Manoeuvreren tussen pandemie en oorlog vereist democratische stuurmanskunst

We waren de coronacrisis nauwelijks te boven, of de Oekraïnecrisis verscheen. Om die megacrises, en ‘kleinere’ noodsituaties, de baas te kunnen, wil de overheid daadkrachtig kunnen optreden. Daarmee zet ze de democratie echter op het spel, waarschuwt bestuurskundige Joram Feitsma. Opvallend vloeiend lijkt de Nederlandse samenleving van de ene megacrisis in de andere overgegaan: van pandemie naar oorlog, en daartussen ogenschijnlijk-net-iets-minder-acute crises rondom wonen, biodiversiteit en klimaatopwarming. Er lijkt geen ontkomen meer aan: ook Rutte-IV wordt een crisiskabinet. Elke crisis is anders en heeft een eigen dynamiek. Zo was de coronacrisis primair een volksgezondheidskwestie die al gauw een economische ondertoon kreeg. In de strijd om Oekraïne staan bovenal nationale soevereiniteit en veiligheid op het spel, en inmiddels ook de energiezekerheid. Omtrent corona zijn allerhande experts bezig met het identificeren van nieuwe virusvarianten en het anticiperen op nieuwe coronapieken. Nucleaire dreiging laat zich een stuk minder gemakkelijk wetenschappelijk modelleren. Hoewel het vrij logisch is dat een mondiale verspreiding van een virus anders doorwerkt in beleid en samenleving dan een escalatie van een internationaal militair conflict, is dit gegeven misschien toch gebaat bij nadere reflectie. Technocratische insteek coronacrisis Een elementair contrast is zichtbaar in de mate waarin de crises stuurbaar worden geacht. Opvallend was hoe snel de bestuurlijke aanpak van de coronacrisis haast als vanzelfsprekend een technocratische insteek kreeg. Ofwel, wetenschappelijke expertise werd leidend in het bepalen van de bestuurlijke koers. De aanvankelijke aanname was dat de coronacrisis een rationeel-wetenschappelijk op te lossen vraagstuk betrof. Meer kennis van het virus, van de verspreiding en de effecten van de maatregelen ertegen waren nodig. De versmelting van bestuur en wetenschap kreeg vorm via een verband tussen de ministeriële Commissie Crisisbeheersing en het wetenschappelijk consulterend Outbreak Management Team (OMT) en resulteerde in een trits aan technocratische toepassingen. Daaronder vielen het continu inwinnen van, en sturen op wetenschappelijke adviezen van het OMT, het koersen op ‘openingsplannen’ en ‘routekaarten’, en het publiekelijk monitoren van de virusverspreiding en andere relevante variabelen. Het coronadashboard gaf als signaal: deze crisis is kenbaar en daarmee beheersbaar. Politieke aanpak Oekraïnecrisis Heel anders ging dat toen de oorlog in Oekraïne uitbrak. Daar bleef een verstrengeling van wetenschap en bestuur uit, er kwam geen centraal adviserend wetenschappelijk ‘Invasion Management Team.’ Er waren weliswaar genoeg politicologen, defensie-experts en Rusland- en Oekraïnekenners die zich in het publieke debat mengden, maar het beroep op wetenschappelijke expertise was overduidelijk minder dan bij de coronacrisis en werd in mindere mate geïnstitutionaliseerd. De aanname was dat dit vraagstuk geen wetenschappelijke, maar een politieke aanpak vereiste. De insteek van het Nederlandse kabinet kreeg vooral invulling door vele internationale politieke overleggen en dito besluiten over steun voor Oekraïne en sancties tegen Rusland. Besluiten werden niet genomen op basis van wetenschappelijke feiten, maar op grond van morele waarden als vrijheid, democratie en soevereiniteit. Stappenplannen bleven uit. Het signaal daarvan: de Oekraïnecrisis is noch voorspelbaar noch beheersbaar. Ideeënstrijd over crises Deze analyse kan uitgediept worden met Deborah Stone’s denken over causale verhalen. Van haar weten we dat rond de totstandkoming van beleid onvermijdelijk een ideeënstrijd om probleemdefinitie plaatsvindt. Over wat de aard van het probleem is en wie of wat de crisis veroorzaakt. Ook tijdens crises doen verschillende causale verhalen de ronde. De vertellers ervan proberen elk de toekenning van schuld en verantwoordelijkheid te beïnvloeden en oplossingsrichtingen te legitimeren. Hoe kunnen we dit gegeven koppelen aan crisiskabinet Rutte-IV, manoeuvrerend tussen pandemie en oorlog? Beheersbare natuurramp Wat de coronacrisis betreft, domineerde aanvankelijk het causale verhaal van de crisis als beheersbare natuurramp. Een exogeen natuurverschijnsel dat ons overkwam, maar dat met virologisch onderzoek en epidemiologisch modelleren gekend en getemd kon worden. Het causale verhaal haakte comfortabel in op het aloude rationalistische Verlichtingsidee van de mens, die met wetenschappelijke technieken de wereld beheerst. Vanuit dit klassieke mens-versus-natuur-frame leek een technocratische aanpak, leunend op het planmatig sturen met wetenschappelijke expertise, al snel de logische optie. Paul ’t Hart beschrijft hoe gaandeweg het frame van de crisis als ‘man-made disaster’ momentum kreeg, waarmee de pandemie meer werd gezien als een vermijdbaar en dus laakbaar falen van de politiek en gezondheidszorg. Het draaide niet meer alleen om het indammen van een natuurgevaar (exogeen), maar ook om het beter organiseren van het bestuurlijke en maatschappelijk dienstverlenende veld (endogeen). De exogene interpretatie bleef van invloed. Ook al werd meer gewezen naar falend beleid en menselijke en organisatorische gebreken, het bleef evengoed vanzelfsprekend om te praten in termen van een nature-made virus dat de samenleving van buitenaf binnendrong. Het gangbare causaal verhaal over corona berustte op een mix van endogene en exogene elementen. Cruciaal hierbij is dat de aanname van technocratische beheersbaarheid ferm overeind bleef. Ook nu, met het najaar op komst, bestuderen virologen nieuwe virusvarianten, komen epidemiologen met scenario’s, en presenteren bestuurders pandemische paraatheidsplannen die vervolgens door politici en journalisten gecontroleerd worden. Dit hele complex van crisismanagement blijft gestut op een diep geloof het probleem uiteindelijk te kunnen ophelderen en beteugelen. Grillig mensendrama Over de oorlog in Oekraïne ontstond een heel ander beeld, namelijk een causaal verhaal van een doelbewust door mensen aangericht probleem – de crisis als grillig mensendrama. Hier was geen koel rationalistisch mens-versus-natuur-frame op te plakken. Dit was mens tegen mens, gemeenschap tegenover gemeenschap, verhaal tegenover verhaal. Spoedig na het uitbreken van de oorlog gingen verschillende theorieën de ronde over wat de motieven zouden kunnen zijn achter de Russische invasie, hoe en door wie dit conflict was begonnen en waar de historische beginpunten gezocht moesten worden. Al deze beelden vertrokken vanuit eenzelfde onderliggende aanname, namelijk dat deze oorlog haar oorsprong vindt in het (intentionele) gedrag van mensen. Wellicht een simpele constatering, maar het gegeven dat we ons hiermee begeven op het terrein van menselijk handelen en complexe sociale interactie binnen en tussen gemeenschappen heeft een belangrijk gevolg. Het Verlichtingsdenken met haar geloof in de voorspelbare en ordelijke natuur der dingen is hier niet van toepassing. Eerder volgt deze oorlog de ‘wetten’ van de menselijke passie, irrationaliteit en chaos. Onvoorspelbaar karakter De diversiteit aan duidingen van het verrassende gedrag van Poetin en de kleine kring om hem heen, onderstreept vooral het onvoorspelbare karakter van deze crisis. Politiek handelen laat zich niet modelleren. Een technocratische houding bleef dan ook uit. De ‘oorlog tegen het virus’ dacht men wetenschappelijk te kunnen managen, de oorlog in Europa geenszins. Die vereist een primair politieke aanpak en legitimatie van maatregelen. Vanuit dat meer politiek ingestoken crisismanagement zijn anticonservatieve koerswijzigingen ingezet. Zo waren er toetredingen tot de NAVO en de EU, versterkingen van defensie op Europees niveau, grote wijzigingen in nationaal defensiebeleid, en boycots van gas en olie uit Rusland in combinatie met andere vrij radicale ombuigingen in het energiebeleid De radicaliteit hiervan, en vooral de verknoping met langetermijnagenda’s rondom defensie en energie was sterker dan die van de technocratische corona-aanpak. Een die weliswaar ook grootschalige maatschappelijke sturing omvatte – van totale lockdowns tot gigantische financiële steunpakketten – maar vooral een incidentele en herstelgerichte aard had. Verwetenschappelijking versus expliciete politisering De postcorona-utopieën die aanvankelijk oprezen, kregen amper praktische uitwerking. Bij latere coronagolven maakte het romantisch idealisme plaats voor een mengeling van pragmatisch presentisme en dubieuze nostalgie in de hoop terug te keren naar een oud normaal. De dynamiek rondom de oorlog in Europa was een andere: daar behoorde terugkeren naar een oud normaal niet tot de mogelijkheid in de publieke en bestuurlijke verbeelding. Er werd noodzaak gevoeld om een nieuw normaal te creëren, slagzinnen als #buildbackbetter waren niet nodig om toch radicale en structurele hervormingen door te voeren. De respons op de pandemie leek dus in sterkere mate verwetenschappelijkt dan de respons op de oorlog in Oekraïne. Door een cruciaal verschil: corona kon gemakkelijker als kenbaar (natuur)verschijnsel worden gezien en daarmee dankbaar object worden van bestuurlijke maakbaarheidsdrift. De radicaal onvoorspelbare oorlog in Oekraïne maakte een expliciet politieke besluitvorming noodzakelijk. Crisisisme en polarisatie Behalve bovengenoemd contrast is er ook continuïteit in beleid en maatschappij zichtbaar in de beweging van pandemie naar oorlog. Wat opvalt, is dat het kabinet wederom een crisismodus heeft aangenomen en zijn handelen van daaruit legitimeert. De recente geschiedenis laat zien dat het uitroepen van een crisis een speciale kracht en rechtvaardigingsgrond kan aanboren, waarmee voorheen ondenkbare besluiten opeens mogelijk worden. Het beroep op noodzaak en onvermijdelijkheid – ‘There Is No Alternative’ – bleek in zowel de oorlog als de pandemie een bijzonder krachtig argument voor vergaand bestuurlijk optreden. Het leidt tot de afkondiging van noodverordeningen en spoedmaatregelen met ingrijpende inperkingen. De zonzijde daarvan was dat binnen normaliter trage maar zorgvuldige beleidsprocessen opeens belangrijke beslissingen voor de toekomst afgedwongen konden worden. Denk bijvoorbeeld aan een onafhankelijker, en potentieel ook duurzamer energiebeleid. De schaduwzijde treedt op wanneer het beroep op de uitzonderingstoestand genormaliseerd raakt. Het kritische werk van Giorgio Agamben laat zien wat er gebeurt wanneer het nood-breekt-wet-denken een instrument wordt en de democratische checks and balances buiten spel komen te staan. Kort gezegd, democratische processen gedijen niet goed in een samenleving die zich laat verleiden tot crisisisme en bij een bestuur dat zich van nood naar nood beweegt omwille van de bestuurlijke daadkracht. Een andere continuïteit kan worden gevonden in de aanhoudende maatschappelijke polarisatie en wat je een ‘schizoïde informatieomgeving’ zou kunnen noemen. De dynamiek van het publieke debat over het coronabeleid werd, na een aanvankelijke sterke solidariteit, in belangrijke mate gekoppeld aan een stugge loopgravenoorlog tussen een mainstream en een alternatief-kritische kring. Dreigende uitholling democratie Gesprek en contact tussen deze informatiezuilen werd bemoeilijkt door wederzijdse verguizing en pathologisering. Enerzijds cognitief beperkte wappies die uit vrees voor onzekerheid hun toevlucht zochten in paranoïde complotverhalen en anderzijds gehersenspoelde schapen die gedwee meegingen in de media geproduceerde angsthypnose. Er heerste een sterk wij-zij gevoel en simplistisch goed-kwaad denken, waarin beide kringen de waarheid en monopolie op liefde, goedheid en zorg opeisten. Dit schizoïde wij-zij en goed-kwaad denken manifesteerde zich ook in de informatie over de oorlog in Oekraïne. Ook daar ontstond een weerspannige mainstream-versus-alternatief-dynamiek die een gedeeld basaal besef van de sociale werkelijkheid steeds onmogelijker maakte. Terwijl aan de mainstreamkant een eenduidig westers moralistisch perspectief met Rusland als boosdoener werd herhaald, construeerden alternatieve mediakanalen een ander beeld. Omroep Ongehoord Nederland bijvoorbeeld verweet de EU en NAVO te provoceren en legitimeerde de Russische invasie onder het mom van ‘iedereen iets gunnen’. Dat dit alternatief-kritisch geluid officieel plek heeft gekregen bij de publieke omroep, toont hoe de mainstream-versus-alternatief-dynamiek gaandeweg versterkt en geïnstitutionaliseerd raakt. De doorgetrokken lijnen wijzen beiden op een dieper probleem: de uitholling van democratische processen. Het gevaar daarvan komt echter niet zozeer van buitenaf, maar van binnenuit. Van een bestuur in zelfverkozen ‘permacrisis’ dat daadkracht afdwingt en haar democratische identiteit verdoezelt. En van een publiek debat waarin de verschillende sociale verbeeldingen niet meer bij elkaar komen. Kortom, een staat onder permanente druk ziet zich geplaatst voor de cruciale opgave om de democratie niet onder diezelfde druk te laten bezwijken. Dit artikel verscheen eerder bij Sociale Vraagstukken. Joram Feitsma is universitair docent en trainer bij het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap aan de Universiteit Utrecht.

Foto: BBC Radio 4 (cc)

Leidende of volgende politiek?

De vraag wat de politiek voor onze samenleving betekent, laat mij niet los. De programma’s van de politieke partijen zijn nu ongeveer allemaal bekend. (CDA, VVD, PvdA, GL, D66,) Maar gaan ze over grote onderwerpen of zijn de thema’s juist heel klein? Van het schuiven met de pensioenleeftijd zal de wereld niet veranderen. Kleine ingrepen op de arbeidsmarkt zullen geen baan extra opleveren.

Rassenwaan, klassenwaan, marktisme

In mijn leven ging het om rassenwaan, klassenwaan en marktisme, volgens de woorden van Bram de Swaan. Uit mijn jeugd herinner ik me de huiver over de rassenwaan, toen de moorddadigheid van Hitler’s Derde Rijk tot me door drong, een jaar of tien na de oorlog. Je kunt twisten of het politiek was of politiek georganiseerde criminaliteit misschien.

Toen ik iets ouder was, ging het om klassenwaan; de Koude Oorlog, de Cubacrisis, maar ook het oplevende geloof onder studenten in de jaren zeventig, dat het communisme de route was naar een betere wereld. In elke scriptie moesten Marx en zijn volgelingen worden geciteerd. Oost Europa kende de ‘volksdemocratie’, maar daar was de waarheid niet in tel.

In het westen ontwikkelde zich intussen het ‘marktisme’, als een resultante van het kapitalisme en de ineenstorting van het mondiale communisme. Reagan en Thatcher begonnen een liberale revolutie met de vrijheid op de markt als leidend principe. TINA, there is no alternative. De politicoloog Fukuyama schreef vervolgens over de zegepraal van de markt, die bij de Chinese communisten een autoritaire variant kreeg.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: thierry ehrmann (cc)

Syriza: terug naar de politiek

OPINIE - De keuze van de Grieken voor Syriza moeten we vooral zien als een afwijzing van de technocratie en een keuze voor de politiek, vindt Lucian Loonstra.

Bij de Griekse parlementsverkiezingen van afgelopen zondag kwam Syriza als grootste partij uit de bus. In de aanloop naar deze verkiezingen werd door sommige prominente politici zelfs al over een zogenaamde Grexit en andere mogelijke gevolgen van deze verkiezingen gespeculeerd. Hans-Peter Friedrich stelde bijvoorbeeld dat de Grieken het recht hebben te kiezen wie zij willen, maar vervolgde door te zeggen: ‘Wij hebben het recht de Griekse schulden niet verder te financieren.’

Met de overwinning van Syriza hebben Griekse stemgerechtigden voor een alternatieve benadering van de Griekse problemen gekozen. Deze verkiezingen illustreren een radicale breuk met het technocratische beleid waartoe ze door de EU werden gedwongen. We hoeven deze breuk echter niet zien als een breuk met Europa, ook niet als het aan Syriza zelf ligt, maar kunnen deze interpreteren als een keuze voor het politieke.

Politiek & Management

Met de keuze voor Syriza hebben de Grieken gekozen voor een heronderhandeling van hervormingsbeleid waartoe de vorige regering zich, in ruil voor het ‘redden’ van Griekenland door de EU, gedwongen zag.

Syriza stelt daarmee dat er een alternatief is voor het hervormingsbeleid dat tot diverse problemen heeft geleid. Begin 2014 hadden een miljoen Grieken geen toegang tot de gezondheidszorg en aan het einde van dat jaar was een kwart van de Grieken nog steeds werkloos.

Foto: Michael Raichelson (cc)

De technocratie ingerommeld

ACHTERGROND - Het gemak waarmee academici hun belang laten prevaleren boven andere maatschappelijke belangen is verontrustend. Vier recente voorbeelden illusteren deze tendens.

Voorbeeld één

In de Volkskrant van vandaag schrijft Ellen de Visser dat in het Leidse Universitair Medisch Centrum een reuma-onderzoekster vrij systematisch de resultaten van haar onderzoek heeft vervalst. Het is gelukkig uitgekomen op de normale manier: collega’s konden de resultaten niet reproduceren. Twee al gepubliceerde artikelen zijn inmiddels teruggetrokken, de vrouw is ontslagen en het onderzoek – dat had moeten leiden naar een geneesmiddel – is beëindigd. Het excuus van de onderzoekster is inmiddels al even normaal: de combinatie van hoge werkdruk en de noodzaak resultaten te kunnen tonen, leidde tot fraude. Blijkbaar vinden althans sommige onderzoekers het normaal dat bij de keuze tussen patiëntenbelang en eigenbelang het laatste prevaleert.

Voorbeeld twee

Ik vernam de afgelopen maand van twee identieke wetenschappelijke benoemingsprocedures. Beide keren ging het om een mij bekende onderzoeker – briljant, blank, Europees en man – die werd uitgenodigd te solliciteren bij een internationaal project. Beide waren de droomkandidaat. Beide keren bleek er een complicatie: op beide projecten werkten al veel briljante blanke Europese mannen en uiteindelijk werd in beide gevallen iemand benoemd met mindere wetenschappelijke kwalificaties. Dit betekent, met andere woorden, dat de wetenschap zélf inbreuk maakt op de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om de best-denkbare wetenschap te leveren. In één geval leidde het tot een boze reactie van een bedrijf dat bij het project was betrokken; die kwestie speelt nog.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.

Foto: copyright ok. Gecheckt 02-03-2022

Fact free politics zijn zo slecht nog niet

De politiek mag niet opgeslokt worden door wetenschap en technologie, vond Max Weber. Dat leidt slechts tot depolitisering en technocratie. Een zekere scheiding tussen wetenschap en politiek is nodig, juist ook ter bescherming van de vrije politieke wilsvorming, stelt Hans Harbers, verbonden aan de Faculteit Wijsbegeerte, Universiteit Groningen.

Politiek bedrijven met voorbijgaan aan de feiten. Zomaar wat roepen – zonder enige kennis van zaken. Dat verwijt maakte Bill Clinton Sarah Palin en de Tea Party in een tv-optreden een jaar geleden. Sindsdien is fact free politics een scheldwoord geworden vanuit de gevestigde politiek richting nieuwe, meer populistische partijen. Zo ook in Nederland – met als hoogte/dieptepunt de discussie tussen Lilian Helder van de PVV enerzijds en Jeroen Recourt van de PvdA en Sharon Gesthuizen van de SP anderzijds over statistische gegevens inzake recidive (te zien op YouTube)– ook Dick Pels refereert daar op deze site aan.

Maar hoe terecht is dat verwijt eigenlijk? Moet de politiek aan de leiband van de feiten lopen? Of is dat juist de dood in de pot voor het vrije politieke spreken? Kortom, hier is de verhouding tussen feiten en waarden, tussen wetenschap en politiek, tussen waarheid en democratie in het geding.

Dwang van de feiten

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Het democratisch tekort

Nu de vreugde over het vertrek van Berlusconi is bekoeld, rijst de vraag hoe de recente ontwikkelingen in Italië zich verhouden tot de democratische principes. Zeker is dat Mario Monti aan het werk moet met de zittende Kamer en Senaat, gekozen door de Italianen in 2008. Dat is wat er rest van onze democratische inbreng. Maar zelf komt hij uit het niets en een deel van zijn verwachte toekomstige ministersploeg eveneens.

Het moet, hoor ik u zeggen. Het is nodig. Ik betrapte mezelf de afgelopen weken, maanden ook al op dat gevoel dat de democratie maar even buitenspel moest worden gezet. Maar dat is wat alle dictators die ooit democratische regeringen omver wierpen, ook al zeiden.  Zelfs die slappe drol van een Mussert moest niets hebben van de partijdemocratie waar hij aan meedeed – dat schiep maar verdeeldheid. Volkseenheid moest er zijn, want alleen krachtige maatregelen, enzovoort.

En wat ‘moet’ precies? Van wie? Het Italiaanse nieuws heeft het dagelijks over ‘de markt’, hoe ‘de markt’ reageert, wat ‘de markt’ denkt en zelfs wat ‘de markt’ wil. Niet dat ‘de markt’ middels een vertegenwoordiger laat weten dat ze graag zouden zien dat er bijvoorbeeld minder belasting op speculatie zou worden geheven – nee. ‘De markt’ wilde dat Berlusconi opstapte. De man die, hoe je het ook went of keert, om welke redenen dan ook, door het volk was aangewezen om het land te leiden.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.