Politiek bedrijven met een *

Christoph Ploß is een Duitse politicus uit Hamburg die namens de CDU in de Bondsdag zit en daarvoor in september weer verkiesbaar is. Hij keert zich in zijn campagne tegen genderonderscheidingen in het taalgebruik . Het 'gendern' moet in officiële  instellingen worden verboden, vindt Ploß. We moeten gewoon weer schrijven en spreken over Ärzten in plaats van „Ärztinnen und Ärzten“ of „Ärzt*innen“, „Ärzt_innen“ of „Ärzt:innen“. Taal moet verenigen, niet splijten. Ploß verzet zich tegen een politiek die niet langer gaat over het algemeen belang, maar alleen nog over de bijzondere belangen van verschillende identiteitsgroepen in een verdeelde samenleving. Het gaat Ploß niet zozeer om de praktische, esthetische of taalkundige kant van het genderspecifieke taalgebruik. Achter de gendertaal gaat volgens hem een identiteitspolitiek wereldbeeld schuil. 'En dat wereldbeeld wordt ons via taalvoorschriften dwingend opgelegd.' Op scholen wordt het een beoordelingscriterium. Op ambtelijke burelen een nieuwe plicht. Hij wijst er op dat het onderscheidende taalgebruik in Frankrijk al in de ban is gedaan. Enquêtes wijzen uit dat een meerderheid van de Duitsers de dwingend opgelegde gendertaal afwijst.  Volgens Ploß brengt 'gendern' op geen enkele manier het belangrijke doel van gelijkheid dichterbij. 'Als dat zo zou zijn, zou discriminatie van minderheden volkomen onbekend moeten zijn in landen met niet onderscheidende talen zoals Hongarije of Turkije.' Ploß wil voorkomen dat....: '....mensen steeds vaker in groepen worden ingedeeld. In plaats daarvan hebben we meer empathie nodig in onze samenleving en het vermogen om ons in te leven in andere mensen. Taal moet mensen samenbrengen, niet uitsluiten. Het burgerlijke centrum [lees: de CDU]  moet zich daarom ook in Duitsland resoluut verzetten tegen een verdeeldheid zaaiende identiteitspolitiek.' Met een pleidooi voor meer empathie zou je denken dat Ploß nog niet eens zo ver afstaat van de voorstanders van gender- of meer algemeen identiteitsspecifiek taalgebruik. Het sterretje geeft aan dat de schrijver wil laten zien dat achter zijn omschrijving zonder uitzondering alle identiteiten gelezen moeten worden, ongeacht kleur, geslacht of seksuele voorkeur. De kritiek van degenen die hechten aan het gebruik van *innen of varianten daarvan is juist dat zonder dat onderscheid te laten zien bepaalde minderheidsgroepen zich uitgesloten kunnen voelen. Alsof ze niet bestaan. Indianen Bettina Jarasch, lijsttrekker voor Bündnis90/ Die Grünen bij de verkiezingen voor het parlement van Berlijn, verdedigt het 'gendern'. Ze zegt dat ze er zelf ook aan heeft moeten wennen en onlangs nog is gecorrigeerd toen ze op een bijeenkomst van haar partij bekende dat ze als kind graag indianenopperhoofd had willen worden. Indianen heten in het nieuwe taalgebruik 'oorspronkelijke inwoners van Amerika', in het Duits Ureinwohner*innen Amerikas. Volgens Jarasch is er geen reden om je zo druk over te maken over deze taalvernieuwingen en termen als 'gedachtenpolitie' of 'taalterreur' in de mond te nemen. Er zijn voortdurend veranderingen in het taalgebruik. Aansluitend bij het pleidooi voor empathie van Christan Plosz schrijft ze: 'Het gaat er om....: ....dat ik op zo'n manier probeer te spreken dat ik niemand beledig, kleineer of marginaliseer. En daarbij hoort, in de zin van empathie en wederzijdse welwillendheid, dat ik probeer een sterretje te krijgen omdat het voor een trans* persoon elke dag een probleem is om zich voldoende te vinden in de bestaande uitingsvormen. Of dat ik begrijp dat jonge vrouwelijke ingenieurs zichzelf in een groep met mannelijke collega's zien als Ingenieur*innen en niet als [onderdeel van een groep mannelijke] ingenieurs. Het gaat om zichtbaarheid en passende representatie, wat ook tot uiting komt in bewuste en gereflecteerde taal.' Overdrijven De voorstanders van het identiteitspolitiek correcte taalgebruik overdrijven, zegt Zeit-journalist Ijoma Mangold. Hij spreekt over Jarrasch' aanvaring met haar partijgenotenover over het gebruik van de term 'indianen' als een 'boeteritueel'. 'Als ik zoiets zie, heb ik niet het gevoel dat het hier gaat om een levendig antiracismedebat, maar om een sociaal ritueel dat bedoeld is om de groepsidentiteit als progressieve partij van diversiteit te ondersteunen en te onderstrepen.'  Maar een verbod op overdreven taalgebruik gaat veel politici te ver. SPD duo-voorzitter Sasia Esken heeft geen behoefte anderen voor te schrijven welke woorden ze moeten gebruiken en hoe ze zich respectvol voor anderen willen uitdrukken. Ze raadt de CDU aan kalmte te blijven bewaren, 'in plaats van reflexmatig verbodsbepalingen te eisen omdat ze overweldigd wordt door sociale verandering.' FDP-leider Christian Lindner zei dat als de CDU op rechts meer stemmen wil winnen de partij beter kan kijken naar de economische politiek of naar de migratiepolitiek. In Die Linke wordt verdeeld gereageerd. Bondsdaglid Doris Achelwilm meent dat Ploß ook aan 'gendern' doet door vast te houden aan die ene mannelijke vorm. Maar Sarah Wagenknecht, lijsttrekker van Die Linke in Nordrhein-Westfalen en een voor haar partij veel gevraagde deelnemer aan tv-talkshows, is tegenstander van het in haar ogen elitaire 'gendern'. De 'taalmonsters van gendertaal' zijn geen middel tot meer gelijkheid, 'maar zijn zelf discriminerend in die zin dat ze de taal van de meerderheid van de bevolking diskwalificeren als achterlijk en achterhaald', meent zij. CDU wint weer Het is verre van zeker dat het voorstel van Ploß voor een verbod op identiteitspolitiek correct taalgebruik door zijn partij wordt overgenomen. Christian Lindner heeft gelijk als hij vermoedt dat het vooral is ingegeven door de wens het CDU aantrekkelijker te maken voor de rechtse kiezers. Ploß zal graag verwijzen naar het onverwachte verkiezingssucces van afgelopen zondag van zijn partijgenoot-premier in Saksen-Anhalt, de conservatieve Reiner Haselhoff. Ook Haselhoff had zich eerder kritisch uitgelaten over gendertaal. Vooralsnog houdt de CDU partijleider en lijsttrekker van CDU/CSU Armin Laschet in navolging van Angela Merkel een middenkoers aan. Misschien is hij bereid ook wat meer naar rechts te kijken na de gisteren gepubliceerde poll van het ZDF waarin CDU/CSU op winst staat en de identiteitspolitiek correcte Groenen achteruit gaan. Maar de race is nog niet gelopen. Dat identiteitspolitieke kwesties daarin een rol gaan spelen is echter wel te verwachten.

Door: Foto: Herman (cc)
Foto: campact (cc)

Wat niet gezegd wordt

OPINIE - Discriminerende uitlatingen van politici kunnen bijdragen aan een onveilig klimaat voor minderheden. De verontwaardiging van collega’s daarover is vaak groter dan de bereidheid om het in alle openheid voor hen op te nemen.

In reactie op de dodelijke aanslagen van een rechtsextremist in Hanau waarschuwde de Nederlandse regering bij monde van de vicepremiers Wouter Koolmees (D66) en Hugo de Jonge (CDA) voor extreem taalgebruik. De Nederlandse bewindslieden sloten zich aan bij de Duitse president Frank-Walter Steinmeyer die op de dag na de aanslag zei: “We staan zij aan zij tegen geweld. En tegen de taal die mensen uitsluit en kleineert en die maar al te vaak voorafgaat aan het geweld.” De Jonge: “Taal doet ertoe. Ze kan verschillen uitvergroten óf overbruggen, samenwerking verhinderen óf mogelijk maken. Het is ieders verantwoordelijkheid te weten wat de gevolgen kunnen zijn.” Maar hij zei ook: “We moeten oppassen met een causale relatie leggen tussen taal en deze aanslag.” Alleen al de suggestie in een interview met een expert op het gebied van radicalisering en extreemrechts in Trouw leidde tot een stroom heftige haatmail, schrijft de hoofdredacteur.

Woorden en geweweld

Taal doet er toe, dat klopt. Taalgebruik schept een sfeer tussen mensen die kan binden maar ook afstand kan scheppen. Woorden kunnen emoties oproepen en zo de onderlinge verhoudingen verbeteren of verslechteren. Dat weet een kind. Dat bepaalde woorden voorafgaan een geweld betekent echter nog niet dat ze er de oorzaak van zijn. In de vaak heftige debatten op de Duitse televisie na de aanslag in Hanau verwezen sommige deelnemers wat al te gemakkelijk naar het taalgebruik van de AfD. Extreemrechts draagt met taal die mensen uitsluit bij aan een klimaat waarin doorgedraaide individuen geweld gebruiken. Maar dat klimaat is geen exclusief product van taalgebruik. Er is meer gebeurd om een voor minderheden vijandig klimaat te scheppen en de nette middenpartijen kunnen daarvoor evenzeer verantwoordelijk worden gehouden. Al was het maar door wat ze niet zeiden.

Gif

De Nederlandse middenpartijen hebben boter op hun hoofd, volgens NRC-columnist Zihni Özdil. Hij citeert uitspraken van premiers en andere politici die openlijk negatief reageren op etnische groepen, Turken, Marokkanen en vluchtelingen. Het klimaat wordt niet alleen door Baudet vergiftigd is zijn boodschap. De oproep van Koolmees en De Jonge zou ook in de eigen kring ter harte moeten worden genomen.

Maar laten we niet alleen aandacht besteden aan het gif. Taal kan mensen ook verbinden en uitsluiting tegengaan. Wat ik vaak mis in debatten en uitspraken van politici en anderen die de politieke opinie via de media beïnvloeden is een geluid dat bijdraagt aan rust in de onderlinge verhoudingen in deze multiculturele samenleving. Alles wat speelt rond migratie en de integratie van nieuwe Nederlanders wordt als probleem gezien. En dan niet een probleem van degene die er over oordeelt, maar een probleem van ‘de samenleving’. ‘Wíj hebben een probleem’. Oplossingen worden niet of nauwelijks geboden. Integendeel het wordt alsmaar moeilijker, we komen er niet uit, en u,burger, bent helaas de klos. Dat leidt tot een klimaat waarin het gif zich ophoopt.

Positief taalgebruik

Wat ik mis is een ondernemende houding en bijpassend taalgebruik gericht op oplossingen die mensen niet tegen elkaar opzetten. Wat ik mis als het over de multiculturele samenleving gaat zijn bijvoorbeeld verwijzingen van onze premier naar universele mensenrechten, internationale verdragen die daarop zijn gebaseerd en de verplichtingen van Nederland die daaruit voortvloeien. Wat ik mis is enig blijk van compassie voor de situatie waarin meer dan een miljoen vluchtelingen in de Syrische provincie Idlib zit, bekneld tussen het leger van Turkije, dat zich heeft gecommitteerd om iedereen tegen te houden en de oprukkende legers van Assad, gesteund door Rusland.Wat ik mis zijn positieve associaties van onze bewindslieden met de prestaties van migranten in Nederland, en ook het feit dat ze nodig zijn in de zorg bijvoorbeeld. Wat ik mis is de boodschap aan boze, verontruste burgers dat Nederland zeer wel in staat is oplossingen te vinden voor de problemen die al enkele decennia zo breed worden uitgemeten, zowel in de media als in de Tweede Kamer. Juist van de opinieleiders in de politiek en de media mis ik een positieve, kalmerende boodschap en een taalgebruik dat, zoals vicepremier De Jonge het uitdrukte, de verschillen overbrugt en de samenwerking mogelijk maakt.

[overgenomen van Free Flow of Information]

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Alex Proimos (cc)

Identiteitspolitiek onder het mes

RECENSIE - Elma Drayer heeft een allergie voor slachtofferschap, schreef een recensent in de NRC. Kan me daar iets bij voorstellen. Tot voor kort was ze nogal eens te horen bij Tijs van den Brink’s radioprogramma ‘Dit is de dag’, dat bij mij vaak aanstaat als ik aan het koken ben. Elma hield zich daar bepaald niet in als mensen zich in haar ogen ten onrechte benadeeld of slecht behandeld voelden. Ze vond veel klachten overdreven, zeker als ze van links kwamen. Ik vond haar niet altijd even sympathiek, vooral door de manier waarop ze mensen die oprecht tegen onrecht opkwamen afzeikte. Maar ze had soms wel gelijk vanwege de onhandigheid waarmee iemand gevoelige kwesties in de openbaarheid aan de orde stelde.

In ‘Witte Schuld’ gaat Drayer helemaal los over de kwalijke kanten van de identiteitspolitiek, een uit de Verenigde Staten overgewaaide trend, zoals die tot uitdrukking komt in de standpunten van veel fanatieke antiracisten. Het boek bevat een aaneenschakeling van incidenten en uitspraken over zwart en wit die laten zien hoe het openbare debat in de afgelopen jaren te lijden heeft gehad onder moralistische, politiek correcte ingrepen die de vrijheid van meningsuiting ernstig hebben aangetast. Met als gevolg een ongezonde polarisatie in de openbare meningsvorming. In herinnering aan haar radio-optredens begon ik met enige scepsis aan haar boek. Maar ik moet zeggen dat ze bij een aantal aspecten van het actuele racismedebat de spijker op de kop slaat. Er is wel degelijk sprake van ontsporingen die een gezond cultureel en wetenschappelijk klimaat in de weg zitten.

Foto: Roel Wijnants (cc)

Imema’s, nabo’s of streepjes-Nederlanders?

De begrippen ‘allochtoon en autochtoon’ hebben hun beste tijd gehad. Wat zijn alternatieven en wat kunnen we zeggen in alledaagse gesprekken?

Is imema het nieuwe woord voor allochtoon? Freek de Jonge zal in zijn verkiezingsconference gedoeld hebben op het besluit van de WRR en het CBS om in hun publicaties voortaan te spreken over ‘inwoners met een migratieachtergrond’ (Freek: ‘driepoot’) en ‘inwoners met een Nederlandse achtergrond (imena, ’tweepoot’). De tweedelingen ‘allochtoon en autochtoon’ en ‘westers en niet-westers’ zijn aan vervanging toe omdat:

De migranten zijn inmiddels zo verschillend qua herkomstland en migratiemotief dat ze niet meer onder de overkoepelende termen ‘allochtonen’ of ‘westers’ en ‘niet-westers’ zijn te vangen. Deze labels hebben daarnaast een uitsluitende en onderschikkende werking. De term ‘allochtoon’ (‘van een ander land’) is bovendien onjuist voor de tweede generatie om­dat die in Nederland is geboren.

Nabo’s en fobo’s

In het maartnummer van Sociologie Magazine vraagt sociologe Leen Sterckx zich af of de nieuwe termen nu wezenlijk anders zijn: het voorstel om ‘allochtoon’ te vervangen door ‘inwoners met een migratieachtergrond’ miskent immers nog steeds dat veel kinderen van migranten wel degelijk een Nederlandse afkomst hebben.

Sterckx bespreekt vervolgens het voorstel van socioloog Arjen Leerkes voor een dynamisch perspectief waarbij de gekozen benamingen moeten weerspiegelen dat “het in Nederland geboren en getogen zijn zorgt voor overeenkomsten ongeacht de herkomst van ouders”. Leerkes stelt voor te spreken over ‘nabo’s’ (native born) van Nederlandse (of Marokkaanse/…) herkomst en ‘fobo’s’ (foreign born) van Marokkaanse (of Nederlandse/…) herkomst.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: Kiss in SoS-racisme, Parijs (2010) - Philippe LeRoyer, (cc)

Wachten op de trotse racisten

ACHTERGROND, ANALYSE - Hoe verhard de maatschappelijke discussie ook mag zijn, er zijn nog steeds geen mensen die het leuk vinden om racist genoemd te worden.

Mensen kunnen rustig volhouden dat een andere huidskleur nu eenmaal een indicatie is van domheid, of grapjes maken als een aantal witte sociaal zwakkeren een aantal kinderen van net aangekomen vluchtelingen intimideert. Sommigen tonen zich trots op het feit dat het lot van anderen hen niet interesseert wanneer ze op een afstand van meer dan 250 kilometer geboren zijn, of laten weten dat Arabieren ‘nu eenmaal’ zus of zo zijn. Dat zijn allemaal zaken die mensen tien jaar geleden niet zo snel in het openbaar zouden zeggen, maar de term racisme is kennelijk een stap te verm. De sprekers reageren vrijwel onveranderlijk als door een wesp gestoken zodra iemand zegt dat ze racistisch zijn.

Wat zegt dat over het begrip racisme? Waarom zijn er geen trotse racisten?

Melk

In de eerste plaats is het racisme natuurlijk een wetenschappelijke theorie, en wel een die geen hout snijdt: de theorie dat de mensheid kan worden onderverdeeld in een overzichtelijk aantal duidelijk van elkaar afgebakende groepen op basis van hun afkomst, rassen. Voor veel racisten is er bovendien een tweede deel van de theorie, die zegt dat sommige rassen superieur zijn aan anderen in bijvoorbeeld intellectueel of moreel opzicht. Doorgaans is het superieure ras dat van de aanhanger van de racistische theorie in kwestie.

Foto: Robert Falk (cc)

Van allochtoon naar Turkse Amsterdammer

OPINIE - Dilan Yesilgöz is van allochtoon plotseling Turkse Amsterdammer geworden, maar dat had ze liever niet gewild.

In Amsterdam is besloten dat het woord allochtoon niet meer gebruikt mag worden in beleidsstukken. Voortaan moet geschreven worden over Amsterdammers van buitenlandse afkomst. De tegenstellingen tussen allochtoon en autochtoon zouden in het maatschappelijk debat te scherp zijn geworden.

Deze wijziging wordt breed gesteund. Van links tot rechts, van voormalige allochtoon tot autochtoon.
Het woord ‘allochtoon’ , dat in de jaren ’70 geïntroduceerd werd en in geen andere taal vertaald kan worden, is volgens de meeste mensen stigmatiserend en heeft een negatieve klank.

De roep om het woord ‘allochtoon’ te verbannen is niet nieuw. In 2008 zei oud-minister Ernst Hirsch Ballin al dat dit woord niet langer gebruikt zou moeten worden omdat het een valse tegenstelling zou creëren. Vijf jaar later heeft Ballin zijn zin gekregen, het woord is verbannen.

Naar Amerikaans voorbeeld heten we vanaf nu Turkse of Marokkaanse Amsterdammers. Want categorisering blijft gewenst. De Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling adviseerde het vorige kabinet in 2012 om te stoppen met registeren van de afkomst van allochtonen en hun ouders na de eerste generatie, maar minister Asscher meldde in zijn brief aan de kamer op 21 februari (2013) dat hij niet van plan is om te stoppen met deze registratie. De minister zegt betrouwbare en consistente informatie nodig te hebben over de positie die migranten en hun kinderen innemen in de Nederlandse samenleving.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: -JvL- (cc)

Misleidend taalgebruik over Europa

OPINIE - Nederlandse politici voeden anti-EU stemming met misleidend taalgebruik en onvolledige voorstellingen

Nederland moet een groot aantal bevoegdheden terughalen uit Brussel, vindt CDA-leider Van Haersma Buma. Maar waar staat ‘Brussel’ nu eigenlijk voor in deze claim? Brussel is de plaats waar 27 landen met ministers en ambtenaren bijeenkomen om gezamenlijk besluiten te nemen over regels voor de oplossing van gemeenschappelijke problemen. Nederland zit in Brussel aan tafel. Alles wat uit Brussel komt is Den Haag gepasseerd. Het CDA heeft de afgelopen jaren als regeringspartner flinke invloed gehad op de Nederlandse stem in Brussel. Talloze ‘Brusselse’ besluiten zijn met instemming Den Haag en het CDA genomen. Buma zegt nu dus eigenlijk: ik wil nu niet meer wat ik vroeger wel wilde. Is dat een manier om het vertrouwen van burgers in de politiek terug te winnen?

Het debat over “de macht van Europa” is in Nederland van een bedroevend niveau en zit vol met clichés en misleidende voorstellingen. De verdeling van bevoegdheden tussen de nationale staat en de Europese Unie wordt terecht geagendeerd. Daar bestaan veel onduidelijkheden over die het draagvlak voor de Europese samenwerking nadelig beïnvloeden. Maar de vraag moet niet zijn: Nederland of Brussel, maar wat kunnen we beter zelf doen en wat moeten we samen met de andere lidstaten doen om het beste resultaat te bereiken? Als je niet verder komt dan de vraag waar over een bepaald onderwerp besloten moet worden, laat je de discussie over wat de beste oplossing is, waar de meeste voordelen zijn te behalen, en wat het meest effectief is, liggen. De simpele vraag ‘Den Haag of Brussel’ past alleen in Wilders’ anti-Europese frame. Hij zal in een debat over de machtsverdeling altijd uitkomen bij zijn stelling dat Nederland de EU moet verlaten. De andere partijen zullen zich gedwongen voelen de EU te verdedigen. En dat verliezen ze. Want ondertussen komen de eigenlijke vragen over de beste oplossingen voor allerlei vraagstukken op het gebied van economie, energie, sociale zaken, milieu niet meer aan bod.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Pas op je woorden!

foto: janinsanfran Flickr.com

De gruwelijke slachting die Anders Breivik op 22 juli heeft aangericht in Noorwegen heeft een reeks reacties (zoals deze en deze en deze) op gang gebracht waarin ook de toon van het politieke debat over immigratie, de multiculturele samenleving en de islam –wederom- in het geding wordt gebracht. Rechtse populisten zoals Wilders kunnen niet verantwoordelijk worden gehouden voor de misdaden van een doorgedraaide terrorist. Maar hun ophitsende woorden, hun oproep tot strijd, hun doemscenario’s over het einde van de Europese cultuur zijn wel te karakteriseren als de smeerolie voor het doordraaien van vereenzaamde, in een extremistische ideologie gelovende gekken. Dus: pas op uw woorden, mijnheer Wilders en verwanten! De rechtbank heeft u weliswaar toegestaan vrijuit te spreken, maar zie eens wat er van komt….Zo kunnen Wilders’ critici die teleurgesteld zijn in de afloop van de rechtszaak de politicus alsnog op z’n plaats zetten.

Het is een begrijpelijke redenering. Maar het matigen van de toon is hooguit een oplossing voor degenen die zich ergeren aan bepaalde woorden, uitdrukkingen, aan niet politiek-correct taalgebruik. Het onderliggende politieke probleem, het rechtsextremisme, de xenofobie, het verzet tegen de bestaande en niet zo maar “af te schaffen” multiculturele samenleving zal er niet door verdwijnen. Integendeel. Onderdrukking van de uitingsvrijheid is de beste garantie voor het voortbestaan van ideeën en gevoelens. Een moreel appèl is onvoldoende in het geval van hardnekkige overtuigingen. De voedingsbodem voor geweld zit niet in woorden en uitdrukkingen van politici of ideologen. De voedingsbodem zit in angstgevoelens, tekort aan begrip van en grip op een veranderende, globaliserende omgeving en de frustratie over het niet gehoord worden. Daar komt dan nog als versterkende factor bij de eindeloze herhaling van xenofobe probleemdefinities in de media die als bevestiging van die gevoelens gaan werken, “frames” waar ook de tegenstanders van de PVV en aanverwanten zich vaak niet aan weten te onttrekken.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Over het belang van woorden

Gevangenen Guantanamo January 2002 (Foto: Wikimedia Commons/Shane T. McCoy)

Woorden zijn belangrijk in de politiek. In de mond van politici zijn woorden wapens zoals we in de Nederlandse politiek dagelijks kunnen zien: hoofddoekjes worden kopvodden en de verzorgingsstaat wordt een geluksmachine. Maar ook het omgekeerde is mogelijk: er zijn ook woorden die men liever niet in de mond neemt. Omdat het onderwerp niet altijd vermeden kan worden gebruikt men dan een eufemisme. Natuurlijk hebben politici niet het alleenrecht als gaat om de woordkeus: de journalistiek moet ook meewerken. Journalisten kunnen er voor kiezen of ze meedoen met het spel van de politici of niet. Als het goed is doen ze dat natuurlijk niet.

Afgelopen donderdag was de ‘284-voudige vrijspraak’ van Ahmed Ghailani in het nieuws op de volgende manier:

Het is een merkwaardige veroordeling: deze man is waarschijnlijk schuldig aan de dood van honderden mensen maar hij wordt tot levenslang veroordeeld omdat hij ‘heeft meegedaan met een samenzwering om Amerikaanse eigendommen te vernietigen’. Eigendommen? Niet alleen is de beschuldiging merkwaardig maar ook de gang van zaken rond zijn proces: hij is in al in 2004 opgepakt maar hij wordt blijkbaar pas nu veroordeeld, ruim zes jaar later. Om het nog vreemder te maken blijkt dat hij wordt vrijgesproken op 284 van de 285 beschuldigingen. Het is alsof men een schot hagel heeft afgeschoten: er zal dan vast wel één kogeltje raak zijn.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Quote van de Dag: De woorden Van Wilders

[qvdd]

Maar hij zei dus “Het zal mij worst zijn.” Ik hoorde het en wist zeker dat hij die uitdrukking niet zomaar gebruikte. Hij had erover nagedacht. “Het zal mij worst zijn.” Het is direct, grof, maar ook weer niet té. Het is iets dat Dik Trom zou kunnen hebben gezegd, of Bartje. De taal van het Land van Ooit, dat is het. Het Nederland van de veldwachter en de kolenboer. Het bleekveldje voor de kookwas. Toen Nederland Nederland nog was. Wilders werd geboren in 1963. Dé televisieserie voor kinderen in die jaren was Swiebertje, Wilders moet ermee zijn opgegroeid. Daar liggen de wortels van zijn idioom, in de keuken van Juffrouw Saartje, de huishoudster in Swiebertje.

Jan Kuitenbrouwer, ‘De Woorden van Wilders & hoe ze werken’, p16.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.