de overheid. Zie Noordzij 2023. [6] Zie hiervoor Otjes 2021. https://www.montesquieu-instituut.nl/id/vljxdmy1kyxx/nieuws/de_culturele_dimensie_als_de_centrale?colctx=viqz5f37wszf&start_002=12 [7] Zie bijvoorbeeld Ganzenboom & Arab 2019. [8] Ontleend aan Dekker 2019: 94. Referenties Aaldring, L. 2017. ‘Political representation and educational attainment: evidence from the Netherlands (1994-2010)’. Political Studies. 65/1: 4-23. Bovens, M. & A. Wille. 2025. Diplomademocratie: Opleiding als nieuwe scheidslijn. Prometheus. Dekker, P. 2019. Corrigerende tik voor de diplomademocratie: Over het referendum. In: A.W. Heringa & J. Schinkelshoek (red.) Groot onderhoud of kruimelwerk: Ongevraagd commentaar op de aanbevelingen van de Staatscommissie Parlementair Stelsel, Deel 13 van de Montesquieu-reeks. Den Haag: Boom: 89-100. Ganzeboom, H. & Y. Arab 2019. Zijn de verschillen in politieke voorkeuren tussen hoger en lager opgeleiden toegenomen? In: Samenhang in Europa: Eenheid in Verscheidenheid. Proceedings Zesde Nederlandse Workshop European Social Survey – 16 Maart 2018: 121-139. Amsterdam University Press. Noordzij, K. (2023). The revolt of the deplored: Cultural distance and less-educated citizens’ political discontent. Dissertatie EUR. Hakhverdian, A. & W. Schakel 2017. Nepparlement? Een pleidooi voor politiek hokjesdenken. Amsterdam: AUP. Otjes, S. 2021. De Culturele Dimensie als de centrale politieke dimensie in de Nederlandse politiek, De Hofvijver, 28 juni 2021. https://www.montesquieu-instituut.nl/id/vljxdmy1kyxx/nieuws/de_culturele_dimensie_als_de_centrale?colctx=viqz5f37wszf. Otjes, S. 2025. Is de Tweede Kamer een spiegel van de samenleving of een verzameling professionele vertegenwoordigers? De loopbaan en opleiding van Tweede Kamerleden anno 2025. Bundel 25, hoofdstuk 3. Montesquieu Instituut 2025. https://www.montesquieu-instituut.nl/9394000/d/mi_25_otjes.pdf Schakel, W., & van der Pas, D. (2021). Degrees of influence: Educational inequality in policy representation. European Journal of Political Research, 60(2), 418-437. Deze bijdrage stond in De Hofvijver van 24 november 2025

Foto: Plenaire zaal Tweede Kamer, foto Dassenman, CC BY 4.0 via Wikimedia Commons.

Nieuwe Tweede Kamer als vanouds van start

Gisteren, op de derde dag in de huidige samenstelling, kwam de Tweede Kamer soepel en probleemloos tot de verkiezing van een nieuwe voorzitter. Jammer voor Bosma (PVV) en Van der Lee (GL-PvdA), het werd Van Campen (VVD).

Daar valt veel over te zeggen, maar de media leggen de nadruk vooral op dat Van Campen de jongste voorzitter ooit is.

Er waren drie rondes nodig om tot de definitieve keuze te komen. In de eerste ronde nam Bosma de leiding. Hij kreeg 66 van de 148 stemmen. Van Campen werd derde (39 stemmen) en Van der Lee haalde met 43 stemmen de tweede plaats.

Er was een meerderheid van minimaal 76 stemmen nodig, dus in deze ronde viel de beslissing nog niet. Dan maar een tweede poging. Bosma kreeg er 1 stem bij (67), Van Campen steeg naar 49 stemmen en Van der Lee zakte naar 32 stemmen. Nog steeds geen meerderheid te bekennen.

Om er geen gebed zonder end van te maken wordt in dit soort gevallen nog een keer gestemd maar dan alleen met de twee kandidaten die in ronde 2 de meeste stemmen haalden. Dat gaf eindelijk resultaat: Van Campen won met 79 stemmen tegen 69 voor Bosma.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Tweede Kamer Voorzittersstoel met hamer

Tellen is ook een kunst

ANALYSE - Met dank overgenomen van Montesquieu Instituut (MI), gepubliceerd op maandag 17 november 2025, 10:30, analyse van Teun Schermerhorn en Bert van den Braak

Dit artikel verscheen eerder op 2 oktober 2025 en is vanwege de verkiezingen voor de nieuwe Tweede Kamervoorzitter opnieuw geplaatst.

Na het vertrek van Jan Anthonie Bruijn (VVD) naar het dubbel demissionaire kabinet-Schoof kiest de Eerste Kamer komende dinsdag een nieuwe voorzitter. Er hebben zich drie kandidaten gemeld. Ook de nieuwe Tweede Kamer zal na 29 oktober nieuwe verkiezingen houden voor haar voorzitter. Nog maar twee jaar geleden, in 2023, verkozen beide Kamers hun voorzitter: op 27 juni de eerdergenoemde Bruijn in de Eerste Kamer en op 14 december Martin Bosma (PVV) in de Tweede Kamer.

De verkiezing van personen en dus ook van de voorzitter is in beide Kamers geregeld in het Reglement van Orde (RvO). Die twee regelingen komen in verschillende bewoordingen gesteld kort samengevat op het volgende neer: de stemming is schriftelijk en geheim door middel van stembiljetten, vier leden worden benoemd tot stemopnemer, zij controleren en tellen de uitgebrachte stemmen en de eerstbenoemde stemopnemer maakt de uitslag bekend. In het RvO van de Tweede Kamer is daarbij nog eens uitdrukkelijk bepaald dat de stemopnemers het controleren en tellen ‘gezamenlijk steeds’ uitvoeren.

Foto: Plenaire zaal Tweede Kamer, foto Dassenman, CC BY 4.0 via Wikimedia Commons.

Voort met de nieuwe Tweede Kamer

Gisteren: dat waren dus de verkiezingen. Vandaag: er worden zetels gevierd en katers verwerkt. Morgen: en nu is het wachten op de definitieve samenstelling van de Tweede Kamer. Het spoorboekje ziet er zo uit:

6 en 7 november: de commissie voor het Onderzoek van de Geloofsbrieven controleert de processen-verbaal van de stembureaus.
7 november: Kiesraad stelt definitieve verkiezingsuitslag vast.
10 november: de commissie voor het Onderzoek van de Geloofsbrieven controleert de geloofsbrieven van alle gekozen Kamerleden.
11 november: afscheid van vertrekkende Kamerleden.
12 november: installatie nieuwe Tweede Kamer en tijdelijke Kamervoorzitter.

Het verkiezingsreces is formeel voorbij, toch beperkt de huidige Tweede Kamer zich tot commissievergaderingen. De plenaire vergaderingen beginnen pas bij de beëdiging van de nieuwe Tweede Kamer (12 november).

Met een zetelverdeling op basis van de exitpoll [1], zal de nieuwe Tweede Kamer hoogstwaarschijnlijk verlost zijn van de tamelijk grote hoeveelheid hoofdelijke stemmingen en hinderlijk oponthoud bij de besluitvorming achterwege blijven.

Als er bij het reguliere stemmen (bij handopsteken, ofwel fractiegewijs) 75 voor- en 75 tegenstemmen blijken te zijn, gaat men over tot hoofdelijke stemming. Dat kan in dezelfde vergadering of, in een van de volgende vergaderingen.

De huidige Tweede Kamer telde gemiddeld zo’n 5 hoofdelijke stemmingen per maand. Dat lijkt weinig, maar ze nemen wel veel tijd in beslag. Er moet eerst twee keer bij handopsteken worden gestemd. Bij de dan volgende hoofdelijke stemmingen moesten er 137 tot maximaal 150 namen [2] worden opgelezen.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Schermopname Tweede Kamer Debat Gemist 4 juni 2024 hoofdelijke stemming

Een einde aan eeuwige wetsvoorstellen?

Met verkiezingen in het vooruitzicht rijst de vraag of werk van het kabinet daarmee niet ongewenst verloren gaat. In nagenoeg alle parlementaire democratieën vervallen wetsvoorstellen namelijk met het installeren van een nieuw parlement onder de werking van de ‘valbijl in het wetgevingsproces’. Is dat niet problematisch voor wetsvoorstellen die al jaren in de pijplijn zitten, zoals het recent ingediende wetsvoorstel inzake de Wet op de politieke partijen? En wat te denken van wetsvoorstellen om te voldoen aan implementatieverplichtingen van de Europese Unie? In Nederland hoeven we ons minder zorgen te maken om onvoltooide parlementaire werkzaamheden, omdat de behandeling van wetsvoorstellen ook na verkiezingen kan worden voortgezet. Maar is dat wel zo gelukkig?

De valbijl kent verschillende varianten, maar duidt meestal op het principe dat wetsvoorstellen na verkiezingen van (een kamer van) het parlement vervallen. Dat wetsvoorstellen in Nederland in beginsel eeuwig voortleven – en in de meeste andere landen vervallen met verkiezingen – staat nauwelijks ter discussie.

Dat heeft ermee te maken dat (het ontbreken van) de valbijl een technisch principe is dat aansluit bij de politieke traditie en verhoudingen van ieder land. Zo leest de Britse monarch in zijn jaarlijkse King’s Speech een gedetailleerde planning van de regering voor. De daarin opgenomen wetsvoorstellen worden doorgaans voor de ‘deadline’ behandeld, mede dankzij het overwicht van de regering.

Foto: Plenaire zaal Tweede Kamer, foto Dassenman, CC BY 4.0 via Wikimedia Commons.

Kamervragen als campagnemiddel

Met de verkiezingen in aantocht duiken de lijstjes op over welke Kamerleden het meest actief zijn. Wie doet de meeste debatten? Welke partij dient de meeste moties en amendementen in? Nieuwsmedia zoals NOS, de Groene Amsterdammer, en eerder ook Nieuwsuur, RTL en NRC, deden uitgebreid verslag van de ‘prestaties’ in de Tweede Kamer.

Eén belangrijk instrument ontbrak in die verslagen: de Kamervraag. En dat is opvallend want juist het aantal schriftelijke Kamervragen groeide de afgelopen decennia explosief, schrijven Anchrit Wille en Mark Bovens.

Alle dagen Kamervragen

Aan het einde van de vorige eeuw, in 1998, publiceerde voormalig D66-kamerlid Hans Jeekel, een terugblik op zijn Kamerlidmaatschap. Zijn boekje had de omineuze titel ‘Duizend dagen Kamervragen’. Tot zijn grote teleurstelling bestond het Kamerwerk vooral uit het stellen van eindeloze hoeveelheden vragen aan de regering. Toen Jeekel in de Kamer zat werden er nog maar 1500 Kamervragen per jaar gesteld. Figuur 1 laat zien dat het aantal Kamervragen sindsdien is verdubbeld. In 2019 werd een record bereikt met 3078 schriftelijke Kamervragen. Dat zijn gemiddeld 20 vragen op elke parlementaire werkdag.

De grafiek stijgt van ongeveer 250 in 1960 naar 1750 in 1972. Vanaf 1978 daakt get gestaat weer naar ongeveer 700 in de beginjaren 1990. Vanaf 1996 ligt het op ongeveer 1500 en vanaf 2007 schommelt het tussen de 2000 en 3000

Figuur 1. Aantal schriftelijke vragen per jaar, Tweede Kamer 1960-2024 (abs)

Waarom komt die toename vandaan?

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: © Rijksoverheid Kabinet Schoof bordesfoto - foto Valerie Kuypers (foto bewerkt)

Schoof hoeft niet naar meerderheden te scharrelen

COLUMN - De brokstukken van kabinet Schoof hoeven geen meerderheden in de Tweede Kamer bij elkaar te scharrelen om het land te blijven besturen.

Het kabinet leunt op 32 zetels in de Tweede kamer (de gezamenlijke grootte van VVD en BBB fracties). Maar in veel gevallen kan het kabinet rekenen op steun van de rechterflank in de Kamer. Die rechtse groep is samen goed voor 76 zetels. Een krappe meerderheid, maar hoe dan ook een meerderheid:.

PVV (37), VVD (24), BBB (8), FvD (3), SGP (3), JA21 (1)

Zetelroof

De BBB had tot voor kort 7 zetels, maar is een zeteltje rijker geworden dankzij de zetelroof van Agnes Joseph (die recent overstapte van NSC naar BBB).

Het NSC moet trouwens nog vervangers zien te vinden voor de eveneens vertrokken Kamerleden Soepboer en Boomsma, die overstappen naar respectievelijk de Friese Nationale Partij en JA21. OP moment van dit schrijven telt de NSC-fractie geen 19 maar 17 leden.

Het wordt voor Schoof en consorten in twee gevallen pas echt een probleem:
1 – Als een van de oppositiepartijen ter rechterzijde geen steun geeft bij bepaalde besluiten. Wat dat betreft moet het kabinet vooral de SGP en FvD te vriend zien houden.

Foto: Poster Boy (cc)

Terug van zomerreces voor Gaza debat

ANALYSE - Op verzoek van de SP onderbreekt de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken de zomervakantie voor een debat over de crisis in Gaza. Het debat is vanmiddag live te volgen via de website van de Tweede Kamer en de app Debat Direct.

De fracties van GroenLinks-PvdA, VVD, D66, CDA, SP, DENK, PvdD, ChristenUnie, Forum voor Democratie en Volt stemden in met het verzoek. De fracties van PVV, NSC, BBB en SGP waren tegen. Van JA21 was geen reactie ontvangen.

Dat was een week eerder wel anders. Een soortgelijk verzoek van GL-PvdA en D66 haalde geen meerderheid.

GL-PvdA, D66, SP, DENK, PvdD, en Volt stemden in met het verzoek. PVV, NSC, BBB en SGP waren tegen en van VVD, CDA, ChristenUnie, FvD en JA21 waren geen reacties ontvangen.

Vertaald naar Kamerzetels (23-juli = verzoek GL-PvdA, D66, 29-juli verzoek SP):

Wat was er in één week veranderd? Het verzoek (23 juli) van GL-PvdA en D66 was aldus gemotiveerd:

Volgens de VN zijn de afgelopen weken meer dan 1000 Palestijnen in Gaza vermoord die in de rij stonden voor voedsel, elke dag sterven mensen door geweld en hongersnood, en de Israëlische regering zet de plannen voor een etnische zuivering voort
Vorige week hebben de Europese ministers van buitenlandse zaken geen enkele sanctiemaatregel ingesteld tegen Israël, in afwachting van verbetering van de situatie. Aangezien daar duidelijk geen sprake van is, willen we een debat met de minister

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Fauxels, via Pexels.

Welwillend Nederland is met veel meer

Ik zeg tegen deze minister: gelukkig is welwillend Nederland met veel meer.

Ik = Stephan van Baarle (DENK), lid Tweede Kamer, de minister = Marjolein Faber, minister van Asiel en Migratie.

Minister Faber moest afgelopen dinsdag (13 mei) opdraven bij het wekelijks vragenuurtje in de Tweede Kamer. Stephan van Baarle wilde namelijk de minister eens aan de tand voelen over haar verbod op uitstapjes naar de Efteling voor jeugdige asielzoekers.

Net zo als haar weigering koninklijke onderscheidingen te verlenen aan vrijwilligers die voor vluchtelingen klaar staan, leverde ook dit weer een ‘ophefje du jour’ op.

Anne-Marijke Podt (D66), in datzelfde vragenuurtje:

Het is natuurlijk een beetje doorzichtig wat de PVV hier doet. Dit is het zoveelste ophefje du jour. De PVV gebruikt dit gewoon weer als een afleidingsmanoeuvre over de rug van getraumatiseerde kinderen.

Maar deze keer waren niet alleen genereerde media en Kamerleden de ophef, ook ‘welwillend Nederland’ begon zich met de zaak te bemoeien. Vrijdag 9 mei werd een petitie gelanceerd om een motie van wantrouwen tegen de minister te bepleiten. Binnen een paar dagen tijd hadden meer dan 60.000 mensen de petitie ondertekend.

Niet veel later waren er meer dan 100.000 ondertekenaars en op moment van dit schrijven (vrijdag 16 mei, 22: 35 u.)  staat de teller op 215.907 handtekeningen. Gisteren groeide het aantal met gemiddeld 3 ondertekeningen per minuut (tussen 12:15 en 22:35 uur).

Foto: De interruptie microfoon in de plenaire zaal van de Tweede Kamer Credit: www.tweedekamer.nl

Laat de Tweede Kamer zelf beperkingen stellen aan het vragenrecht

ANALYSE - door Simon van Oort

Chocoladeletters in de zaterdagkrant. Mondelinge vragen op dinsdag. De oplossing graag al vorige week. ‘Niet alles kan en zeker niet tegelijkertijd’.[1] Het is een goed en wijs advies. Een verkoopbaar antwoord op een Kamervraag is het zelden. Kamerleden erkennen dit probleem.

Voormalig GroenLinks-fractievoorzitter Jesse Klaver wijdde zijn bijdrage aan de Algemene Politieke Beschouwingen van 2019 aan de oproep te stoppen met scorebordpolitiek, met, ‘bezig zijn met de vraag wie het debat wint: wie komt er als winnaar uit, in plaats van dat we kijken naar welke problemen er zijn opgelost’.[2]

Bij de algehele herziening van het Reglement van Orde in 2020 temperde toenmalig Kamerlid van Meenen (D66) de verwachtingen: niet alles liet zich via het reglement oplossen. Een echte aanpak van zaken zou een cultuuromslag vragen.[3] Klinkt mooi, wijs ook. Minder regels, meer samen, schouders eronder en hop, die cultuur veranderen. Nieuw is het niet. ‘We kunnen duizend keer zeggen dat we minder moties en Kamervragen willen, maar dat moeten we dan ook doen’, aldus Kamervoorzitter Frans Weisglas.[4] Dat was in 2004.

Nu bieden in het verleden behaalde resultaten geen garantie voor de toekomst, maar hoopvol stemt dit bepaald niet. Daarom een nieuw voorstel van structurele aard: laat de Tweede Kamer zelf inhoudelijke beperkingen stellen aan het vragenrecht.

Volgende