Souvenir

Ik weet nooit wat ik mee moet nemen. Wel voor de slopers, maar nooit voor de man. De afgelopen paar dagen was ik in Parijs met mijn Franse vriendin en ik vind het altijd wel zo leuk om iets kleins mee te nemen als teken dat ik heus wel aan ze heb gedacht tussen al het geoehlala door. De sneeuwbolletjes met Eiffeltoren waren zo gekocht, evenals de T-shirtjes met ‘Paris Rocks!’ erop. Voor de man had ik nog niets. Ineens wist ik het. Een leuker cadeau kon ik niet bedenken. Zeven jaar geleden waren wij namelijk samen in Parijs, de man en ik. Ik was zwanger en wij zaten in grote spanning te wachten op de uitslag van de vruchtwaterpunctie. Die uitslag, daar moet je vier weken op wachten en hij zou   tijdens ons romantische weekendje weg bekend worden. Dat je aan het eind van die vier weken gek bent geworden van alle mogelijke scenario’s spreekt denk ik voor zich. Dus toen ik op mijn telefoon het berichtje las van de gynaecoloog dat alles goed was en we daar maar een voorzichtig glaasje bubbels om moesten drinken zolang we het haar maar niet vertelden, sprongen wij een gat in de lucht. De sfeer was ineens compleet anders en dat gingen we vieren.

Foto: bkbinfrankrijk (cc)

Bitterballen, Bløf en Bruna in Institut Neerlandais

COLUMN - Het Institut Neerlandais in Parijs sluit eind dit jaar haar deuren. Op het forum Nederlanders.fr spreekt een aantal landgenoten schande, een paar artikeltjes in de Franse pers, et voilà, einde van het oproer.

Ik kom er nooit. Niet alleen omdat ik Nederlandse ben, en het instituut zich primair op de verspreiding van de Nederlandse cultuur onder de Fransen richt. Maar ook omdat ik getraumatiseerd achterbleef na een telefoontje met de afdeling Taalonderwijs. Ik waagde het eens om te bellen over de mogelijkheden tot het volgen van Nederlandse les door mijn kinderen, en werd dusdanig arrogant te woord gestaan dat ik weer aan de pillen moest tegen mijn telefobie.

De drempel van het schitterende pand aan Rue de Lille is voor mij te hoog. Ook veel bevriende Nederlanders in Parijs zetten er moeilijk een stap naar binnen. Hun mening: op z’n best een elitair clubje, op z’n slechtst een subsidie-slurpende instelling. In die zin past het Institut Neerlandais uitstekend in Parijs, waar cultuur een eerste levensbehoefte is, die zwaar gesubsidieerd door het leven mag gaan. In een dergelijke sfeer van ‘ons-kent-ons’ cultuurliefhebbers, is iedereen best tevreden met zichzelf. Dan komt zo’n sluiting extra hard aan.

Ik denk dat er sinds de dagen van de hoofdredacteur van NRC Handelsblad, Peter Vandermeersch, in Parijs niet zo heel veel veranderd is.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Parijs versus New York

ANIMATIE - Ben je een New York mens of een Parisien?

Parijs is leuk hoor, maar dat romantische Amélie-Parijs heb ik nooit kunnen vinden. En bij Parijs denk ik toch vooral aan wat is geweest: zwijmelende babyboomers à la Philip Freriks en Youp van ’t Hek (vroeger gingen wij gewoon liftend naar Parijs, Tjakaaa!). Cultuur. Tja, ach. Mooi ja. Maar dan New York. Snel, toegankelijk, comfortabel, zo’n beetje de hoofdstad van de wereld.

U denkt er vast anders over. Maar dub je nog, zie dan deze fraaie animatie voor een aardige vergelijking.

Foto: Alec Vuijlsteke (cc)

Vijf essentiële Franse zinnen

COLUMN - Waarin gastschrijver Vrouwke van Stavast, woonachtig in lichtstad Parijs (ook wel het Eindhoven van Frankrijk) uitlegt hoe u zich om kunt vormen tot quasi Parisienne met vijf eenvoudig te leren Franse zinnetjes.

Vergeet grammaire en vocabulaire, passé composé, un en une. In Frankrijk heb je slechts vijf zinnen nodig om voor vol te worden aangezien.

Tijdens mijn eerste weken in Parijs was overleven noodzaak. Voor taalcursussen had ik geen tijd. Ik redde mijzelf met slechts vijf zinnen die deuren voor me openden, onverstaanbare conversaties tot een goed einde brachten en me tegelijkertijd het imago gaven van een buitenlandse die razendsnel op weg is naar het ultieme doel: être une quasi Parisienne (een echte is niet haalbaar). 

1. Ça marche (pas)

In ons fijne authentieke appartementengebouw werkt de lift vaker niet dan wel. De buurvrouw en ik staan samen vergeefs op de lift te wachten. Ik:”Ça marche pas hein?” Schouders ophalend nemen we de trap. Hetzelfde doet een uurtje of wat later de monteur van Orange, die mijn internetverbinding komt maken. Wij kijken naar de router. Zijn blik is zorgelijk. Ik: “Ça marche pas?”. Hij: “Non….. bladiebladie et ohlalala”.  Als die avond de boodschappen via de trap omhoog worden gebracht door de Carrefour bezorger wijs ik naar de lift en zeg: “Ça marche pas!” Ik neem de boodschappen van hem over, waarbij ik me zichtbaar vertil. Hij kijkt ietwat vragend, maar ik zeg snel: “Ça marche, ça marche”. ‘Ça marche’ werkt onder alle omstandigheden.

Foto: Eric Heupel (cc)

Zomerserie | La maison de Balzac

Sargasso duikt deze zomer in de letteren en bezoekt kleine literaire musea in Nederland en daarbuiten. Vandaag een bijdrage van Suzanne Sanders, die het Balzac museum in Parijs bezocht.

Waar denk jij aan bij het horen van de naam Balzac? En als je leest dat hij tegenover het Hôtel de Lamballe woonde? Schrijver, oja…maar weinig Nederlanders weten meer van Honoré de Balzac (1799-1850) dan zijn naam. In Frankrijk behoort hij echter tot de belangrijkste schrijvers van de negentiende eeuw en is één van de (slechts!) drie literaire musea van Parijs aan hem gewijd. Het Maison de Balzac bevindt zich in het huis waarvan de schrijver tussen 1840 en 1847 de bovenverdieping huurde. Voor een bezoek neem je metro 6 naar halte Passy in het 16e arondissement, even ten westen van de Eiffeltoren. Twee straten en een steile trap verder sta je voor de deur van het museum. Mijn eigen, totaal verregende verblijf in Parijs afgelopen maand heeft mijn geplande museummarathon behoorlijk vertraagd, waardoor –oh anticlimax- ik er zelf niet ben geweest. Desalniettemin had ik al het één en ander uitgezocht en vind ik dat Balzac ook de Nederlandse lezer absoluut niet mag ontgaan.

Dit is het huis waar Balzac werkte aan zijn chef d´oeuvre: La Comédie Humaine. Het is een gigantisch werk dat uit zo’n 100 verhalen bestaat, waarmee hij een beeld wilde schetsen van zijn eigen tijd: Frankrijk, vlak na de val van Napoleon, met aan de ene kant het herstel van de monarchie en aan de andere kant de verschuivingen in de sociale klassen als gevolg van de industriële revolutie. De verhalen zijn geordend in thematische hoofdstukken met titels als Scènes de la vie privée, Scènes de la vie de province, Scènes de la vie Parisienne of Scènes de la vie militaire. Het betreft fictie, maar met zoveel gedetailleerde beschrijvingen uit de werkelijkheid dat Balzac als pionier van het realisme kan worden gezien. Balzac onderscheidt zich bovendien doordat hij een groot aantal van zijn 2,500(!) personages in verschillende verhalen terug laat komen, waardoor La Comédie Humaine één groot geheel wordt.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Vorige Volgende