Boetes en het schuldgevoel van de agent
Mijn vader zat vol vernieuwende ideeën voor de publieke ruimte. Een daarvan was het invoeren van absurd hoge boetes voor afval op straat of asociaal gedrag in het verkeer. “Gewoon 100.000 euro boete. 100.000. Dan is het meteen afgelopen. Heb je ook minder agenten nodig.”
Als economie-student leerde ik dat de combinatie van twee variabelen van belang: de pakkans en de hoogte van de boete. 10% pakkans en 100 euro boete zou het zelfde moeten opleveren (of kosten) als een pakkans van 1% en 1000 euro boete. In de les kwam dan natuurlijk de vraag op: waarom dan de boetes niet flink omhoog doen? Waarom niet 100.000 euro? Dan kun je toch met minder agenten toe en ontzie je toch de staatskas?
De laatste jaren vinden we deze gedachte terug in beleid. In 2008 gingen de boetes al met gemiddeld 20% omhoog, in 2011 komt daar nog eens 15% bij. Door rood licht rijden kost nu 186 euro. Afval op straat kost 104 euro. Zo haalt dit kabinet 50 miljoen euro binnen (en compenseert het misschien het afschaffen van de bonnenquota en het niet leveren van die 3000 beloofde agenten). Maar de oppositie kan er ook wat van: voor de PvdA mag de boete voor het op straat gooien van een leeg patatbakje of colablikje best naar 150 euro. Het gaat al aardig richting de 1000 dollar die je er in Singapore voor neer mag tellen.

Waarom overweegt Jolande Sap van GroenLinks steun aan de missie naar Afghanistan? Goed,