Eins, zwei, polizei
Edu Nandlal heeft op Kerstavond de vruchten mogen plukken van uw stemgedrag: de politie treedt tegenwoordig keihard op tegen half verlamde vliegrampoverlevenden die ‘s avonds een busje bij een woning parkeren om spullen in te laden.
Niemand had in het donker Nandlal herkend – het was een man met een licht getinte huidskleur en dan neemt de Utrechtse politie geen enkel risico meer. Eentje maar! Die kunnen ze makkelijk hebben. Eentje wel. Nou, dat heeft Nandlal geweten, hoe makkelijk dat is om een kerel met een dwarslaesie uit zijn auto te sleuren en over straat te trekken.
Ze hadden al snel door dat hij de dader niet was, zegt woordvoerder Jens nu. Desondanks moest hij toch even langs de dienstdoende arts die zijn werk bij de politie niet ziet als artsen- maar als beulswerk. Het soort arts dus wat nog wel eens in oudere films voorbij komt, meestal voorzien van veel te grote, matstalen instrumenten en een Duits of Russisch accent. Het soort arts dat niet in een politiebureau hoort te zitten, tenzij het in een cel is.
De woordvoerder zinspeelt er bovendien op dat Nandlal een kort lontje zou hebben gehad. Je wilt niet weten hoe kort mijn lontje zou zijn als ik alleen al zou zien dat agenten een gehandicapte zo zouden mishandelen. Dus Nandlal mag van mij op zo’n moment echt alles zeggen. Al wenst hij ze hartstikke dood. Veel meer kan de man ook niet doen tegen zo’n overmacht.
