De Palestijn: de indringer die er altijd al was

De Israëlische claim op Palestina wordt in het westen vaak gepresenteerd als een kwestie van herstel, een terugkeer naar een land dat ooit van "hen" was, na een lange en gewelddadige onderbreking. Dat frame suggereert automatisch dat het land in de periode na het gedwongen vertrek grotendeels leeg stond, of dat de bevolking die er woonde er eigenlijk niet thuishoorde. Die aanname is feitelijk onjuist. Want wat er gebeurde na de Romeinse onderdrukking van de Joodse opstanden was deportatie, maar geen volledige ontvolking. Een groot deel van de bevolking bleef in het gebied achter. In de eeuwen daarna veranderde de religieuze identiteit van de achterblijvers, eerst richting christendom, later richting islam. De lijn van bewoning werd niet verbroken; zij veranderde van vorm. Bovendien was er op dat moment geen staat Israël die werd ontmanteld. De politieke entiteiten die er in de oudheid hadden bestaan waren relatief kortstondig en ingebed in een lange geschiedenis van wisselende rijken en overheersers. Palestijnen zijn dan ook geen volk dat ergens vandaan is gekomen om zich later in Palestina te vestigen, in de achtergelaten huizen van de verdreven Joden. Zij zijn, in overwegende mate, afstammelingen van de oorspronkelijke bewoners van het gebied en hebben er continu gewoond. Dat hun identiteit over de eeuwen veranderde, maakt hun aanwezigheid niet minder reëel en hun claim niet minder geldig. De Joden die in de diaspora terechtkwamen, vormden bovendien geen statische gemeenschap die onaangeroerd bleef wachten op terugkeer. Zij mengden zich met hun nieuwe omgevingen, namen talen en gebruiken over en werden onderdeel van andere samenlevingen. Het idee dat deze gemeenschappen na eeuwen nog steeds een direct, collectief territoriaal recht hebben op een specifiek stuk land waar anderen onafgebroken woonden, is historisch niet te verdedigen. De absurditeit van dit principe wordt zichtbaar zodra men het toepast op andere situaties. Stel dat over tweeduizend jaar een Oekraïense diaspora, na eeuwen van verspreiding en vermenging met andere culturen, terugkeert en Oekraïne opeist op basis van historische en culturele verbondenheid, terwijl de bevolking die er al die tijd is gebleven als tijdelijk of minder legitiem wordt bestempeld. Zo'n claim zou in het nu onmiddellijk als onhoudbaar worden gezien. Wat overblijft van de Israëlische claim is daarmee primair cultureel en religieus, een beroep op herinnering en symboliek. Dat kan als identiteitsverhaal betekenis hebben, maar mag geen algemeen geaccepteerde basis vormen voor soevereiniteit. Dat alles zou theoretisch blijven, als Israël dit verhaal ook als zodanig behandelde. Maar dat doet het niet. De staat Israël gebruikt deze claim actief als politiek instrument en vertaalt haar naar beleid, grenzen en feiten op de grond. De voortdurende uitbreiding van nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, ondanks internationale veroordelingen en de kwalificatie als strijdig met internationaal recht, wordt gelegitimeerd met een beroep op historisch en moreel recht. Hier wordt geschiedenis niet gebruikt om het verleden te begrijpen, maar om het heden te herstructureren. Palestijnen worden in deze logica geen bewoners met rechten, maar obstakels in een historisch verhaal. De groep die continu aanwezig was, wordt gedegradeerd tot indringer. De groep met een lange historische onderbreking wordt gepresenteerd als oorspronkelijke eigenaar. Het probleem is niet alleen dat de historische claim zwak is. Het probleem is dat zij wordt afgedwongen met macht. Militaire controle, juridische constructies en internationale rugdekking zetten een cultureel verhaal om in territoriale realiteit. Geschiedenis wordt daarbij niet ingezet als verklaring, maar als legitimatie. Dat maakt de westerse steun aan Israël tot meer dan een geopolitieke keuze. Wie de "terugkeer"-framing klakkeloos overneemt, neemt ook de impliciete degradatie van de Palestijnse aanwezigheid over, en daarmee hun dehumanisering. De vraag is niet of Joden recht hebben op een veilig thuis, dat staat buiten kijf. De vraag is of een historisch verhaal dat feitelijk niet klopt, de basis mag vormen voor beleid dat mensen van hun land verdrijft.

Foto: "Non-violence" by riacale is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

Het Nederlands belang en de internationale rechtsorde

COLUMN - van Mr. Drs. Kees Homan

Terwijl inkomende raketten dood en verderf zaaien onder onschuldige Iraanse burgers hield een bijzonder assertieve Tweede Kamer op 12 maart 2026 een debat, waarin onze grondwettelijke bevordering van de “internationale rechtsorde” en “internationaal recht” centraal stonden.

Minister van Buitenlandse Zaken, Tom Berendsen, had eerder op 2 maart 2026 in de Tweede Kamer al laten weten wel “begrip” te kunnen opbrengen voor de aanvallen op Iran. Op de vraag of die aanvallen in strijd zijn met het internationaal recht antwoordde hij op 12 maart 2026 in de Kamer: “Dat is niet aan mij om te beoordelen,”. “Dit kabinet vindt het internationaal recht belangrijk,” voegde hij daar nog aan toe. “Tegelijkertijd wil ik ook eerlijk zijn dat het internationaal recht niet het enige kader is dat je op deze situatie kunt leggen.” We moeten een meer realistische koers varen, zei hij, en daarin is maar beperkt ruimte voor het internationaal recht. Want uiteindelijk draait het, zo zei hij, om het “Nederlands belang in het buitenland” terwijl we “door de mist van de nieuwe wereldorde varen”.

Hoewel het internationaal recht cruciaal is voor het voorkomen van conflicten en het reguleren van grensoverschrijdende kwesties, staat de naleving ervan in de huidige politieke context dus vaak onder druk.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Quote du Jour | Ambivalente houding

‘De Amerikanen hebben een ambivalente houding ten aanzien van het internationaal recht. Men vindt in de VS dat het eigen Hooggerechtshof de ultieme interpreteerder is van internationaal recht.’

Geert van Calster, hoogleraar internationaal recht aan de universiteit Leuven, legt uit waarom de VS het volstrekt vanzelfsprekend vinden om een wet aan te nemen die Amerikaanse burgers in staat stelt buitenlandse regeringen te vervolgen als die onvoldoende gedaan zouden hebben tegen terroristische aanslagen. De Jasta wet is vooral gericht tegen Saoedi-Arabië, maar in principe kan ieder land voor de rechter gedaagd worden.

Foto: "Destroyed Drugs Vessel" by Defence Images is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

Narcostaat: van beschuldiging naar legitimatie

Het woord narcostaat klinkt alsof het een vastgestelde diagnose is. Een technisch oordeel, ergens tussen VN-resolutie en strafrechtelijk vonnis. Maar dat is het niet. Narcostaat is geen juridische categorie, geen internationaal erkend statuut en geen neutrale beschrijving. Het is een beschuldiging. En een beladen ook.

In de berichtgeving over Venezuela wordt dat onderscheid opvallend vaak weggepoetst. Het NOS-artikel over het Kamerdebat rond het Amerikaanse optreden neemt het begrip vrijwel probleemloos over. Venezuela is een narcostaat, en vanuit die veronderstelling wordt vervolgens besproken of begrip voor Amerikaans ingrijpen gepast is. De fundamentele vraag of die kwalificatie zelf overeind blijft, wordt nauwelijks gesteld.

Want juist over die term bestaat aanzienlijke discussie. Veel onafhankelijke onderzoekers, criminologen en Latijns-Amerika-deskundigen betwisten dat Venezuela voldoet aan wat doorgaans onder een narcostaat wordt verstaan. Niet omdat er geen corruptie of drugshandel zou zijn, maar omdat het bewijs voor structurele staatssturing van de internationale cocaïnehandel zwak, fragmentarisch en sterk gepolitiseerd is. De meeste drugs die Europa en de VS bereiken, lopen via landen die nooit dat etiket krijgen opgeplakt.

Die nuance verdwijnt zodra het woord eenmaal is uitgesproken. Narcostaat fungeert als morele snelkoppeling. Het suggereert totale morele ontwrichting, een staat die zichzelf heeft opgegeven, en dus ook het recht heeft verspeeld op normale behandeling. Soevereiniteit wordt daarmee voorwaardelijk gemaakt: geldig zolang Washington het ermee eens is.

Foto: Haberdoedas on Unsplash

Artikel 90 Grondwet: Grondwettelijke plicht tot actie in het Israëlisch-Palestijnse conflict

ANALYSE - door Otto Spijkers

Artikel 90 van onze Grondwet (Gw) bepaalt dat “de regering de ontwikkeling van de internationale rechtsorde bevordert.” In deze bijdrage ga ik in op de betekenis en relevantie van deze constitutionele opdracht, in het bijzonder voor de verantwoordelijkheid van de Nederlandse regering om het respect voor de internationale rechtsorde te bevorderen binnen de context van het Israëlisch-Palestijnse conflict. Ik begin met een bespreking van de strekking van dit wetsartikel en kijk daarna hoe het in het huidige maatschappelijke en politieke debat wordt aangehaald. Zie over ditzelfde onderwerp trouwens ook het recent verschenen artikel van Leonard Besselink.

Artikel 90 Grondwet

Artikel 90 Gw is een opvallende bepaling. Tussen 1953 en 1983 was het, formeel gezien, de Koning die de taak had om de ontwikkeling van de internationale rechtsorde te bevorderen. Sinds de grondwetsherziening van 1983 ligt deze verantwoordelijkheid bij de regering. Nederland is bovendien het enige land ter wereld dat zijn regering via de Grondwet zo expliciet verplicht tot het bevorderen van de internationale rechtsorde. Maar wat betekent dat eigenlijk in de praktijk? Wat houdt die bevordering precies in, en hoe wordt van de regering verwacht dat zij daaraan invulling geeft?

Doordat artikel 90 vrij algemeen is geformuleerd, leent het zich niet goed voor directe werking of als basis voor een beroep bij de rechter. Dit blijkt onder meer uit het arrest van de Hoge Raad van 6 februari 2004 in de zaak van de Vereniging van Juristen voor de Vrede (VJV) e.a. tegen de Staat der Nederlanden. In die zaak verzochten de eisers de rechter om de Staat te verbieden nog langer medewerking te verlenen aan militair geweld door (bondgenoten van) de Verenigde Staten (VS) tegen personen die in verband werden gebracht met de aanslagen van 11 september 2001. Volgens de eisers was dergelijk handelen niet alleen in strijd met het VN-Handvest, maar ook met artikel 90 Gw, omdat het geweld volgens hen onverenigbaar was met dwingende normen van het internationaal recht (jus cogens).

Frankrijk voert ‘vergeldingsbombardement’ voor de bühne uit

NIEUWS - Frankrijk heeft gisteravond met tien straaljagers twintig bommen op Raqqa gegooid, hun grootste luchtaanval op Syrië tot nog toe. Naar eigen zeggen hebben de Fransen o.a. een commandocentrum, een opleidingscentrum, een trainingskamp en een munitiedepot getroffen.

Dit werpt natuurlijk wel de vraag op: als de locaties van deze doelen al bekend waren, waarom zijn ze dan niet eerder gebombardeerd?

Wat de overwegingen ook waren (tactisch niet opportuun? te grote kans op burgerslachtoffers?) ze wogen in elk geval – net als artikel 2.4 van het VN-Handvest overigens, voor als iemand daar nog wat om geeft (de NOS in elk geval niet) – niet zo zwaar om de Fransen ervan te weerhouden een goede show op te voeren.

Foto: Nick Brooks (cc)

Marokkaanse kolonisten in de Sahara

De Franse minister Aurore Bergé bevestigde op bezoek aan Rabat afgelopen maandag het standpunt van haar regering inzake de Westelijke Sahara: ‘Het heden en de toekomst van de Sahara vallen volledig binnen het kader van de Marokkaanse soevereiniteit.‘ Vorig jaar maakte Frankrijk de draai waar in Marokko al langer om werd gevraagd. President Macron gaf zijn steun aan een plan voor regionale autonomie onder Marokkaans bestuur. Tot woede van buurland Algerije, dat de Saharaanse opstandelingen steunt.

Ook het Verenigd Koninkrijk steunt Marokko inzake de zeggenschap over de voormalige Spaanse kolonie in de Sahara. Het VK volgt hiermee andere westerse landen, naast Frankrijk ook Spanje, Duitsland en Nederland. De Britse minister van Buitenlandse Zaken David Lammy ondertekende begin deze maand een overeenkomst om samen met Marokko de nodige infrastructuur te ontwikkelen voor het WK voetbal, dat over vijf jaar samen met Spanje en Portugal door Marokko wordt georganiseerd. Volgens Lammy zou de deal ervoor zorgen dat “Britse bedrijven een grote rol kunnen spelen op het grootste voetbalpodium”. In 2020 hadden de Verenigde Staten zich bij monde van president Trump al akkoord verklaard met de volledige overname van de Westelijke Sahara door Marokko in ruil voor de erkenning van Israël. De Afrikaanse Unie heeft zich altijd achter de onafhankelijkheidsbeweging Polisario en de Saharaanse Arabische Democratische Republiek (SADR) gesteld. Maar Marokko wint nu ook in Afrika medestanders. Ghana heeft onlangs met de SADR gebroken en steunt het Marokkaanse plan voor regionale autonomie. Ook Kenia maakte een verrassende beleidswijziging door een ambassade te openen in Rabat en zijn eerdere steun aan de Saharaanse Republiek in te trekken ten gunste van het Marokkaanse plan. In ruil daarvoor zou Kenia nieuwe investeringen in landbouw en hernieuwbare energie uit Rabat hebben veiliggesteld. In het door Marokko bezette deel van de westelijke Sahara schaarden stamoudsten zich achter de claims van de koninkrijk Marokko. Alleen in Oeganda riep de ‘Beweging voor Solidariteit met het Sahrawi-volk’ de internationale gemeenschap op om het recht op zelfbeschikking en onafhankelijkheid van het Sahrawi-volk te verdedigen.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

De spanningen tussen directe democratie en mensenrechten

COLUMN - Op 12 augustus jl. diende de Schweizer VolksPartei (SVP) een volksinitiatief in met de titel ‘Landesrecht vor Völkerrecht’. Met dit initiatief wil de SVP in de grondwet vastleggen dat het Zwitserse recht boven het internationale recht gaat. Volgens de SVP is dit nodig, omdat het internationale recht in toenemende mate de soevereiniteit van het Zwitserse volk uitholt. Het Zwitserse volk bepaalt zelf, ‘geen vreemde rechters’, is dan ook de slogan.

Al sinds de aankondiging van dit volksinitiatief in 2014 is er heftige tegenstand. Het belangrijkste argument is dat de SVP met dit initiatief de rechtsstaat en de mensenrechten aanvalt. Volgens de 75 organisaties die zich tegen dit initiatief verweren, probeert de SVP zo het lidmaatschap van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens via de achterdeur op te zeggen. Operation Libero waarschuwt bovendien dat Zwitserland na aanname van dit initiatief internationaal geen betrouwbare partner meer is: als je een koopcontract sluit, kun je ook niet eenzijdig de voorwaarden bepalen, aldus de argumentatie.

Het Zwitserse politieke systeem, waarin het volk de hoogste macht is, leidt steeds weer tot spanningen bij internationale samenwerking. Het duurt lang voordat de Zwitsers toetreden tot internationale organisaties, als zij dit al doen. Zo werd Zwitserland pas in 2002 lid van de Verenigde Naties, en is het geen lid van de Europese Unie. Zwitserland heeft het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens pas in 1974 geratificeerd, als laatste lidstaat van de Raad van Europa.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: European Commission DG ECHO (cc)

Vanuatu goes to court

ACHTERGROND - Als vervuilende landen hun verplichtingen voor klimaatfinanciering niet nakomen, zullen ontwikkelingslanden in de toekomst vaker naar de rechter gaan om hun rechten op te eisen en een schadevergoeding te eisen voor klimaatschade. Dat verwacht onderzoeker Margreet Wewerinke, die wijst op een groeiend aantal initiatieven.

Onderzoeker milieurecht Margreet Wewerinke promoveerde afgelopen voorjaar op de vraag hoe landen die het meest hebben bijgedragen aan klimaatschade internationaal aansprakelijk gesteld kunnen worden voor de schade die ze veroorzaken. Ze woont en werkt op Vanuatu, een van de eilandstaten in de Stille Oceaan. Die eilandstaten zijn kwetsbaar voor de gevolgen van klimaatverandering, wat Vanuatu eind maart aan den lijve ondervond toen cycloon Pam de kleine eilanden teisterde en elf mensen doodde, ruim drieduizend ontheemd maakte en 90 procent van de infrastructuur van het eiland vernielde.

In Vanuatu zijn de eerste stappen gezet om bedrijven die klimaatveranderingen veroorzaken aansprakelijk te stellen

Inheemse leiders uit Vanuatu hebben vorige week, samen met mensen uit andere eilandstaten en de Filippijnen, de eerste stappen gezet om internationale olie- en mijnbouwbedrijven die klimaatverandering veroorzaken daarvoor aansprakelijk te stellen. Ze tekenden een verklaring die is opgesteld in samenwerking met Greenpeace, waarin ze de intentie uitspreken de bedrijven aan te klagen op basis van de schendingen van mensenrechten als gevolg van klimaatverandering. Wewerinke licht toe: ‘De basis hiervoor is internationaal recht, met name de rechten van de mens. Het is nog niet duidelijk welk proces of tribunaal in dit geval met een claim benaderd gaat worden.’

Foto: copyright ok. Gecheckt 09-11-2022

Volkspartij zonder Vrijheid en Democratie

VVD haalt de tondeuse door haar ideologische veren. Ze is niet meer de partij voor vrijheid, maar de partij van een sterke staat en een onderdanig individu. Want VVD heeft iets nieuws bedacht: het parlement moet internationale verdragen zelf interpreteren. Gastredacteur Mihai Martoiu Tico legt uit.

De VVD geeft als voorbeeld een nieuwe migrant. De VVD wilde dat de migranten niet meteen recht hebben op een uitkering (tegenwoordig kan je zelfs nationale collectieve zelfmoord verkopen als het slecht is voor migranten). Maar De Raad van State zei dat deze maatregel in strijd is met Europese verdragen, dus het ging niet door. Joost Taverne, VVD-kamerlid, voerde verkiezingscampagne met: “We willen de grondwet veranderen dat we ons in Nederland niet de wet laten voorschrijven door het buitenland en internationale verdragen.”

Op dit moment heeft internationaal recht directe werking in Nederland. Stel je voor dat je Geert Wilders heet en je terecht staat voor haatzaaien. Je advocaat kan tegen de rechter zeggen: “Er bestaat een mensenrechtenverdrag dat vrijheid van meningsuiting garandeert. Meneertje de rechter, als u Wilders schuldig vindt, dan schendt u dit verdrag.” En zo loop je vrij rond. De VVD vindt dit niet goed werken.

Wat wil de VVD?

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: copyright ok. Gecheckt 06-11-2022

Het onrealistisch realisme van Paul Brill

Koerden krijgen geen eigen staat, dus Palestijnen ook niet. Dat is ongeveer de strekking van Paul Brill’s betoog, afgelopen weekend in de Volkskrant. Filosoof en student Internationaal Recht Mihai Martoiu Ticu dient Brill van repliek.

Paul Brill’s versie van Volkenrecht is wonderbaarlijker dan Alice in Wonderland. Zijn heimelijke gedachte in zijn laatste column, ”Recht op eigen staat heeft zijn grenzen”, is ons een machtswellustig en op macht berustend beeld van recht aan te smeren. Zijn houding is slechts te verklaren via de natte droom dat Israël ook het resterende stuk van Palestina zal bemachtigen.

Hij betoogt dat de Koerden meer recht op een staat hebben dan de Palestijnen en suggereert dat – omdat de Koerden weinig kans op een eigen staat maken – de Palestijnen het ook moeten ontgelden. Maar hij vergist zich op alle fronten.

Zijn argument dat de Koerden een groter recht op een staat hebben, berust op de volgende premissen:

  • Hun nationalisme is eerder opgebloeid.
  • Ze hebben een eigen taal.
  • Ze hebben een rijke culturele traditie.
  • “Na de Eerste Wereldoorlog heeft er, op grond van het Verdrag van Sèvres, ook heel even een embryonale Koerdische staat bestaan in het gebied rond Diyarbakir (Oost-Turkije).”

Laten we deze allemaal onder de loep nemen.

Volgende