Het ministerie van Fenomenisering

Een bijdrage van Peter Olsthoorn. Sommige persberichten lijken speciaal voor Leugens.nl te worden geschreven. Over vermenging tussen journalistiek, social media en reclame. “Merken en mensen kunnen in het huidige communicatietijdperk binnen 24 uur een wereldwijd fenomeen worden, maar goede ‘fenomenisering’ hoeft geen toevalstreffer te zijn. Daarom start vandaag het Ministerie van Fenomenisering (www.minfen.nl), geleid door de ex-directeur van de Telegraaf Media Groep en medeoprichter van Powned, Marianne Zwagerman. Samen met het gelauwerde reclameteam Jan Bennink en Theo Imhoff, en oud-hoofdredacteur van dagblad Metro, Rutger Huizenga zet zij een nieuwe formule in de communicatiemarkt om mensen, merken en organisaties te fenomeniseren. Met een mix van creativiteit, publiciteit en interactiviteit. “Fenomeniseren is van iets kleins iets groots maken door maximale nieuwsaandacht te genereren”, aldus Marianne Zwagerman. “Daarbij gaan we altijd uit van een journalistieke aanpak. We speuren naar de verhalen in bedrijven waarvoor wij werken. De bedrijven die we vroeger adverteerders noemden, helpen we groot en bekend te maken. Door alle vormen van communicatie in te zetten maken we fenomenen. Op straat. In de media. Op social media.” Zwagerman bracht fenomenisering zelf ook in de praktijk.

Door: Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

De polemiek en het schelden: hufters!

Wanneer gaat polemiek over in schelden, vraagt Hufter Hunter zich af in deze gastbijdrage.

Als je kritiek levert op hufters, moet je ontzettend op je woorden passen. Want de minste of geringste belediging van je opponent leidt al tot de jijbak: “Dat verwacht je niet, van iemand die zich fatsoenlijk noemt.” Schrijf je bijvoorbeeld dat een bepaalde hufter een omhooggevallen kneus is en dat diens populariteit slechts het bewijs is dat schuim altijd boven komt drijven, dan kan de hufter in kwestie direct een link of screenshot van die uitspraak bloggen met een opmerking als “zo rolt ‘fatsoenlijk’ GroenLinks” of “VN heeft heel ‘fatsoenlijke’ columnisten in dienst” of iets van die strekking. Zelfs als je alle metaforen en andere mogelijk incriminerende sound bytes weglaat, en gewoon unverfroren schrijft: “Ik vind de kwaliteit van de artikelen van deze hufter niet passen bij dit medium”, dan krijg je nóg de wind van voren. “Hij wil mij de mond snoeren, hij is jaloers, hij maakt me zwart, rechtse meningen mogen niet van ‘fatsoenlijk’ links. Stalker! CENSUUR!” Je kunt als fatsoensridder dus eigenlijk helemaal geen kritiek uiten. Of toch wel?

Wat de hufters met hun heilige verontwaardiging proberen te maskeren is dat er wel degelijk verschil is tussen hufterig gescheld en scherp verwoorde kritiek. Schelden vindt plaats in het luchtledige. Het is niet bedoeld om een punt te maken en iemand tot een reactie te prikkelen, maar als stomp voorwerp om iemand knock-out te slaan. Tegen schelden is weinig verweer. Als Wilders zou zeggen: “De minister is onverstandig want haar plannen zijn financieel niet haalbaar” dan kan de minster daar iets tegenin brengen. Er ontstaat een debat. Maar Wilders zegt: “De minister is knettergek.” En de minister weet niet wat ze terug moet zeggen. Zo behaalt Wilders optisch voordeel, zeker tegenover een minder begaafd publiek. Domme toehoorders zullen denken dat de hufter een punt heeft gescoord met het scheldwoord. In het geval van Wilders is dat extra jammer, want ook domme mensen mogen wel gewoon stemmen.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Intieme en intimiderende technologie

Sociale media hebben niets te maken met intimiteit, schrijft filosoof Jan Vorstenbosch. Een nieuwe aflevering in de serie Intieme Technologie van het Rathenau Instituut.

‘Intieme technologie’…een intrigerende paring van woorden. Het klinkt een beetje als ‘zwarte sneeuw‘. Dat ligt vooral aan de suggestieve betekenis van ‘intiem’. Bij intiem denk ik aan een etentje (gezelligheid, close, romantiek), een omhelzing (warmte, lichamelijkheid), aan vrienden (vertrouwelijkheid, nabijheid, gehechtheid). ‘Intiem’ drukt uit dat we gedurende een zekere episode op een bepaalde wijze een ervaring hebben, zoals ook ‘knus’, ‘plezierig’, ‘fijn’ en ‘heerlijk’ en ‘gezellig’ dat doen. De kern van het intieme als een dimensie van ervaring bij een situatie of handeling, is relationeel en intersubjectief. De ervaring wordt bijvoeglijk uitgedrukt en ze is in beginsel positief – de complicaties laat ik graag liggen voor schrijvers. Iemand die helemaal geen intieme relaties heeft, nooit eens een intiem etentje, geen omhelzingen, geen vrienden, vinden we ‘zielig’.

Zielig. Ook zo’n woord trouwens. Min of meer per abuis meldde ik me aan bij Facebook. Ik dacht een beter contact te organiseren met een vriend die verhuisd was. Na drie maanden heb ik, welbewust, nog altijd maar die ene vriend, die de reden van mijn aanmelding was. Ik weersta tot nu toe de verleiding om al die aardige, interessante, mij vaag bekende mensen die er blijk van gaven aan die ene willen worden toegevoegd, te bevrienden. Een verre vriend uit een ver verleden vond het maar zielig, één vriend! op Facebook!!!  Ik vind mensen die prat gaan op driehonderd vrienden op Facebook zielig.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Opgroeien met intieme technologie

Boris de Ruyter werkt bij Philips Research. Hij vraagt zich af of  opgroeien met intieme technologie gevolgen heeft voor de ontwikkeling van een kind. Een nieuwe aflevering in de serie Intieme Technologie van het Rathenau Instituut.

Dat toepassingen van technologie intiem zijn verweven in ons dagelijkse leven en een invloed op ons dagelijks gedrag hebben zal niemand echt verbazen. Neem het voorbeeld van sociale netwerken: heden ten dage heeft de jeugd het over honderden vrienden. Uiteraard heeft deze jeugd niet meer sociale vaardigheden en dermate meer tijd te investeren in vriendschapsrelaties dan de vorige generatie. Dit doet vermoeden dat de definitie en mogelijk de functie van vriendschap niet meer is wat het ooit was.

Een ander voor de hand liggend voorbeeld is sms. Het hedendaagse communicatiepatroon bij de jongeren alsook het gebruik van taal is sterk beïnvloed door deze communicatiemogelijkheid. Met duizenden asynchrone berichten bestookt de jeugd elkaar dag en nacht waardoor stress, depressie en zelfs slaapstoornissen zich beginnen te manifesteren. Maar deze voorbeelden zijn slechts oppervlakkig en lijken dramatisch doch zijn niet noodzakelijk bestendig van aard. Ontneem de jongeren hun communicatiemiddelen gedurende een zomervakantie in het buitenland en ze zullen, na hooguit een paar dagen van ontwenningsverschijnselen, deze ontbering wel overleven.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Privacy voor een koopje

Nederlander ruilt privacy niet in voor een ‘koopje’ kopt Nu.nl. KPMG heeft onderzoek gedaan onder 10.000 Nederlanders en die zeggen niet goedkopere of online diensten te willen in ruil voor het prijsgeven van hun persoonsgegevens.

Dit is natuurlijk een lachwekkend onderzoek. Even handen opsteken: wie betaalt hier voor Google (docs, maps, gmail, charts, insight, news, reader, etc.), Hotmail, Hyves, Facebook, Twitter? Wie betaalt voor de online Telegraaf, Nu.nl, NRC? Wie betaalt er hier voor Wordfeud, Angry Birds of Buienradar?

Hoe betalen deze bedrijven hun rekeningen denkt u? Juist.

foto Susanti Chandra

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Principes versus presence?

Linda Kool is onderzoeker en adviseur bij TNO. Ze ervaart grote druk om mee te doen op Twitter en Facebook, ondanks haar bezwaren op het gebied van privacy. Een nieuwe aflevering van de serie Intieme Technologie van het Rathenau Instituut.

Het web is voor velen van ons niet meer weg te denken uit ons dagelijks leven. Het web is onze lifeline naar de wereld geworden. Vrienden, werk, uitgaan, nieuws, boodschappen, entertainment en de nieuwste hotspot in de stad – het is slechts een paar muisklikken van ons weg. En die levenslijn wordt steeds belangrijker. In 2009 gaf onderzoek al aan dat jongeren liever een dag niet eten dan een dag zonder telefoon door het leven te moeten gaan. Recenter onderzoek laat zien dat een derde van de jongeren internet tegenwoordig net zo belangrijk vindt als water, eten, lucht en een dak boven hun hoofd.

Bij mij loopt het allemaal niet zo’n vaart. Hoewel ik van diverse apparaten ben voorzien, van smartphone tot iPad, lijk ik maar geen optimaal gebruik te maken van de mogelijkheden die het sociale web me biedt. Waar collega’s en vrienden Facebook en Twitter continu aan hebben staan, hun nieuwsinname maximaliseren, samen online scrabble spelen en tussendoor ook nog werken, kan ik slecht wennen aan het continu onderbroken worden door de rits tweets, instant messages, krabbels etc. Mijn Facebook en Hyves-account heb ik opgezegd, ik ben niet  begonnen aan locatiegebaseerde sociale netwerken zoals Foursquare en ik moet altijd mijn best doen om me te herinneren dat het weer tijd is voor een Tweet. Ik heb geen publiek Twitter-account; mijn Tweets zijn alleen zichtbaar voor mijn volgers en dat zijn er ook niet veel. Ik steek dus bleek af bij de bovengenoemde digital natives, maar trouwens ook bij vrienden en collega’s (digital native of niet).

Vorige Volgende