Zijn wij ons brein (3)?

Gisteren maakte prof. dr. Jan van Gijn de vergelijking tussen neurologisch onderzoek en satellieten. Uit de gegevens die een satelliet ons toestuurt kunnen we niet opmaken waarom een volksverhuizing plaatsvindt, net zo min als de gegevens uit neurologisch onderzoek ons kunnen vertellen waarom iemand zich op een bepaalde manier gedraagt. Vandaag is het de beurt aan filosoof dr. Thomas Müller in het online debat 'de kettingreactie' over lichaam en geest. In augustus vorig jaar ontving Müller een beurs van anderhalf miljoen euro om onderzoek te doen naar de vrije wil. Neuroloog Jan van Gijn stelt Müller de vraag:'Leidt een materialistisch uitgangspunt wat betreft de hersenfunctie noodzakelijkerwijs tot determinisme, of is het juist de complexiteit van ontelbare kleine krachten die nog ruimte laat voor de vrije wil?'

Door: Foto: copyright ok. Gecheckt 24-10-2022
Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Zijn wij ons brein (2)?

Vandaag reageert hoogleraar Neurologie Jan van Gijn op de vraag of wij ons brein zijn. Hij is na prof. dr. Willem Koops de tweede in deze kettingreactie over lichaam en geest. Koops legde Van Gijn de vraag voor: ‘Meent u dat een natuurwetenschappelijk uitgangspunt, of beter een Cartesiaans georiënteerde methodologie voor de studie van het menselijk gedrag, zich noodzakelijkerwijs dient te oriënteren op hersenstudies? Of simpeler: denkt u dat er naast de neurologie een zinvolle plaats is voor de psychologie?’

Al ons denken en handelen vloeit voort uit activiteit van zenuwcellen in de hersenen. Daar gaat Jan van Gijn van uit. Zenuwcellen zetten zuurstof en glucose om in elektrische en chemische signalen en al die signalen samen bepalen het gedrag van een individu. Maar dit betekent niet dat bestudering van de activiteit van hersenweefsels ons kan leren hoe denken en handelen tot stand komt. Dit is vooralsnog niet mogelijk omdat hersenen simpelweg te complex zijn. Het is een praktische onmogelijkheid, geen theoretische. Voor onderzoek van gedrag is psychologie onmisbaar. ‘Eenvoudige testjes kunnen neurologen zelf leren uit te voeren, maar een volledig psychologisch functieprofiel testen en interpreteren is werk voor neuropsychologen.’ Gedrag ontstaat dankzij materie, maar kan daar niet uit worden afgeleid.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Zijn wij ons brein (1)?

Studium Generale Utrecht legde enkele wetenschappers de vraag voor in hoeverre wij ons brein zijn. De komende dagen reageren de wetenschappers op deze vraag en op elkaar in deze korte serie. Vandaag de eerste aflevering met hoogleraar ontwikkelingspychologie Willem Koops.

‘Hersenplaatjes maken is een middel om tot theorievorming over gedrag te komen en niet het middel!’ Volgens Koops is de taak van de psychologie niet zozeer om de hersenen te begrijpen, maar om gedrag te begrijpen. ‘Wij zijn in het geheel niet onze hersenen.’ Als psycholoog moet je dus alleen focussen op hersenen als dat bijdraagt aan het begrijpen van gedrag. Er bestaat de neiging de studie van hersenprocessen ‘wetenschappelijker’  te vinden dan gedragsonderzoek, vooral onder leken. Dit ‘lekenpositivisme’ waarbij men uitgaat van het idee ‘hoe verder gereduceerd hoe wetenschappelijker’, is onzin. ‘Het ergste wat een psycholoog kan doen is het lekenpositivisme overnemen en menen dat als je weet wat er in de hersenen gebeurt, dat je dan dichter bij oorzaken bent aangeland.’

En de rol van hersenscans? Koops waarschuwt: áls je al gebruik maakt van fMRI, besef dan dat er veel mis kan gaan met het interpreteren van de metingen. Dit toonde het beroemde experiment van Craig Bennett die aan een dode zalm plaatjes van geëmotioneerde mensen liet zien en interpreteerbare hersenactiviteit vond.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Keuzevrijheid en neurowetenschap

Een gastbijdrage van Bart Nooteboom van CentER Innovation Research van de Universiteit van Tilburg. Het artikel is overgenomen van Me Judice.

Economie gaat over het maken van keuzes. Maar valt er nog wel wat te kiezen? Er is geen vrije wil, is vaak te horen van hersenwetenschappers. We mogen op enig moment nauwelijks verantwoordelijk zijn voor wat onze wil ons oplegt, maar het onderzoek laat ook zien dat we de ontwikkeling van onze wil kunnen beïnvloeden.

We horen de laatste tijd veel over het al of niet bestaan van vrije wil. Er is geen vrije wil, zegt de hersenwetenschap. Keuzen worden buiten ons om door het brein bedisseld. Achteraf verzinnen we redenen om ons gedrag te rationaliseren en we geloven daarin omdat we ons niet bewust zijn van de processen die in feite onze keuzen bepalen. De filosoof Nietzsche, en voor hem Schopenhauer, en voor hem Spinoza, zeiden al dat de vrije wil een illusie is. Schopenhauer zei het mooi exact: de wil gaat zijn eigen gang, en is dus op zichzelf vrij, autonoom, maar we hebben er geen bewuste controle over. De wil zit in ons karakter en daarop hebben we geen invloed. Nietzsche zei: het schip volgt de stroom, niet de sturing van de schipper.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Weekendcollege | Tijd in het brein

Vandaag weer een lezing van Studium Generale Utrecht. Dit keer over Tijd in het Brein, uitgesproken door Dick Swaab. De lezing is hier online te zien. Het stuk is geschreven door Miriam Rasch.

Als het donker wordt, word je moe; als je de middelbare leeftijd bereikt kom je in de overgang en van vrouwen in de dertig zeggen we dat hun biologische klokje tikt. Tijd zit ingebakken in ons lichaam, in de hele cyclus van de geboorte tot de dood. Dat gaat verder dan je misschien denkt. De meeste kinderen worden geboren in de vroege ochtend van een woensdag of een donderdag. En in de hersenen van overleden mensen is te zien hoe laat zij stierven, omdat de tijd letterlijk stil is blijven staan. Over deze en andere feiten van de biologische, lichamelijke tijd, sprak prof. dr. Dick Swaab in zijn lezing voor de serie Tijd.

Dick Swaab is de bekendste neurobioloog van Nederland; zijn boek Wij zijn ons brein is een regelrechte bestseller. Hij zette het hersenonderzoek op de kaart en nog steeds loopt Nederland dankzij het Instituut voor Hersenonderzoek en de Hersenbank wereldwijd hierin voorop. In zijn boek, met de ondertitel Van baarmoeder tot Alzheimer, laat Swaab zien hoe processen in de hersenen gedrag, karaktervorming en (geestelijke) ziekte en gezondheid beïnvloeden en zelfs bepalen. Vooral de rol van hormonen – in samenspel met de omgeving – is niet te onderschatten, zo blijkt uit de vele voorbeelden.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Vorige Volgende