Hulspas weet het | De dokter maakt u liever bang

Zijn zwarten minder intelligent dan witten? Thierry Baudet weet het niet. En alhoewel politiek correct Nederland vervolgens enthousiast over hem heen viel, heeft Thierry natuurlijk gelijk. We weten het niet. We hebben een test die met behulp van een breed pakket aan heel verschillende vraagjes iets zou meten, iets van vaardig omgaan met abstracte systemen, en daarin is niet iedereen even vaardig. Niet bij iedere vraag. Maar die totaaluitslag noemen we ‘intelligentie’. En we weten dat een keurige opvoeding, goed voedsel, slimme ouders, veel spelen en lezen een hogere score oplevert. Dus wat constateer je dan wanneer een bepaalde subgroep des mensheid (ik zeg: Inuit) nou net even wat lager scoort? Ligt dat dan aan ‘intelligentie’?

Ben jij nou zo dom…

VERSLAG - Door Nienke de Haan

De film Idiocracy schetst een samenleving die steeds dommer wordt. Terwijl hoogopgeleiden wikken en wegen over het juiste moment om een kind te nemen en dit uitstellen of afstellen, groeit het aantal kinderen van laagopgeleiden snel in de film. Kan dit scenario realiteit worden? Tijdens de Nacht van Descartes ‘Dom, dommer, domst?’ probeerden vier wetenschappers grip te krijgen op intelligentie. Ze schetsten een geruststellend beeld: we worden eerder slimmer dan dommer.

Intelligentie trainen

Dr. Jelte Wicherts (Sociale- en gedragswetenschappen, TiU) doet onderzoek naar het Flynn-effect, het effect dat het IQ van de mens elk decennium met 3 tot 5 punten toeneemt. We lijken dus niet dommer, maar eerder slimmer te worden. Hoe kan dat? Volgens Wicherts is het Flynn-effect deels een meetprobleem. “We zijn blijkbaar beter geworden in het maken van bepaalde onderdelen van de IQ test.” Als je kijkt naar hoe onze omgeving veranderd is, is dat eigenlijk logisch. We zijn gezonder, hebben beter onderwijs met kleinere klassen, groeien op in kleine gezinnen waarin we veel aandacht krijgen en leven in een complexere omgeving die veel van ons vraagt.

Onze omgeving is dus van grote invloed op onze intelligentie. Betekent dat dat je intelligentie kunt aanleren? Prof. dr. Susan te Pas (Cognitieve psychologie, UU) is positief: “Ons brein is vrij plastisch.” We zijn daardoor in staat een enorme hoeveelheid informatie te verwerken en op te slaan. Denk aan Londense taxichauffeurs die meer dan 25.000 (!) straten uit hun hoofd kennen. Maar ben je slim als je veel feiten kent? Intelligentie is volgens Te Pas grofweg te verdelen in twee soorten: fluïde intelligentie, het inzicht om abstracte problemen op te lossen, en gekristalliseerde intelligentie, kennis die je hebt opgedaan door ervaringen. Hoewel die laatste vorm van intelligentie in hoge mate trainbaar blijkt, zijn er geen eenduidige onderzoeksresultaten over het trainen van inzicht. Hoewel we weten dat zowel genen als omgeving een effect hebben op ons IQ weten we niet precies hoe die zich verhouden.

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Foto: Eric Heupel (cc)

Presidential Aptitude Tests

George W. Bush (Flickr/World Economic Forum)

Iemand met verstand van zaken (ik noem geen bron want die is er namelijk niet) vertrouwde mij toe dat George W. Bush precies het halve IQ had van zijn voorganger. Bill Clinton zou een IQ van 164 gehad hebben, het IQ van George W. Bush zou niet hoger dan 82 geweest zijn. Iemand anders, ook een expert, wist met zekerheid te zeggen dat het IQ van Bush onmogelijk lager dan 120 kon zijn. Een aanzienlijk verschil. Over Bush weten we met zekerheid dat hij ooit bijna gestikt is in een pretzel, maar een betrouwbare schatting van zijn IQ is niet beschikbaar.

Nu ben ik me er natuurlijk van bewust dat mensen niet op basis van de hoogte van hun IQ beoordeeld zouden moeten worden. Het IQ heeft een te grote foutmarge; het meet geen creativiteit of sociale intelligentie; het meet uiteindelijk het onderwijsniveau, en geen inherente intelligentie; het is een test die oorspronkelijk bedoeld is om leerachterstanden bij jonge kinderen vast te stellen, en is dus niet van toepassing op volwassenen. En zo zijn er nog wel meer bezwaren. Echter, intelligentie is een ongrijpbaar iets. Een IQ-score geeft tenminste enig houvast. Idealiter zou het IQ van een presidentskandidaat dus gewoon openbaar gemaakt moeten worden.