Het ‘wat als’-parlement

Hoewel zijn mentor, die hem destijds de Tweede Kamer in begeleidde, nu hem dringend adviseerde op te stappen, herinnerde Rutte zich ineens dat 1,9 miljoen kiezers op hem hebben gestemd. Ja, zo moet hij gedacht hebben, dan ben ik wel verplicht aan te blijven. U snapt dat de VVD-kandidaten die naast Rutte nog 301.479 stemmen bij elkaar sprokkelden, nederig de grote leider zullen volgen. Die nederigheid zou de voltallige VVD-fractie, Rutte incluis, beter passen, want er zijn nog altijd ruim acht miljoen kiezers die niet op Rutte of de VVD hebben gestemd. Voor wie de zaken graag relativeert: Rutte gaat dit Paasweekend reflecteren hoe hij zich de komende vier jaren gaat verhouden tot de parlementaire democratie. Alsof er geen coronacrisis is. Ach, laten wij ook eens wat fantaseren…. Wat als er geen kiesdrempels en kiesdelers worden gehanteerd en alleen de 150 kandidaten met het hoogst aantal stemmen in de Tweede Kamer zouden zitten? We stemmen immers op personen en niet op partijen (meen ik mij te herinneren)? De top-150 is goed voor 93,75% van het totaal aantal geldige stemmen. Laten we eens nader kijken naar dit 'wat als'-parlement. Er zouden geen 17 maar 27 partijen in de Tweede Kamer zitten. Acht eenmens-fracties er bij en twee partijen die 2 zetels halen en alsnog in de Kamer hadden kunnen komen. D66 zou de grootste partij worden, Een meerderheidscoalitie is haalbaar met VVD, D66 en CDA, aangevuld Groenlinks en PvdA. Als we alleen kijken naar het aantal stemmen dat de hoogste 150 kandidaten hebben gehaald, ziet de volgorde er anders uit, maar verandert er niets aan de verhoudingen. Het is ‘spielerei’ want de spelregels voor zetelverdeling zijn gebaseerd op de kiesdeler, dus op het aantal stemmen dat een partij haalt. Ook de drempel voor voorkeurstemmen is daar van afgeleid. Hoeveel van de kandidaten die tot de top-150 horen hebben de kiesdrempel gehaald? En hoeveel van hen hebben de voorkeursdrempel gehaald? Van de top-150 zitten 85 kandidaten nu wel in de Tweede Kamer. Treurig dus voor de 65 kandidaten die wel meer stemmen haalden dan degenen die met veel minder stemmen wél de Kamer in kwamen. Bijvoorbeeld de drie kandidaten die ook nog eens de voorkeursdrempel haalden. Femke Merel van Kooten-Arissen (Splinter), die al in de Kamer zat, maar er ondanks 27.301 stemmen toch uit moest. Ook Richard de Mos (24.002 stemmen), lijsttrekker van Code Oranje en Femke Wiersma (25.588 stemmen) van BBB zullen zwaar teleurgesteld zijn. Verder waren er nogal wat kandidaten die niet op een verkiesbare plaats stonden, maar wel meer stemmen haalden dan collega’s die hoger op de kieslijst stonden en minder stemmen haalden. Voorbeeldje: het CDA kreeg 15 zetels, dus de nummers 1 t/m 15 kwamen in de Tweede Kamer. Lingo-beroemdheid Lucille Werner haalde 7133 stemmen, stond op de tiende plaats en mocht naar het Binnenhof. Eline Vedder-Monaster stond op de drieëntwintigste plaats, haalde 2244 stemmen meer dan Werner, maar kwam niet inde Kamer. Bij D66 is Alexander Hammelbrug (nr. 23 op de kieslijst) met 841 stemmen wel in de Kamer gekomen, maar waarom is nr. 32 Carline van Breugel met haar 15.004 stemmen niet tot de D66-fractie toegetreden? We hebben geen ‘wat als’-parlement. Vergeet het dus maar, hoeft u het ook niet te onthouden. Da’s erg goed voor uw geheugen. Ook heel fijn voor uw hersenwerk is dat u niet gaat over de kabinetsformatie. Op deze pagina (Excel-document) de details van het ‘wat als’-parlement. Wilt u alleen de kandidaten zien (gerangschikt van hoogst naar laagst aantal stemmen? Klik dan hier.

Foto: DonkeyHotey (cc)

Trump en de onderschatte factor

COLUMN - Donald Trump is gekozen tot Amerikaans president. CNN noemt 24 theorieën over hoe dit kon gebeuren. Het is nog te vroeg voor wetenschappelijke resultaten en het was vast een combinatie van factoren. Wel valt op dat CNN één factor niet noemt. Een factor die vaak wordt onderschat.

“De democraten mogen hopen dat Trump zich niet kandidaat stelt.” Dit zei ik in 2011 bij een lunch met deels buitenlandse collega’s. Ze keken me meewarig aan. Die jonge Hollander had duidelijk geen kijk op Amerikaanse politiek. De Californische hoogleraar aan tafel legde me geduldig uit dat niemand Trump serieus nam. Trump stelde zich toen niet kandidaat; wel bij de verkiezingen erna.

Bij die verkiezingen, begin deze maand, zag ik Trump het eerlijk gezegd niet redden tegen Clinton. Door te weinig zijn kernboodschap uit te dragen in de campagne had hij zijn kansen niet gemaximaliseerd. Hij leek steun tekort te komen. Uiteindelijk haalde hij 47% van de stemmen. Minder dan Clinton, maar – door het hem welgezinde getrapte kiesstelsel – genoeg voor de winst.

Wereldbeeld

Hoe kreeg Trump die steun? Allereerst doordat het land verdeeld is in twee kampen die de laatste decennia uit elkaar zijn gegroeid. Wie er ook op het stembiljet staat, het belangrijkste is van welke partij hij of zij is. Exitpolls tonen dat 84% van de liberals op Clinton stemde, en 89% van de Democraten. Omgekeerd koos 81% van de conservatives voor Trump, en 90% van de Republikeinen.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: NiederlandeNet (cc)

Kiesdrempels: Als je vriendje in de sloot springt, doe jij het ook

OPINIE - Voorstanders van verhoging van de kiesdrempel zwengelen de discussie herhaaldelijk aan met feitenvrije argumenten en gaan niet in op feitelijk onderbouwde kritiek. Dat betoogt universitair hoofddocent in Politieke Wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam Tom van der Meer, op Stuk Rood Vlees.

Het is een déja-vu discussie. Vorige week was het VVD-partijvoorzitter Henry Keizer die mocht stellen dat een kiesdrempel toch echt noodzakelijk was. Het idee lijkt onuitroeibaar, met name bij de VVD. Alleen al in de afgelopen twee jaar hebben de volgende prominenten gepleit voor de invoering van een kiesdrempel: toenmalig VVD-voorzitter Benk Korthals, VNO-NCW-voorzitter Bernard Wientjes, VVD-senator Heleen Dupuis, oud-VVD-Tweede-Kamerlid Arend Jan Boekestijn, D66-senator Roger van Boxtel, RTL-journalist Jos Heymans, en bij Nieuwsuur het trio Hans Hoogervorst (voormalig VVD-minister), Aart Jan de Geus (voormalig CDA-minister), en Rick van der Ploeg (voormalig PvdA-staatssecretaris).

Dat laatste item is exemplarisch. Hoogervorst noemde het Nederlandse staatsbestel ‘volledig kapot’. De Geus vond dat nieuwe partijen zich eerst maar moesten bewijzen, iets dat hij liever aan een kiesdrempel dan aan de kiezers overlaat. Volgens Van der Ploeg kijken zijn Engelse collega’s meewarig naar het Nederlandse systeem omdat de regering in het Verenigd Koninkrijk tenminste een duidelijk mandaat krijgt. Veel Britse politicologen die ik ken plaatsen – zeker na de laatste verkiezingen – juist vraagtekens bij hun eigen kiesstelsel.

Foto: copyright ok. Gecheckt 10-03-2022

Hoe Duitsland een leider kiest

Bij de aankomende Bondsdagverkiezingen zijn minimaal 598 zetels te verdelen. Wie er de komende vier jaar plaats neemt op zo’n zetel hangt af van een bijzonder kiesstelsel. Het Duitse tweestemmenstelsel is uniek in zijn soort en vergt nogal wat rekenwerk. 

Na de val van de Muur vormden voormalig Oost- en West-Duitsland samen De Bondsrepubliek Duitsland. De republiek bestaat uit zestien deelstaten, die allemaal een eigen grondwet en een door het volk gekozen parlement en regering hebben. Daardoor zijn deze deelstaten grotendeels zelfstandig, maar landelijk vallen ze onder de verantwoordelijkheid van de Bondsdag.

Het staatshoofd van Duitsland is de Bondspresident, die vooral een ceremoniële functie heeft. Het is te vergelijken met de rol van de Nederlandse koning. De dagelijkse leiding is in handen van de Bondsdag, met aan het hoofd de Bondskanselier.

Bondsdagverkiezingen

Het kiesstelsel in Duitsland combineert het districtenstelsel, zoals in het Verenigd Koninkrijk, met het in Nederland bekende stelsel van evenredige vertegenwoordiging. Het land is opgedeeld in 299 kiesdistricten en de eerste stem is voor een kandidaat binnen het kiesdistrict van de stemmer. Op deze manier winnen 299 kandidaten een direct mandaat.

Bij de tweede stem wordt er op een partijlijst gestemd. Krijgt een partij bijvoorbeeld 20 procent van de stemmen, dan winnen ze 20 procent van de 598 zetels. Deze zetels worden als eerst opgevuld door de kandidaten die in de districten gewonnen hebben. De overige zetels gaan naar de hoogst genoteerde kandidaten op de partijlijst. Een partij mag overigens pas deelnemen in de Bondsdag als ze de kiesdrempel van 5 procent halen. Tenzij ze in drie of meer deelstaten een direct mandaat winnen, dan hebben ze wel recht op het percentage gewonnen zetels.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Een nieuw kiesstelsel voor een verstokt koninkrijk?

Over twee weken gaat het Verenigd Koninkrijk naar de stembus voor een referendum. Over het kiesstelsel. De keus die de kiezer moet maken is of het huidige stelsel, waarbij per kiesdistrict de kandidaat met de meeste stemmen de zetel krijgt, veranderd moet worden in een stelsel waarbij de kiezer een eerste, tweede en derde voorkeur kan opgeven – zodat het niet zo kan zijn dat de grote meerderheid van de stemmen irrelevant is: in het huidige stelsel heeft men in het gemiddelde kiesdistrict aan 35-40% van de stemmen wel genoeg om de zetel binnen te halen – en staat dus de grote meerderheid van de kiezers buitenspel. Als jouw kandidaat in jouw kiesdistrict niet wint, is je stem irrelevant, en word je dus feitelijk niet vertegenwoordigd. Parlementariërs van jouw partij zijn verbonden aan andere kiesdistricten en laten zich in jouw district niet zien. In de huidige praktijk gaat dat totaal om een ruime meerderheid van de Britse kiezers. Met een tweede of derde voorkeur zal het aantal ‘onvertegenwoordigden’ aanzienlijk afnemen, en is het theoretisch vrijwel uitgesloten dat een kandidaat de verkiezing wint zonder meer dan 50% van de kiezers aan zich te binden. Het is nog lang geen representatief stelsel, zoals in Nederland, maar een duidelijke democratischer systeem dan het huidige. De kiezer mag straks ja of nee zeggen, en het referendum is bindend. Appeltje, eitje – zou je denken. Maar niets is minder waar.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Tweedelingen in Europa

Vandaag een bijdrage van Bert van den Braak, medewerker van het Parlementair Documentatie Centrum van de Universiteit Leiden en verbonden aan het Montesquieu Instituut. De bijdrage is ook op het blog van het instituut te lezen.

zweedse verkiezingsposterDe recente verkiezingen in Zweden leidden tot een parlement waarin geen van de twee grote blokken een meerderheid behaalde. In het Verenigd Koninkrijk was eerder dit jaar voor het eerst sinds lang sprake van een ‘hung parliament’, een ‘onbesliste uitslag. Kabinetsformatie in België en Nederland is en blijft traditioneel moeilijk. En in Duitsland kalven de centrumpartijen steeds meer af, waarbij de komst van een nieuwe rechtse partij vooral een bedreiging is voor de CDU.

Los daarvan is steeds meer sprake van tweedelingen. Soms, zoals in Griekenland en Spanje, was dat traditioneel al zo, maar het verschijnsel lijkt sterker te worden. Daar waar twee grote blokken tegenover elkaar staan en een (nieuwe) derde partij sterk opkomt, wordt regeringsvorming per definitie moeilijker. De komst van de extreemrechtse Zweden Democraten is daarvan een goed voorbeeld.

Daaruit zijn twee conclusies te trekken. Ten eerste: welk kiesstelsel een land ook heeft, er is geen zekerheid voor het tot stand komen van een duidelijke parlementaire meerderheid. Ten tweede: polarisatie biedt kansen aan kleine en soms extreme partijen om grote invloed uit te oefenen.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Politieke bestel op de schop?

GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers. Vandaag een stuk van Stefan Vermaat.

Maurice de Hond (Wikimedia CommonsMarcdehond)

In een opiniestuk in de Volkskrant roept Maurice de Hond op tot een ingrijpende verandering van het politieke bestel. Om dit te kunnen doorbreken roept hij op tot een extraparlementair kabinet met snuggere mensen die niet per se aan een partij gelieerd zijn, die het onderling oneens mogen zijn en de Tweede Kamer kan buitensluiten door wetgeving direct in een referendum voor te leggen aan het volk.

Hij heeft een punt wanneer hij beweert dat de Nederlandse kiezer niet zoveel invloed heeft op het uiteindelijke beleid. Maar zijn voorstellen pakken het werkelijke probleem niet aan, omdat daarin het kiesstelsel, het enige echte moment waarop de burger zijn invloed kan uitoefenen onveranderd blijft. Zijn oproep tot het invoeren van een referendum dat moeten worden ingesteld door het kabinet zelf, zal in de praktijk nauwelijks voorkomen. Na de verkiezingen heeft de politiek het liefst zo weinig mogelijk met de burger van doen, kijk bijvoorbeeld maar naar het weinig succesvolle burgerinitiatief en zeker sinds het debacle met de Europese Grondwet. Ook zijn voorstel om te stoppen met de eenheid van het kabinet zet weinig zoden aan de dijk. Het is niet voor niks dat het kabinet met één mond spreekt en als je terugdenkt vallen de meeste kabinetten op het moment dat dat niet meer gebeurt.