Worstelen met het communistische verleden

Het was een internationale televisie-hype, een aantal jaren geleden: de verkiezing van de grootste vaderlander. Er werden informatieve filmpjes vertoond, panels bediscussieerden de kandidaten, deskundigen hielden gloedvolle pleidooien voor deze of gene stichter schilder of wetenschapper, en daarna mocht het volk zijn stem uitbrengen. In Nederland dreigde Pim Fortuyn deze wedstrijd te gaan winnen, maar dat kon worden voorkomen. In Rusland, waar staats-tv-zender Rossia de wedstrijd organiseerde (getiteld ‘De naam van Rusland’), ging de eindstrijd tussen de laatste tsaar Nicolaas II, en de communistische dictator Jozef Stalin. Op dat moment werd er van hogerhand ingegrepen. De uitslag moest gecorrigeerd, zo werd medegedeeld, en plots bleek de middeleeuwse vorst Alexander Nevski de grootste Rus aller tijden. Nevski, die 800 jaar geleden de Duitsers en de Zweden had verslagen en geldt als een van de stichters van Rusland. Op de tweede plaats kwam de minister/hervormer Pjotr Stolypin (1862-1911), op de derde plaats Jozef Stalin en daaronder tsaar Nicolaas.

Closing Time | ABBA

ACHTERGROND - ABBA, waarom ook niet? Naarmate hun carrière langer duurde, bleek het olijke viertal dat ooit het Eurovisie-songfestival had gewonnen, iets meer in huis te hebben dan makkelijke bubblegum-pop.

“The Visitors” gaat over de dissidenten in de Sovjet-Unie en is alleen te typeren als een aanklacht. U vindt de songtekst hier. Dat het onaangekondigde bezoek waarmee het liedje zo grimmig begint, rechtstreeks verwijst naar het begin van De Goelag Archipel van Solzjenitsyn, is in 1981 vermoedelijk niemand ontgaan.

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.

Foto: nein09 (cc)

‘Poetin democraat’

…is de kortste grap, die in Rusland circuleert. Rusland lijkt zoekende op een pad dat naar een nieuwe Koude Oorlog voert. Maar misschien voeden wij die angst van de Russen wel.

De vraag van betekenis is: wat denkt de Rus? En wat denkt Poetin?

Hoewel we niet weten wat Poetin denkt, is het dankzij het nieuwe boek van Svetlana Alexijewitsj, Het einde van de rode mens. Leven op de puinhopen van de Sovjet Unie nu een stuk duidelijker wat ‘de’ Rus denkt.

Het einde van de rode mens’ is fantastisch, want het is een meeslepend geschreven verhaal, oral history van het type dat je bij Bibeb of Gerard van Westerloo vindt. Het boek is kloek, meer dan vierhonderd pagina’s, maar er kan maar weinig uit worden weggelaten.

Het gaat over de politieke geschiedenis van de Sovjet-Unie en Rusland, maar ook over dat ongrijpbare, de Russische cultuur, de melancholie, de fixatie op strijd en lijden.

Politieke geschiedenis

Voor de sfeer in Rusland is de recente politieke geschiedenis van betekenis, maar ook de minder recente telt mee. In 1989 viel de muur in Berlijn en zakten de regimes in Oost-Europa als kaartenhuizen in elkaar. De oude mannen in het Kremlin stierven (Breznjev, Andropov) en Gorbatschov leek een nieuwe tijd in te luiden. Maar in 1992 was hij zo weinig populair in de USSR, dat een staatsgreep tegen hem plaats vond. Niks glasnost en perestroika, meende een deerniswekkende junta.

Foto: Eric Heupel (cc)

Bouwen aan een betere samenleving

De kunst die ontstond ten tijde van Stalin, Hitler, Mussolini, Mao en Saddam Hoessein werd gecontroleerd door foute regimes en heeft daardoor altijd een slechte reputatie gehad. Het feit dat de artiesten, ook de toonaangevende, berust hebben in, meegewerkt hebben met of zelfs gepleit hebben voor toezicht van de staat over kunst en cultuur, heeft hen geen goed gedaan.

De artiest stond namelijk in dienst van de propaganda, hij moest de idealen van de revolutie of de grootsheid van het nieuwe Rome en van het Derde Rijk promoten bij de massa en in het buitenland. Hij kon zich niet bezig houden met “l’art pour l’art”, zijn creaties werden door kunsthistorici dan ook niet au sérieux genomen en eerder gecatalogeerd onder de noemer culturele kitsch.

Igor Golomstock, specialist in de kunst van de Renaissance en van de 20e eeuw, denkt daar duidelijk heel anders over. Hij was lid van de vereniging van sovjetkunstenaars en verbonden aan het Poesjkin museum. Hij verliet de Sovjet-Unie in de jaren ’80 en werd professor aan de universiteiten van St. Andrews, Essex en Oxford.

Hij beweert dat de totalitaire kunst de tweede stijl was van de 20e eeuw, na het modernisme van Bauhaus en zijn Russische variant, het constructivisme. Die kunstvorm werd door Stalin verboden in 1932 en Hitler volgde hem na  in 1933.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Quote du jour | Preparations for a great war

In the near term, it should be assumed that the principal objective of Russia’s clear demonstration of power is to exert pressure on the West, to force it to make further concessions on the issue of Ukraine and confirm the Russian Federation’s position as a superpower. However, given the length and scale of the enterprise – an increasingly prominent effect of which is the progressive militarisation of the state – the consequences of these apparent preparations for war may be far more serious.

Foto: Eric Heupel (cc)

Terreur en droom

Moskou 1937: Stalin staat op zijn hoogtepunt en toch veroorzaakt hij de eerste georganiseerde massamoord in de Europese geschiedenis. Ten minste als we het uitroeien en uithongeren van koelakken, Oekraïners en andere inwoners hier niet bij rekenen.

700.000 mensen worden schijnbaar zinloos doodgeschoten en 1,3 miljoen anderen verdwijnen in straf- en werkkampen. Blijkbaar hadden de Sovjetburgers nog niet genoeg geleden onder de Eerste Wereldoorlog (15 miljoen doden) en onder de uithongering tijdens de collectivisatie.

De executies van 1937 hadden bovendien iets onwezenlijks, dat we met ons verstand nog altijd niet kunnen bevatten. Bij de nazi’s wisten joden, zigeuners, homo’s en communisten dat ze gevaar liepen. Bij Stalin wisten de slachtoffers niet waarom precies zij uitgekozen werden, want ze beschouwden zichzelf als voortreffelijke patriotten. Onder hen waren overtuigde leiders van de revolutie (zoals Boecharin), wereldwijd bekende staatslieden en diplomaten, bedrijfsleiders, uiterst bekwame militairen, kortom: mensen die onmisbaar waren voor de heropbouw van het land.

En net zij werden beschuldigd van aanslagen en opstanden, spionage voor de vijand, sabotage van fabrieken, mijnen of van wetenschappelijk onderzoek. En nog minder begrijpelijk is dat zij onder druk bekenden dat zij dat allemaal gedaan hadden en dat hun familieleden en vrienden die bekentenissen ook nog gingen geloven, als ze er ten minste iets van te weten kwamen.

Foto: Eric Heupel (cc)

Eight Days A Week

Waarom heeft een week eigenlijk 7 dagen?
Sommige dingen lijken zo voor de hand liggend dat je er eigenlijk nooit bij stil staat, zeker iedereen die is opgegroeid in de dominante Joods-Christelijk traditie. De bijbelse God was immers zes dagen druk doende met de schepping. Dan, in genesis 2:2: “Op de zevende dag had God zijn werk voltooid, op die dag rustte hij van het werk dat hij gedaan had. God zegende de zevende dag en verklaarde die heilig, want op die dag rustte hij van heel zijn scheppingswerk.” Ook in de tien geboden in Exodus is trouwens een duidelijke verwijzing terug te vinden naar de sabbat als rustdag.

Toch is deze verklaring verre van bevredigend en dat niet alleen omdat het bijbelse verhaal allegorisch van aard is. Het verklaart de 7-daagse week vanuit een verzonnen scheppingsverhaal, terwijl de bijbelse week, zoals veel meer joodse culturele elementen, historisch gezien gewoon terug grijpt op de veel oudere Soemerische week. Deze werd ingesteld door de Soemerische heerser Shulgi (2094-2047 v.C.).

De zogenaamde Umma kalender verspreidde zich via de latere Babylonische kalender door heel Mesopotamië en de Levant. De zon (Utu), maan (Nanna) en de vijf zichtbare planeten aan de nachtelijke hemel Mercurius (Enki), Venus (Inanna), Mars (Gugalanna), Saturnus (Ninurta) en Jupiter (Enlil) zouden als inspiratie hebben gediend voor een zevendaagse week. Zeven is dus wellicht toeval: als ook de buitenplaneten zichtbaar waren geweest, hadden we volgens deze logica een week met meer dan zeven dagen gehad. Ook de oude Grieken namen deze indeling over.

Bestel je boeken bij Bazarow

Bazarow is een verkopende boekensite, waar je ook recensies, nieuws, een agenda en een digitaal magazine kan vinden. Nog niet alles is af, maar veel boeken zijn al te vinden en er komt de komende maanden steeds meer bij.

Het doel van Bazarow is om een site te vormen die evenveel gemak biedt als de online giganten maar die wél teruggeeft aan de boekensector. Tegen roofkapitalisme, en voor teruggeefkapitalisme, bijvoorbeeld door te zorgen dat een flink deel van de opbrengst terug naar de sector gaat en door boekhandels te steunen.

Jason Jones denkt terug aan Koude Oorlog

The Daily Show-correspondent Jason Jones gaat in Moskou op zoek naar herinneringen aan die goeie ouwe tijd van toen De Muur er nog stond. Oftewel: ‘the good old days of drunken nuclear hooliganism between the United States and Soviet Union.’ En Gorbatsjov komt ook nog even voorbij.

Foto: Eric Heupel (cc)

Fluisteraars

  • Orlando Figes, Fluisteraars.
  • Het dagelijks leven onder Lenin en Stalin.
  • Witsand Uitgevers, Gent, 2010.
  • 640 p. ISBN 978 90 4680 487 2
  • 2ehands vanaf € 49,80

    Dit is een gastbijdrage van Jef Abbeel.

    Orlando Figes (1959) is hoogleraar in Londen. Hij schreef al een vijftal boeken over de Sovjetgeschiedenis, die telkens een ander aspect ervan behandelen.

    “Fluisteraars” gaat over het leven van Russen, Oekraïners en vele andere volkeren in het Sovjetrijk in de periode van 1917 tot 1953. Het is al vertaald in 20 talen, maar helaas niet in het Russisch. Russische uitgevers en historici blijken nog geen interesse te hebben of schrikken ervoor terug.

    Zoals de titel doet vermoeden, verliep het leven van de toenmalige sovjetburgers in een sfeer van angst. Het boek had even goed “Angst ten tijde van Stalin” kunnen heten. Mensen fluisterden, omdat ze bang waren om te worden afgeluisterd. Elk woord kon doorverteld worden aan de geheime dienst en kon arrestatie tot gevolg hebben. Niemand wist wie allemaal informant was van dat instituut. Velen waren zo ongerust, dat man en vrouw tegen elkaar zwegen over hun houding tegenover het regime en over hun afkomst. Want een “bourgeois” verleden kon volstaan om in een werkkamp te belanden.

    Het was zelfs zo erg, dat velen permanent een koffertje hadden klaar staan voor de mogelijk enige reis in hun leven : die naar het werkkamp in de noordelijke of oostelijke goelag. Zeker in de jaren 1937-1938 stond dit reiskoffertje klaar, ook bij trouwe aanhangers van het regime. En helaas was het dikwijls nodig. Weinig families ontsnapten aan de gevreesde klop op de deur. En wanneer die er kwam, stonden de mensen zo verstijfd dat het leek alsof ze nog schuldig waren ook. En zelfs dan namen sommige vaders afscheid met als laatste woorden : wees een goed communist.

    Figes heeft voor deze studie de medewerking gekregen van Memorial. Dit is een Russische organisatie die de terreur tijdens het sovjetregime onderzoekt en getuigenissen van nog levende slachtoffers verzamelt. Bij meer dan duizend bejaarden (van 70 en meer) werd een interview afgenomen. Daarvan zijn er 450 verwerkt in dit lijvig boek. De andere staan op de site : www.orlandofiges.com
    Figes beperkte zich niet tot deze oral history : hij onderzocht de dossiers, brieven, dagboeken in Russische archieven. Zo wapent hij zich preventief tegen het mogelijke verwijt dat mondelinge getuigenissen na 70 jaar misschien niet meer beantwoorden aan de normen van de historische kritiek, dat deze mensen bepaalde zaken vergeten zouden zijn of zelfs nu nog bang zijn om erover te vertellen.
    Dan blijkt dat vele slachtoffers pas nu, aan het einde van hun leven, durven spreken, ook de behoefte voelen om hun lijdensverhaal door te geven. En de dossiers blijken hun getuigenissen te bevestigen.
    Bij de vragen die telkens voorkwamen waren : welke invloed had het leven in een terreurregime op je relaties met je familie, vrienden en buren ?
    Hoe probeerde je te overleven ?
    De antwoorden zijn onthutsend en schrijnend. Ze vertonen heel vaak overeenkomsten met het onvolprezen boek van Nina Loegovskaja, “Ik wil leven. Het geheime dagboek van een 40.Russisch meisje tijdens het Stalin-bewind”, Uitgeverij WPG, Antwerpen, 2004. Eigenaardig genoeg wordt het hier niet geciteerd.

    We geven ter illustratie enkele concrete voorbeelden van het leven in het toenmalige sovjetrijk. De revolutionairen stelden zeer hoge eisen aan hun onderdanen en aanvankelijk ook aan zichzelf (later bedachten ze het nomenclatura- systeem, zodat zij zelf niets te kort kwamen).
    Het privé-leven moest totaal ondergeschikt zijn aan de communistische zaak en aan de communistische heilstaat. Er waren gelijkenissen met het kloosterleven bij ons voor 1965. De communisten moesten 7 dagen op 7 en 24 uur op 24 in dienst staan van de revolutie en daardoor de opvoeding van hun kinderen overlaten aan anderen, bij voorbeeld aan de grootouders of aan kindermeisjes uit de dorpen. Deze brave mensen gaven hun dikwijls een …zeer traditionele opvoeding, met de christelijke waarden van de orthodoxe kerk in plaats van de revolutionaire. Doopsels e.a. riten vonden plaats in het geheim. Van hun echte ouders kregen ze weinig liefde en affectie.
    Op de schoolbanken en in de komsomol ( communistische jeugdbeweging ) leerden ook zij dat ze alles moesten opofferen voor de revolutie, inclusief anderen verraden. Die anderen, dat waren de “bourgeois”, koelakken ( kleine zelfstandige boeren), maar ook hun buren, ouders, broers of zussen, als die het waagden om een verkeerd woord over de partij of het systeem te zeggen.
    Het familiaal leven van miljoenen rode proletariërs werd volledig gefnuikt door het systeem van de kommoenolka’s. Dit waren flatgebouwen, waar alles gemeenschappelijk was voor vier of veel meer families. Dit had wellicht ook enkele leuke kanten, maar elke vorm van privacy werd in de kiem gesmoord. Figes geeft een plattegrond van zo een flat (194) : in één kamer stonden alle eenpersoons bedden van grootvader, grootmoeder, vader, moeder, zoon, dochter.
    65.’s Nachts sliepen de kinderen achter een geïmproviseerd scherm, om te voorkomen dat ze toekeken wanneer de ouders en grootouders naar bed gingen.
    Verder was er één eettafel, een boekenkast, wastafeltje, schrijftafeltje, een paar stoelen, een kist onder een bed en een kapstok, dus niet eens een kleerkast. Het fornuisje was veel te klein. Eigenlijk was dit nog luxe, want er was toch een gemeenschappelijk keuken.
    De gemeenschappelijke keuken, badkamer en toilet vormden dagelijks het toneel van conflicten en waren een bron van constante ergernis. Alle families wilden ’s avonds rond dezelfde tijd koken, nadat ze soms al een paar uur verloren hadden met in de rij te staan voor wat brood, altijd dezelfde, uitsluitend inlandse groenten en minderwaardig vlees. Want het betere vlees werd geëxporteerd en tot 1990 zag de sovjetburger en de onderdaan in het Oostblok geen buitenlands fruit zoals sinaasappelen en bananen. Menigeen wilde rond dezelfde tijd onder de vuile douche of naar het nog smeriger toilet. Soms was er één toilet voor 48 (achtenveertig ) mensen ! Iedereen was gespannen en irritaties waren onvermijdelijk.
    Tussen de kamers van de verschillende families was de geluidsisolatie quasi nihil. Gesprekken in de nabijgelegen kamers waren woordelijk te verstaan, zodat de families leerden fluisteren, zeker over politiek of over hun eigen afkomst. Het Russische woord “sjeptoen” is fluisteraar, in de betekenis van verklikker. “Sjeptoesjik” is neutraler, voor een fluisteraar die bang is om gehoord en verklikt te worden.
    Wie bij de adel of de geestelijkheid was ( geweest), uit de bourgeoisie kwam, kind was van een tsaristische officier of van een koelak (kleine zelfstandige boer), stond op de zwarte lijst en liep een groot risico voor het minst verraden te worden, hoewel hij of zij alle vroegere voorrechten en bezit kwijt was. Meer nog : zij werden tot paria gedegradeerd en kregen weinig kansen om verder te studeren . Zo wou men voorkomen dat er een nieuwe klasse ontstond.
    In de sovjetmaatschappij was de sociale mobiliteit, de kans om vooruitgang te maken, heel groot, maar in beide richtingen : de rode proletariër kon de sociale ladder beklimmen, maar de voormalige elite, bekwaam of onbekwaam, werd als klassenvijand ofwel fysiek uitgeschakeld ofwel van de ladder afgeduwd.
    Elke gedachte aan persoonlijk geluk was schandelijk en moest worden onderdrukt, opgeofferd voor een beter bestaan in de toekomst. “Vuile intellectueel” en “egoïst” waren de ergste scheldwoorden. Een agent van de geheime dienst, die uit naam van de revolutie de ijzerhandel van zijn eigen vader confisqueerde, werd toegejuicht door de idealisten van de komsomol en kreeg een voorbeeldfunctie.
    Het huwelijk werd afgedaan als een burgerlijke conventie, dus iets van het Ancien Regime, dat voorgoed tot het verleden moest behoren. Relaties gingen vaak stuk, doordat één van 100.beiden de revolutie belangrijker vond dan de partner. In 1927 vaardigde de partij zelfs een officiële richtlijn uit dat iedereen “contrarevolutionaire gesprekken” moest rapporteren.

    De verklikkingsmanie bereikte mythische proporties met Pavlik Morozov (134-137, 140-141, 174, 311,314,317). Dit jongetje van 15 zou in 1932 zijn vader bij de politie aangegeven hebben als koelak. De vader was een eenvoudige, hardwerkende boer, die met het Rode Leger had gevochten en voorzitter was van de dorpssovjet(134). Hij werd veroordeeld tot dwangarbeid en later doodgeschoten.
    Meteen werd er een Pavlik – cultus gecreëerd : in verhalen, films, gedichten, toneelstukken, liedjes, … was hij de perfecte pionier. Elk kind kreeg de plicht zijn vader of leraar te verklikken, als die “zich niet hield aan de sovjetwetten”.
    In de jaren ’30 ontaardde dit in een massafenomeen, zeker in de jaren ’37 en ’38. Verklikking bevorderde de terreur, maar was er niet de oorzaak van.
    De terreur was een doelbewuste massamoord, om de absolute macht te behouden. De geheime dienst legde daarbij lijsten aan van koelakken en andere “vijanden van het volk” en waarbij elke dorpssovjet zijn quotum moest halen. En als ze het getal niet haalden bij de “volksvijanden”, werd het aangevuld op basis van loting ! Niemand was nog veilig en men kon van vandaag op morgen veranderen van trouwe medewerker van Stalin of trouwe officier in volksvijand.
    Kinderen en jongeren moesten overal allerlei formulieren invullen : op school, bij de jeugdbeweging, in de fabriek. Als ze aankruisten dat er ooit een familielid gearresteerd was, werden ze zelf uitgesloten. Zo leerden ze dus liegen om te overleven.

    En om te overleven, moest men vaak collaboreren. Schrijver en parlementslid Konstantin Simonov (1915 – 1979) wordt hier uitgebreid aangehaald als overtuigend voorbeeld. Hij had aristocratische ouders, leefde daarom permanent in angst en gedroeg zich daarom als model voor de anderen. Of toch in bepaalde opzichten, want hij was tegelijk vriend en verrader, “gelovig utopist” en twijfelaar, trouwe minnaar en trouweloze echtgenoot, beschermengel en bange parasiet. Alleen al in het register krijgt hij anderhalve pagina (764 – 765).

    Arrestaties verliepen vaak volgens een zelfde patroon. Velen die werden aangehouden, boden geen enkele vorm van verzet, ze zaten erbij als geslagen honden, verstijfd van de schrik en ze ondergingen alle vernederingen. Bekentenissen werden afgedwongen met de ergste folterpraktijken.
    Wie verbannen werd naar het barre noorden of oosten, kwam terecht in ijskoude niemandslanden, waar alles nog uit de grond gestampt moest worden : er waren geen huizen, geen water, geen voedsel. Steden ( zoals Magnitogorsk), ontstonden op de lijken van miljoenen doden. 25 miljoen mensen werden het slachtoffer van de terreur. Bijna elke familie werd geconfronteerd met arrestatie, deportatie. Daar mag je nog tientallen miljoenen doden bijtellen, die omkwamen van honger of door de 2° W.O.

    Er waren ook een groot aantal “believers”, die het gevoel of de overtuiging hadden dat ze persoonlijk deel uitmaakten van de wereldrevolutie, die op elk moment kon uitbreken en die van alle mensen broeders zou maken. Vanaf hun jeugd waren ze op school, bij de pioniers, in de komsomol en in de partij geïndoctrineerd met en doordrongen van de waarden van de ideale sovjetmaatschappij en met begrippen zoals “vijanden van het volk”.

    Soms vergelijkt Figes het Stalinisme met het nazisme : het eerste duurde veel langer en kon in eigen land en nadien in de satellietstaten dus veel meer levens vernietigen. Beide systemen waren antisemitisch, maar in Rusland ontaardde dat niet in massale uitroeiingskampen met gaskamers en verbrandingsovens. De geheime dienst telde te veel ongeschoolde, zelfs domme krachten, waardoor hij minder efficiënt was dan de Gestapo ( of dan de latere Stasi). Figes had deze vergelijking wat meer mogen uitdiepen of verwijzen naar Richard Overy, “Dictators. Hitlers Duitsland, Stalins Rusland” (WPG, Antwerpen, 2005).

    Een paar kleine opmerkingen. Een verklarende woordenlijst ontbreekt. Begrippen zoals koelak en komsomol zijn bekend, maar kommoenalka, sjeptoen , sjeptoesjik niet. Het boek is rijkelijk voorzien van noten en een register, maar het mist een overzichtelijke bibliografie.

    Tot slot : Figes onderzoekt, beschrijft, analyseert, vergelijkt, nuanceert. Het uiteindelijke oordeel laat hij grotendeels over aan de lezer. Hij heeft een begenadigde schrijfstijl. Zijn boek is te dik om in één trek uit te lezen, figuren zoals Simonov hadden iets minder pagina’s mogen krijgen, maar eens je eraan begint, blijft het je intrigeren.

    Het Rusland van Poetin en Medvedev biedt de mensen eindeloos meer ademruimte, de kans om de wereld te verkennen, meer mogelijkheden om economische vooruitgang te maken, maar wie hardop kritiek durft te uiten op de corruptie, riskeert nog altijd in Siberië te belanden of met vergif of kogels uitgeschakeld te worden.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Volgende