En weer gaat het geld naar de multinationals en niet naar de samenleving

Iemand – ik weet helaas zijn naam niet – zei het heel treffend, afgelopen vrijdag tijdens de bijeenkomst van WO in Actie: de huidige plannen laten wéér zien hoe dit kabinet vooral geïnteresseerd is in multinationals en nauwelijks in de toekomst van de eigen samenleving. Iedereen begint er langzamerhand genoeg van te krijgen, de manier waarop stelselmatig zulke bedrijven worden bevoordeeld die tegelijkertijd op alle mogelijke manieren duidelijk maken lak te hebben aan de samenleving waarin ze verkeren: als het ze hier niet bevalt, zijn ze weer vertrokken en dus kan zelfs een loonsverhoging voor het personeel er niet vanaf. De plannen van Van Rijn die minister Van Engelshoven nu zo innig omarmt gaan ook weer precies die richting op: geld wordt verschoven van alfa-, gamma- en medisch onderzoek naar bèta-onderzoek en in de praktijk vooral naar de technische universiteiten. Waarom? Omdat de banen in de bèta-industrieën veel belangrijker worden gevonden. Waar bevinden die banen zich? Precies.

Foto: William Murphy (cc)

Het onderste uit de kan

COLUMN - Opnieuw was het raak. Trouw wist dit weekend te melden dat Shell al tien jaar lang – ja keurig met toestemming van de Belastingdienst hoor, alles picobello geregeld – de dividendbelasting ontwijkt. In totaal heeft de deal Nederland 7 miljard gekost.

Kassa voor Shell.

Waarom dan nog dat recente gehannes met de verlaging van de dividendbelasting ter waarde van 1,4 miljard per jaar, denk je dan, als argeloos burger? Welnu: waarschijnlijk omdat de EU, in het kader van de maatregelen tegen belastingparadijzen, deze absurde afspraak tussen Shell en ons aller fiscus wil verbieden. Dan moet je als grootverdiener toch íets doen om je schaapjes op het droge en je aandeelhouders tevreden te houden?

Intussen onderhandelt de overheid met Shell en Exxon over een schadeloosstelling. Beide bedrijven voelen zich immers ernstig gedupeerd omdat ze de Groningse gasvelden niet verder mogen leegzuigen, terwijl er – volgens hen – nog voor een slordige 50 tot 125 miljard euro in de bodem zit. Dus nu onderhandelen ze met minister Wiebes over een genoegdoening.

Mochten beide multinationals niet tevreden zijn met Wiebes’ voorstellen, dan kunnen ze hun beklag doen bij een ISDS-tribunaal. Via het Energy Charter Treaty – dat nota bene op voorspraak van Nederland is ontworpen – mogen bedrijven een zaak aanspannen wanneer gewijzigd overheidsbeleid hun winstverwachting nadelig beïnvloedt. Die tribunalen vonnissen overwegend in het voordeel van multinationals, ook al is daar betwist overheidsbeleid democratisch tot stand gekomen, en hun uitspraken zijn bindend: er is geen beroep mogelijk. Alleen al het dreigen met een ISDS-claim zorgt vaak dat overheden inbinden: ze verhogen ‘uit vrije wil’ hun aanbod voor een schadevergoeding, of zwakken hun beleid af.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Dorp in Wales kopieert belastingontduikingstruuks van multinationals

De Volkskrant bericht over het dorp Crickhowell in Wales, waar de locale kleine ondernemers de koppen bij elkaar hebben gestoken. Het hele dorp is “offshore” gegaan, om op die manier van dezelfde belastingontduikingstruuks gebruik te maken zoals we die kennen van multinationals als Starbucks en The Rolling Stones.

Kunnen we in Nederland ook niet zoiets doen?

 

Foto: Milieudefensie (cc)

Het tijdperk van de monsterbedrijven

COLUMN - In deze gastbijdrage reflecteert Karin van der Stoop op het huidige tijdsgewricht. Hoe kijken mensen in de toekomst terug op ons tijdperk? Wij noemen het meestal het informatietijdperk, maar ik kan me voorstellen dat zij er hele andere benamingen voor zullen bedenken. Bijvoorbeeld: Het tijdperk van de monsterbedrijven

Grote multinationals staan al een tijdje in een slecht daglicht bij de meeste mensen. Tabaksproducenten waren misschien wel de eerste die hevige verontwaardiging opwekten, omdat ze welbewust zeer schadelijke producten verkopen en ook nog eens onder de pet hielden hoe schadelijk die eigenlijk zijn. Inmiddels weten we dat zo ongeveer elke industrie op een of andere manier schuldig is aan manipulatie van onderzoek, misleiding van het publiek en maar al te vaak schadelijk voor mens en planeet handelt. Olie, pharma, voedsel, tech; ze naaien je waar je bij staat. Ik leerde ooit dat bedrijven amoreel zijn. Ammehoela. Multinationals zijn entiteiten die voornamelijk immoreel handelen. Monsterbedrijven.

Inlijven die handel

Een van de problemen is dat ze alsmaar kleinere bedrijven inlijven voordat die serieuze concurrentie kunnen vormen. Soms zelfs om een nieuwe uitvinding de kop in te drukken. Het idee dat globalisering de concurrentie ten goede komt kan daarmee wel de prullenbak in. Monopolisten maken de dienst uit.

Hoe goed is het nieuwe anti-misbruikartikel in de Nederlandse belastingverdragen?

ANALYSE - Grote multinationals bewandelen al ruim twintig jaar met veel genoegen de  ’Nederlandse Route’. Wie het slim speelt hoeft, vanwege de vele verdragen van ons land, bijna nergens meer belasting te betalen. Minister Ploumen wil internationale belastingontwijking bestrijden door belastingverdragen met midden- en lage-inkomens landen te ‘actualiseren’. Hoe is deze situatie ontstaan en wat gaat er veranderen? Wat zijn de risico’s? En natuurlijk de hamvraag: zal het werken? Jos Peters, belastingadviseur met ruim 35 jaar ervaring, legt het aan u uit.

Onderzoeken door organisatie als de SEO, SOMO en het IBFD hebben aangetoond dat de standaard-belastingverdragen op basis van het OECD Modelverdrag niet altijd goed uitwerken voor ontwikkelingslanden en dat buitenlandse multinationals, via het oprichten van Nederlandse BV’s, eenvoudig via Nederland hun wereldwijde belastingdruk kunnen verlagen. In een Kamerstuk van 30 augustus 2013 hebben de Ministeries van Ontwikkelingssamenwerking en Financiën daarom aangekondigd aan 23 ontwikkelingslanden een brief te sturen met de vraag of deze hun belastingverdrag met Nederland met onmiddellijke ingang zouden willen moderniseren om het weglekken van belastingopbrengsten tegen te gaan. Een aantal van deze landen heeft hier al positief op gereageerd en de teksten van de wijzigingen (die neerkomen op een aanvullende anti-misbruikbepaling in het dividend-, rente- en royaltyartikel van hun belastingverdrag met Nederland) worden momenteel door de ambtenaren van Nederland en de betrokken ontwikkelingslanden vastgelegd waarna ze door de parlementen van beide landen moeten worden goedgekeurd.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

‘Waarom multinationals ongestraft misdaden kunnen plegen’

Columnist Annemarie van de Weert bespreekt op Follow the Money de drie redenen waarom multinationals wegkomen met crimineel gedrag.

De tweede reden:

Een groot aantal gespecialiseerde criminologen concluderen […] dat ‘corporate crime’ veelal in samenwerking met regeringen wordt gepleegd. Veel landen, ook Nederland, zullen daarom eerst een uitvoerige kosten-baten analyse maken voordat zij overgaan tot een rechtszaak omdat ze een politiek én economisch belang hebben bij een welvarend bedrijfsleven. Dat opportunisme is overigens onlangs nog geïllustreerd door FTM-journalisten Jesse Fredrik en Anne de Blok in hun artikel over de fiscale hulp aan [Oekraïense] oligarchen waarbij de Nederlandse Ambassade een rol speelt.

Foto: JD Lasica (cc)

Bedrijven als staat

COLUMN - Raar, dacht Julian Assange: ga je in op een verzoek van Google-topman Eric Schmidt om samen uitgebreid te praten over de toekomst van technologie en internet, en dan neemt Schmidt drie companen mee, allemaal hoge pieten van Buitenlandse Zaken.

Voor Assange was die ontmoeting – ‘one part Google, one part Wikileaks, three parts State Departement’ – aanleiding om de banden tussen Google en het hogere echelon van de Amerikaanse overheid in kaart te brengen. Vooral met de afluisterdienst NSA en het ministerie van Buitenlandse Zaken blijken die hecht: er wordt veel samengewerkt, ze leveren elkaar technologie, en de drie zien elkaars personeelsbestand als natuurlijke kweek- en visvijver.

In zijn recente boek When Google met Wikileaks toont Assange vrij overtuigend aan dat Google meer dan internetpolitiek bedrijft. Assange vat het zo samen: ‘Wanner een Amerikaanse internetmonopolist haar invloed in de wereld wil behouden, kan zij de politiek niet links laten liggen. De buitenlandstrategie en economische hegemonie van de VS zijn een noodzakelijke voorwaarde geworden om je eigen marktaandeel te behouden en te vergroten.’

Daar is niks mis mee, zou je kunnen zeggen, maar opmerkelijk is dat Schmidt al doende vaak opereert als een voorpost van de regering. Schmidt is feitelijk een tweede minister van Buitenlandse Zaken, maar dan wel een die zich meer kan permitteren dan de echte, en die bovendien nooit door het Amerikaanse Congres ter verantwoording kan worden geroepen.

Foto: Photo Claude TRUONG-NGOC

Multinationals beteugelen

VERSLAG - Het Franse Europarlementslid Eva Joly (Groenen) wordt vandaag 70. Zij was maandag te gast in Utrecht op een bijeenkomst van Studium Generale van de Utrechtse Universiteit die in het teken stond van 40 jaar Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO).

Twintig jaar geleden was Eva Joly als onderzoeksrechter belast met een zaak tegen het Franse oliebedrijf Elf Aquitaine. Ze verbaasde zich er over hoe eenvoudig het was enorme bedragen weg te sluizen naar belastingparadijzen als Liechtenstein. Dit soort gedrag van multinationals, zo ontdekte Joly in haar praktijk, gaat vooral ten koste van ontwikkelingslanden. Een land als Zambia verdient volgens haar nauwelijks aan de export van koper door slimme belastingtrucs via het belastingparadijs Mauritius: ‘In mijn geboorteland Noorwegen krijgt de staat 73% van de olie die daar gewonnen wordt, in Zambia krijgen de koperbedrijven 95,5% van de opbrengsten en de staat 0,5%. Dit is puur kolonialisme.’De conclusie van Eva Joly, nadat ze een reeks van dergelijke kwesties had zien passeren:  er heeft in de afgelopen decennia door het optreden van multinationals een geweldige overdracht van rijkdom plaatsgevonden van zuid naar noord en van publieke naar private doelen. In 2009 besluit ze in de politiek te gaan. Ze wordt op de lijst van Europe Ecologie/Les Verts gekozen als afgevaardigde in het Europese Parlement. Het is volgens haar allemaal een kwestie van politieke wil. Het kan ook anders. Te vaak laten regeringen zich chanteren  met de belofte van werkgelegenheid. Met bedrijfsvriendelijke maatregelen lopen ze miljoenen inkomsten mis en de enige uitweg is dan korten op de staatsuitgaven. Bilaterale en internationale verdragen, die overigens nauwelijks in de openbaarheid komen, bevorderen nog steeds belastingontwijking. En de onderlinge concurrentie tussen landen op het gebied van de belastingtarieven heeft de race to the bottom nog niet kunnen keren.

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.

Foto: Eric Heupel (cc)

Registratie octrooien geeft Nederlandse kenniseconomie onterecht hoge positie

De Nederlandse economie zou internationaal hoog scoren op innovatie. Uit het het rapport Octrooitoppers van het Ministerie van Economie, Landbouw & Innovatie blijkt immers dat Nederland een aandeel van 3,6 % in de totale mondiale geoctrooieerde innovatie heeft. Over de negen topsectoren die door de politiek in een bevoorrechte positie worden gemanoeuvreerd ligt dat percentage zelfs nog iets hoger: 4,2%. In de sectoren voeding en high-tech is Nederland een ware wereldkampioen, daar claimt het respectievelijk 8,8 en 4,2% van alle geoctrooieerde innovatie. In Nederland -met haar hoogopgeleide bevolking- worden dus relatief veel ‘slimme dingen’ bedacht die de mensheid vooruit helpen, zou je uit bovenstaande cijfers kunnen concluderen. Of toch niet?

Neen, deze geoctrooieerde innovatie vindt hoofdzakelijk plaats bij multinationals: DSM, Unilever, Philips. Bedrijven met kantoren en laboratoria over de hele wereld. Dat deze octrooien uiteindelijk aan Nederland worden toegeschreven komt omdat het hoofdkantoor van deze multinationals in Nederland staat, iets wat voor Unilever zelfs nog valt te betwisten. Het economie-blog OnzeEconomie maakte een eenvoudig rekensommetje waar het keek naar de geografische verdeling van het personeel bij Nederlandse multinationals over haar buitenlandse vestigingen en kwam tot de conclusie dat maar een beperkt deel van geoctrooieerde innovatie kan worden toegeschreven aan de Nederlandse kenniseconomie. Veel van de Nederlandse octrooien, mogelijk de helft, zijn ‘ not invented here’.

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.

Volgende